Voorgesteld 24 maart 2010, aangenomen 30 maart 2010
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende, dat de onlangs gewijzigde Wet luchtvaart vereist dat voor
luchtvaartterreinen in gebruik door ballonnen, scherm- en zeilvliegtuigen
en snorvliegers een provinciale luchthavenregeling is vereist;
overwegende, dat de totstandkoming van deze luchthavenregelingen veel
administratieve lasten met zich brengt voor alle betrokken partijen;
overwegende, dat de veiligheid via de Regeling veilig gebruik luchthavens
en overige terreinen is gewaarborgd;
constaterende, dat de uitoefening van deze luchtsporten niet onnodig
mag worden beperkt door ingewikkelde voorschriften, terwijl tot voor kort
zonder die voorschriften tot tevredenheid van alle partijen de luchtsporten
konden worden bedreven;
verzoekt de regering om op korte termijn met de betrokken partijen uit de
luchtvaartsector en de provincies tot een passende oplossing, zoals vrijstelling,
te komen;
verzoekt de regering tevens hier de Kamer vóór het zomerreces over te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Rouwe
Meeuwis
KST141990
0910tkkst31936-26
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 31 936, nr. 26