Tijdens een Algemeen Overleg over seksueel misbruik bij mensen met een beperking heeft Cisca Joldersma gepleit voor het bespreekbaar maken van seksualiteit en intimiteit in zorginstellingen. Dat is nodig om de drempel tot het melden van seksueel geweld te verlagen. Daarnaast moet het uitvoeren van maatregelen voorop staan in plaats van het steeds maar weer bedenken van nieuwe maatregelen.
Het ministerie van VWS heeft onderzoek laten doen naar seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke, lichamelijke en auditieve beperking. De resultaten hiervan laten een schrijnend beeld zien, met name als het gaat om mensen met een verstandelijke beperking. Cisca Joldersma: ‘de staatssecretaris noemt dit terecht ‘dubbele mishandeling’: mishandeling van de persoon en mishandeling van zijn of haar kwetsbaarheid. Dat is ronduit ontluisterend.’
Eerder gaf de staatssecretaris aan om een verplichte meldcode in te stellen naast een meldplicht voor geweld door professionals. Daarmee worden professionals aangespoord om seksueel geweld te melden. Het CDA is hier blij mee, maar alles valt of staat met dat medewerkers in de zorg en het speciaal onderwijs de ogen en oren openhouden. Cisca Joldersma: ‘aan het melden gaat oplettendheid vooraf. Je moet niet wegkijken als je iets ziet gebeuren wat niet klopt. Je moet het gesprek met de cliënt of de leerling aan durven gaan als je angst of terugtrekkend gedrag waarneemt. Dit taboe en de handelingsverlegenheid moet wat het CDA betreft worden doorbroken.’
Juist voor mensen met een beperking die afhankelijk zijn van anderen is het van belang helder te hebben waar gewenste seksualiteit & intimiteit ophoudt en ongewenste seksualiteit en intimiteit begint. Er wordt nogal eens er vanuit gegaan dat mensen met een beperking geen seksuele verlangens hebben. ‘Ik roep instellingen op om na te denken over hoe ze daar concreet het gesprek over aangaan. Mensen met een beperking die iets naars overkomt, moeten weten bij wie ze terecht kunnen en met wie ze daar in vertrouwen over kunnen spreken. De toegang tot een vertrouwenspersoon moet altijd zijn geborgd’, aldus Joldersma.