Hier kunt u het verkiezingsprogramma lezen.
Het programma kan hier zonder downloaden worden gelezen. De tekst staat volledig uitgeschreven. Zie ook de nieuwsberichten op de startpagina ('home').
Klik op 'meer over dit item' voor de volledige tekst.
INHOUDSOPGAVE
Morgen begint vandaag!
1. Ruimte voor de jeugd
CDA Hoeksche Waard
CDA Binnenmaas
Jongeren
Gezinnen
Onderwijs
Sport
2. ‘Kern’gezond – hoe houden we de kernen vitaal
CDA Hoeksche Waard
CDA Binnenmaas
Leefbaarheid en voorzieningen
Verkeer en vervoer
Openbare werken (wegen en groen)
Welzijn – algemeen
Cultuur
3. Goed voor elkaar – omzien naar en zorgen voor elkaar
CDA Hoeksche Waard
CDA Binnenmaas
Wonen, welzijn, zorg
Ouderen
Minima
Asielzoekers en vluchtelingen
Volksgezondheid
4. Wonen voor jong en oud
CDA Hoeksche Waard
CDA Binnenmaas
Woningbouw
5. Duurzaam en dynamisch landschap
CDA Hoeksche Waard
CDA Binnenmaas
Nationaal landschap
Natuur
Milieu en duurzaamheid
Ruimtelijke ordening
Economische zaken en werkgelegenheid
Recreatie
6. Overige onderwerpen
Regionale samenwerking
Bestuurlijke zaken
Collegevorming
Openbaarheid van bestuur en bestuurscultuur
Openbare orde en veiligheid
Financiën
Morgen begint vandaag!
Voor u ligt het verkiezingsprogramma van CDA Binnenmaas. Naar welke toekomst willen wij ons bewegen? En hoe bereiden we ons daarop voor? Vanuit dat vergezicht nemen we, samen met de andere CDA-afdelingen in de Hoeksche Waard, in dit verkiezingsprogramma stelling rond vijf centrale thema’s, die volgens het CDA de toekomst van de Hoeksche Waard in belangrijke mate bepalen. Vervolgens geven we aan hoe we deze gewenste toekomst ook daadwerkelijk willen bereiken. Immers: morgen begint vandaag! De vijf centrale thema’s in dit verkiezingsprogramma zijn:
1. Ruimte voor jeugd
2. ‘Kern’gezond – hoe houden we de kernen vitaal
3. Goed voor elkaar – omzien naar en zorgen voor elkaar
4. Wonen voor jong en oud
5. Duurzaam én Dynamisch Landschap
Vervolgens is dit programma aangevuld en ingekleurd met concrete doelstellingen voor CDA Binnenmaas in de periode 2010-2014. Deze zijn aangeduid met beleidspunten Binnenmaas en cursief afgedrukt.
Wie zijn wij…
CDA Hoeksche Waard: betrokken, betrouwbaar, dichtbij!
Is het CDA voor u herkenbaar? Als het goed is herkent u ons als christen-democratische volkspartij, die de Bijbelse boodschap als grondslag en inspiratiebron gebruikt! De oude grondbeginselen rentmeesterschap, gerechtigheid, solidariteit en gespreide verantwoordelijkheid zijn nog steeds onlosmakelijk verbonden met het CDA. Maar waar staan deze grondbeginselen vandaag de dag nu precies voor vraagt u zich misschien af? Eigenlijk gaat het steeds om mensen: menselijk geluk, waardigheid, veiligheid, zorg voor elkaar, respect en gemeenschapszin. Voor de komende verkiezingsperiode hebben we dit samengevat in drie kernbegrippen ‘betrokken, betrouwbaar, dichtbij’. Deze kernbegrippen vormen de rode draad, die het denken en handelen van het CDA in de Hoeksche Waard samenbindt. Onder het motto ‘met de raad naar de straat’ ontmoeten wij u in de komende periode graag om uit te leggen waar wij voor staan en hoe het CDA haar positie in het gemeentebestuur graag invult.
Betrokken
Juist in een tijd van internationalisering en internet, kiest het CDA voor een samenleving waarin op grond van gedeelde waarden en normen iedereen telt. We praten over mensen en niet over dossiers. Het CDA ziet dorpen en buurtschappen graag als levendige gemeenschappen, waar mensen elkaar op allerlei manieren ontmoeten. De gemeente is er voor deze gemeenschappen en niet andersom.
Betrouwbaar
Een gemeente is een samenspel tussen bestuurders, burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en instellingen. Voor een goed samenspel moeten alle spelers betrouwbaar zijn. Bestuurders hebben daarbij de bijzondere verantwoordelijkheid om besluitvaardig op te treden in moeilijke situaties en verantwoording af te leggen in de openbaarheid over het gevoerde beleid.
CDA-gemeentebestuurders zijn daarom betrouwbaar, integer (eerlijk en onomkoopbaar), geloofwaardig, inspirerend en betrokken. Op CDA bestuurders kun je rekenen als het gaat om het afleggen van verantwoording en het uitdragen van gezag.
Dichtbij
CDA-ers staan midden tussen de mensen en hun gemeenschappen. We geven graag invulling aan het bestuur van de gemeente door mensen bij elkaar te brengen en belangen met elkaar te verbinden. Gemeenten hebben een belangrijke taak bij het ondersteunen en beschermen van gemeenschappen van mensen: gezinnen en families, scholen, kerken, verenigingen, straten, buurten en dorpen.
Wat willen wij…
1. Ruimte voor jeugd
Het CDA werkt in de Hoeksche Waard op dit moment op verschillende manieren aan een integrale aanpak van jeugd- en jongerenbeleid. Deze integrale aanpak is nodig om de aanpak op de gebieden onderwijs, wonen, werk, zorg en welzijn beter op elkaar af te stemmen. Dit doen we zoveel mogelijk voor en met jongeren, om zo goed aan te sluiten bij de behoefte van jongeren en jongeren ook mede verantwoordelijkheid te laten dragen. Voor de komende periode willen we ons
inzetten voor meer ‘ruimte voor jeugd’ en wel op vier manieren:
• groeiruimte: jongeren krijgen meer ruimte om gezond en veilig op te groeien;
• bewegingsruimte: jongeren krijgen meer ruimte voor (ongeorganiseerd) sporten en spelen;
• ontwikkelruimte: jongeren krijgen meer ruimte om hun talent te ontwikkelen;
• leefruimte: jongeren krijgen meer ruimte voor hun eigen plek in de samenleving.
Groeiruimte
De beste basis om op te groeien is een evenwichtige en gezonde thuissituatie. Gelukkig bieden heel veel ouders hun kinderen een veilige, geborgen, gezonde en stimulerende gezinssituatie. Met het overgrote deel van de jeugd gaat het gelukkig dan ook goed! Ouders zijn natuurlijk zelf verantwoordelijk voor de opvoeding. Maar in de gevallen dat het even niet lukt, moeten ouders en jongeren gemakkelijk en snel de weg kunnen vinden naar de juiste hulp. Om problemen in het gezin zo vroeg mogelijk te signaleren, snel de juiste hulp te bieden, is het nodig dat scholen en hulpinstanties tot een ‘naadloos’ sluitende aanpak komen. Met de opening van het Hoeksche Waardse Centrum voor Jeugd en Gezin in Oud-Beijerland begin 2010
wordt een hele belangrijke stap gezet (in de overige gemeenten is dit vooralsng gekoppeld aan zorgloketten en consultatiebureaus). Daarmee kunnen jongeren en ouders op één locatie terecht met vragen. Het CDA vindt dat de gemeente de regie moet blijven houden op het verbeteren van de samenwerking tussen scholen en hulpinstanties. Het CDA wil dit bereiken door de functie van het Centrum voor Jeugd en Gezin verder door te ontwikkelen. Het CDA wil de komende periode bereiken, dat vanuit dit centrum Jeugd en Gezin ook een goede scholing en ondersteuning van vrijwilligers en hulpverleners geregeld wordt.
Bewegingsruimte
Voor een goede ontwikkeling is het belangrijk dat de jeugd kan sporten en buiten kan spelen. In veel van de uitbreidings- en inbreidingsplannen van de afgelopen decennia is hier onvoldoende aandacht voor geweest. Het CDA wil dit keren; jongeren moeten op een moderne manier weer kunnen schobberen. Daarbij gaat het niet alleen om sport in clubverband of spelen in daarvoor bestemde speeltuinen, maar ook ruimte voor spontane, ongeorganiseerde sport- en speelactiviteiten. Bij nieuwe bouwplannen maakt het CDA zich de komende periode sterk voor het opnemen van voldoende ruimte voor sporten en spelen. Ook in bestaande wijken wil het CDA in overleg met sportvereniging, scholen en plaatselijke jeugd kijken waar de mogelijkheden voor sporten en spelen verbeterd kunnen worden.
Ontwikkelruimte
De ontwikkelingskansen van jongeren hangen voor een groot deel samen met de kansen op een succesvolle en ononderbroken schoolloopbaan. Toch vindt het CDA dat er niet te eenzijdig gekeken moet worden naar schoolprestaties. CDA-ers hebben – vanuit de grondbeginselen – de overtuiging dat iedereen telt en dat iedereen het verdient om tot zijn/ haar recht te komen. Dit betekent dat wij - naast schoolprestaties - groot belang hechten aan het ontwikkelen van talenten, sociale vaardigheden en het eigen maken van waarden en normen. Dit gaat het best
spelenderwijs, bijvoorbeeld door het aanbieden van sportieve en culturele activiteiten in en rond school. Daarom zet het CDA ook stevig in op de ontwikkeling van de ‘Brede School’. Daarnaast stelt het CDA zich het doel om in de komende periode de ‘maatschappelijke stage’ in de Hoeksche Waard van de grond te krijgen. Het is de scholen, werkgevers en vrijwilligersorganisaties in de Hoeksche Waard nog niet gelukt om tot afspraken te komen op dit punt. Het CDA vindt het daarom de hoogste tijd dat de gemeente de regierol oppakt. Maatschappelijke stage, praktijkscholen en leerwerkprojecten stellen jongeren beter in staat een baan te vinden, die aansluit bij hun talenten en mogelijkheden. Verder wil het CDA de koppeling tussen school en praktijk verbeteren door twee stimuleringsregelingen, namelijk: 1) het verzorgen van gastlessen op middelbare en vakscholen door ondernemers, bestuurders en medewerkers van maatschappelijke organisaties; 2) trainingen aan jongeren vanuit de praktijk over de verwachtingen van werkgevers en omgekeerd, het schrijven van sollicitatiebrieven, het voeren van sollicitatiegesprekken en trainingen in assertiviteit/ zelfvertrouwen.
Leefruimte
Het beeld dat jongeren geen behoefte hebben aan bemoeienis en betutteling klopt. Dat wil niet zeggen dat jongeren op hun tijd geen behoefte hebben aan gezonde aandacht, interesse in wat hen bezighoudt en coaching in dingen waar ze tegenaan lopen. Dat de communicatie met deze leeftijdsgroep vaak niet gemakkelijk verloopt, mag natuurlijk niet betekenen dat we ze daarom ‘uit de weg’ gaan. Het CDA vindt daarom dat jongerencentra en aangewezen ‘hangplekken’ niet weggestopt moeten worden. Jongeren verdienen een plek midden in de samenleving. Voor een goede ontwikkeling is het belangrijk dat jongeren eigen keuzes kunnen maken en mogen leren van hun fouten. Daartoe heb je mensen nodig die de jongeren positief benaderen en waar de jongeren een voorbeeld aan willen nemen. Als we jongeren letterlijk en figuurlijk ruimte bieden in het midden van de samenleving, betekent dit een situatie creëren, waarin jongeren en ouderen zullen moeten werken aan wederzijds begrip, verdraagzaamheid en verbondenheid. Het CDA wil in de komende periode bereiken dat jongerenwerkers, horeca ondernemers, verenigingen, scholen, exploitanten van sociaal-culturele voorzieningen, politie en omwonenden rond jongerencentra en hangplekken hun handelen richting jongeren beter op elkaar af stemmen,gericht op terugdringen van anonimiteit en begrip voor het individu. In zo’n aanpak ziet CDA ook de beste kansen voor het terugdringen van alcoholgebruik. Jongeren drinken steeds meer en vaker alcohol. En ze drinken op steeds jongere leeftijd, met alle negatieve gevolgen op de ontwikkeling van dien. Het CDA wil in de komende periode met de voorgenoemde partijen komen tot een sluitende regionale aanpak op het gebied van alcohol matiging en preventie.
Beleidspunten Binnenmaas Ruimte voor de Jeugd
Jongeren
1. De jeugdnota moet er zo snel mogelijk komen. Hierin komen in elk geval onderwijs, wonen,
werk, zorg en welzijn aan de orde. Jongeren moeten daarbij actief worden betrokken.
2. Jongeren moeten in hun eigen dorp een woning kunnen vinden. Zie verder de paragraaf Wonen voor jong en oud.
3. De gemeente moet zich inzetten om werklozen jongeren via een stage of op andere manier betere kansen op de arbeidsmarkt te geven. In sommige gevallen kan een beroep worden gedaan op de Wet Werk en Bijstand om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Van groot belang is dat jongeren over een startkwalificatie beschikken, of die alsnog halen.
4. Het voorkomen van verslavingen bij de jeugd heeft prioriteit. Naast beleid op gok-, alcohol-, en drugsverslaving krijgen voorlichting over eetverslaving en anorexia meer aandacht. In gemeentelijke jeugdcentra mag geen alcohol worden geschonken.
5. De gemeente moet deelname aan jeugd- en jongerenactiviteiten (waaronder sport, muziek en recreatie) in alle dorpen stimuleren via het subsidiebeleid en de beschikbaarheid van accommodaties.
6. In alle dorpen moeten recreatieve voorzieningen zijn, waarvan de jeugd gratis gebruik kan maken. Denk aan trapveldjes, voetbalkooien, basketbalterreintjes, de strandjes aan de Binnenmaas, rollerskatebaan, speelgelegenheden voor jonge kinderen enz. Waar mogelijk wordt er een (bestaande) vereniging, buurtvereniging of stichting verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Jongeren moeten ook zelf de handen uit de mouwen steken en mogelijk zelf via acties een deel van de financiering van activiteiten of accommodaties te verzorgen.
7. De jongerenwerkers moeten wisselend worden ingezet in alle kernen
8. In woonwijken zijn speelplaatsen voor de jongere kinderen belangrijk. De veiligheid hiervan krijgt speciale aandacht.
9. De besturen van gesubsidieerde jeugd- en jongerenaccommodaties moeten eens per jaar een bijeenkomst met omwonenden houden voor uitwisseling van informatie en klachten.
10. Het CDA legt liever de nadruk op het verstrekken van geld voor activiteiten dan op het verstrekken van geld voor accommodaties. Méér eenvoudige accommodaties hebben onze voorkeur boven minder en dure accommodaties.
11. Schoolmaatschappelijk werk is nu onderdeel van de taken van het Centrum van Jeugd en Gezin. Bij voorkeur wordt deze hulp (fysiek) op de scholen aangeboden.
12. Maatschappelijke stages leveren waar mogelijk een bijdrage aan de vitaliteit van onze kernen. Contact met mensen en bijdragen aan een vitale samenleving zijn de belangrijkste leeraspecten van de stage. In het bijzonder zien wij mogelijkheden voor stageplaatsen in de zorg, die de betrokkenheid van “eenzame ouderen” bij de lokale samenleving vergroot.
Gezinnen
1. Het CDA staat voor een gezinsvriendelijke samenleving. De gemeente moet daartoe goed
beleid hebben over onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen, uitvoering van de bijzondere
bijstand, subsidiebeleid en voorzieningen voor kinderen en jongeren.
2. De gemeente schept voorwaarden voor diverse vormen van kinderopvang, waaronder
buitenschoolse opvang. Het CDA staat positief tegenover particuliere initiatieven voor
realisatie van deze opvang.
3. Het centrum voor Jeugd en Gezin moet in het bijzonder eenoudergezinnen actief benaderen
met voorlichting over de mogelijkheden voor hulp in de opvoeding van minderjarige kinderen.
Onderwijs
1. Het CDA vindt dat de gemeente alle invloed moet gebruiken om basisonderwijs in elk van de
dorpen te handhaven. Een constructieve samenwerking met de Stichting Acis Primair
Onderwijs Hoeksche Waard, de Stichting Christelijke Scholengroep De Waard en de
Vereniging tot het verstrekken van Basisonderwijs op Gereformeerde Grondslag is vereist.
2. Vrijheid van onderwijs is voor het CDA een essentieel uitgangspunt. De gemeente zorgt
daartoe voor gelijkheid van openbaar en bijzonder onderwijs binnen de gemeente, zoals dat in
grondwet is vastgelegd.
3. Het CDA kiest voor instandhouding van openbaar en protestants-christelijk basisonderwijs in
elke kern, ook in Westmaas. Het onderbrengen van twee kleinschalige scholen in één gebouw
heeft de voorkeur. Hierbij wordt goed rekening gehouden met de identiteit van beide scholen.
4. De gemeente bevordert de overdracht van waarden en normen in het (openbaar) onderwijs,
o.a. door voldoende subsidie te verstrekken voor het levensbeschouwelijk onderwijs.
5. Het CDA hecht grote waarde aan goed overleg en tijdige informatie-uitwisseling tussen de
gemeente enerzijds en vertegenwoordigers van bijzonder en openbaar onderwijs anderzijds.
Het periodiek gehouden lokaal onderwijsoverleg kenmerkt zich door openheid en het gevoel
van een gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid. Naast materiële zaken komen ook
onderwerpen als sociaal welzijn, racisme, vandalisme, verkeersveiligheid en milieu aan de
orde.
6. Het tijdig signaleren van en werken aan leer- en ontwikkelingsachterstanden is erg belangrijk.
Dit gebeurt onder meer door de aanwezigheid van peuterspeelzalen en het bestrijden van
schoolverzuim, o.a. door handhaving van de leerplichtwet.
7. Peuterspeelzalen blijven belangrijke voorzieningen, die in principe in elke kern in stand
worden gehouden. Daarvoor is een redelijke ouderbijdrage en inzet van voldoende ouders als
bestuurslid en/of vrijwilliger nodig.
8. Het CDA vindt dat de gemeente een cursus “Kom op voor jezelf” in groep 7 of 8 van de
basisscholen moet blijven subsidiëren.
Sport
1. Sportactiviteiten voor jongeren worden gestimuleerd door het subsidiebeleid en
beschikbaarheid van accommodaties.
2. Schoolzwemmen voor alle basisscholen blijft door de gemeente gesubsidieerd.
3. De wens van het CDA is ouders primair als vrijwilliger in te zetten voor het begeleiden van
hun kinderen bij het sporten. Het beheer en onderhoud van de sportterreinen wordt in
opdracht en onder toezicht van de gemeente uitgevoerd. Werkzaamheden die verenigingen zelf
zonder kwaliteitsverlies kunnen uitvoeren, kunnen worden overgedragen.
4. Gezamenlijke benutting van accommodaties door meerdere verenigingen wordt gestimuleerd.
Eventuele fusies vinden alleen op initiatief van de verenigingen zelf plaats.
5. Sportvelden zijn op afspraak ook beschikbaar en toegankelijk voor andere organisaties zoals
scholen, jeugdverenigingen en andere plaatselijke organisaties.
6. Het CDA wil dat een derde veld voor de hockeyvereniging wordt aangelegd, waarbij de
gemeente een financiële bijdrage levert.
7. Kantines bij sportaccommodaties mogen niet te laat sluiten. De gemeente verleent slechts
vergunning voor het schenken van zwakalcoholische dranken.
2. ‘Kern’gezond – hoe houden we de kernen vitaal
Het CDA gaat voor gezonde, vitale kernen. Dat betekent dorpen en buurtschappen waar het
goed, wonen, werken en genieten is. Als het gaat over vitaliteit, dan gaat de discussie vaak al
snel over voorzieningen en accommodaties. Maar vitaliteit heeft in de eerste plaats te maken met
activiteiten waarbij mensen elkaar ontmoeten, zoals bij dorpsfestiviteiten en in verenigingsleven,
maar ook gewoon op straat of in de winkel. Pas in de tweede plaats gaat het over de plek of het
gebouw waar die activiteiten moeten plaatsvinden: de accommodaties.
Activiteiten
In deze tijd van schaalvergroting en individualisering kiest het CDA voor een samenleving waarin
iedereen telt. Het CDA ziet stichtingen, (buurt)verenigingen en levensbeschouwelijke organisaties
als het cement van de samenleving. We willen het verbindend vermogen van deze organisaties
graag verbeteren. Daartoe willen we graag naar een meer ‘activerend subsidie systeem’. In een
activerend subsidie systeem worden de inspanningen van individuen en organisaties beloond om
activiteiten te organiseren, die een meerwaarde hebben voor de eigen vereniging of de
samenleving. Op deze manier worden (beginnende) organisaties geprikkeld om actief te
worden/blijven en nieuwe initiatieven te ontplooien gericht op het op peil houden of verbeteren
van voorzieningen en activiteiten in dorpen. In het bijzonder wil het CDA de trend van
toenemende eenzaamheid keren door initiatieven gericht op eenzaamheidsbestrijding ruimhartig
te ondersteunen. Ook wil het CDA verenigingen stimuleren om coaches en bestuurders aan te
trekken en te behouden, die zich inzetten voor de ontwikkeling van jongeren.
Accommodaties
In de hele Hoeksche Waard speelt in meer of mindere mate de vraag of accommodaties voor
verenigingen, scholen en voorzieningen gebundeld moeten worden in multifunctionele
accommodaties, dan wel gespreid moeten worden over dorpen en buurten. Deze vraag is niet
gemakkelijk te beantwoorden. Er zijn meerder keuzes denkbaar die – mits goed uitgevoerd - tot
een vergelijkbaar voorzieningenniveau kunnen optellen. Duidelijk voor het CDA is in ieder geval,
dat isolement van mensen als gevolg van onvoldoende bereikbare of toereikende voorzieningen
niet aanvaardbaar is. Dit betekent echter niet, dat alle voorzieningen ook in de vorm van een
gebouw aanwezig moeten zijn in dorpen. Het bereikbaar maken van voorzieningen kan ook door
voorzieningen vanuit een centraal steunpunt naar de mensen te brengen (mobiele diensten,
thuiszorg, etc.), of door minder mobiele mensen met een goede vervoersregeling naar de
voorzieningen te halen.
Hoe houden we de kernen vitaal?
Voor het CDA is het duidelijk, dat de gemeente de ontwikkelingen op dit gebied niet alleen kan
bedenken en realiseren. In dit proces moet de gemeente wel de regie nemen in het bij elkaar
brengen van partijen en het uitwerken van een gedragen toekomstperspectief. In samenspraak
met inwoners en betrokken organisaties moet daartoe eerst vastgesteld worden, welke
activiteiten niet mogen ontbreken om een dorp of buurt vitaal te houden. Vervolgens moet
afgewogen worden hoe deze activiteiten het best georganiseerd kunnen worden in een buurt of
dorp: door een fysieke plek of vanuit een centrale locatie elders. Pas dan wordt inzichtelijk waar
investeringen in accommodaties en/ of de openbare ruimte de meeste toekomstwaarde hebben.
Beleidspunten Binnenmaas ‘Kern’gezond
Leefbaarheid en voorzieningen
1. Het CDA wil dat de dorpen en buurtschappen levende gemeenschappen zijn, waar mensen
elkaar op allerlei manieren ontmoeten. Een gemeenschap is belangrijker dan een gemeente.
2. Het project Vitale Kernen is een uitstekend initiatief. Er moeten strategische keuzes gemaakt
worden over de leefbaarheid en voorzieningen in de dorpen. Inwoners worden daarbij actief
betrokken. De basisvoorzieningen (supermarkt, school, huisarts) moeten, bij voorkeur op een
centrale plaats, in alle kernen aanwezig zijn.
3. Het CDA wil in elke kern een platform instellen om de vitaliteit te stimuleren. Het platform
krijgt een beperkt budget dat besteed kan worden aan zaken van algemeen nut voor de lokale
gemeenschap. Alle verenigingen mogen met een vaste afgevaardigde zitting nemen in dit
platform..
4. Het CDA wil dat er een collegelid wordt aangewezen dat de Vitale Kansen stimuleert. Het
gaat ons hier om een positieve benadering van initiatieven van inwoners en ondernemers die
de vitaliteit ten goede zouden komen, maar die niet binnen de plannen of de ambtelijke
capaciteit van de gemeente passen. Dit vereist een andere houding van het college. Gezien de
organisatorische raakvlakken gaat onze voorkeur uit naar de portefeuillehouder die ook
personeelszaken beheert.
5. Het CDA maakt zich sterk voor de leefbaarheid, onder meer via instandhouding van een zo
goed mogelijk voorzieningenniveau in de dorpen. De te ontwikkelen visie op het centrum van
Mijnsheerenland moet in ieder geval omvatten:
a. oplossen van het ruimtegebrek van de supermarkt en de parkeerproblemen
b. een brede school voor bijzonder en openbaar onderwijs
c. een sporthal
d. een zorgcomplex
e. een dorpsplein
f. het revitaliseren van de Ter Kuilenstraat e.o.
g. het beter toegankelijk maken van het gebied voor hulpdiensten
h. herinrichting van het complex van GOZ
i. het opvullen van de opengevallen plekken aan de Wilhelminastraat.
Speciale aandachtspunten zijn de tijdigheid van de scholenbouw en de verkeersontsluiting.
6. Het CDA ondersteunt onderzoek naar de initiatieven van ondernemers in ‘s-Gravendeel, die
een nieuw centrumplan ontwikkelen.
7. Er moeten in de dorpen meer bankjes worden geplaatst.
8. De gemeente moet in haar beleid duidelijk moet maken over welke voorzieningen zij zelf
beslist (bijv. bibliotheken), waar de gemeente stimuleert (bijv. subsidiebeleid) en waar de
gemeente vooral regisseert (bijv. winkels, zorgvoorzieningen, pinmogelijkheid).
9. Het CDA wil met minder overheidsgeld de accommodaties voor cultuur, welzijn, sport en
wijk- of buurtactiviteiten in de diverse kernen zoveel mogelijk in stand houden. Hierbij kiest
het CDA voor het op afstand zetten van het beheer van gebouwen, zo mogelijk via een
(Hoeksche Waardse) stichting of B.V., die verantwoordelijk wordt voor de gehele exploitatie
en budgetgebonden opereert (zoals ook de WHW bedrijven werken).
10. Soortgelijke voorzieningen in meer dorpen zijn altijd duurder dan één voorziening voor een
hele gemeente. Uitgangspunt is: decentraal wat kan en financieel haalbaar is.
11. In samenwerking met betrokken inwoners en organisaties wordt beslist wat een essentiële
basisvoorziening per dorp is en welke voorzieningen door de inwoners van meer dorpen
gebruikt kunnen worden.
12. Wanneer bestaande gebouwen in een kern niet gehandhaafd kunnen worden, moet er een
vervangende accommodatie komen voor het verenigingsleven van het eigen dorp.
13. In ’s-Gravendeel moet een geschikte locatie blijven om te kunnen trouwen. Dat kan in het
voormalige gemeentehuis zijn of elders.
14. De gemeente zorgt voor de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van openbare gebouwen
voor ouderen en gehandicapten.
15. De inwoners worden zoveel mogelijk gestimuleerd om aan plaatselijke activiteiten
(Koninginnedag, andere dorpsfestiviteiten, verenigingsleven enz.) mee te doen en de
saamhorigheid te bevorderen. Het subsidiebeleid is daarvoor een belangrijk instrument. Elk
dorp moet zo mogelijk een (dorps)plein hebben om deze festiviteiten te vieren.
16. De gemeente stimuleert dat scholen hun vakantieplanning zodanig aanpassen dat
Koninginnedag niet midden in de schoolvakantie valt.
17. Ter bevordering van de leefbaarheid moeten regelmatig woningen in alle dorpen gebouwd
worden.
Verkeer en vervoer
1. Bij de instandhouding en verbetering van het verkeers- en vervoersstelsel geven we prioriteit
aan de meest kwetsbare deelnemers: voetgangers en fietsers.
2. De gemeente moet werken aan een sluitend en veilig systeem van fiets- en voetpaden. Routes
waar schoolgaande kinderen veel gebruik van maken, krijgen daarbij voorrang. Inzet van
ouders en ouderen voor verbetering van de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld als verkeersouder,
wordt gestimuleerd. Op de plaatsen waar de meeste ongevallen plaatsvinden worden
infrastructurele maatregelen genomen om de veiligheid te vergroten.
3. Het CDA blijft zich inzetten voor de verkeersveiligheid in het algemeen, en voor
verkeersmaatregelen die voetgangers en fietsers beter kunnen beschermen, onder meer in
Maasdam, Heinenoord en ’s-Gravendeel. Deze maatregelen worden na overleg met
buurtbewoners genomen.
4. De leefbaarheid in de bestaande en nieuwe woongebieden wordt bevorderd door het nemen
van snelheidsremmende maatregelen, zoals verhoogde kruisingsvlakken en door de aanleg van
verkeersluwe straten.
5. De parkeernormen moeten bij nieuwe bouwplannen 10% boven de landelijke norm worden
gesteld.
6. Er wordt actief verder gewerkt aan het Duurzaam Veilig project, waarbij (het verbeteren van)
de veiligheid van de meest kwetsbare groepen in het verkeer (voetgangers en fietsers)
uitgangspunt is.
7. Het gebruik van wegen door wijken en kernen als doorgaande routes wordt zo veel mogelijk
tegengegaan als er alternatieven zijn. Wanneer er geen alternatieven zijn, is bij doorgaande
routes in woonomgevingen de veiligheid van de inwoners het uitgangspunt.
8. De gemeente spant zich in om de busvoorzieningen zo goed mogelijk af te stemmen op de
behoefte in de diverse dorpen. In de directe omgeving van bushaltes, o.a. aan de
Wilhelminastraat in Mijnsheerenland, moeten fietsen gestald kunnen worden. Onderzocht
moet worden of een halte van de waterbus en, in ’s-Gravendeel, een park-and-ride voorziening
haalbaar is.
9. Het CDA wil er bij de provincie op aan blijven dringen om tot spoedige aanleg over te gaan
van de parallelweg langs de provinciale weg Maasdam -’s-Gravendeel. In tegenstelling tot de
plannen van de provincie is het CDA voorstander van een vrijliggend fietspad.
10. De gemeente moet blijven zoeken naar een betere oplossing voor de fietsers op de N217 tussen
de rotonde ter hoogte van Heinenoord richting Oud-Beijerland en de Westdijk.
11. Ook de beveiliging van de oversteekplaats van de Westdijk - Mijnsheerenland met de
provinciale weg behoort tot de aandachtspunten in het overleg met de provincie.
12. Vrachtwagens moeten zo weinig mogelijk in de kernen en zo veel mogelijk op bewaakte
centrale parkeerplaatsen gestald worden.
13. Overbodige verkeersborden worden verwijderd.
14. Bij straatnaamgeving worden ook namen gebruikt van mensen, die in de Tweede
Wereldoorlog hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid, zoals in een CDA-nota is
aangegeven.
Openbare werken (wegen en groen)
1. Voor een efficiënt wegenbeheer is het nodig, dat daaraan een (financieel) onderbouwd
meerjarenonderhoudsschema ten grondslag ligt. Dit schema moet periodiek worden herzien.
Uitgaande van een acceptabel kwaliteitsniveau moeten de daarvoor noodzakelijke financiële
middelen in de begroting opgenomen worden.
2. Bij herstratingen wordt systematisch gekeken in hoeverre aanpassing van de openbare ruimte
gewenst is. De bewoners worden van de gemeentelijke plannen op de hoogte gesteld en
krijgen via inspraakavonden de gelegenheid hier op te reageren. Wanneer hun inbreng binnen
de randvoorwaarden past en er voldoende draagvlak is bij de medebewoners, wordt deze
gehonoreerd.
3. Er moeten meer op- en afritten te komen bij trottoirs in verband met het gebruik ervan door
gehandicapten, ouders met kinderwagens, en (oudere) inwoners met rollators en
scootmobielen.
4. Het onderhoud van plantsoenen is van groot belang voor de woonbeleving van de mensen.
Het is ook “een visitekaartje” voor de gemeente. Het plaatsen van bloembakken moet worden
gecontinueerd, mede omdat deze ook een functie vervullen in het kader van duurzaam veilig.
5. Het CDA wil de overlast die mensen in hun directe woonomgeving ervaren terugdringen. Het
gaat dan over vernielingen, vervuiling, hondenpoep enz.
6. De gemeente zorgt ervoor, dat klachten over relatief eenvoudige problemen gemakkelijk
kunnen worden gemeld en snel worden opgelost, bijvoorbeeld door het dorpserviceteam. Denk
hierbij aan klachten als een kapotte lantaarnpaal, een scheve stoeptegel, enz. Het beleid moet
gericht zijn op ‘schoon, heel en veilig’, ook door handhaving en herstel van waarden en
normen in de openbare ruimte. Inwoners moeten beter over het bestaan van het
dorpenserviceteam worden geïnformeerd.
7. De overlast van hondenpoep moet worden tegengegaan. De gemeente verstrekt aan
hondenbezitters een aantal hondenpoepzakjes en plaatst bij hondenuitlaatgebieden
afvalbakken. Inwoners moeten beter geïnformeerd worden over de gebieden binnen de kernen,
die zijn aangewezen als hondenuitlaatgebied.
8. Het CDA vindt dat er jaarlijks per kern een schouw van het openbaar gebied gehouden moet
worden door een delegatie van wethouders en raadsleden, waarbij de kwaliteit van straten,
trottoirs, fietspaden, openbare verlichting en groenvoorziening wordt bekeken.
Welzijn - algemeen
1. De gemeente draagt bij aan een gevarieerd aanbod van activiteiten in het lokale welzijnswerk.
Zij formuleert daarvoor heldere uitgangspunten over de financiële voorwaarden, de
organisatorische richting van het welzijnswerk en de kwaliteit van de doelstellingen.
2. Het CDA vindt dat ook ouders hun (mede)verantwoordelijkheid moeten nemen bij
welzijnswerk voor jongeren, bijvoorbeeld via bestuursfuncties en/of vrijwilligerswerk.
3. Het CDA kiest voor gemeentelijk beleid, dat gericht is op het ondersteunen van het
plaatselijke verenigingsleven, waaronder ook verenigingen op levensbeschouwelijke
grondslag.
4. De gemeente moet verenigingen aanmoedigen om evenementen te organiseren voor het
verkrijgen van extra financiële middelen voor de bekostiging van hun activiteiten. Het
subsidiebeleid moet daar zo veel mogelijk op afgestemd worden (stimuleringssubsidie).
5. Andere activiteiten die het gemeenschapsleven in de kernen en buurtschappen bevorderen,
worden ondersteund. Voorwaarde voor ondersteuning is wel dat een behoorlijk aantal
inwoners hierbij betrokken is in de organisatie, of als deelnemer.
6. De gemeente stimuleert het vrijwilligerswerk. Waar nodig wordt deelname hieraan bevorderd
door voorzieningen voor scholing, verzekeringen en onkostenvergoedingen voor vrijwilligers.
De vrijwilligerscentrale, waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten, is een waardevol
instrument. In het wekelijks gepubliceerde Gemeentenieuws moet ruimte zijn voor
verenigingen die vrijwilligers zoeken.
7. Het CDA hecht veel waarde aan de vrijwilligersdag om de dankbaarheid van de gemeente aan
de vrijwilligers kenbaar te maken.
Cultuur
1. Het CDA wil de huidige bibliotheekvoorzieningen in vier dorpen behouden. Uitgangspunt is
dat de bibliotheek voor alle inwoners bereikbaar moet blijven. Om één en ander betaalbaar te
houden, moet gezocht worden naar creatieve oplossingen. Daarbij kan gedacht worden aan
huisvesting in (bestaande) gebouwen, zoals scholen, kerkgebouwen, enz., op een centrale
locatie.
2. De gemeente draagt bij aan de mogelijkheid voor culturele ontplooiing en het creëren van een
cultureel klimaat. Het stimuleren van diverse vormen van amateurkunst is, vanwege de
participatie van een groot aantal mensen, daartoe een belangrijk middel. De gemeente
verstrekt hiertoe onder andere subsidies, waarbij optredens of exposities voor de eigen
inwoners een voorwaarde is.
3. Het CDA is van mening dat de gemeenten in de Hoeksche Waard afspraken moeten maken
over samenwerking en verdeling van taken en middelen gericht op het in stand houden van
culturele voorzieningen in de regio. Het doel is de verscheidenheid, kwaliteit evenals de
continuïteit van het cultuuraanbod voor onze eigen inwoners zo goed mogelijk te waarborgen.
4. Cultuurhistorische waarden zijn belangrijke aandachtspunten in de zorg voor de gebouwde
omgeving. Het culturele erfgoed in de vorm van de typische dorpsgezichten, de kerken en
andere monumentale gebouwen moeten in stand worden gehouden. Het CDA wil dat de
gemeente onderzoekt of er een doelsubsidiesysteem kan worden opgezet om de eigen cultuur
in de dorpen te versterken.
5. Er wordt een meerjarenprogramma voor het onderhoud van de molens opgesteld. De hoogte
van de gemeentelijke subsidie voor molens wordt gekoppeld aan de gelden die worden
verkregen uit sponsoring en/of subsidies.
6. Het oudheidkundig onderzoek in onze streek zal vooral ook bij bouwplannen worden
gestimuleerd. Het CDA wil dat de gemeente waar nodig aanvullend op verstrekte
rijkssubsidies en provinciale subsidies - eventueel in overleg met andere gemeenten - zelf een
bijdrage levert.
7. Het Streekmuseum moet na de restauratie van hoofdgebouw en boerderij voor veel mensen
aantrekkelijk zijn uit het oogpunt van cultuur en toerisme. De gemeente ondersteunt het
museum, samen met de andere gemeenten in de Hoeksche Waard, door jaarlijks subsidie te
verlenen.
8. Het CDA wil dat de gemeente, in samenwerking met maatschappelijke organisaties en
eventueel particulieren, alles in het werk stelt om ’t Hooft van Benthuizen te behouden.
9. Er wordt – bij voorkeur in samenwerking met de bevolking – een monument opgericht voor de
vijf mensen uit Greup, die in de Tweede Wereldoorlog zijn gefusilleerd als represaille voor
hulp aan geallieerde vliegers.
3. Goed voor elkaar – omzien naar en zorgen voor elkaar
Het CDA kiest voor een samenleving waarin iedereen telt. Een samenleving met een prettige
leefsfeer en respect voor elkaar, waar mensen elkaar accepteren zoals ze zijn. Dit betekent
omzien naar elkaar en zorgen voor elkaar. Het CDA vindt het van groot belang dat alle mensen
naar vermogen meedoen in de Nederlandse samenleving. Wij roepen de mensen op om hun
talenten in te zetten voor zichzelf en de samenleving! In betaalde arbeid, als ook onbetaalde
arbeid.
Zorgen voor elkaar
Zorgen voor elkaar vindt voor een belangrijk deel plaats in de gezinssituatie. Het CDA wil zich de
komende periode dan ook vooral inzetten voor het verbeteren van de mogelijkheden voor zorg in
de thuissituatie. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt hiertoe kansen. De wet gaat
ervan uit dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor de zorg voor henzelf en hun naasten. Daar
waar nodig worden zij ondersteund door de lokale overheid. Om recht te doen aan dit
uitgangspunt, vindt het CDA dat de toegankelijkheid van kennis en financiële middelen binnen de
WMO verbeterd moet worden. De gemeente moet het loket bieden waar burgers terecht kunnen
met al hun vragen over wonen, zorg en welzijn. De dienstverlening moet in één keer goed zijn: in
één gesprek worden alle regelingen die geboden kunnen worden afgelopen. En in geval van
doorverwijzing wordt in één keer doorverwezen naar de juiste instantie. Daartoe is het koppelen
van een goed ‘klant-volg-systeem’ aan het zorgloket essentieel. Het CDA wil dat de gemeente de
komende periode investeert in voorlichting en cursussen voor ambtenaren, hulporganisaties en
burgers.
Omzien naar elkaar
Omzien naar elkaar is van levensbelang. Door tijdig hulp te bieden kan voorkomen worden dat
mensen geïsoleerd raken, in problematische schuldsituaties terechtkomen of gebrek moeten
hebben aan basale levensbehoeften. Door bezuinigingen op de AWBZ vanaf 2009 wordt – als we
niets doen - de kans dat mensen tussen wal en schip raken alleen maar groter. De gemeente
moet dit voorkomen! Dat begint bij het goed in kaart hebben van het sociale netwerk van
mensen, ook wel het ‘sociale vangnet’ genoemd. Het CDA vindt dat de gemeente het initiatief
moet nemen om te komen tot een actieve samenwerking tussen welzijns- en
levensbeschouwelijke organisaties, die zich inzetten voor het opsporen en opheffen van
achterstandssituaties en eenzaamheid. Het CDA wil met deze organisatie het welbevinden, de
mobiliteit, zelfredzaamheid en eenzaamheid onder inwoners in kaart brengen. Waar nodig wil het
CDA dat de gemeente aanvullend investeert in activerend huisbezoek. Het CDA wil bovendien
vrijwilligerswerk stimuleren en ondersteunen door de komende periode te investeren in: het
inrichten van een Hoeksche Waardse Vrijwilligerscentrale (marktplaats voor vrijwilligerswerk), het
faciliteren van scholing en kennisuitwisseling - bijvoorbeeld door (half) jaarlijkse vrijwilligersdag. -
Jong en oud, samen goud!
Nederland Vergrijst. In 2010 is 35% van de bevolking boven de vijftig en in 2020 is dit opgelopen
tot 40%. Als we de media geloven hangt de vergrijzing als een zwaard van Damocles boven ons
hoofd. Het CDA is van mening dat de vergrijzing ook kansen biedt om een impuls te geven aan
vrijwilligerswerk. Door de kennis, vaardigheden en levenservaring van ouderen in te zetten voor
vrijwilligerswerk wil het CDA de 'grijze' ervaring ‘verzilveren’. En waar we de krachten van jong en
oud kunnen bundelen – bijvoorbeeld in het kader van maatschappelijke stage – is dat natuurlijk
goud!
Beleidspunten Binnenmaas Goed voor elkaar
Wonen, welzijn, zorg
1. De vergrijzing maakt het nodig dat er de komende jaren nog meer aandacht komt voor het
ouderenbeleid op het gebied van huisvesting, zorg en overige sociale aspecten.
2. Zorg moet dicht naar de bewoners van onze dorpen gebracht worden. Trivalent heeft met
partners in de zorg, de woningbouwverenigingen en de gemeente nieuwe zorgcentra ingericht
in ’s-Gravendeel en Mijnsheerenland en is daarmee nog bezig in Putterhoek en Heinenoord.
In Westmaas komt een steunpunt. We zetten ons in voor het onverkort realiseren van de
zorgcentra. Daarmee ontstaat er een unieke mogelijkheid om in het centrum van de dorpen
een voorziening te hebben, waarin ouderen comfortabel kunnen wonen en 24 uur per dag zorg
op maat kunnen krijgen. Ook inwoners die niet in de zorgcentra wonen, kunnen via een
centraal punt 24 uur per dag zorg aanvragen.
3. De gemeente moet de regie voeren over de realisatie van deze zorgcentra en vervolgens de
zorgaanbieders controleren op kwaliteit en prijs. Dat betekent dat niet bij voorbaat de
goedkoopste leverancier de zorg gaat leveren. Ook hierbij wil het CDA dat de gemeente haar
rol transparant en toetsbaar uitvoert, waarbij overleg en samenwerking belangrijke
sleutelwoorden zijn.
4. De Rijksoverheid gaat enkele onderdelen uit de AWBZ overhevelen naar de gemeenten,
waaronder de dagverzorging. Sommige inwoners zullen hun indicatie voor dagverzorging
gaan verliezen. Dit kan ongewenste effecten hebben op hun dagelijkse sociale structuur en op
hun thuissituaties. Dagverzorging brengt een zekere rust, waardoor familie beter in staat is
dierbaren langer thuis te verzorgen. Het CDA vindt dat in het kader van de WMO voor deze
mensen in overleg tussen zorgaanbieders, gemeente, kerken en andere maatschappelijke
partners een oplossing moeten worden gevonden.
Ouderen
1. Ouderen hebben recht op een volwaardige plaats in de samenleving. Wonen, zorg en welzijn
moeten in onderlinge samenhang worden afgestemd op de behoeften van de ouderen. Een
integraal ouderenbeleid, mede op basis van de adviezen van de Senioren Adviesraad, moet
deze samenhang vormgeven.
2. Het CDA vindt dat de gemeente, gelet op de toenemende vergrijzing, prioriteit moet geven aan
de huisvesting voor ouderen in de diverse dorpen. Daarbij gaat het om zowel huur- als
koopwoningen en appartementen.
3. In Mijnsheerenland moet worden gezocht naar een geschikte locatie voor een
seniorencomplex met uitgebreide voorzieningen op het gebied van onder andere service, zorg
en beveiliging.
4. Eenzaamheid en zogeheten zorgmijding komen ook in onze dorpen voor. Het CDA wil dit in
samenwerking met de zorgaanbieders, kerken en waar mogelijk andere verenigingen
terugdringen. Het CDA wil dat er regelmatig enquêtes onder ouderen worden gehouden om
inzicht te krijgen in welbevinden, mobiliteit, zelfredzaamheid en de mate van eenzaamheid om
vervolgens de nodige maatregelen te (laten) treffen.
5. Het CDA vindt het belangrijk, dat de gemeente ouderen stimuleert actief te blijven en deel te
nemen aan het vrijwilligerswerk. De gemeente moet de randvoorwaarden daarvoor scheppen
door de beschikbaarheid van accommodaties (voor bijvoorbeeld ontspanning) in alle dorpen
en het subsidiebeleid.
6. Vrijwilligers en professionals in de ouderenzorg moeten getraind zijn in het herkennen van en
omgaan met eenzaamheid.
Minima
1. De zorg voor de financieel zwakkeren, waaronder de minima, moet gericht zijn op
zelfredzaamheid, emancipatie en re-integratie in het maatschappelijke leven.
2. Het CDA maakt zich sterk voor een samenhangend pakket van maatregelen om te voorkomen
dat mensen maatschappelijk geïsoleerd raken, in problematische schuldsituaties terechtkomen
of zich primaire levensbehoeften moeten ontzeggen. Onderdeel daarvan is voorlichting over
een solide persoonlijk financieel beleid.
3. Door actieve voorlichting, zoals via de inkomenstelefoon, een nieuwsbrief en de huis-aanhuisbladen,
wordt ruime bekendheid gegeven aan de voorzieningen voor de bijzondere
bijstand.
4. Binnen de wettelijke kaders wordt de zwakkere maximaal tegemoetgekomen, onder andere
door een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid en hulp bij schuldsanering.
5. Het CDA vindt dat de gemeente het initiatief moet nemen tot een actieve samenwerking met
kerken en andere organisaties die activiteiten ontplooien voor de financieel zwakkeren. Het
college voert daarmee periodiek overleg
6. De gemeente neemt in samenwerking met Regionale Sociale Dienst maatregelen die ertoe
leiden dat het beroep op de Voedselbank vermindert. De samenwerking tussen de Regionale
Sociale Dienst en de Voedselbank moet worden verbeterd.
7. Het op initiatief van het CDA ingestelde gemeentelijk noodfonds willen wij in stand houden.
Dit fonds heeft tot doel inwoners in financieel schrijnende situaties te helpen, die niet via
andere regelingen geholpen kunnen worden. De Regionale Sociale Dienst toetst of inwoners
aan de voorwaarden voldoen.
8. Er wordt actief gecontroleerd op fraude en oneigenlijk gebruik. Bij het constateren van fraude
wordt aangifte gedaan.
Asielzoekers en vluchtelingen
1. Het CDA vindt dat de gemeente een (evenredig) aantal asielzoekers en erkende vluchtelingen
moet opnemen en begeleiden.
Volksgezondheid
1. Het CDA wil dat de gemeente een gezonde levensstijl stimuleert door voorlichting en
preventie (zie ook bij jongeren).
2. Het CDA wil de kans die de WMO biedt voor een meer integraal zorg- en welzijnsbeleid op
gemeentelijk niveau benutten. De gemeente moet daartoe de regierol innemen.
3. Binnen de WMO wordt uitdrukkelijk de mogelijkheid geboden de (geïndiceerde) zorg te
verstrekken in de vorm van een persoonsgebonden budget.
4. Het CDA vindt dat de gemeente een actieve rol moet innemen bij het op peil houden of
brengen van het aantal (para)-medische voorzieningen.
5. Het CDA wil dat de invoering van collectief vraagafhankelijk vervoer in Hoeksche Waards
verband wordt geregeld. Om ervaring met deze open einde regeling op te doen is het CDA
voorstander van een proefperiode van enkele jaren waarbij verschillende varianten worden
uitgeprobeerd. Eén van de belangrijkste doelen is het mobiel houden van de groeiende groep
ouderen. Het gebruik moet zodanig geprijsd worden dat dit ook in de toekomst haalbaar blijft.
4. Wonen voor jong en oud
Het CDA zet zich in voor een gedifferentieerd woningaanbod per kern. Het CDA wil dat de
gemeenten zich met corporaties en partners in de zorg toelegt op de huisvesting van starters,
ouderen en mensen met een zorgvraag. Buiten de woningbouwopgaven voor deze groepen vindt
het CDA dat gemeenten zich meer moet terugtrekken en meer ruimte moet geven voor particulier
initiatief. Als we kijken naar te toekomst waarnaar we ons begeven, zien we eerst tot 2030 nog
een toenemende woningbehoefte in relatie tot de vergrijzing. Daarna wordt ook in de Hoeksche
Waard krimp van de bevolking verwacht. Woningen hebben in Nederland een levensduur van 50
jaar of meer. Woonwensen veranderen echter veel sneller. Het is noodzaak goed rekening te
houden met dit spanningsveld, zodat we niet nu iets bouwen voor 50 jaar of meer, terwijl er over
20 jaar al geen behoefte meer aan is.
Woonruimte voor ouderen
De ‘verzilvering’ stelt ons voor de uitdaging zorg dicht naar de bewoners van onze dorpen te
brengen. De woonzorgcentra, die met name in de grotere dorpen in de Hoeksche Waard in
ontwikkeling zijn, bieden een uniek woonmilieu in de nabijheid van voorzieningen en met zorg 24
uur per dag voor handen. Zorgcentra zijn een goede oplossing - vooral voor ouderen met een
relatief grote zorgvraag - maar niet per se dé oplossing. Voor veel ouderen geldt, dat zij in hun
vertrouwde woonomgeving van hun oude dag willen genieten. Het CDA wil aan deze wens
zoveel mogelijk tegemoet komen, door goede regelingen voor zorg aan huis en het aanpassen
van woningen. De vraag hoeveel nieuwe woningen er in het kader van de vergrijzing nodig zijn
binnen en buiten de zorgcentra en hoeveel woningen er met kleine aanpassingen geschikt
gemaakt kunnen worden voor senioren, hangt daarmee direct samen met de vraag hoe
(zorg)voorzieningen in onze dorpen beschikbaar gehouden of gemaakt kunnen worden. Het CDA
vindt dat de gemeenten de regie moet nemen om samen met de woningbouwcorporaties en de
partners in de zorg een goede strategie op wonen en zorg te ontwikkelen.
Woonruimte voor jongeren
Een betaalbare (starters)woning vinden in de Hoeksche Waard is erg moeilijk. Starters op de
woningmarkt in de Hoeksche Waard wijken daarom steeds vaker uit naar de Drechtsteden of
Rotterdam en omgeving. Dit is niet goed voor de bevolkingsopbouw, het verenigingsleven en de
verbondenheid binnen de samenleving. Het CDA wil daarom het aanbod van betaalbare
woningen - huur, maar vooral ook koop - voor startende jongeren vergroten. Het CDA wil dit
bereiken door juist de nieuwbouw in te zetten voor senioren. Nieuwbouw heeft namelijk als
voordeel dat de kwaliteit goed is, maar als nadeel dat het relatief duur is en daardoor moeilijk
bereikbaar voor jongeren. De oudere huurwoningen in bezit van corporaties voldoen vaak niet
aan de eisen die tegenwoordig aan seniorenwoningen worden gesteld. Ze kunnen echter nog
goed verhuurd of verkocht worden aan startende jongeren. Als nieuwbouw ingezet wordt voor
senioren, kunnen jongeren op twee manieren van de doorstroom-effecten profiteren. Indirect
doordat de senioren die een koopwoning achterlaten voor doorstroming zorgen op de
woningmarkt. En direct wanneer de huurwoningen die senioren achterlaten door corporaties
bestemd worden voor jongeren, voor zowel huur als ‘sociale koop’ onder de condities van
Maatschappelijk Gebonden Eigendom. Het CDA ziet goede kansen om hierover ambitieuze
doelen met de corporaties vast te stellen. Bij Maatschappelijk Gebonden Eigendom kunnen starters en minder draagkrachtigen tegen een gereduceerde prijs een woning van een woningbouwvereniging kopen. Het voordeel bij de koop wordt later (deels) verrekend met de winst bij verkoop. Met deze winst kan de woning opnieuw goedkoper worden aangeboden door de woningbouwvereniging aan deze doelgroep.
Ruimte voor maatwerk en kleinschalige initiatieven
Het CDA wil de medezeggenschap van bewoners over de opzet van nieuwe woonwijken, de
indeling van nieuw te bouwen woningen en de inrichting van de woonomgeving zoveel mogelijk bevorderen. Het CDA vindt daarnaast dat er meer mogelijkheden voor inwoners moeten komen
om zelf te bouwen. Dat kan door meer projecten aan (een groep) particulieren over te laten in
plaats van aan een projectontwikkelaar. Dit vergt een omslag ten opzichte van de huidige praktijk,
waarin de nadruk ligt op ontwikkeling van grotere plannen. Gemeenten zullen dan moeten sturen
op randvoorwaarden, zoals een goede ontsluiting, de hoogte en onderlinge afstand van de
bebouwing, duurzaamheid en de uitstraling van de bebouwing (beeldkwaliteit). Binnen deze
randvoorwaarden kan door particulieren invulling gegeven worden aan specifieke wensen. Meer
ruimte voor kleinschalige initiatieven biedt volgens het CDA ook kansen om meer voortgang en
dynamiek te realiseren in de woningbouw. Daar waar we zien dat grote projecten vastlopen in
procedures en de toenemende financiële risico’s bij onzekere marktomstandigheden. Ook wil het
CDA het makkelijk maken om vrijkomende (agrarische) gebouwen te benutten voor alternatieve
woonvormen voor speciale doelgroepen, waaronder starters.
Beleidspunten Binnenmaas Wonen voor jong en oud
Woningbouw
1. In alle kernen moeten regelmatig nieuwe woningen gebouwd worden. Dit is essentieel voor
de samenstelling van de bevolking en het in stand houden van verenigingen, scholen, kerken
en overige voorzieningen kortom voor de leerbaarheid van de kernen.
2. Het CDA wil een gedifferentieerd woningaanbod per kern met een goed aanbod voor de
verschillende doelgroepen.
3. Op basis van een woningbouwprogramma en de woonbehoeften moet de gemeente met de
woningbouwcorporatie en zorgpartners afspraken maken over herstructurering, huurbeleid,
nieuwbouw en bevordering van de doorstroming.
4. Aan de woningbouwcorporatie wordt de mogelijkheid geboden om aan het
volkshuisvestingsbeleid ook als projectontwikkelaar een bijdrage te leveren.
5. De nadruk bij nieuwbouw en herstructurering moet liggen op huisvesting voor jongeren en
alleenstaanden, (luxe) appartementen voor ouderen (zie ook onder Wonen, Welzijn en Zorg)
en huisvesting voor lichamelijk en verstandelijke gehandicapten.
6. Met het oog op de vergrijzing moeten bestaande seniorenwoningen aangepast, gerenoveerd en
eventueel vervangen worden om zo aan de huidige behoeften van deze leeftijdsgroep te
kunnen voldoen. Daarnaast worden individuele aanpassingen uitgevoerd in het kader van de
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Zie ook paragraaf Goed voor elkaar.
7. Het CDA wil meer betaalbare woningen voor starters en jongeren. De jeugd moet in eigen
dorp een woning kunnen vinden. In de huidige woningmarkt vraagt dat om creativiteit, maar
vooral om goede samenwerking. Het CDA wil dat regelmatig koopgarantwoningen worden
gebouwd of huurwoningen als koopgarantwoningen worden verkocht. In een dergelijke
constructie kunnen starters en minder draagkrachtigen tegen een gereduceerde prijs een
woning van een woningbouwvereniging kopen. Het voordeel bij de koop wordt later (deels)
verrekend met de winst bij verkoop. Met deze winst kan de woning opnieuw goedkoper worden
aangeboden door de woningbouwvereniging aan een volgende starter.
8. Het CDA wil dat op de locatie van het voormalige gemeentehuis van ’s-Gravendeel zo spoedig
mogelijk woningen voor starters en jongeren komen.
9. Het CDA wil de bouw van en verbouw tot meergeneratie- en mantelzorgwoningen stimuleren.
Op deze wijze krijgen mensen de keuze om langer thuis te blijven wonen. Ook vergemakkelijkt
het de mantelzorg en/of de kinderopvang. Onderzocht moet worden of dit in (nieuwe)
bestemmingsplannen kan worden opgenomen.
10. De gemeenten in de Hoeksche Waard worden verplicht 50% van de woningbouw te realiseren
op zogenaamde inbreidingslocaties. Dit mag niet betekenen dat alle open plekken binnen de
bebouwde kommen zullen worden bebouwd. Er moet voldoende groen en speelgelegenheid
blijven. Bij alle bouwplannen moet veel aandacht worden besteed aan de dichtheid en de
uitstraling van de bebouwing.
11. Naast de instandhouding van een kernvoorraad van goedkope huurwoningen voor de minder
draagkrachtigen wil het CDA het eigen woningbezit bevorderen. Verkoop van huurwoningen
aan bewoners is daartoe een goed instrument. De gemeente moet met de
woningbouwcorporatie afspreken welke woningen mogen worden verkocht (niet de woningen
met de laagste huren, verouderde woningen en woningen in het centrum van een dorp).
12. Het CDA vindt dat er meer mogelijkheden voor inwoners moeten komen om te bouwen wat ze
zelf willen. Dat kan allereerst door meer projecten aan burgers over te laten in plaats van aan
een projectontwikkelaar.
13. Bij grondverkoop voor woningbouw wordt afhankelijk van het type woning en de locatie een
gedifferentieerde prijs per vierkante meter gerekend (de mooiste plekjes kosten het meest).
14. Waar mogelijk en verantwoord wordt de ruimte-voor-ruimteregeling toegepast. Hierbij
worden overtollige schuren en kassen in het landelijk gebied ingeleverd voor de mogelijkheid
om één of meer woningen te bouwen.
15. Zowel bij nieuwbouw als bij aanpassing en renovatie heeft duurzaam bouwen (o.a. door
energiebesparing) hoge prioriteit.
16. Het CDA vindt dat hoogbouw of gestapelde bouw (in de betekenis van hoger bouwen dan tot
nu toe gebruikelijk is) uitzonderingen moeten zijn.
5. Duurzaam en dynamisch landschap
Het CDA is blij dat de Hoeksche Waard de status van Nationaal Landschap heeft gekregen. Dit
mag natuurlijk niet betekenen dat de Hoeksche Waard stil wordt gezet in de tijd! Het landschap is
altijd in ontwikkeling geweest en moet dat ook blijven. Ontwikkelingen op het gebied van de
landbouw, recreatie, wonen en werken moeten volgens het CDA hand in hand gaan met de
natuurontwikkeling binnen het Nationaal Landschap. Het CDA wil graag met agrariërs,
ondernemers, bewoners en maatschappelijke organisaties vorm en inhoud geven aan de
Hoeksche Waard als Nationaal Landschap.
Behoud door ontwikkeling
De landbouw is vanouds een onmisbare schakel in het beheren en ontwikkelen van
buitengebieden. De Hoeksche Waard moet deze agrarische identiteit behouden.
Het CDA ziet ook goede kansen voor agrariërs die hun bedrijfsvoering willen ‘verbreden’ met
activiteiten op het gebied van zorg, kinderopvang, educatie, (verblijfs)recreatie of groene en
blauwe diensten (zie toelichting hieronder). Leegstaande boerderijen kunnen zo ook een verantwoorde wijze andere
bestemmingen krijgen. Om de recreatieve waarde van het Nationaal Landschap Hoeksche
Waard te vergroten wil het CDA ook de ontsluiting van het landschap met fietspaden,
wandelroutes, ruiterroutes, vaarroutes en kanoroutes verder verbeteren. ‘Behoud door
ontwikkeling’ is daarom het uitgangspunt voor het CDA. Toelichting: Groene en blauwe diensten zijn werkzaamheden die agrariërs tegen betaling doen of juist laten ten dienste van natuurbeheer en waterbeheer, zoals later maaien, minder of geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken,landerijen minder goed ontwateren waardoor natte graslanden ontstaan, bloemmengsels inzaaien langs akkerranden, wandelaars toestaan op hun land, etc.
Duurzaam en dynamisch
Het CDA wil alle ruimte benutten om de Hoeksche Waard dynamisch en leefbaar te houden voor
de huidige en toekomstige generaties. Dit betekent ruimte geven aan de dynamiek van nieuwe
ontwikkeling in harmonie met het historisch gegroeide landschap, de inwoners en de bijzondere
natuurwaarden van de Hoeksche Waard. Het gaat daarbij dus niet alleen om ecologische
duurzaamheid - het zo goed mogelijk omgaan met de natuurlijke stoffenkringlopen - maar ook om
economische en sociale duurzaamheid (zie toelichting hieronder). Een duurzaam landschap is alleen te bereiken en te
onderhouden als er ook mensen in dat landschap wonen, werken en recreëren. Om het
landschap te onderhouden moet er geld verdiend worden! Daartoe moet de (agrarische)
ondernemer in de Hoeksche Waard een goed ontwikkelingsperspectief geboden worden. Toelichting: Economische duurzaamheid is het zo goed mogelijk rekening houden met de economische levenscyclus van producten en investeringen. Sociale duurzaamheid is het zo goed mogelijk rekening houden met de uitwisselingsprocessen van kennis, vaardigheden en culturele uitingen tussen generaties.
Bedrijventerreinen
Lokale en regionale bedrijven uit de Hoeksche Waard moeten ruimte hebben om te groeien. Het
is geen makkelijke opgave om deze ontwikkelingen in te passen in het Hoeksche Waardse
landschap. Dergelijke ontwikkelingen hebben in het open landschap van de Hoeksche Waard
snel een grote invloed op de beleving van de ruimte. Het CDA vindt daarom, dat bij nieuwe
ontwikkeling en herstructurering van bedrijventerreinen ingezet moet worden op een hoog
kwaliteitsniveau waar het gaat om landschappelijke inpassing, de toepassing van duurzame
technieken en meervoudig ruimtegebruik. In het belang van de bereikbaarheid van de Randstad
is het CDA voor de aanleg van een A4-zuid, mits goed ingepast in het landschap en mits de
inwoners van de Hoeksche Waard niet extra moeten betalen om het eiland te verlaten of binnen
te komen.
Agrarische sector
Voor agrarische bedrijven ziet het CDA mogelijkheden voor zowel (grootschalige)
productielandbouw als agrarisch natuurbeheer en het combineren van natuurlijke akkerranden
met waterberging en recreatieve routes. Het CDA vindt echter het op grote schaal omzetten van
goede landbouwgrond in natuur ethisch niet verantwoord. Als we zien dat voedselvoorraden op
wereldwijde schaal teruglopen, vindt het CDA dat wij de verantwoordelijkheid hebben de
voedselvoorziening op peil te houden. Het CDA vindt het belangrijk dat de stukken nieuw te
ontwikkelen natuur slim worden gekozen; ontwikkel die gebieden, die optimaal bijdragen aan de
versterking van de ecologische en recreatieve waarden, zonder dat daar grote stukken goede
landbouwgrond voor uit productie genomen moeten worden. In het kader van de opdracht van de
provincie om te komen tot een groot concentratiegebied voor glastuinbouw in de Hoeksche
Waard maakt het CDA zich sterk voor het aanwijzen van een beperkt aantal
ontwikkelingsgebieden met een goede ligging - zo mogelijk aansluitend bij een bestaand bedrijf -
waar bedrijven vanuit de Hoeksche Waard ruimte krijgen om te groeien.
Beleidspunten Binnenmaas Duurzaam en dynamisch landschap
Nationaal landschap
1. Het CDA wil, ook in samenwerking met maatschappelijke organisaties, inhoud en vorm geven
aan de Hoeksche Waard als Nationaal Landschap. Een dergelijke aanwijzing als Nationaal
Landschap is door het CDA altijd vurig bepleit, ook bij de Tweede Kamer. In een Nationaal
Landschap moeten landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten behouden,
duurzaam beheerd en versterkt worden. Verschillende vormen van recreatie kunnen hieraan
bijdragen. ‘Behoud door ontwikkeling’ is daarom het uitgangspunt voor het ruimtelijke beleid.
Het Nationaal Landschap moet ruim toegankelijk worden voor recreatieve activiteiten, onder
andere door uitbreiding van fietspaden, wandel- en kanoroutes.
2. De agrarische sector is vanouds een onmisbare schakel in het beheren van buitengebieden.
Deze bedrijfstak moet daarvoor alle mogelijkheden krijgen.
3. Leegstaande boerderijen moeten verantwoorde andere bestemmingen krijgen. Zie ook
woningbouw (ruimte-voor-ruimteregeling).
4. Bij de provincie wordt aangedrongen op het schrappen van de zgn. transformatiezone in de
Provinciale Structuurvisie, zodat ook de Noordrand als Nationaal Landschap wordt
aangeduid.
5. Bij uitbreiding is de landschappelijke inpassing in het Nationaal Landschap van essentieel
belang, zowel bij uitbreidingslocaties woningbouw als bij eventuele uitbreiding (2e en 3e fase)
van het regionale bedrijventerrein.
Natuur
1. De gemeente moet zich in Hoeksche Waards verband inzetten voor behoud van
natuurwaarden en waardevolle landschapselementen. Een goed voorbeeld is het Vlietproject,
waarin voor de kreekzones met grondgebruikers een onderhoudsovereenkomst is afgesloten.
2. De ons omringende polders worden zoveel mogelijk intact gelaten. Zij blijven dienen als
“groene long”(landbouw-, natuur- en/of recreatiegebied).
3. De oevers van de Binnenmaas en de Oude Maas moeten hun landschappelijke waarde
behouden.
4. Het CDA wil mogelijkheid onderzoeken om - in overleg met het Hoeksche Waards Landschap
– de mogelijkheid te onderzoeken om het gehele buitendijkse gebied ten Oosten van de
voormalige Barendrechtse brug en ten Noorden van de Buitengorzendijk te ontwikkelen tot
natuurgebied. Dit zo mogelijk als compensatie voor ontwikkelingen elders in de gemeente.
Milieu en duurzaamheid
1. Het CDA ziet het als een verantwoordelijkheid tegenover de Schepper en de komende
generaties om goed voor het milieu te zorgen. Ons uitgangspunt ‘goed rentmeesterschap’
houdt in dat wij de aarde in een zo goed mogelijke staat door willen geven aan de volgende
generaties. Daarbij gaat het zowel om het voorkomen van nieuwe problemen (preventie) als
het herstellen van de aangerichte schade aan het milieu.
2. De gemeente moet zichtbaar bijdragen aan duurzaamheid door zelf het goede voorbeeld te
geven, maar ook door het beïnvloeden van gedrag en het stimuleren en ondersteunen van
particuliere initiatieven.
3. Het duurzaam handelen van de gemeente moet zichtbaar zijn in het gescheiden ophalen van
afval, alternatieve vormen van energieopwekking, energiebesparing in openbare gebouwen,
isolatienormen bij nieuwbouw, eisen bij bedrijventerreinen, openbare verlichting,
materiaalgebruik (duurzaam bouwen) en duurzaam inkopen.
4. De gemeente draagt via de regio bij tot het realiseren van de doelstelling van minimaal 20%
duurzame energie in 2020.
5. Er wordt goed afgewogen met welke juridische, financiële en/of communicatieve instrumenten
het hoogste milieurendement kan worden behaald.
6. Het CDA vindt dat de gemeente het milieu- en duurzaamheidsbeleid moet vormgeven samen
met maatschappelijke organisaties, instellingen en het bedrijfsleven.
7. De uitvoering en handhaving van de wettelijke milieutaken heeft prioriteit. De gemeente spant
zich in om de milieuvergunningen en het inrichtingenbestand actueel te houden (via de
Milieudienst ZHZ).
8. Verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater, in samenwerking met het waterschap,
is mede een gemeentelijke taak. Een goed rioleringsplan (onderhoud, vervanging) is
noodzakelijk. De kosten hiervan moeten door de vervuilers gedragen worden. Tegelijkertijd
zoekt de gemeente naar kwalitatief goede alternatieven voor riolering in het nog niet
aangesloten buitengebied. Hierbij wordt de hoogte van de investering goed afgewogen tegen
het te behalen milieurendement
9. Bij verwijdering van onkruid in plantsoenen en op de openbare weg wordt zo minimaal
mogelijk gebruik gemaakt van chemische middelen. Slechts incidenteel mogen chemische
middelen ingezet worden waar dit noodzakelijk is om te voorkomen dat bepaalde delen van
straten en trottoirs er te ‘groen’ uitzien.
10. Het CDA wil dat de gemeente activiteiten door en voor de jeugd stimuleert die bijdragen tot
een groter milieubesef. Mogelijkheden daartoe zijn o.a. het in samenwerking met de
basisscholen organiseren van boomplantdagen en aandacht voor milieueducatie.
Ruimtelijke ordening
1. De Structuurvisie Hoeksche Waard is leidend in de ruimtelijke ontwikkelingen in Binnenmaas.
2. Het CDA is voorstander van de aanleg van fase 1 van een regionaal bedrijventerrein van 20
ha netto in de Noordrand. Het CDA is altijd van mening gebleven dat dit bestemd wordt voor
bedrijven afkomstig uit de Hoeksche Waard. Bedrijven in onze kernen, die uit hun jasje zijn
gegroeid of overlast veroorzaken, worden zo veel mogelijk verplaatst naar dit
bedrijventerrein.
3. Speciale aandacht is nodig voor naleving van de afspraken die zijn gemaakt over een goede
inpassing in het landschap en het type bedrijven dat zich op het regionale bedrijventerrein
mag vestigen (milieucategorie 3, bij uitzondering categorie 4).
4. Aan de eventuele ontwikkeling van de 2e en 3e fase van het regionale bedrijventerrein (totaal
nog eens 40 ha netto) gaat een grondig onderzoek vooraf. In zo’n onderzoek wordt gekeken
naar de verwachte vraag uit de regio naar nieuw bedrijventerrein, de vrijgekomen
bedrijfslocaties aan de Boonsweg, de mogelijkheid om het gebied van de Suikerunie te
gebruiken en de ontwikkeling van lokale bedrijventerreinen elders in de Hoeksche Waard.
5. Vooruitlopend op de eventuele uitgifte van de 2e en 3e fase moet een nieuwe ontsluitingsweg
via de westelijke variant worden aangelegd. Deze variant doorsnijdt de Mollekade zo
noordelijk mogelijk en sluit vervolgens aan op de Reedijk.
6. Voor het terrein van de Suikerunie moet een nieuwe bestemming worden bepaald. De
voorkeur van het CDA gaat uit naar een combinatie kleinschalige bedrijvigheid, recreatie en
toerisme, en wonen. Het graven van een (nieuwe of grotere) haven voor de overslag van
containers wijzen we af. De buitenmuren en contouren van de oude suikerfabriek worden zo
mogelijk als beeldbepalend monument voor de kern Puttershoek behouden.
7. De plannen voor het HKS-terrein in ’s-Gravendeel worden bewaard tot er op provinciaal
niveau meer steun voor kan worden gevonden. Tegelijkertijd moet onderzocht worden welke
mogelijkheden er zijn om de Havenstraat verder te ontwikkelen zonder herontwikkeling van
het HKS-terrein als kostendrager.
8. Het tegengaan van de overlast van de vestiging van PKF blijft een doelstelling. Het CDA vindt
verplaatsing naar het regionale bedrijventerrein daarbij de beste oplossing. De omvang van
de uit te geven kavels op het regionale bedrijventerrein mag daarbij nooit een sta-in-de-weg
vormen. Onderzocht moet worden of de huidige plaats van vestiging als woningbouwlocatie
kan worden ontwikkeld.
9. Sanering van verspreid liggende glastuinbouwbedrijven door de vorming van één
concentratiegebied wijzen we af, omdat het niet past in het open karakter van het Nationaal
Landschap. Het CDA geeft de voorkeur aan een aantal kleinere clusters, verspreid over de
regio. Per cluster moeten er voor de individuele bedrijven voldoende
uitbreidingsmogelijkheden worden geboden. Van de provincie wordt een financiële bijdrage
verwacht om de door haar gewenste sanering van glas te effectueren. De gemeente zal haar
medewerking verlenen aan de ruimte-voor-ruimte-regeling wanneer glastuinders besluiten tot
sanering van hun bedrijf.
10. Leegkomende boerderijen moeten als cultureel erfgoed worden bewaard, onder andere door
ze via bestemmingswijziging voor andere doeleinden geschikt te maken. Tegelijkertijd moeten
in het landelijke gebied bedrijven geweerd worden, die daar gezien hun activiteiten niet thuis
horen of met het oog op de waarden van natuur en het landschap niet passen. Langs dijken en
wegen kan meer bebouwing worden toegestaan dan in het open landschap zelf.
11. Bij de herziening van bestaande bestemmingsplannen wordt waar mogelijk tegemoet gekomen
aan bestaande wensen tot nieuw- en verbouw.
12. De gemeente voert een actief beleid om in beperkte mate op strategische plaatsen grond te
verwerven.
13. Inwoners, natuur- en andere organisaties moeten interactief worden betrokken bij de plannen
voor de ruimtelijke ordening in een fase dat er nog sprake is van duidelijke
keuzemogelijkheden.
14. De gemeente voert een actief handhavingsbeleid op het gebied van de ruimtelijke ordening.
Economische zaken en werkgelegenheid
1. Het CDA wil dat de druk van regelgeving en handhaving zo veel mogelijk wordt verminderd,
bijvoorbeeld door zo kort mogelijke vergunningsprocedures en een één-loketservicepunt. Ook
voor verenigingen, scholen, stichtingen en dergelijke moeten de procedures en
administratieve verplichtingen voor het organiseren van activiteiten zo eenvoudig mogelijk
zijn.
2. Het CDA vindt dat de gemeente zich zo veel mogelijk moet inspannen om de winkelcentra upto-
date te houden.
3. De gemeente schept randvoorwaarden voor een goed ondernemingsklimaat door onder meer
een goede infrastructuur en een goede dienstverlening.
4. Mede om grenzen te stellen aan de 24 uur economie is het CDA tegen verruiming van de
openstelling van de winkels op zondag.
Recreatie (zie ook bij Nationaal Landschap)
1. Het recreatieoord Binnenmaas moet een centrum van dagrecreatie blijven.
2. De gemeente bevordert dat delen van de oever van de Oude Maas voor diverse vormen van
dagrecreatie geschikt worden gemaakt.
3. In overleg met provincie en waterschap moeten langs fietsroutes meer bankjes worden
geplaatst.
4. De locatie van de voormalige watersportvereniging in Westmaas moet voor inwoners vrij
toegankelijk blijven. Er worden voorzieningen als tafels en bankjes geplaatst, die mensen de
gelegenheid bieden om in alle rust over het water uit te kijken. Ook de trailerhelling moet
worden gehandhaafd
5. Bij de ontwikkeling van recreatieve mogelijkheden moet de samenwerking met streekgebonden
verenigingen voor bescherming van de natuur (bijvoorbeeld vereniging Hoekschewaards
Landschap en De Stichting Rietgors) bevorderd worden.
6. Het CDA kiest voor het op afstand zetten van het beheer van het recreatieoord. De voorkeur
gaat daarbij uit naar een (Hoeksche Waardse) stichting of B.V., die budgetgebonden opereert
en verantwoordelijk wordt voor de gehele exploitatie en (vergelijkbaar met de WHW
bedrijven).
7. Het CDA ziet mogelijkheden om de exploitatie van het recreatieoord te verbeteren. Door
toevoeging van ”all weather” voorzieningen en zandstrandjes verwacht het CDA dat er een
breder publiek naar het recreatieoord wordt getrokken. Ook moeten de mogelijkheden van
energiebesparing verder worden benut.
6. OVERIGE ONDERWERPEN
Regionale samenwerking
Het CDA kiest voor een goede, niet-vrijblijvende intergemeentelijke samenwerking. Op deze
manier streeft het CDA naar het beste van twee werelden: zelfstandige gemeenten en toch
regionale slagvaardigheid en daadkracht. Vaak blijkt namelijk, dat na een herindeling de
professionaliteit van de organisatie toeneemt, maar de betrokkenheid van de burgers bij en de
herkenbaarheid van het lokaal bestuur vermindert. Dit wordt ondersteund door onderzoek van de provincie Zuid-Holland naar gemeentelijke herindeling.
Een cruciale voorwaarde voor regionale slagvaardigheid is vertrouwen tussen de
samenwerkende gemeenten. Hierbij gaat bestuurlijke samenwerking vooraf aan ambtelijke
samenwerking. Als de bestuurlijke samenwerking te wensen overlaat, kan dit niet opgelost
worden door ambtelijke samenwerking. Belangrijk daarbij is dat de gemeenteraden aan de
voorkant van het regionale besluitvormingsproces worden betrokken en niet pas aan het eind.
De herkenbaarheid van de onderwerpen die op Hoeksche Waards niveau aan de orde zijn en de
betrokkenheid van raadsleden en burgers daarbij, bepaalt de democratische basis voor regionale
samenwerking en besluitvorming. Het CDA blijft zich daarom hard maken voor het verbeteren
van de communicatie vanuit de Commissie Hoeksche Waard, met de raden, maar zeker ook met
de burgers.
Beleidspunten Binnenmaas Regionale samenwerking
Het CDA wil dat Binnenmaas - op grond van het gesloten convenant - als goede buur met de
Drechtsteden blijft samenwerken. Binnen de Gemeenschappelijke Regeling Zuid-Holland-Zuid
wordt moet de samenwerking op het gebied van veiligheid, milieu, volksgezondheid en leerplicht
voortgezet worden.
Beleidspunten Binnenmaas Bestuurlijke zaken
Collegevorming
1. Het CDA wil bestuursverantwoordelijkheid dragen. Het eigen verkiezingsprogramma moet
daarbij een voldoende herkenbare bijdrage leveren aan het beleidsprogramma van het te
vormen college van burgemeester en wethouders.
2. Het CDA is voorstander van een breed samengesteld college.
3. De voorzitter van het te formeren college zal regelmatig op de hoogte gehouden worden van
het verloop van de onderhandelingen met betrekking tot de collegevorming.
Openbaarheid van bestuur en bestuurscultuur
1. Voor een optimaal functioneren van de lokale democratie is het van belang, dat de
bestuurscultuur wordt gekenmerkt door openheid, openbaarheid en tijdigheid.
2. De gemeente geeft tijdig en op ruime schaal bekendheid aan nieuws of (bouw)plannen die
voor veel inwoners van belang zijn.
3. De gemeente moet doorgaan met de digitalisering van aanvraagformulieren en andere
documenten.
4. De gemeente bewaakt (via de auditcommissie uit de gemeenteraad) de verantwoording van
de declaraties van collegeleden en ambtenaren.
Beleidspunten Binnenmaas Openbare orde en veiligheid
1. De zorg voor veiligheid van burgers en effectieve bestrijding van criminaliteit is een kerntaak
van de overheid. Daarbij zijn drie deeltaken te onderscheiden.
I. Allereerst het bestrijden en tegengaan van overlast. Schade als gevolg van vandalisme en
andere overtredingen wordt zo veel mogelijk op de daders verhaald. Bij minderjarigen
worden ook ouders hierop aangesproken.
II. Vervolgens preventie. Dit gebeurt door voorlichting en samenwerking, maar zo nodig ook
door fysieke maatregelen zoals cameratoezicht en meer verlichting op donkere plekken.
Dit komt ook de veiligheidsgevoelens ten goede.
III. De derde deeltaak is het vergroten van de participatie en het vormgeven van de eigen
verantwoordelijkheid van burgers. Aan burgers kan worden gevraagd zeer alert te zijn op
wat er in hun omgeving gebeurt en een beetje op elkaar te letten. Het CDA ondersteunt
particuliere initiatieven om de veiligheid te verbeteren, bijvoorbeeld het beveiligen van
bedrijventerreinen en het organiseren van oud- en nieuwjaarsfeesten.
2. De gemeente (inclusief brandweer) moet, samen met politie en justitie, al deze taken in
samenhang oppakken via een integraal veiligheidsbeleid.
3. Het herkenbare optreden van buurtagenten moet het gevoel van veiligheid bij de inwoners
versterken.
4. De gemeente moet zorgen voor eigen toezicht op bestaande regelgeving en optreden tegen
kleinere (maar daarom niet minder ergernis gevende) overtredingen. Denk bijvoorbeeld aan
het achterlaten van hondenpoep en het bekladden van gebouwen met graffiti. Daartoe worden
bijzondere opsporingsambtenaren aangesteld, die bestuurlijke boetes kunnen opleggen. De
opbrengst van boetes vloeit in de gemeentekas.
5. Het CDA wijst coffeeshops en drugshandel af. Door goede regelgeving moet vestiging van
coffeeshops in Binnenmaas worden voorkomen. Ook het voorkomen en bestrijden van gok- en
alcoholverslaving, voornamelijk bij jongeren, is van groot belang. Overlast wordt o.a.
bestreden door het aanwijzen van gebieden waar geen alcohol mag worden gebruikt.
6. Het realiseren van een goed niveau van brandveiligheid is een kerntaak van de gemeente.
Vrijwillige deelname aan het brandweerkorps wordt gestimuleerd. Er vindt controle plaats of
gebouwen als scholen, horecabedrijven, clubhuizen, grotere bedrijven enz. aan het
Gebruiksbesluit voldoen
7. Er moeten actuele draaiboeken (aanvalsplannen) zijn voor alle risicovolle objecten. De
ervaringen met de buisleidingstraat in Heinenoord laten zien dat een goede voorbereiding op
calamiteiten nodig is.
8. De gemeenteraad ontvangt jaarlijks een rapportage over alle vormen van rampenbestrijding.
De plannen worden door middel van oefeningen op hun bruikbaarheid getest (bijvoorbeeld
bestrijding van rampen op de Oude Maas en op Rijksweg A29) .
Beleidspunten Binnenmaas Financiën
1. De gemeentebegroting moet sluitend zijn.
2. Het CDA stelt zich als doel de gemeentelijke tarieven en belastingen zo weinig mogelijk te
verhogen en onder het landelijke gemiddelde te houden. In beginsel wordt alleen de verwachte
inflatie doorberekend. Met de gevolgen voor de lagere inkomens wordt rekening gehouden
door een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid.
3. Wanneer het nodig is een begrotingstekort te dekken, zoals dat nu aan de orde is door
tegenvallende bijdragen uit het Gemeentefonds, wordt eerst geprobeerd dit door
bezuinigingen te doen. Indien verantwoord kunnen de reserves aangesproken worden voor
incidentele uitgaven. Het college moet er voor zorgen, dat ook gemeenschappelijke regelingen
bijdragen in de bezuinigingen. Pas in laatste instantie mogen de OZB-tarieven sneller stijgen.
4. Het dekken van een begrotingstekort moet niet alleen solide gebeuren, maar ook sociaal.
5. Voor diensten die door of via de gemeente geleverd worden, moet een reële bijdrage in
rekening gebracht worden. Daarbij wordt de verhouding tussen kosten en kwaliteit van
geleverde diensten door de gemeente bewaakt. De opbouw van tarieven moet doorzichtig zijn.
6. Nutsbedrijven die meer winst maken dan voor normale reservering nodig is, moeten hun
tarieven verlagen.