Standpunt: IJmeer, debat over de toekomst

Op maandag 14 oktober vond het eerste lijsttrekkersdebat plaats in het kader van de campagne voor de waterschapsverkiezingen. Aan het debat deden 9 van de 11 bij Amstel, Gooi en Vecht aan de verkiezingen deelnemende partijen mee. Het debat vond plaats op IJburg en ging over de toekomst van het IJmeer. In dit weblogartikel nemen we de complexe issues nog eens onder de loep.
 
Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht is de organisatie die samen met andere overheden besluiten neemt over het water van het IJmeer. Momenteel is Rijkswaterstaat de waterkwaliteitsbeheerder van het IJmeer, maar in de toekomst wordt AGV wel waterkwaliteitsbeheerder van een deel van het IJmeer, in de randen en randmeren rond IJburg, en daarom kijkt AGV alvast mee met Rijkswaterstaat. Vanwege de open verbinding van AGV’s boezemwateren met Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) en Noordzeekanaal (NZK) heeft een nauwe betrokkenheid bij het beheer van de Oranjesluizen in Amsterdam.

Recreatie op het IJmeer?

Het IJmeer zorgt er al jaar en dag voor dat de grachten in Amsterdam worden schoon gespoeld. En ook dient het als vangnet als er te veel water is. Maar waarom zou het niet ook als recreatiegebied gebruikt mogen worden? Het waterschap beslist over dit soort zaken. Complicatie is wel dat AGV er niet alleen over gaat, of misschien wel helemaal niet. Ambtenaren van het AGV (in dienst bij Waternet) presenteerden in het debat een dilemma rond IJburg: waterbuffer of ook waterpret?

* CDA-opinie: Het CDA wil het belang van niet-milieubelastende waterrecreatie even zwaar te laten wegen als natuurbelangen. Het CDA is voor het zoveel mogelijk openstellen van dijken voor wandelaars en fietsers indien de natuurwaarden niet worden aangetast. Bij een noodzakelijke afweging dienen natuurbelangen te prevaleren boven de belangen van milieubelastende waterrecreatie.

Mag er in het IJmeer nog gebouwd worden?

Het waterschap gaat niet over de ruimtelijke ordening, dat is een taak van de algemene democratie, provincies en gemeenten. Het waterschap is volgend. AGV (en Waternet) is wel verantwoordelijk voor het waterbeheer op IJburg. In de voorstellen en plannen van de Delta-commissie (commissie-Veerman) zal het waterpeil in IJsselmeer stijgen, maar in het Markermeer en het IJmeer niet. De gemeenten Amsterdam en Almere hebben plannen om woningen te bouwen en wegen en brugverbindingen in het IJmeer aan te leggen en de steden naar elkaar toe te laten groeien. Overigens heeft de Raad van State op 17 september 2008 de beslissing bekrachtigd van de provincie Flevoland om het bestemmingsplan Almere Poort grotendeels goed te keuren. De stichting Verantwoord Beheer IJsselmeer had beroep aangetekend tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan.

In de toekomst kan mogelijk een groot tekort aan zoet water ontstaan, wereldwijd en ook in Nederland.

* CDA-opinie: Vanwege de waterbergingsfunctie is het CDA van mening dat de provincies Noord-Holland en Flevoland zorgvuldig moeten blijven omgaan met deze twee meren omdat het IJmeer en Markermeer zoetwaterbuffers zijn voor grote delen van Nederland.

In de zomer van 2003 speelden het waterschap en het IJmeer al een belangrijke rol speelde tijdens de grote droogte. In die droge zomer hadden de tuinbouwbedrijven in het gebied van Rijnland het moeilijk. Die krijgen normaal gesproken water uit de Hollandse IJssel, maar dat werd te zout. AGV heeft toen de pomprichting van het gemaal bij Zeeburg omgedraaid om de stroming van de Amstel om te draaien, door andere sluizen dan normaal te sluiten en de pompen de andere kant op te laten werken. Zo moest het IJwater wel de Amstel op richting Rijnland en Rijnland van zoet water voorzien worden. Zo werd water ingelaten vanuit het IJmeer via de boezem van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht.

* CDA-opinie: Het water dat wordt ingelaten vanuit het IJmeer moet van goede kwaliteit zijn voor de landbouw. Het CDA wil de mogelijkheden om IJmeer-water in te laten, verbeteren.

Zorg om de kwaliteit van het water

Het kabinet heeft besloten niet te gaan bouwen in het Markermeer. De Markerwaard gaat er dus niet komen. Nu is het een uitgestrekt watergebied en een belangrijke plek voor duizenden trekvogels. Maar het gaat slecht met de natuur en ecologie in het Markermeer, die overigens in een open verbinding staat met het IJmeer. De vogelstand neemt hier af, en het water is te troebel, er is teveel zwevend slib. Hierdoor verdwijnen belangrijke soorten zoals de driehoeksmossel. Door bouwen bij Amsterdam-IJburg en bij Almere zal de druk op het gebied verder toenemen. Een ander probleem is nog dat de Diemer energiecentrale koelwater op het IJmeer loost, en dat die centrale de capaciteit wil gaan uitbreiden. We moeten dus zeer creatief inspelen op deze ontwikkelingen. Niets doen is geen oplossing, niet bouwen en niet recreëren kan ook niet. Want dat geschiedt dan elders, ook met een druk op het milieu. We moeten bovendien stoppen met investeringen onder dwang van milieuregels die de leefomgeving amper verbeteren en die in feite contraproductief zijn (zie ook de uitlatingen van de Amsterdamse wethouder van Ruimtelijke Ordening Maarten van Poelgeest in een interview met NRC Handelsblad, 24 juni 2008). Inderdaad, die is van GroenLinks, maar we zijn als CDA blij als ook aan die kant meer reële inzichten doorbreken. Als het nodig is moet de mogelijkheid er zijn om de lijst van beschermde vogels te wijzigen.

* Het CDA is voor de compacte stad, dus ook met een hoge bebouwingsdichtheid en met hoogbouw, want anders leg je wel een claim voor laagbouw in het IJmeer en/of Markermeer. We kunnen deze keuze niet ontlopen, en we kunnen geen vrijblijvende mooie woorden spreken over de natuur, zonder te kiezen. Het CDA is voor het verder onderzoeken en ontwikkelen van een scenario (onder leiding van de provincies Noord-Holland en Flevoland) waarin een win-win-situatie kan ontstaan, door naast de toewijzing van woongebieden en recreatiefuncties ook te werken aan ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden in het IJmeer.

Door de provincies, de gemeenten Amsterdam en Almere, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer wordt gewerkt aan een langetermijnvisie voor het IJmeer/Markermeer, waarbij ook gekeken wordt naar de effecten op natuur (Vogel- en Habitatrichtlijn), waterhuishouding/strategische watervoorraad, de veiligheid, de implementatie van de Kaderrichtlijn Water en cumulatieve effecten van andere projecten. Met een investering van het Rjjk (van € 25 miljoen) wordt al een concreet pilot in uitvoering gebracht om vast te stellen welke investeringen in natuurontwikkeling het grootste effect hebben. Kijk ook op de website Toekomst-Markermeer-IJmeer.

Waterpeil in het IJmeer

De Delta-commissie (Commissie-Veerman) bepleitte een geleidelijk hogere waterpeil in het IJsselmeer, om meer regenwater dat via de grote rivieren komt af te kunnen voeren en omdat de zeespiegel stijgt door de klimaatverandering. Omdat de zeespiegel blijft stijgen zal vrij verval van het IJsselmeer naar de Waddenzee via de sluizen bij Kornwederzand en Den Oever op een dag ophouden. Dan moet er gemalen worden of het peil in het IJsselmeer moet hoger gezet worden, zoals de commissie bepleit. Het peil in het Markermeer en in het IJmeer zal in principe niet verhoogd worden. In discussies in de afgelopen jaren is wel gesproken over ‘compartimentering’, het door middel van aanleggen van dijken een afscheiding maken tussen IJmeer en Markermeer, zodat eventueel ook een verschillend peil mogelijk wordt. Het hoogheemraadschap AGV heeft hier nogal wat kanttekeningen bij geplaatst. Bij compartimentering van het IJmeer neemt potentieel de ecologische kwaliteit verder af omdat er (nog) teveel sterk verontreinigd water met hoge concentraties nutriënten en sulfaat vanuit het Gooi- en Eemmeer naar het IJmeer toekomt. Inlaat van dat water (bij droge perioden) in het gebied van AGV is dan ook kwalitatief niet wenselijk.

Er is ook wel eens gepleit voor een open verbinding met het Noordzeekanaal (NZK) (door het openzetten van de Oranjesluizen) maar dat levert het gevaar op van een sterkere stroming van het NZK richting IJmeer en Amsterdam-Rijnkanaal (ARK) en daardoor een verspreiding van de “zouttong” in die richtingen. De Oranjesluizen in Amsterdam zorgen voor de verbinding tussen IJmeer en IJ/Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal. Voor de (beroeps)scheepvaart en snelle bootverbindingen Amsterdam–Almere zou het grote voordelen als de Oranjesluizen in de zomer open kunnen blijven. Het open blijven van de Oranjesluizen in de zomer vergroot ook de recreatieve vaarmogelijkheden tussen de vaarwateren in de Vechtstreek en het IJmeer. Maar in dat geval heeft het IJmeer dus eigenlijk niet de functie meer van waterbuffer.

In de huidige situatie is het peil van het IJmeer -0,20 NAP in de zomer en – 0,40 m NAP in de winter. De boezem van AGV heeft, net als Amsterdam-Rijnkanaal, IJ en Noordzeekanaal zomer én winter een peil van -0,40 m NAP. Bij het doorspoelen van de Amsterdamse grachten wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van ‘natuurlijk verval’; als het water op het IJmeer 20 tot 25 cm hoger staat dan in de stad, kunnen de grachten worden ververst met vrije instroom (zonder pompen bij het gemaal Zeeburg) en kost het spoelen geen energie. Door het hogere peil van het IJmeer in de zomer kan het achterland (de Noordelijke Vechtstreek) van water voorzien worden via de sluizen bij Diemen, Muiden en Naarden.

* CDA-opinie: Het CDA geeft voorrang aan het belang van de watervoorziening voor de landbouw boven de voordelen die het openzetten van de Oranjesluizen zou hebben voor de (beroeps)scheepvaart en snelle bootverbindingen tussen Amsterdam en Almere en voor de recreatievaart in Vechtstreek en IJmeer.

Nu zou men nog een argument kunnen inbrengen tegen het op -0,20 m NAP houden in de zomer van het waterpeil op het IJmeer. Indien dit peil naar -0,40 m NAP (lager dus) zou worden gebracht zou het peil gelijk worden aan de boezem van AGV en daarmee zou er een vergroting zijn van het formele waterbergingsoppervlak van de boezem van het AGV. Dit zou de veiligheid dus ten goede komen in situaties van hoog water. In de praktijk kan nu echter water al vrij op het IJmeer worden gespuid op momenten dat de afvoercapaciteit in IJmuiden niet voldoende is, dus bij noodsituaties als het gemaal bij IJmuiden onvoldoende zou werken, omdat het waterpeil van de rand van het IJmeer bij westenwind sterk daalt. Per saldo zal de bergings- en afvoercapaciteit voor AGV daarom eerder afnemen dan toenemen. Kortom voor de veiligheid behoeft men niet te kiezen voor een lager waterpeil in de zomer dan de keuze op dit moment (-0,20 m onder NAP). Met gelijke waterpeilen kan men niet meer van vrij verval gebruik maken en zijn dure (en energiegebruikende) inlaatgemalen noodzakelijk.

Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat het peilbeheer ook op het IJmeer een complexe kwestie is.
 
Veiligheid

Dan restte in het debat nog de issue over de veiligheid. De meeste lijsttrekkers kwamen daar niet goed uit. Ogenschijnlijk wordt daar door partijen niet verschillend over gedacht – wie is er tegen veiligheid? - maar als je verder door gaat blijken er wel degelijk verschillen. Volgens sommige deelnemers aan het debat is het gesprek over klimaatverandering maar onzin van goeroes en onheilsprofeten zoals Al Gore en is vooral sprake van een mediahysterie. De lijsttrekker van de VVD vond dat er in de besluitvorming in bestuurlijk Nederland in het algemeen meer tempo gemaakt moest worden, maar juist bij het verhogen van dijken waarschuwde voor ze voor een overhaaste verhoging van dijken. Ze verweet het CDA vooral de belangen van bouwbedrijven te dienen. Ik vraag mij dan af in hoeverre je de veiligheid serieus neemt. We behoeven niet achter onheilsprofeten aan te lopen, maar waterschappen zijn vooral voorzorgsorganisaties die met de veiligheid geen loopje kunnen nemen en rekening moeten houden met de slechts mogelijke scenario’s. We moeten onze kinderen goed in de ogen kunnen kijken en niet 30 jaar behoeven te zeggen dat we te laat met maatregelen zijn begonnen. Voor de veiligheid van het IJmeer en de bewoners op IJburg zou het goed zijn als er een compartimentering (afscheiding van het Markermeer met aanleg van een extra dijk). Er zullen dan in de toekomst geen (dure) extra versterkingen van de keringen van IJburg en de (nu nog) primaire kering langs het vasteland meer nodig zijn. Ook rond nog te realiseren eilanden of bebouwing in het IJmeer kan volstaan worden met minder zware keringen omdat geen sprake meer zal zijn van “gevaarlijk buitenwater”. Randvoorwaarde is wel dat als de compartimenteringsdijk de “nieuwe” en primaire waterkering wordt, deze een faalkans (dus kans op doorbreken) krijgt van eens in de 10.000 jaar en niet van 1:4.000. Dit met oog op de toekomst en op de grote economische belangen en aantallen bewoners, zowel achter de huidige primaire waterkeringen van het vasteland, de eilanden van IJburg en Zeeburg, als op de nog te creëren nieuwe eilanden in het IJmeer. Het hoogheemraadschap AGV kan deze randvoorwaarde wel aangeven, maar er niet over beslissen, dat is aan Rijkswaterstaat. Maar of we nu rekenen met een kans van 1 op de 10.000 of 1 op de 4.000 jaar, een overstroming, hoe onwaarschijnlijk ook kan toch ook al morgen gebeuren. Waterschappen zullen op de verschillende scenario’s voorbereid moeten zijn.

* Voor het CDA zijn veiligheid en de beschikbaarheid van schoon water de belangrijkste issues. De komende jaren zal er hard gewerkt moeten worden om de ecologische kwaliteit van het IJmeer op peil te houden en mogelijk te verbeteren. Er staat zeker druk op het gebied en dat maakt dit niet gemakkelijk. Het ontlopen van keuzes is echter ook geen oplossing. Een eenzijdige benadering, zogenaamd ‘pro natuur’, blijkt nogal eens contraproductief te zijn.
 
 Copyright ©2008 Wim Zwanenburg

A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4