Nieuws
Raadsdebat 13 februari, betoog CDA fractievoorzitter
maandag 13 februari 2012, bron: fractievoorzitter

Raadsdebat 13 februari: Betoog van fractievoorzitter Gaston Slagers

Allereerst een woordje vooraf tegen alle organisatiemedewerkers: van hoog tot laag.

Best is meer dan de moeite waard. We zijn een financieel gezonde gemeente die ook een hoge klanttevredenheid WMO scoort, zeker in vergelijking met andere gemeentes. Uit de rapportcijfers van waar ‘staat je gemeente’ blijkt, dat op praktisch alle fronten verder verbetering heeft plaatsgevonden voor wat betreft de ervaringen van onze inwoners met onze gemeente. Denk daarnaast aan de centrumontwikkelingen, de reconstructie van de Eindhovenseweg -Zuid en ga zo maar door. Allemaal voorbeelden dat er binnen dit huis hard en kwalitatief goed werk wordt geleverd. Hierbij bedankt het CDA iedereen die daar een steentje aan heeft bijgedragen. Wij konden op u rekenen en rekenen ook op u in de toekomst!


Waarom eigenlijk dit woordje vooraf? Nou, iedereen die de laatste maanden de publicaties in het ED leest weet het antwoord wel. Het imago van onze gemeente heeft naar onze mening een forse deuk opgelopen. Onnodig en daarom verwerpelijk. Ook vinden wij dat het politiek debat gevoerd moet worden is in deze raadszaal, in een openbare raadsvergadering op basis van hoor en wederhoor en nergens anders. Daarnaast betreuren wij het besluit van de door ons hooglijk gewaarde collega Vic Kerkhoff. In een brief van zijn hand deelt hij mede zijn raadlidmaatschap met onmiddellijke ingang op te zeggen omdat , volgens hem, de context van zijn gesprek met het ED onvoldoende terugkwam in een gepubliceerd artikel. Wij betreuren zowel het artikel als het besluit van Vic, maar respecteren dat laatste.

Afgelopen zaterdag stond er een artikel in het ED met de kop “Coalitie in Best sluit de gelederen” en “CDA, VVD en D66 steunen Kortmann”. Daarover het volgende. Het CDA kijkt altijd eerst naar de feiten, beoordeelt elk onderwerp afzonderlijk en, indien nodig, in onderlinge samenhang. Daarnaast dragen wij toekomstgericht bij aan kaders ter verbetering en bewaken de voortgang. Wij hoeden ons voor het oordelen of veroordelen vóórdat het proces om te komen tot een gefundeerd oordeel in deze raad is voltooid. Vanavond gaan wij zo’n proces in, en waar nodig, zal het CDA, gebaseerd op feiten, zeker kritisch zijn. Daarna zullen we pas oordelen en zo nodig veroordelen. Niet eerder. Tot dat tijdstip steunen wij Kortmann op zijn minst moreel, temeer omdat de kwesties die nu spelen, richting hem veel te persoonlijk zijn gemaakt.

Onze fractie neemt u even mee terug naar 2008. Een tijd met andere personen in het college en een andere burgemeester. Niet naar het ED van toen maar naar het toen uitgevoerde MBO onderzoek. Dit om een sfeerbeeld te geven. Ik ben mij rot geschrokken: de resultaten waren om te huilen maar komen wel overeen met constateringen van het gerenommeerd adviesbureau Berenschot. Die troffen 4 duidelijke knelpunten aan:

  1. Er bestaat onvoldoende vertrouwen van in MT en overig leidinggevend kader, én in het College.

  2. Een cultuur en sfeer van afwachtendheid, wantrouwen en conflicten.

  3. De kwaliteit van werkprocessen, samenwerking en producten die voor verbetering vatbaar is.

  4. Een onvoldoende samenwerking binnen de organisatie..

Met name toen ik las dat er onvoldoende vertrouwen was in MT en overig leidinggevend kader én in het college liepen de koude rillingen over mijn rug. Tijd voor drastische maatregelen. Een volgende miljoenen kostende reorganisatie werd in gang gezet. ‘Time for change!’ onder het mom van ‘yes we can!’ óf op z’n Bests: “het kost wa mar dan kredde ook wa!”

In dat jaar werd door de raad ook een besluit aangenomen waarin niet alleen de opdracht aan het college werd gegeven om uiterlijk een jaar na afronding van de fysieke reorganisatie een nieuw MBO te verrichten en de uitkomsten daarvan aan de raad te presenteren maar ook om ieder kwartaal de raad te informeren over de voortgang van de doorontwikkeling van de organisatie, en de geboekte vooruitgang met feiten en cijfers te illustreren.

Nu de link naar het heden

Op 14 september 2011 meldt het college, op schriftelijke vragen van CDA, dat in juli 2009 de zogenaamde houtkoolschets formeel het organisatieplaatje werd en dat in februari 2010 het gehele management vernieuwd en ingevuld is. Volgens het college betekent de fysieke reorganisatie echter tevens de borging van de andere functies zoals onder andere aanpassing van de functiebeschrijvingen. Tevens wordt in betreffende brief aangegeven dat in raadscommissies en seniorenconvent meerdere malen is aangegeven dat de uitvoering van het bedoelde MBO, juist om reorganisatieontwikkelingen, naar een later tijdstip werd verschoven. Daaruit maakt het CDA op dat de fysieke reorganisatie in 2010 nog niet was afgerond. Daaruit volgen de volgende vragen aan het college:

  1. waarom is niet gedurende de volle looptijd van de organisatieontwikkeling gevolg heeft gegeven aan de motie uit 2008 om ieder kwartaal de raad de informeren en de geboekte vooruitgang met feiten en cijfers te illustreren?

  2. Vindt u dat het de raad daardoor heeft ontbroken aan adequate informatie over de voortgang van de organisatieontwikkeling?


Inmiddels is het MBO in november 2011 uitgevoerd. De resultaten zijn op bijna alle onderdelen verbeterd t.o.v. 2007/2008 maar in een aantal gevallen nog steeds onder de maat. De speerpunten zijn benoemd. De geboekte vooruitgang stemt ons ook hoopvol. Opmerkelijk is wel dat vertrouwen en vertrouwensgedragingen niet zijn gemeten in 2007/2008 en wel in 2011. We weten wat Berenschot vond van dat vertrouwen in 2008. Nu scoort vertrouwen 85 % en vertrouwensgedragingen 82% (positieve en neutraal scores opgeteld). In dat kader hebben wij de volgende vraag aan het college, waarbij de vraag gezien moet worden in de context van een artikel in het ED van 7 februari waarin gesproken wordt van een ‘vertrouwenscrisis tussen medewerkers en leiding’. Mag uit de eerder genoemde percentages worden opgemaakt dat er een duidelijke verbetering in het vertrouwen tussen medewerkers en leiding is gekomen?

Het CDA vindt verder dat alle genoemde zorg- en verbeterpunten naar aanleiding van het gehouden onderzoek met kracht, op korte termijn, opgepakt en ingevoerd moeten worden en dat de voortgang wordt bewaakt.

En dan nu de procesgang en besluitvorming rondom het organisatieontwikkelingsonderzoek

Wij vragen toelichting aan het college over het gestelde op pagina 4 van het rapport Janssen/van Vugt waarin wordt gesteld dat de feitelijke ontvlechting van de zakelijke relatie met het begeleidende bureau van het OO- gedeelte niet rechtstreeks valt onder het onderzoek vanwege een geheimhoudingsovereenkomst tussen beide partijen.

Het CDA is klip en klaar over de procesgang en besluitvorming rondom het OO-traject. Er is veel fout gegaan. De bestuurlijke en ambtelijke communicatie en informatie over de besluitvorming van het college was onvolledig en daardoor onvoldoende. Er heeft onvoldoende sturing plaatsgevonden en er was weinig integraal denken. Ook de spelregels rondom contractvorming dienen scherper te worden geformuleerd en zowel intern en extern goed gecommuniceerd te worden.

Nu we het toch hebben over communicatie: communicatie en informatie is binnen iedere organisatie maar ook naar derden een kritische succesfactor en dient naar de mening van het CDA, naast alle andere te maken verbeterslagen, topprioriteit te krijgen voor wat betreft aanpak en implementatie. Dit moet onder meer bedrijfsongelukken met financiële gevolgen zoals nu zo goed als mogelijk voorkomen. Want laat ons duidelijk zijn: het geld wat het ons nu kost hadden wij liever aan belangrijkere zaken besteed.

Aanvullend hebben wij nog een paar vragen aan het college.

  1. Worden alle geconstateerde feiten zoals verwoord in het rapport Janssen/van Vught onderschreven?

  2. Kan aangegeven worden waarvoor de geraamde inzet van de interne organisatie in het OO-traject (1700 mandagen) inhoudelijk bedoeld was en waarom deze inzet als onverantwoord werd bestempeld.

  3. Vindt u dat steeds strakke regie is gevoerd op het hele OO-traject en licht dit nader toe.

‘Last but not least’ nog het volgende

Uit de documenten blijkt overduidelijk dat intern de organisatie de verhouding met de OR helaas op gespannen voet staat. Onze gemeente heeft juist nu, alsook in de toekomst, vele uitdagingen het hoofd te bieden. Normalisatie van die betrekkingen binnen de daarvoor geldende regels en kaders is daarom noodzakelijk. Daartoe roepen wij het college, de directie en de WOR- bestuurder op. Ook hier speelt wederzijds vertrouwen een belangrijke rol aangezien vertrouwen de basis vormt voor iedere vorm van samenwerking. Geen blind vertrouwen maar vertrouwen dat door iedereen moet worden verdiend. Zet die stap en wacht niet op een ander! Daar is iedereen binnen deze organisatie maar bovenal de Bestse samenleving het meest bij gebaat. Best is immers de moeite waard.


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4 
Archief
  • 2012
  • 2011
  • 2010
  • 2009