Politiek moet in de eerste plaats gaan over ideeën, idealen en gedachtegoed. Een politieke partij bestaat daarom uit mensen die allemaal ongeveer hetzelfde idee hebben over wat er moet gebeuren; in hun gemeente, provincie, in Nederland en in Europa. Bijvoorbeeld over wat het beste is voor economie, milieu, veiligheid, zorg of voor onderwijs; of – en misschien wel het belangrijkst – hoe wij samen leven in onze samenleving.
Maar helaas. Steeds vaker en vaker gaat het in de politiek over politici.
Een aantal voorbeelden uit de recente geschiedenis: opkomst van – uit het niets – Fortuyn en – iets geleidelijker – Wilders. Verkiezingswinst en –verlies dat aan Balkenende werd toegeschreven. Ontbreken van één CDA-leider dat tot dieptepunt in peiling leidt. PvdA die met Bos kelderde in de peilingen van 60 naar 16 zetels. Na aanwijzen Cohen als lijsttrekker steeg PvdA van 26 naar 33 in de peiling; vervolgens daling tot 21 in laatste peiling. En de VVD die met de zwak startende Rutte kon verdubbelen in de peilingen waardoor Rutte kon uitgroeien tot stralend minister-president.
Maar hoe zit het met de ideeën en plannen van deze partijen? Zijn die ook zo sterk aan verandering onderhevig, om de schommelingen in de peilingen te verklaren? Neen. De idealen en het gedachtegoed blijven grotendeels gelijk.
Een belangrijke verklaring van de grote schommelingen in de peilingen is volgens mij ‘vertrouwen’. Mensen moeten het vertrouwen hebben dat politici de plannen, van de politieke partij waar zij voor staan, kunnen waarmaken. De stap van idee naar uitvoering moet een politiek leider kunnen zetten; of in ieder geval moet hij of zij dat uitstralen. Mensen moeten het vertrouwen hebben dat een politicus iets in de melk te brokkelen heeft.
En hoe zit het dan met het vertrouwen in de politiek als geheel? Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau is de politieke onvrede niet verdwenen; ondanks de constatering van het SCP dat het politieke vertrouwen is gegroeid (Kwartaalbericht 2010/4). De geënquêteerden zijn iets positiever over politici, maar ze hebben nog steeds veel zorgen over de politiek: te veel regels, gebrek aan daadkracht en politici luisteren niet. Ook in het Kwartaalbericht 2011/1 is te lezen dat de klachten over de kloof tussen burger en politiek en het niet luisteren van politici niet zijn verdwenen, maar wel zijn verminderd.
Als het in de politiek dan gaat om de politicus en het vertrouwen, waarom geven politieke partijen dan zoveel aandacht aan de inhoud. Zo ook het CDA. Gisteren zijn de deelnemers aan het strategisch beraad van het CDA bekend gemaakt (http://www.cda.nl/Actueel/Nieuws/Nieuwsbericht/2011/6/23/Aart_Jan_de_Geus_voorzitter_Strategisch_Beraad.aspx) Het Strategisch Beraad zal een koers voor de komende tien à vijftien jaar uitzetten voor het CDA en het eindrapport zal worden gepresenteerd tijdens het voorjaarscongres op 2 juni 2012.
En wordt het dan na 2 juni 2012 veel beter voor het CDA? En stellen journalisten vanaf nu – of straks na 2 juni 2012 – niet meer de vraag wie dé leider van het CDA is of moet worden? Nee, natuurlijk niet. Die politiek leider blijft zeer belangrijk.
Ik heb vertrouwen in de inhoud van het CDA en in de kracht van groepen mensen. Samen kunnen we heel veel tot stand brengen: in de gemeente, provincie, in Nederland en in Europa. Maar ook als CDA-leden; in het Strategisch Beraad en tijdens ledenvergaderingen en congressen.
Politiek moet blijven gaan over ideeën, idealen en gedachtegoed. Daarbij moeten niet politici en de politiek leider voorop staan, maar de mensen. Niet belangrijk is het door wie politiek wordt gedaan, maar voor wie de politiek oplossingen biedt. Voor jou dus.
Als je mij iets wil laten weten, doe dat. Graag!
Groet,
Bert Sonneveld
Fractievoorzitter CDA-Bussum
bert.sonneveld@bussum.cda.nl
www.cda.nl/Bussum
http://www.youtube.com/user/CDABussum