Voorgesteld 23 maart 2011, aangenomen 29 maart 2011
De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende, dat goed uitgevoerde natuurvriendelijke oevers met oeverbeschermingsfunctie tot nu toe prima zijn samengegaan met een goede bevaarbaarheid; overwegende, dat er nu voornemens bestaan om «vrij eroderende», natuurvriendelijke oevers aan te leggen in de Maas en de Geldersche IJssel; verzoekt de regering deze voornemens niet eerder uit te voeren dan nadat zij de Kamer heeft geïnformeerd over hun verenigbaarheid met bevaar-baarheid en de relatie tussen (natuur)baten en (bagger)kosten, en gaat over tot de orde van de dag. De Rouwe Dijkgraaf
Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 30 523, nr. 54