Voorgesteld 5 maart 2009, aangenomen 10 maart 2009
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat bedrijven die onderwerp zijn van mededingingsprocedures
doorgaans lang moeten wachten op een uitspraak van de
hoogste rechter;
van mening, dat de huidige lange doorlooptijd van meer dan 5,5 jaar de
rechtsonzekerheid voor mkb-bedrijven, inclusief mogelijk sterk oplopende
kosten, vergroot;
van mening, dat de lange doorlooptijd van meer dan 5,5 jaar op gespannen
voet staat met de eis van de behandeling van een rechtszaak binnen
«redelijke termijn» zoals verwoord in art. 6 EVRM en jurisprudentie van
het EHRM;
van mening, dat een lange duur van mededingingsprocedures botst met
de prioriteit van het kabinet om voor ondernemers procedures te verkorten
en lasten te verkleinen;
verzoekt de regering om onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de
termijnen in mededingingsprocedures te verkorten en de Kamer daar voor
1 juli 2009 over te berichten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Rouwe
Smeets
Elias
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2008–2009
KST128588
0809tkkst31531-12
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2009 Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 531, nr. 12