Onderstaande tekst, uitgesproken door Martin Fransen, is een integrale weergave van de CDA-bijdrage in het raadsdebat over het raadsonderzoek 'De grond wordt duur betaald'. Dit debat vond plaats op donderdag 2 februari 2012, en het vervolg (de politieke duiding en consequenties) zal op donderdag 9 februari 2012 plaatsvinden.
Voorzitter,
Het CDA wil om te beginnen haar waardering uitspreken voor het werk van de enquêtecommissie. Er ligt een gedegen rapport over een complex onderwerp. De presentatie van de voorzitter van de commissie heeft een diepe indruk op ons achtergelaten.
Een gevoel van verslagenheid maakte zich van ons meester. Tegelijk kwam de gedachte op:”Hoe kon ons dit overkomen?” Vanavond wil het CDA echter niet berusten in gelatenheid maar een verbinding leggen naar de toekomst.
Betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid, collegiaal leiderschap, alertheid, uitvoering van door de raad gestelde kaders, beheersing van de uitvoering, transparantie. Dat mag de gemeenteraad van het college verwachten. Ook mag de raad verwachten dat zij met betrouwbare gegevens geïnformeerd wordt. Als CDA voelen wij hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als raad hebben we de kaderstellende en controlerende taak te vervullen.
Zowel het college als de Raad zijn ernstig tekortgeschoten bij het vervullen van deze rollen en verantwoordelijkheden in het dossier grondbedrijf.
Voorzitter,
Ik wil met u stilstaan bij de conclusies van het rapport, de verantwoordelijkheden van de verschillende actoren en de toekomst: hoe nu verder?
Conclusies en verantwoordelijkheden
Het CDA hecht er aan het rapport in een breder perspectief te zien. We hebben oog voor de tijdsgeest in de onderzochte periode. Actieve grondpolitiek was, gelet op grote opgaven met name op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen, een goede strategie. De intentie was om zoveel mogelijk opbrengsten te genereren en alle kosten te kunnen verhalen middels gronduitgife.
Apeldoorn is hierin niet uniek, ook andere gemeenten waren volop bezig met actieve grondpolitiek en hebben ook te maken met de gevolgen. Ik wil hier ondermeer verwijzen naar een recent rapport van Deloitte, waarin wordt aangegeven dat minimaal 60 gemeenten in de problemen zullen komen.
De keuze voor het instrument actieve grondpolitiek was niet het probleem, maar de uitvoering. Het probleem van de uitvoering wordt geconcretiseerd door bijvoorbeeld: de slechte start door het niet werken met strategische verwervingsplannen, en een slechte beheersing van risico’s binnen projecten en op het totale portefeuilleniveau. Dit werd gecombineerd met een groot planoptimisme met overprogrammering als gevolg en onvoldoende aandacht voor het weerstandsvermogen.
Ik wil op hoofdlijnen namens de CDA fractie ingaan op de conclusies en verantwoordelijkheden aan de hand van verschillende actoren. Te beginnen met het college.
Het college
In de conclusies van het rapport wordt vaak gesproken over het college. Dit kunnen wij onderschrijven. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden liggen bij het college als geheel. Eenheid van bestuur middels collegiaal bestuur is uitgangspunt. Het zgn. non-interventiebeginsel is in het openbaar bestuur een bekend fenomeen en tot op zekere hoogte aanvaardbaar maar, in Apeldoorn veel te ver doorgeschoten. Dit is een verantwoordelijkheid van het gehele college. Toch zijn er binnen het college bijzondere verantwoordelijkheden. Het CDA wil in het kader hiervan met name Wethouder grondzaken van destijds en de wethouder financiën noemen.
De conclusies ten aanzien van wethouder Metz.
De informatievoorziening aan het college en de raad was duidelijk niet op orde. Dit is een beeld dat uit het rapport tot ons komt. De verantwoordelijkheid voor de informatie die naar de raad is gegaan ligt in eerste instantie bij wethouder Metz, wethouder grondzaken tot 2010. De verantwoordelijke wethouder heeft bekendgemaakt terug te gaan treden. Een politiek onvermijdelijke stap.
De wethouder Financiën
Op verschillende plekken in het rapport komen de signalen aan de orde die ook hij heeft gehad over de overprogrammering en bijv. de omvang van de reserve. Het kan niet anders dan dat de wethouder financiën op de hoogte was van de risico's.
Los van waarheidsvinding vindt het CDA dat de verantwoordelijkheid, van de wethouder Financiën onvoldoende wordt benoemd in de conclusies van het rapport. Hij is verantwoordelijk voor de totale financiën van het concern.
De andere wethouders in het college liften mee op de gedraging van wethouder grondzaken. Ook de andere wethouders kun je ten minste naïviteit verwijten. Het CDA kan zich niet voorstellen dat zij niet op de hoogte waren.
Het is bijvoorbeeld opmerkelijk dat geen van andere wethouders de alarmerende signalen uit de ambtelijke dienst heeft opgevangen, dan wel er iets mee gekund heeft indien er wel iets boven kwam. Dit geeft te denken over de manier van werken, dan wel de openheid in de cultuur in het stadhuis.
De Raad
De raad heeft een eigenstandige rol in het rapport. Lijdzaamheid wordt de raad verweten. O Ja, er waren momenten dat er kritische vragen waren van raadsleden. Maar toch over het geheel lijdzaamheid als overheersend beeld. De raad zal haar eigen instrumentarium anders moeten gaan hanteren. De raad zal haar kaderstellende en controlerende rol waar moeten maken, met oog voor risico’s en een pro-actieve houding.
Ambtelijke organisatie
Een belangrijke rol is weggelegd voor de ambtelijke organisatie. De ambtelijke organisatie handelt onder verantwoordelijkheid van het college. De gemeentesecretaris heeft daarbij als hoogste ambtelijke baas een nadrukkelijk rol om te waarborgen dat de adviezen uit de organisatie professioneel zijn, integer zijn, onafhankelijk zijn. De organisatie heeft ten aanzien van deze aspecten laten zien dat er onvoldoende ruimte is voor onafhankelijke advisering. Indien het ambtelijk apparaat vanuit haar verantwoordelijkheid en professionaliteit op een bepaalde wijze moet adviseren en het college is van mening dat er reden is om ervan af te wijken, laat dat dan zien. Transparant. Het college is verantwoordelijk en moet keuzes maken. De ambtelijke organisatie is vervolgens gehouden om loyaal uitvoering te geven aan de genomen besluiten. Het gaat om de goede balans. Er moet ruimte zijn om te adviseren, tegenspraak te geven. Wanneer dat in de lijn vastloopt moet er een mogelijkheid zijn om daarover aan de bel te trekken. In de reorganisatie die nu loopt moet de advisering in brede zin haar plek krijgen.
Een aspect wat in de vorige raadsperiode veel aandacht kreeg was de cultuur. Aan de hand van de rapportage die we als raad daarover eind vorige raadsperiode van het college hebben ontvangen leek de zaak op orde te zijn gebracht. Het rapport geeft aan dat het op z’n minst binnen de dienst RO niet op orde is. Over de verdere organisatie zegt het rapport niets, een brede doorvertaling kun je en mag je daarom niet maken. Ook op dit punt is het zaak dat in het kader van de reorganisatie nader te adresseren.
De politieke beoordeling die later op deze avond zal plaatsvinden is de eerste stap, een belangrijke stap, maar daarmee zijn we er nog niet.
Voorzitter, hoe nu verder?
De in het rapport genoemde aanbevelingen zijn een mooie basis. In grote lijnen kunnen we ons hier in vinden. Om het verhaal te onderstrepen heeft het CDA een motie opgesteld.
Middels deze motie Gedeelde verantwoordelijkheid roept de raad het presidium op om voorbereidingen te treffen voor het instellen van een raadswerkgroep met als doel het uitwerken van de aanbevelingen tot verbetervoorstellen.
Zoals gezegd, vanavond staat in het teken van rekenschap geven. We moeten door deze zure appel heen. Voor het CDA is het belangrijkste vooruit kijken en met hersteld vertrouwen werken aan deze mooie gemeente.