Voorgesteld 9 december 2010, aangenomen 14 december 2010
De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat het beginnersrijbewijs bedoeld is om aan beginnende, vaak jonge bestuurders de ernst van overtreding aan een concreet voelbare maatregel te koppelen om hen zo te stimuleren, hun gedrag te verbeteren; overwegende, dat het huidige niveau van drie strafpunten zelden bereikt wordt en dus een weinig afschrikwekkende dreiging heeft; constaterende, dat de overlast van overtredingen en het aantal dodelijke ongevallen door beginnende bestuurders niet merkbaar is verminderd sinds invoering van het beginnersrijbewijs; constaterende, dat met de invoering van het praktijkexamen voor de bromfiets ook deze bestuurders onder de definitie vallen van beginnend bestuurder; verzoekt de regering de norm voor het schorsen van het rijbewijs van beginnende bestuurders te verlagen van drie naar twee strafpunten, en gaat over tot de orde van de dag. De Rouwe Monasch
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 29 398, nr. 256