Op 2 februari hebben wij met de fractie informeel afscheid genomen van Jan Oggel als onze fractievoorzitter. Dat betekent dat per dat moment ik ben aangetreden om de fractie van het CDA in Deventer te gaan leiden.
Ten eerste wil ik Jan Oggel bij deze hartelijk bedanken dat hij ons zo vakkundig geleid heeft in onze nieuwe rol als oppositiepartij. Waarbij hij niet na een teleurstellende verkiezingsuitslag het spreekwoordelijke bijltje erbij neergooide, maar de handdoek oppakte en samen met ons de nieuwe uitdaging aan ging. En gaandeweg ging zeker ook Jan hier steeds meer plezier in krijgen. Persoonlijk wil ik hem nog bedanken voor de goede adviezen die ik van hem mocht ontvangen tijdens onze gesprekken onder het genot van een kopje thee, of een goed glas wijn. Mede namens de rest van de fractie wens ik hem een hele goede tijd toe, met eindelijk eens ruimte om die dingen te realiseren waar hij altijd al van heeft gedroomd.
Ik ben heel blij dat de fractie mij het vertrouwen heeft gegeven om mij als relatief nieuw raadslid naar voren te schuiven als hun leider. Ik zal er alles aan doen wat binnen mijn mogelijkheden ligt om dat vertouwen waar te maken.
En natuurlijk heb ik er vooral heel erg veel zin in om met deze club CDA-collega’s (en allen die zich hier in de toekomst nog bij aansluiten) een goede periode te mogen meemaken.
Waarbij ik me zeker realiseer dat het moment waarin ik aantreed, niet een van de gemakkelijkste zal zijn.
Binnen afzienbare tijd zullen ook wij onze afweging moeten maken omtrent de besluitvorming over het stadskantoor. Vinden wij het financieel verantwoord om in deze tijd zo’n prestigieus plan uit te gaan voeren? Maar tegelijk ook de vraag, is het verantwoord om het niet te doen? Daar zullen we vast nog enkele stevige debatten met elkaar over voeren.
En wat ik net al memoreerde, deze tijden vragen om heel nauwkeurig kijken hoe we de dubbeltjes die we hebben uit gaan geven, aan wie wel en aan wie dus ook niet. Dus hoe stimuleer je de lokale economie dusdanig dat bedrijven kunnen overleven, mensen graag hier willen komen (wonen, recreëren) en armoedebeleid echt alleen een vangnet kan zijn voor de uiterste nood, omdat de overige mensen zich in de Deventer samenleving prima kunnen redden?
Maar tegelijkertijd ervaar ik het ook als een voorrecht om juist op dit moment Fractievoorzitter te mogen zijn. Want wanneer het niet zo gemakkelijk gaat, doet het er wel echt toe. En dat is toch uiteindelijk waarom ik ooit lid ben geworden van het CDA; omdat het leven, Deventer en de wereld om me heen ertoe doet!!
Elske van der Mik