21. Het CDA kiest voor een gemeentelijk beleid, waarin rekening gehouden wordt met burgers met een kwetsbare positie in de maatschappij.
22. Handhaving van het huidige voorzieningenniveau in de vorm van minimabeleid acht het CDA gewenst.
23.Het CDA vindt het redelijk, dat mensen die een uitkering ontvangen waar mogelijk een tegenprestatie leveren in de vorm van vrijwilligerswerk. Hierbij blijft uitgangspunt het uitzicht op een reguliere baan.
24. Het CDA vindt het van groot belang dat mensen naar vermogen meedoen in de Nederlandse samenleving. Werk is een belangrijk fundament onder een samenleving, maar het belang van meedoen reikt voor het CDA veel verder. Wij roepen de mensen op om hun talenten in te zetten voor zichzelf en de samenleving. Mensen mogen ook op die inzet worden aangesproken. Door te werken kunnen mensen zich ontplooien en hun bestaan zin en inhoud geven. Zeker, betaald werk is niet in alle opzichten zaligmakend. Maar de zekerheid van werk en inkomen is wel een belangrijke voorwaarde voor persoonlijke groei en ontwikkeling.
25. Het CDA vindt, dat de lokale overheid een voortrekkersrol hoort te vervullen bij het bijeenbrengen van burgers en maatschappelijke organisaties aangaande belangrijke onderwerpen, die een gezamenlijke inspanning vereisen om succes te behalen.
26. Het CDA wil aan alle inwoners kansen bieden om deel te nemen aan het maatschappelijke en culturele leven. We denken hierbij bijvoorbeeld aan het inzetten van inwoners bij buurtbeheer en maatschappelijke organisaties binnen de gemeente.
27. Voor het CDA blijft uitgangspunt bij het WMO-beleid: “Waar mogelijk op eigen kracht, indien nodig wordt ondersteuning geboden”.
28. Aanbieders van maatschappelijke diensten, die via de gemeente worden betaald dienen volgens het CDA aantoonbaar en controleerbaar efficiënt, doelmatig en op het juiste kwaliteitsniveau te werken.
29. Het CDA wil streven naar een duurzame relatie met aanbieders van zorg binnen heldere, zakelijke afspraken.
30 .Het CDA maakt zich sterk voor een onafhankelijke beoordeling van kwaliteit van diensten, onder meer door een laagdrempelige klachtenprocedure voor de burgers.
31. Het CDA staat op het standpunt, dat ouders en wettelijke verzorgers primair verantwoordelijk zijn voor de aan hun zorgen toevertrouwde minderjarige kinderen.
32. Het CDA wil, dat er meer aandacht worden besteed aan het activeren van de jeugd. Het betrekken van de ouders / verzorgers hierbij acht het CDA zinvol.
Het Centrum voor Jeugd en Gezin moet vooral laagdrempelig en toegankelijk zijn en geen bureaucratische organisatie. Ouders moeten er niet alleen terecht kunnen bij problemen, maar met alle opvoedingsvragen.
33. Het verenigingsleven neemt een belangrijke plaats in binnen de lokale gemeenschap. Het CDA wil dat de gemeente de randvoorwaarden schept om een bloeiend verenigingsleven mogelijk te maken.
34. Sportverenigingen vervullen naast hun primaire taak een steeds belangrijkere rol bij de aanpak van sociale problemen en het bevorderen van gezondheid(sbewustzijn). De gemeente moet sportverenigingen daarom ondersteunen, zowel materieel als organisatorisch.
35. De waardering voor vrijwilligers en mantelzorgers moet tot uitdrukking komen in het gemeentelijk beleid, onder andere door hen te ondersteunen bij hun waardevolle taak.
36. Het toezien op de uitvoering van regelgeving (handhaving) moet leiden tot een veilige en schone leefomgeving. Het CDA vindt de gedoogcultuur onaanvaardbaar. Gedoogbeleid leidt tot verlies van gezag van de overheid, rechtsonzekerheid en verloedering van het publieke domein.
37. Het CDA is voor een strikte handhaving van de geldende regels voor coffeeshops. Tegen de verkoop van (soft)drugs op straat of vanuit woningen moet hard worden opgetreden.