Voorgesteld 24 maart 2010, aangenomen 30 maart 2010
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende, dat het functioneren van het CBR al meerdere jaren onder
de maat is;
voorts constaterende, dat de beloningen van de directie sterk zijn
gestegen en beloningen boven de balkenendenorm liggen;
van mening, dat beloning van de directie van het CBR boven de balkenendenorm
niet acceptabel is voor een vanuit de tarieven gefinancierde
publieke dienstverlener;
verzoekt de regering om vooruitlopend op de Instellingswet CBR, zich
maximaal in te zetten om de bevoegdheden ten aanzien van benoeming
en beloning van de directie van het CBR op de kortst mogelijke termijn
naar de minister toe te trekken;
verzoekt de regering voorts om voor de beloning van de directie de balkenendenorm
als absolute bovengrens te hanteren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Rouwe
Roefs
Aptroot
Jansen
KST141994
0910tkkst29398-214
ISSN 0921 - 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2010 Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 29 398, nr. 214