Terwijl de Amstelveense politiek vanwege het zomerreces op een laag pitje staat en de formatie van een nieuw kabinet in volledige mediastilte plaatsvindt, zit ik op een terrasje in Turkije en kijk eens goed om me heen. Om me heen zie ik mensen met hun mobieltje, laptop of Blackberry op het terras digitaal en draadloos communiceren. Ook mijn dochter van 12 heeft het wachtwoord van de Wifi verbinding opgevraagd en zit met haar I-Pod Touch haar Twitter account en Hyves te controleren. De binnengekomen berichten worden in korte kreten met ons gedeeld.
Ik kijk nog eens goed om me heen: To be or not to be connected lijkt het nieuwe adagium.
Ook in ons bescheiden uitgeruste appartement is draadloos internet mogelijk en heeft de satelliet-tv meer dan 100 zenders. De buren hebben de laptop mee en controleren ’s ochtends voor het ontbijt de e-mail.
Ook uit enquetes op de werkvloer blijkt dat ruim een derde van de werknemers digitaal contact houdt met de werkvloer. Je moet blijkbaar wel de vinger aan de pols houden.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar mijn eigen vakanties uit een niet eens zo grijs verleden. Je was voor het nieuws aangewezen op De Telegraaf die pas een dag later op geselecteerde vakantieplekken te koop was, je stuurde nog een kaartje (meestal was je zelf eerder thuis) en voor een belletje naar huis met de mededeling dat je goed was aangekomen stond je 20 minuten in de rij met muntjes. Of er verbinding was moest je nog maar afwachten.
Even 2 weken helemaal los van de wereld, kan dat nog? Ik heb het geprobeerd. Deze vakantie alleen een sms’je naar het thuisfront dat we inderdaad goed waren aangekomen en een naar een goede vriend die wat morele steun kon gebruiken. De Telegraaf kocht ik 2x per week om op de hoogte te blijven. Het beviel me prima.