Op dinsdag 24 mei sprak de Eerste Kamer met minister Opstelten van Veiligheid en Justitie over de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen.
Namens de CDA-fractie voerde senator Hans Franken het woord. Tijdens het debat gaf hij aan dat hij tevreden is met het amendement in het wetsvoorstel dat gaat over de verdeling van zetels tussen mannen en vrouwen, van iedere groep tenminste 30%. Daarnaast wordt in dit verband de ‘pas toe en leg uit’ regel in de wet opgenomen. Dat betekent dat we spreken over streefcijfers voor de participatie van mannen en vrouwen in de raden van bestuur en de raden van commissarissen van grote NV’s en BV’s.
De CDA-fractie is evenwel bijzonder ontevreden met de in het wetsvoorstel opgenomen beperking van het aantal commissariaten en bestuurslidmaatschappen voor “grote” vennootschappen en ook voor stichtingen. Dit laatste betekent, dat het voor ervaren managers onaantrekkelijk wordt om bestuursfuncties in de non-profit sector,zoals voor scholen, universiteiten, ziekenhuizen en culturele instellingen te vervullen. Franken noemde dit een “straf op vrijwilligerswerk” . De deskundige inbreng van ervaren bestuurders is toch ook juist daar nodig waar er geen honorering plaatsvindt. Aan het slot van het debat zegde de minister toe, dat hij door middel van een reparatiewet stichtingen met een kerkelijk, charitatief of cultureel doel buiten de beperking van de wet zal houden. Dit is een belangrijke tegemoetkoming aan de door het CDA ingenomen standpunt.
Volgende week wordt er in de Eerste Kamer over deze wet gestemd.