Het kabinet heeft het CDA toegezegd om voortaan 5 jaar na beëindiging van een militaire missie een ‘after mission report’ op te stellen, waarbij de onomkeerbare resultaten van die missie geëvalueerd worden. Ze deed dat op verzoek van CDA Tweede Kamerlid en Irak-veteraan Raymond Knops, tijdens het debat in de Tweede Kamer waarin nog eenmaal werd teruggekeken op de missie in Uruzgan.
Knops vindt de evaluatie van belang om de effectiviteit van de gebruikte instrumenten en middelen na langere tijd te meten. Ook kan een dergelijke evaluatie bijdragen aan de zingeving voor veteranen die in missies gediend hebben. De ervaring leert dat missies na beëindiging snel uit het collectieve geheugen verdwijnen. Successen van de Nederlandse inzet die op de lange termijn nog zichtbaar zijn, kunnen helpen aan het draagvlak voor nieuwe missies. De regering heeft toegezegd voor de zomer 2012 met een plan van aanpak te komen en te beginnen met een ‘after mission report’ over de SFIR missie in Irak.
Nederland had van augustus 2006 tot augustus 2010 de militaire leiding in Uruzgan. Van de 20.000 Nederlandse militairen die aan de missie hebben meegedaan, kwamen er 25 om het leven. Bijna 150 militairen raakten gewond. Knops: “Wij hebben grote waardering voor al diegenen die in deze missie gediend hebben. Dankzij hun inzet zijn er zichtbare resultaten behaald. De veiligheidssituatie is verbeterd, er is sprake van enige economische ontwikkeling en een langzaam beter functionerend bestuur. Er is daadwerkelijk verschil gemaakt.”