INLEIDING
CDA-Deventer
CDA-Deventer is een moderne en brede partij, een partij die de gemeenschap en het gemeenschappelijke centraal stelt. Het ware draagvlak van de gemeente Deventer, als publieke lokale gemeenschap, steunt op de betrokkenheid van mensen bij hun gezin en familie, school, dorp of buurt.
De christendemocratie onttrekt zich daarmee aan het versleten ‘links-rechts-schema’. Het CDA heeft een geheel eigen plaats in de politiek: sociaal op sociaal-economisch gebied, degelijk als het gaat om overheidsfinanciën, realistisch vooruitstrevend over milieu en duurzaamheid, vasthoudend en appellerend op het terrein van normen en waarden.
Het CDA-Deventer is een lokale partij die diep geworteld is in de Deventer samenleving, met de voordelen van provinciale en landelijke verankering. Hiermee kunnen we ook in Zwolle en in Den Haag zaken geregeld krijgen.
Inspiratiebron
Het CDA biedt plaats aan alle mensen die zich aangesproken voelen door haar uitgangspunten. Ons bindt, naast de gezamenlijke democratische waarden, het christendemocratische gedachtegoed. Dit is onze grondslag en inspiratiebron bij het zoeken naar oplossingen voor hedendaagse problemen. Het gaat daarbij steeds om mensen. Menselijk geluk, menselijke waardigheid, wederzijds respect, veiligheid en geborgenheid, zorg voor elkaar en gemeenschapszin.
Uitgangspunten
Het CDA hanteert vier uitgangspunten die, in onderlinge samenhang, de peilers vormen van het christendemocratisch gedachtegoed.
Het CDA zet zich in voor een samenleving waarin gerechtigheid kan opbloeien. De overheid moet streven naar publieke gerechtigheid door dit in wetten en regels tot gelding te brengen en rechtvaardig te regeren. Met name de belangen van sociaal en economisch zwakkeren vragen bescherming.
Solidariteit betekent dat mensen boodschap hebben aan elkaar. Van de sterken mag offers gevraagd worden voor de zwakkeren. Solidariteit overstijgt grenzen, zowel die van de eigen sociale groep alsook die van het eigen land. De overheid hanteert het solidariteitsbeginsel vanuit haar taak: zij garandeert de vloeren in de sociale zekerheid en doet een appel op burgers en maatschappelijke organisaties om te werken aan maatschappelijke ontplooiing. Met en voor mensen.
Mensen en hun maatschappelijke verbanden hebben recht op ontplooiing. De overheid moet dat recht en die verantwoordelijkheid van mensen en organisaties erkennen, bevorderen en hen de ruimte en mogelijkheden geven om dat waar te maken. Dit hoort bij publieke gerechtigheid.
Rentmeesterschap houdt in dat de mens zorgvuldig omgaat met zijn of haar omgeving. Dat gaat niet alleen over het natuurlijk milieu, maar ook over de gaven en talenten op het gebied van wetenschap, techniek, arbeidsverdeling of cultuurvorming. Rentmeesterschap gaat over verantwoordelijkheid voor onze aarde en van al haar bewoners. De natuur is er om van te genieten, van haar vruchten te leven, maar ook om te koesteren en te bewaren.
Politiek géén doel op zich
Het CDA is een degelijke en betrouwbare politieke beweging, die nieuwe wegen inslaat, altijd gebaseerd op vaste waarden. Lokale politiek en bestuur zijn voor het CDA geen doelen op zich. Het is een manier om de dingen in de lokale samenleving voor elkaar te krijgen. Het CDA heeft duidelijke standpunten over de toekomst en luistert daarbij naar burgers. Besluiten die steunen op breed draagvlak in de lokale gemeenschap zijn duurzamer dan die dat ontberen. Daarom kiest CDA-Deventer voor samenwerking met en ruimte voor de lokale gemeenschap.
Maatschappelijk debat: waardig en respectvol
Het recht op de vrijheid van meningsuiting biedt veel ruimte om zaken kritisch aan de orde te stellen. Het staat mensen vrij misstanden of gebruiken die in onze maatschappij breed worden afgewezen, aan de kaak te stellen. Vrijheid schept echter óók verplichtingen. De verplichting van de eigen verantwoordelijkheid om waardig en respectvol om te gaan met andersdenkenden. Waardigheid en respect hebben een belangrijke maatschappelijke functie. Het op scherp stellen van tegenstellingen is niet zonder risico’s voor de cohesie die een samenleving nodig heeft. Mensen blijven altijd verantwoordelijk voor de eigen opvattingen en gedrag.
IJkpunten
Onze samenleving is voortdurend in beweging: opvattingen, waardepatronen en leefstijlen veranderen. Dat neemt niet weg, dat het CDA vindt dat er afspraken moeten zijn over zaken die voor iedereen van belang zijn. Dat er waarden en normen zijn die we in de samenleving met elkaar delen en waar we elkaar op kunnen aanspreken.
Voor het CDA gelden de volgende ijkpunten voor alle burgers, ongeacht herkomst of etnische achtergrond:
ü mensen hebben als individu unieke waarde en dragen een persoonlijke verantwoordelijkheid;
ü mensen hebben recht op eigen levensverbanden;
ü we spreken Nederlands met elkaar;
ü we hebben respect voor elkaar;
ü solidariteit gaat gepaard met rechten en plichten;
ü inkomen door arbeid hoort bij een menswaardig bestaan;
ü ouders dragen de verantwoordelijkheid voor het opvoeden van hun kinderen.
Respectvol samenleven in een sterk Deventer
Respect is één van de kernthema´s van het CDA, mensen vragen hier ook om. De burger wil (meer) respect. Respect op straat, respect tussen mensen onderling, maar wil ook met respect behandeld worden in een winkel en bij een gemeenteloket.
Het respect moet uit de samenleving zelf komen en begint bij gezin en familie en bij de opvoeding. Vervolgens is het aan organisaties en bedrijven om respect verder sociaal aan te leren en te delen. Daarom zijn bijvoorbeeld sportverenigingen zo belangrijk.
Een sterke gemeente gaat met respect om met verschillende belangen. Dat geldt bij de afweging van belangen bij besluiten, maar ook bij de uitvoering van de democratisch genomen besluiten. Respect moet van twee kanten komen. Bestuurders moeten respect hebben voor burgers en van de burger mag worden verwacht dat zij bestuurders, ambtenaren, politiemensen, brandweerlieden, ambulancepersoneel en mensen in de zorg respectvol bejegenen. Zij werken immers voor de publieke zaak. Zij zetten zich in voor de mensen in Deventer.
1. BESTUUR EN ORGANISATIE
Gemeentebestuurders
Een sterke gemeente vraagt om een sterk bestuur met visie en ambitie. CDA-Deventer wil de komende periode actief deelnemen aan een stabiele coalitie die steunt op een ruime solide meerderheid in de raad.
De verschillende bestuursorganen – gemeenteraad, college, burgemeesterschap – moeten zowel op grond van hun eigen rol als in samenspel met anderen invulling geven aan ‘goed bestuur’ dat ten dienste staat van de lokale gemeenschap. CDA-Deventer verwacht van gemeentebestuurders visie en ambitie, gezagvol optreden, het ondersteunen van maatschappelijke initiatieven en het loslaten van gemeentelijke taken als dat tot voordelen leidt.
Gekozen CDA-ers staan middenin de samenleving en zijn herkenbaar als betrouwbare bestuurders die het debat aan gaan en bruggen weten te slaan. Zij maken afgewogen keuzes en opereren duaal. Het dualisme is echter een middel, geen doel. Collegialiteit is van groot belang, collegialiteit binnen een college en collegialiteit tussen fractie en wethouders.
Voor het CDA gelden de volgende kenmerken voor gemeentebestuurders:
ü betrouwbaar: het politieke handelen moet vertrouwen en geloofwaardigheid uitstralen;
ü verantwoordelijk: zij nemen hun verantwoordelijkheid, ook bij moeilijke beslissingen;
ü integer: bestuurders zijn rechtschapen, eerlijk en onomkoopbaar;
ü verantwoording: bestuurders leggen in het openbaar verantwoording af over gemaakte keuzes;
ü betrokken: christendemocratische gemeentebestuurders moeten inspirerend en betrokken zijn. Zij weten zich geïnspireerd door het christendemocratische gedachtegoed en dragen dat ook uit;
ü gezag: openbare functies zijn met gezag bekleed. Gezag is niet te koop maar moet verworven worden. CDA-bestuurders moeten hiertoe in staat zijn.
Gemeente, burger en gemeenschap
Het CDA vindt dat de gemeente de mensen centraal moet stellen, niet alleen met woorden maar ook in concrete daden. Het gemeentebestuur staat de mensen ten dienste en niet omgekeerd. Het is belangrijk dat belanghebbenden een volwaardige rol hebben in het beleidsproces. De gemeente betrekt inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven actief bij de beleidsvorming en de uitvoering van haar taken.
Soms zal de rol van de gemeente zich beperken tot het actief verschaffen van informatie of het betrekken van belanghebbenden bij de voorbereidingsfase van besluitvorming. Maar evengoed moet de gemeente belanghebbenden bij de uitvoering van beleid betrekken en maatschappelijke initiatieven aanmoedigen. Het CDA vat de reikwijdte van het begrip ‘belanghebbende’ ruim op.
Gebiedsgericht werken
Het CDA legt een grote verantwoordelijkheid bij de samenleving en staat open voor ideeën, opvattingen en wensen vanuit dorpskernen, buurten en wijken. Deventer is nooit af.
Gebiedsgericht werken kan op verschillende manieren worden georganiseerd, maar is in de eerste plaats een houding van de gemeente. De hele manier van werken van de gemeente moet gericht zijn op de dialoog met de bewoners van dorpskernen, buurten en wijken. Bestuurders en ambtenaren moeten de inwoners actief opzoeken en betrekken en positief staan tegenover initiatieven ‘van onderop’. Dat is écht gebiedsgericht werken. De Deventer wijkaanpak speelt hierin een belangrijke rol.
Dialoog en samenwerking kunnen niet worden opgelegd, daarom zijn initiatieven die vanuit de samenleving naar boven komen, juist zo belangrijk. De gemeente mag van gesubsidieerde instellingen vragen, dat zij de participatie van gebruikers en cliënten goed hebben geregeld. In de subsidieverordeningen wordt vastgelegd, dat gesubsidieerde instellingen hun cliënten of gebruikers, op het niveau van dorpen, buurten en wijken, serieus betrekken bij hun denken en handelen. Dit geldt ook bij de samenwerking tussen gemeente en woningcorporaties.
Door de gemeente gesubsidieerde instellingen moeten voor de salarissen van hun bestuurders voldoen aan de Balkenende-norm.
Gemeentelijke dienstverlening
De dienstverlening van de gemeente Deventer moet gedegen, betrouwbaar en tijdig zijn. “Zeggen wat je doet en doen wat je zegt” is het devies. De burger moet de keuze hebben tussen een persoonlijk en een digitaal loket. De behoefte aan digitale dienstverlening zal in de komende periode sterk groeien. Mensen willen onafhankelijk van tijd en plaats dingen met de gemeente kunnen regelen . De gemeente speelt hierop in. Via een persoonlijke internetpagina kan de burger zien hoe het staat met de behandeling van zijn aanvraag voor bijvoorbeeld een vergunning, krijgt hij van de gemeente een uitnodiging zijn paspoort te verlengen en of een melding van een gebeurtenis in zijn woonomgeving. Ook kunnen afspraken digitaal worden ingepland. Klachten en meldingen worden tijdig afgehandeld en digitaal teruggerapporteerd.
Voor persoonlijke dienstverlening moet de burger duidelijk weten waar hij of zij terecht kan. De loketten moeten op één plaats zijn geconcentreerd. De gemeente wordt het centrale loket voor de hele overheid. Zij moet daarom zoveel mogelijk samenwerken met andere dienstverleners in Deventer. Via de wijkwinkels en servicepunten, zo dicht mogelijk bij mensen, op afspraak, of via spreekuren. Een vergunning bijvoorbeeld moet je kunnen aanvragen bij één klantadviseur.
Intergemeentelijke samenwerking
Het CDA wil de bestuurlijke samenwerking binnen de Stedendriehoek voortzetten. Dat geldt nadrukkelijk ook voor de goede samenwerking die met de gemeenten Raalte en Olst-Wijhe is opgebouwd op het gebied van bijvoorbeeld het plattelandsbeleid, het Sallands bureau voor Toerisme, ICT en de sociale dienst. Het CDA wil dat Deventer lid wordt van de Euregio Nederland-Duitsland.
Krachtenbundeling door gezamenlijk diensten aan te bieden (shared services) geeft kwaliteitsverbetering en kostenbesparing.
Financiën
Het CDA heeft de afgelopen twee periodes succesvol bestuurlijke verantwoordelijkheid gedragen voor het gezond houden van de gemeentelijke financiën. Nu de rijksoverheid, vanwege de economisch crisis, zwaar moet bezuinigen, zal ook Deventer de broekriem moeten aanhalen.
Het CDA kiest allereerst voor versobering, het schrappen van taken, efficiënter werken en besparingen op uitvoeringskosten en niet voor lastenverzwaring voor de burgers. Als het geld er niet is, moeten mensen meer zelf doen, meer eigen verantwoordelijkheid nemen en minder leunen op betaalde professionals. Het hele beleid van de gemeente wordt systematisch doorgelicht om de goede afwegingen te maken. Het waarborgen van de economische vitaliteit van de stad heeft een hoge prioriteit. Uitgangspunt voor het CDA is dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dus zal het CDA er alles aan doen de positie van de zwakkeren in de samenleving te beschermen, zodat zij kunnen blijven meedoen.
Het CDA hecht aan het principe dat structurele uitgaven door structurele inkomsten worden bekostigd. Zo ontstaat er solide dekking voor meerjarige uitgaven die niet afhankelijk zijn van incidentele mee- en tegenvallers. Door het opdrogen van de financiële baten van het grondbedrijf moeten andere scenario’s worden ontwikkeld voor een structureel langetermijn investeringsbeleid.
Gemeentelijk veiligheidsbeleid
Je veilig voelen in je woon-, werk- en leefomgeving is essentieel. Dankzij het stevige beleid van de afgelopen jaren is de geregistreerde criminaliteit gedaald en voelen meer mensen zich veiliger. Deze lijn moet zich voortzetten. De gemeente heeft een belangrijke regietaak als het gaat om veiligheid. Veiligheidsbeleid krijgt vorm in samenwerking tussen burgers, politie en justitie, scholen, buurtverenigingen, horecaondernemers en winkeliers, woningcorporaties, (sport)-verenigingen, etc.
Rol gemeente
Veiligheidsbeleid vereist visie, gezag, regels en handhaving. Het CDA vindt dat de gemeente op dit gebied drie taken heeft.
ü Overlast bestrijden en tegengaan
Geweld mag onder geen enkele voorwaarde worden geaccepteerd. Het CDA vindt dat er steviger moet worden opgetreden tegen asociaal gedrag. Ook moet de politie meer in burger controleren en handhaven. Wijkagenten en stadswachten kennen de buurten en wijken en de mensen die daar wonen en werken. Zij treden op als bemiddelaar, stimuleren de sociale samenhang in hun werkgebied en handhaven regels op straat.
ü Preventie
Het beleid is erop gericht criminaliteit en overlast niet alleen terug te dringen, maar ook te voorkomen. Dat gebeurt door voorlichting en samenwerking met ouders, scholen en maatschappelijke instellingen. Maar ook, als dit aantoonbaar noodzakelijk is, door fysieke maatregelen, zoals cameratoezicht bij scholen, bedrijfsterreinen, in winkelgebieden en op de Brink. De uitgaansveiligheid wordt ook vergroot door goede afspraken met de horeca, waarbij na een evaluatie in 2012 de openingstijden zo nodig worden vervroegd.
Het CDA wil ruimte voor jongeren in alle buurten, JOPS en Cruyffcourts moeten jongeren een plek geven waar ze terecht kunnen zonder overlast te veroorzaken. Malafide huis- en pandeigenaren kunnen rekenen op lik-op-stuk-beleid.
ü Participatie
Het elkaar kennen en het zelforganiserend vermogen van burgers en de lokale gemeenschap zijn belangrijk. Burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het voorkomen van onveiligheid. Respect voor elkaar moet een gedeeld begrip worden. Goede voorlichting en een lik-op-stuk-beleid helpen om duidelijk te maken wat kan en wat niet kan. Hiermee wordt verruwing van het maatschappelijke klimaat tegengegaan.
Het CDA vindt het bevorderen van sociale samenhang in buurten, wijken en dorpen van groot belang. Een afnemend ‘buurtgevoel’ leidt tot een gevoel van sociale onveiligheid. Het CDA wil initiatieven en activiteiten van de mensen zelf steunen en faciliteren. Dit bevordert zelfredzaamheid en gemeenschapszin. En dat is goed voor iedereen.
Leefbaarheid in dorp, buurt en wijk
De leefbaarheid in buurten, wijken en dorpen wordt bepaald door goede voorzieningen en veiligheid en door het sociale weefsel, de sociale samenhang. Die twee zaken versterken elkaar.
Verenigingsleven en vrijwilligerswerk speelt in Deventer een belangrijke rol, evenals de wijkaanpak. Voor het CDA gaat het om meedoen en draagvlak. Het CDA vindt het daarom erg belangrijk dat de gemeente er alles aan doet om burgers in dorpen, buurten en wijken te betrekken bij besluiten over de leefbaarheid en de inrichting van hun directe omgeving.
De afgelopen periode is onder CDA-verantwoordelijkheid sterk gewerkt aan het behoud van voorzieningen en winkels in de dorpen, door clustering in en bij Kultuurhusen. Dat blijven wij doen.
3. OPENBARE RUIMTE.
Het CDA heeft er mede voor gezorgd, dat de openbare ruimte in veel buurten is opgeknapt. Schoon, heel en veilig, daar gaan we ook in de komende periode mee door. Net zoals bij de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte, is het belangrijk burgers te betrekken bij onderhoud van het groen bij hen in de buurt. Regelmatig wordt daarom met burgers een wijk- of buurtschouw gehouden. Het CDA is voor meer zelfwerkzaamheid door burgers. Zo kan bijvoorbeeld het bermonderhoud prima worden geprivatiseerd en kunnen burgers zelf blad of vuurwerkresten opruimen. Cambio ondersteunt hierbij.
Ook de Agrarische Natuurvereniging kan hierbij een rol spelen. De kwaliteit van de publieke ruimte gaat velen ter harte. Mensen ergeren zich aan zwerfvuil, aan graffiti of aan hondenpoep. Dit moet volgens het CDA consequenter en harder worden bestreden.
Bij de (her)inrichting van straten en pleinen moet aandacht zijn voor duurzaamheid van voorzieningen en of het onderhoud goed kan worden uitgevoerd. Ook moet sterk rekening gehouden worden met de opbouw van de wijk (kinderen, ouderen, gehandicapten). De voorzieningen moeten levensloopbestendig en aanpasbaar zijn.
Binnen elke wijk of buurt dient een ‘plein’ uit te nodigen tot binding en ontmoeting. Woningcorporaties, particuliere verhuurders en particuliere woningbezitters moeten zo nodig worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor de publieke ruimte.
Voor eind 2011 moeten er goede openbare toiletten in het centrum van de stad zijn.
Het CDA wil zandwegen in het buitengebied ter bevordering van fietsverkeer en recreatief gebruik voorzien van een stofvrije deklaag.
Openbaar groen
Openbaar groen in de stad draagt bij aan een beter milieu en ruimtelijke kwaliteit. Bomen en planten zijn de longen voor een stedelijke omgeving. Meer openbaar groen en de aanleg van stadsparken (inclusief natuurlijke waterberging) helpen bij de opvang van (regen)water en vermindering van de CO2-problematiek, gaat opwarming van de stad tegen en verhoogt de luchtkwaliteit. Bij herstructurering en nieuwbouw is behoud en aanleg van nieuwe groenvoorzieningen van groot belang. De aanleg van het Keizerspark en het Zandweteringpark in wijk 4 en de vernieuwing van het Venenplantsoen zijn daarom van groot belang voor het CDA.
4. VERKEER EN VERVOER
Bereikbaarheid, verkeersveiligheid en duurzame vormen van mobiliteit zijn de speerpunten van het gemeentelijke verkeers- en vervoersbeleid van CDA-Deventer.
Het CDA is voor het verbeteren van de bereikbaarheid van de stad door een derde IJsselbrug ter hoogte van de Roland Holstlaan en door verbreding van de A1.
De doorstroomsnelheid op de N348 moet omhoog, zodat de weg verder aan populariteit wint en de andere stedelijke verkeersstromen ontlast. Landbouwverkeer mag niet gehinderd worden bij zijn/haar werkzaamheden. Het verkeersprobleem in Schalkhaar moet worden opgelost door een noordelijke rondweg.
De Vijfhoek moet beter bereikbaar worden door de aanleg van de Oostriktunnel onder het spoor.
Het CDA is voorstander van de realisatie van een station in Bathmen en bij bedrijvenpark A1.
Het fietsverkeer in de gemeente Deventer en in de regio moet gestimuleerd worden door asfaltering van alle fietspaden. Verder door het aanleggen van fietspaden in het buitengebied, met voorrang voor schoolroutes en recreatieve fietspaden. Tenslotte is een snelle uitbreiding van de gratis fietsparkeervoorzieningen in de binnenstad en bij het station nodig.
Voor het parkeren in de binnenstad kiest het CDA voor een flinke garage in het Sluiskwartier in combinatie met een kleine garage voor circa 200 auto’s in het gebied bij de Lebuïnuskerk, zodat de Nieuwe Markt en het Grote Kerkhof autovrij worden.
5 MILIEU, DUURZAAMHEID EN KLIMAATBELEID
Uitgangspunten
Rentmeesterschap, solidariteit en gespreide verantwoordelijkheid zijn de christendemocratische uitgangspunten die van bijzondere betekenis zijn bij het werken aan een goed leefmilieu. Rentmeesterschap betekent dat wij de aarde in dezelfde of zo mogelijk in een betere conditie doorgeven aan onze kinderen. Daarom rust er op ons een morele plicht om schade aan het leefmilieu te voorkomen.
Deventer levert de bijdrage aan duurzaamheid in (niet vrijblijvend) samenspel met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties en instellingen.
Het CDA-Deventer wil haar burgers steunen bij het doorvoeren van energiebesparing en CO2- reductie thuis door energieadviezen en subsidies. Nieuwe woonwijken worden klimaatneutraal ontwikkeld. Met woningcorporaties worden afspraken gemaakt om bij renovaties te kiezen voor duurzame en energiebesparende investeringen. Er komt een stimuleringsprogramma voor zonne-energie, kleine windmolens en warmteopslag. Er worden plekken aangewezen waar ondernemers windmolens kunnen plaatsen en we onderzoeken de mogelijkheden voor lokale of regionale energieopwekking.
De gemeente moet voor 2015 volledig duurzaam inkopen. Op verschillende plekken in de gemeente moeten oplaadpunten voor elektrische fietsen en auto’s komen.
Afval wordt steeds meer beschouwd als grondstof voor (nieuwe) productieprocessen. Het CDA wil de scheiding van afvalstoffenstromen sterk bevorderen door op zo kort mogelijke termijn over te gaan op Diftar (gedifferentieerde tarieven, wie meer afval aflevert betaalt ook meer). Ook eigen compostering door burgers wordt bevorderd.
Het CDA wil dat Deventer samen met het rijk de geluidsoverlast langs de A1, met name in Colmschate en Bathmen aanpakt.
6. PLATTELANDSONTWIKKELING
CDA-Deventer heeft de afgelopen periode met succes het plattelandsbeleid aangestuurd. Deventer heeft zich met deze aanpak een leidende positie verworden. Een voorbeeld voor heel Overijssel.
CDA-Deventer geeft ruimte aan de landbouw om zich verder te ontwikkelen, maar ook aan nieuwe economisch bedrijvigheid als hoofdactiviteit in Vrijkomende Agrarische Bebouwing, of als nevenactiviteit.
Recreatie en toerisme is erg belangrijk. CDA-Deventer wil die verder stimuleren en ontwikkelen. Het behoud van cultureel erfgoed en karakteristieke boerderijen is een speerpunt in ons landschapsbeleid. Dit naast aandacht voor natuur, ecologie en water. De uitvoering van het Landschaps Ontwikkelings Plan, moet worden voortgezet. De leefbaarheid van het platteland is goed van de grond gekomen. Dit komt mede door het dorpenprogramma van de wijkaanpak en door het behoud van de voorziening door clustering in Kultuurhusen. Ook de beschikbaarheid van breedband in het buitengebied speelt hierbij een rol.
De komende periode moet de aandacht voor zorg en welzijn op het platteland verder worden ontwikkeld. Met ook aandacht voor ‘wonen en zorg op maat’, de uitvoering van de , mantelzorgondersteuning en zorgboerderijen. Het voortzetten van een portefeuille plattelandsontwikkeling is volgens het CDA nodig om de continuering van sterk plattelandsbeleid te waarborgen.
Het CDA wil zoveel mogelijk ondersteunend zijn bij uitwerken en realiseren van lokale initiatieven. De inzet van de gebiedscoördinator/plattelandsmanager is daarbij onontbeerlijk.
Het stroomlijnen van vergunningverlening aan ondernemers en burgers moet voor het CDA krachtig worden doorgezet, eenvoudiger en sneller.
7. RUIMTELIJKE ORDENING EN WONEN
De inrichting van de publieke ruimte raakt ons allemaal. Het gaat om een zo goed mogelijk evenwicht tussen wonen, werken en recreëren. Tussen economische en ecologische functies. Ruimtelijke ordening is een middel en geen doel. Maar het is een belangrijk instrument om de leefbaarheid in stand te houden en te bevorderen.
Voor het CDA staat spaarzaam omgaan met de beschikbare ruimte centraal. Dat betekent dat we kiezen voor inbreiding (zowel in de stad als in de dorpen) boven uitbreiding en voor hergebruik van bestaande bedrijfsterreinen en -panden, (Havenkwartier, leegstaande panden Bergweide benutten, VAB, RoodvoorRood etc.).
Bij de herstructurering is een stabiele en goede relatie met woningcorporaties nodig . Dit is noodzakelijke om, naast de Rivierenwijk en Keizerslanden, ook Voorstad-Oost en het Rode Dorp aan te kunnen pakken.
Wonen is een primaire levensbehoefte. Helaas is de woningmarkt voor veel mensen minder toegankelijk en betaalbaar dan het CDA zou willen. In onze regio zit de huursector bijna op slot en vinden starters moeilijk een betaalbare woning. Het CDA kiest voor nieuwe vormen van stimulering van het eigen woningbezit, door bijvoorbeeld het ‘TeWoonconcept’. Verkoop van ook kleine kavels aan particulieren verdient de voorkeur boven projectontwikkeling. Het CDA wil onderzoeken of er meer starterswoningen, voor maximaal € 150.000, kunnen worden gebouwd. De ruimtelijke kwaliteit wordt streng bewaakt door het nieuwe Welstandsbeleid. In dorpen wordt gespreid in de tijd gebouwd.
Schalkhaar Noord-Oost is het laatste uitbreidingsgebied van Deventer. Daar worden niet meer huizen gebouwd dan nodig zijn om uit de kosten van de grondaankoop te komen. Een hernieuwde visie Binnenstad-Zuid moet duidelijkheid geven over de locaties voor de noodzakelijke verbetering van de huisvesting van ambtenaren, bibliotheek en culturele instellingen. CDA-Deventer heeft hierbij als uitgangspunt dat de locaties meerwaarde moeten bieden voor de ontwikkeling van de binnenstad.
8. ECONOMISCHE ONTWIKKELING EN WERKGELEGENHEID
De ontwikkeling van de economie en de werkgelegenheid is in deze tijd van economische crisis essentieel. Hoewel de gemeente hieraan maar een bescheiden bijdrage kan leveren is het van het grootste belang dat alles gedaan wordt wat kan worden gedaan. Dat doet CDA-Deventer door de beschikbaarheid van vestigingslocaties in Deventer te vergroten en de kwaliteit ervan te verbeteren. Het CDA ziet revitalisering en ontwikkeling van het bedrijvenpark A1 als een speerpunt. De komende periode moeten zowel het Havenkwartier als het Sluiskwartier tot ontwikkeling komen en moet er een oplossing komen voor leegstaande kantoorgebouwen door herbestemming (andere functies).
Aanbestedingen moeten ook MKB-vriendelijk zijn en moeten voorwaarde bevatten voor stage- en leerwerkplaatsen.
Het CDA staat pal voor goed accountmanagement voor bedrijven, voor snelle RO-procedures en het schrappen van overbodige regels en administratieve lasten. De samenwerking met het bedrijfsleven (MKB en DKW) moet nog beter evenals de aandacht voor scholing via ROC en Saxion.
De gemeente moet een klimaat scheppen waarin innovatie, creatieve broedplaatsen en kenniscentra van de grond komen. Bij het zoeken naar nieuwe bedrijven die zich in Deventer willen vestigen, moeten dit type bedrijven een voorkeursbehandeling krijgen. Ook het Platform Techniek Deventer (PTD) en ‘Techniek onder 1 dak’’ moeten verder ontwikkeld worden. De voorsprong die Deventer heeft op het gebied van glasvezel-infrastructuur, vraagt in de volle breedte veel meer uitnutting.
Het aantal stage- en leer-werkplaatsen voor jongeren moet worden uitgebreid, mede door consequente toepassing van het concept van “Social return on Investment”. De Wet Investeren in Jongeren is een goed instrument om de oplopende jeugdwerkloosheid tegen te gaan. Het netwerk van Overheid, Bedrijfsleven en Onderwijs verdient versterking.
Toerisme en Recreatie.
Toerisme en Recreatie is goed voor Deventer, zowel economisch en promotioneel als cultureel. Grote aantallen mensen bezoeken onze monumentale stad en haar evenementen of genieten van en verblijven in het buitengebied. Doorontwikkeling en innovatie op dit gebied is een belangrijk speerpunt, betere uitnutting van het Deventer glasvezelnetwerk kan hiertoe bijdragen. Het CDA steunt ook de continuering van het Sallands Bureau voor Toerisme. Ook vrijwilligersorganisaties als “Deventer Buiten” zijn hierbij van groot belang. Uitbreiding van verblijfsmogelijkheden in het buitengebied worden gestimuleerd, net als fiets- en wandelpaden.
9. GEZINNEN, JONGEREN, OUDEREN EN GENERATIEBELEID
Gezinnen
Voor het CDA is de familie en het gezin de hoeksteen van de samenleving. Het is de plek waar kinderen opgroeien. Opvoeding leert kinderen en jongeren met regels en verantwoordelijkheden om te gaan en maakt ze klaar voor de maatschappij.
Heel veel ouders bieden hun kinderen een veilige, geborgen en stimulerende gezinssituatie, waarbij zij er in slagen om aan steeds hogere opvoedingseisen en -verwachtingen te voldoen.
Gezinsondersteuning
Er zijn helaas ook ouders die niet aan de gestelde verwachtingen voldoen. Helaas is het aantal gemelde gevallen van ernstige verwaarlozing en mishandeling van kinderen nog steeds te hoog. Daarom heeft de gemeente, in de visie van het CDA, een taak ouders en opvoeders te ondersteunen en te stimuleren bij hun opvoedende taken. Het CDA is voor goede scholingsmogelijkheden, goede opvang en mogelijkheden voor ontspanning en ontmoeting.
Het is goed dat er, waar nodig, grenzen worden gesteld en wordt opgetreden als het in een gezin fout dreigt te gaan. Niet wachten tot het fout gaat, maar proactief handelen verkleint de kans op beschadiging of ontsporing. Het door de gemeente en hulpinstellingen ‘achter de voordeur’ ingrijpen is tegenwoordig een geaccepteerd fenomeen. Gemeente, jeugdzorg en andere hulpverlenende instanties moeten adequaat samenwerken en tijdig handelen.
Gemeentelijke regie op de gehele keten van jeugd- en gezinsbeleid blijft noodzakelijk. Voor ernstige probleemgezinnen is er intensieve begeleiding. Aanvaarding van deze hulp is niet vrijblijvend. Het belang van het kind staat voorop.
Centrum voor jeugd en gezin
Het CJG moet functioneren als een laagdrempelige voorziening, waar ouders en opvoeders gemakkelijk naar toe kunnen met vragen over het opvoeden van hun kinderen. Ouders kunnen op één locatie terecht met vragen en er wordt door één coördinator de vinger aan de pols gehouden bij die gezinnen.
Het centrum mag beslist geen bureaucratie worden. De aanpak moet praktisch en doelgericht zijn. Ieder probleemgezin krijgt een gezinscoach via het centrum. In ernstige gevallen wordt gewerkt met intensieve en niet-vrijblijvende begeleiding.
Het is de taak van gemeenten de samenwerking tussen betrokken instanties op te zetten. Daarnaast krijgt het gemeentebestuur ‘doorzettingsmacht’ om in te grijpen als de ernstige problemen in het gezin onopgelost blijven. Het CJG is echter niet alleen bedoeld voor als er echt problemen zijn. Iedereen die opvoedingsvragen heeft, zelfs de meest eenvoudige, moet het CJG weten te vinden. De gemeente stimuleert de bekendheid en laagdrempeligheid van het CJG via gerichte voorlichting. Goede afstemming tussen en waar nodig doorverwijzing tussen het CJG en het Bureau Jeugdzorg moet bewaakt worden.
Jongeren
Een maatschappij zonder actieve en gedreven jeugd heeft geen toekomst, mist verwondering en dynamiek. Ouderen hebben het vaak over ‘de jeugd van tegenwoordig’ maar met de meeste jongeren gaat het heel goed. Ze gaan naar school, ze studeren, ze werken, ze zijn luchtig en onbekommerd en ontwikkelen zich tot volwassen deelnemers van de maatschappij.
Het CDA wil jongeren graag meer betrekken bij beleidsvorming en besluiten die hen raken. Bijvoorbeeld bij het aanleggen en inrichten van voorzieningen, voor eigen plekken in de buurten of de wijken, voor jongerenontmoetingsplekken, Cruyff Courts en skatebanen. Ook steunt het CDA van harte de jeugdhonks van bijvoorbeeld Don Bosco en The Mall.
Ook zijn er helaas groepen jongeren die van hun ouders te veel vrijheid krijgen en die niet aankunnen. Dat leidt tot een ongezonde leefstijl en overlast. De ouders raken dan de grip vaak helemaal kwijt. Het beleid van de gemeente moet er op gericht zijn om ontsporingen te voorkomen. In samenwerking met bijvoorbeeld sportverenigingen en scholen, worden programma’s voor jongeren opgezet, waarin wordt gewezen op de risico’s van overmatig alcoholgebruik, ongezonde voeding, (soft)drugsgebruik, gokverslaving, enzovoort.
Sommige jongeren veroorzaken problemen die echt niet door de beugel kunnen. Het aandeel van jongeren en jongvolwassenen (14- tot 25-jarigen) dat overlast veroorzaakt en crimineel is, is te hoog. We moeten die groepen aanspreken op hun a-sociale gedrag en, als dat niet helpt, is meer toezicht en consequent optreden noodzakelijk.
Ouderen
Dankzij de gestegen welvaart en toegenomen kwaliteit van de gezondheidszorg leven we langer. Veel ouderen zijn na hun pensionering maatschappelijk actief, anderen genieten volledig van hun welverdiende vrije tijd. Voor ouderen is het goed om lang zelfstandig te kunnen wonen. Hiervoor zijn meer levensloopbestendige woningen of aanleunwoningen bij verzorgingscentra nodig.
Voor kwetsbare ouderen moeten we goed zorgen. Als de eenzaamheid toeslaat of de gezondheid minder wordt, hebben deze mensen aandacht nodig. De ouderenadviseurs moeten periodiek huisbezoeken brengen aan 70-plussers en deze ouderen individueel helpen hun weg te vinden in de wereld van wonen, zorg en welzijn.
Naast het verstrekken van ondersteuning en voorzieningen is mantelzorg een belangrijk middel om tegemoet te komen aan de hulpvraag van ouderen. In het Steunpunt Mantelzorg moeten vraag, informatie en aanbod bij elkaar komen. Zodoende wordt de leef- en woonsituatie van deze leeftijdsgroep in beeld gebracht om scherp te krijgen wat ze nodig hebben. De gemeente moet op reguliere basis met ouderen en hun organisaties overleggen en hun betrekken bij het beleid, bijvoorbeeld als het gaat om de Wmo en om woon- en zorgvoorzieningen.
Allochtonen
De eerste generatie heeft nu de leeftijd dat ze vaak nauwelijks nog zelfstandig kunnen wonen en behoefte krijgen aan verzorging in een tehuis. Daar hebben ze het moeilijk met de cultuur. Ook hebben ze problemen met de taal. Het CDA wil dat de gemeente zorgt voor bijvoorbeeld een vleugel in verzorgingstehuizen, specifiek voor eerste generatie allochtonen. Daar is dan tweetalig personeel nodig dat ook de cultuur en religie kent.
Het CDA wil dat allochtone en mensen van allochtone afkomst meer gaan deelnemen aan advies- en cliëntenraden en vertegenwoordigd zijn in besturen van zorginstellingen.
Generatiebeleid
In de vitale lokale samenleving die het CDA voor ogen staat, is sprake van respect en ontmoeting tussen generaties, tussen oud en jong. Ouderen hebben levenservaring en hebben maatschappelijke ontwikkelingen meegemaakt die interessant zijn voor jongeren. Aan de andere kant hebben de jongeren ambitie en passie en zorgen ze voor verwondering.
Het CDA wil dat de gemeenten programma’s en activiteiten ondersteunt die gericht zijn op binding en ontmoeting tussen generaties.
10. PARTICIPATIE, SOCIAAL BELEID EN ZORG
Kwetsbare groepen in de samenleving krijgen het in tijden van crisis extra moeilijk. Het CDA wil hen ondersteunen bij het zoeken naar werk en het (ook financieel) kunnen meedoen in de maatschappij. Inschakeling van maatschappelijke organisaties, zoals het Meester Geertshuis, Stichting Leergeld Deventer, Rechtop!, Stichting Present, het Leger des Heils, de Voedselbank, vele vrijwilligers en de Vrijwilligerscentrale en professionele partijen, als Sallcon en Cambio, is van even groot belang. Voor de armoedebestrijding is het belangrijk dat de regelingen bekend zijn bij de doelgroep, zodat meer gezinnen er gebruik van gaan maken.
Het toenemende beroep op schuldhulpverlening bij het BAD (Budget Adviesbureau Deventer) moet verminderd worden. Hiervoor is vroege signalering van betalingsachterstanden van mensen nodig zodat ze vroeg geholpen kunnen worden en niet wegzakken in een moeras van financiële problemen. Dus meer inspanningen ter voorkoming in plaats van steeds inzet op het oplossen van problemen. Projecten voor ouders en kinderen zoals ‘Elk kind t€lt mee’, en afspraken met woningcorporaties over het tijdig signaleren van huurschulden, zodat huisuitzettingen kunnen worden voorkomen, zijn daarvoor belangrijk.
‘Op eigen kracht waar mogelijk, ondersteuning indien nodig’ is het CDA uitgangspunt bij de Wmo. Het doel is om Deventer een leefbare lokale gemeenschap te laten zijn met een grote sociale samenhang in de wijken en buurten. In dat beeld past dat inwoners zelfredzaam en betrokken zijn: ze nemen zoveel mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid en ondersteunen elkaar waar dat kan. Burgers die (tijdelijk) niet meer op eigen kracht kunnen meedoen of zijn losgeraakt van de samenleving worden geholpen bij het (weer) op een volwaardige manier kunnen deelnemen aan de maatschappij. Problemen moeten concreet worden aangepakt door bemoeizorg van Regizorg, Carinova, GGD en de verslavingszorg.
Bij de aanbestedingen van vraagafhankelijk (openbaar) vervoer en de huishoudelijke verzorging, als onderdeel van de Wmo, is het van belang dat burgers vrije keuze houden, ook voor een persoons gebonden budget (pgb).
.
Gehandicapten
Mensen met een functionele beperking of handicap verdienen ondersteuning waar nodig. Het CDA vindt dat ook gehandicapten binnen grenzen, moeten kunnen beschikken over een persoonsgebonden budget, zodat zij zelf de benodigde zorg kunnen inkopen. Daarnaast moet er oog zijn voor het sociale netwerk waarbinnen gehandicapten leven. Familie, vrienden, buren en kennissen vormen immers de achtervang waarop zij kunnen terugvallen als het collectieve zorgsysteem onvoldoende kan inspelen op hun specifieke, individuele zorgbehoeften.
Het CDA zet zich bij de Wmo in voor het verkorten van procedures. Onnodige procedures moeten worden voorkomen of geschrapt. Als er voldoende budget is, is het gewenst subsidies te verstrekken voor projecten die de toegankelijkheid van gehandicapten van openbare gebouwen, de openbare ruimte en recreatie- en sportvoorzieningen, vergroten.
Het zorgloket in de wijkwinkel moet zorgen voor een integrale informatievoorziening van alle instellingen.
Verslavingszorg
Mensen die verslaafd raken aan drugs, alcohol of gokken, worden afhankelijk van de maatschappij, maar blijven verantwoordelijk voor hun eigen gedrag. Dat is het uitgangspunt bij de verslavingszorg die het CDA voor ogen staat. Vooral excessief alcoholgebruik van jongeren vraagt aandacht. In het kader van preventie moet er streng worden gecontroleerd dat jongeren onder de zestien niet aan alcohol kunnen komen.
11. ONDERWIJS
Kwalitatief goed onderwijs
Opgroeiende kinderen moeten de kans krijgen hun talenten te ontwikkelen en te benutten. Daarom hebben kinderen en jongeren recht op kwalitatief goed onderwijs. Scholen moeten voldoen aan kwaliteitseisen en een omgeving bieden waarin leerlingen zich goed kunnen ontwikkelen.
School en omgeving
Het CDA ziet scholen niet los van hun maatschappelijke omgeving. Omdat de bestuurlijke rol van de gemeente ten aanzien van het onderwijs is veranderd, moet zij vooral de samenwerking tussen scholen en instanties stimuleren. Daarbij gaat het om achterstandenbeleid, voortijdig schoolverlaten, terugdringen van ongeoorloofd schoolverzuim, praktijkonderwijs, voor- en naschoolse opvang, peuterspeelzaalwerk, volwasseneneducatie.
Omdat opvoeding en educatie in elkaars verlengde liggen, vindt het CDA het belangrijk dat ouders bij de school zijn betrokken. De vrijwillige inzet van ouders op scholen is van onschatbare waarde.
Ouders en opvoeders zijn de eerst verantwoordelijken voor de opvoeding. Wanneer zij echter daarin tekortschieten, vormen onderwijzers en leraren dikwijls de eerste opvang. Zij zijn van grote waarde bij het signaleren verwaarlozing, mishandeling en sociaal-emotionele problemen van leerlingen. Van belang is dat daarbij de menselijke maat in acht wordt genomen, zodat leerlingen persoonlijke aandacht en begeleiding krijgen.
Ongeoorloofd schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten moeten verder teruggedrongen worden. Jongeren tot 23 jaar die uitvallen, worden teruggeleid naar school of aan een baan geholpen. Als dit niet lukt komt er een zorgtraject.
Brede scholen
Brede scholen moeten uitgroeien tot een basisvoorziening waarin ook de voor- en naschoolse opvang, peuterspeelzaal en kinderopvang een plek hebben. Het CDA stimuleert die combinatiefuncties (cultuur/sport/brede school, maar ook met kinderopvang, open schoolpleinen, zorg).
Leer-werktrajecten
Het onderwijs moet beter inspelen op de arbeidsmarkt. Het besef is doorgedrongen dat sommige leerlingen via een individueel traject veel beter tot ontplooiing komen. Het CDA steunt dit en wil dat er afspraken gemaakt worden tussen het bedrijfsleven het beroepsonderwijs. Die zijn nu te veel uit elkaar gegroeid. Hiermee kan voor een deel het voortijdig schoolverlaten worden teruggedrongen. Dit is goed voor de toekomst van jongeren en goed voor de economie.
12 SAMENLEVEN, VRIJWILLIGERS EN INTEGRATIE
Verenigingen
Het CDA gelooft in een samenleving waarin mensen naar elkaar omzien en verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Heel praktisch ziet men dit terug binnen verenigingen. Daar zetten mensen zich vrijwillig in voor een gemeenschappelijk doel. Daar ontstaan op natuurlijke wijze sociale verbanden en relaties. De gemeente moet verenigingen die een maatschappelijk doel nastreven, helpen. Het subsidiebeleid moet daarop ingericht zijn. Voor de Wmo-raad moet dit een specifiek aandachtspunt zijn.
Vrijwilligerswerk:
Vrijwilligers zijn de ruggengraat van onze samenleving. Veel maatschappelijk nuttige taken zouden blijven liggen als er geen mensen zouden zijn die zich onbezoldigd inzetten voor de medemens. Vrijwilligers moeten hierin ondersteund worden door hen inspraak te geven in beleid, hen cursussen te bieden en door praktische ondersteuning. Het CDA vindt daarom de makelaarsfunctie van de Vrijwilligers Centrale Deventer zeer belangrijk. Nadrukkelijker zal er aandacht moeten zijn voor het werven en behouden van jongeren als vrijwilligers (zie maatschappelijke stage). Het CDA vindt dat de gemeente de waardering van vrijwilligers en mantelzorgers tot uitdrukking moet laten komen door hen concreet te ondersteunen bij hun waardevolle taak.
Maatschappelijke stage
De maatschappelijke stage is vanaf 2011 verplicht op middelbare scholen. De gemeente heeft een belangrijke verantwoordelijkheid om vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen. Hiervoor is geld beschikbaar via het gemeentefonds. Het CDA wil dat de gemeente een actief beleid voert om vraag en aanbod bij elkaar te brengen door afspraken te laten maken tussen scholen, maatschappelijke en zorgorganisaties en het bedrijfsleven.
Scholen hebben naast een pedagogische ook een maatschappelijke functie. Jongeren zien de maatschappelijke stage vaak als een kans en een leuke uitdaging om kennis te maken met het vrijwilligerswerk. Het is van groot belang, dat ze hierin goede ervaring opdoen, omdat vrijwilligers het cement van de samenleving vormen. Het CDA hecht er aan dat jongeren zelf keuzes kunnen maken bij de invulling van de maatschappelijke stage. Ze mogen hun eigen wensen invullen.
Kerken en levensbeschouwelijke organisaties
Kerken, moskeeën, synagogen en levensbeschouwelijke organisaties zijn belangrijke voor de bewustwording van en het zoeken naar oplossingen van maatschappelijke problemen. Kerken en levensbeschouwelijke organisaties spelen een belangrijke rol bij het opvangen van vluchtelingen, van daklozen en bij de bestrijding van armoede. Het CDA wil dat kerken en daarmee te vergelijken instituties betrokken worden bij de uitvoering van (onderdelen van) de Wmo.
De wijkaanpak
Voor het CDA blijft de wijkaanpak een belangrijk instrument om de invloed van burgers op hun omgeving mee vorm te geven. De komende periode moet de afbakening tussen gemeentelijk beleid en wijkaanpak opnieuw worden vastgesteld. Taakgroepen hebben ook de taak te werken aan draagvlak in de buurt voor hun voorstellen.
ICT in de samenleving
Nu de stad en de dorpen verglaasd zijn en het buitengebied via draadloos breedband is aangesloten, wil het CDA dat de toppositie van Deventer wordt gebruikt voor innovatieve digitale diensten voor de bevolking. Op het gebied van zorg en domotica (integratie van technologie en diensten ten behoeve van een betere kwaliteit van wonen en leven), veiligheid, burger tv, onderwijs en economische en creatieve ontwikkeling is nog veel mogelijk. Om eenzaamheid bij ouderen te verminderen, zijn bijvoorbeeld als variant op telefooncirkels, beeldverbindingen eenvoudig te realiseren.
Integratie en participatie
Integratie en participatie van bevolkingsgroepen blijft aandacht vragen van de gemeente. In het Deventer dat het CDA voor ogen staat zijn migranten goed geïntegreerd. Integratie is echter geen assimilatie. Mensen hebben recht op hun eigen (gezins)leven, godsdienst, cultuur en opvattingen. En dat niet alleen achter de voordeur. Ook in het publieke domein kan dat tot uitdrukking komen in eigen instellingen en verbanden.
Er is vrijheid van godsdienst, meningsuiting, onderwijs en persoonlijke levenssfeer. Aan de andere kant is er ook de Nederlandse rechtstaat, die is gebaseerd op gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit. Er moet een balans zijn tussen rechten en plichten, tussen vrijheid en verantwoordelijkheid en tussen individuele en maatschappelijke belangen. Ons land waarborgt grondrechten die soms niet vanzelfsprekend zijn in de landen waar migranten vandaan komen. Dit kan leiden tot onbegrip of zelfs afwijzing van democratische en rechtstatelijke waarden. Het belang van deze waarden en normen vraagt om permanente waakzaamheid, aandacht en onderhoud.
Integratieproces is óók wederkerig
Het proces van integratie moet van twee kanten komen. Het vraagt van iedereen, ongeacht afkomst, dat men zich openstelt voor de ander. Samenleven betekent in de visie van het CDA dat we elkaar zowel de ruimte geven als elkaar opzoeken. Het parool is meedoen. Dat vraagt om een open houding tussen bevolkingsgroepen en wederzijdse interesse in wat elkaar bezighoudt en bindt. In Deventer zit kracht en creativiteit. De meest uiteenlopende initiatieven, van maatjesprojecten tot koffieochtenden, laten zien dat mensen zich op allerlei manieren met elkaar verbinden en bruggen bouwen. Het CDA zet zich in voor de versterking van die eigen kracht en het oplossend vermogen van de lokale samenleving.
13. ERFGOED, KUNST, CULTUUR EN MEDIA
Erfgoed
Deventer heeft een enorm rijk cultureel en historisch erfgoed, veel monumentale panden, landschapselementen en landgoederen. Dit is van grote waarde. Dit erfgoed verbindt ons met het verleden en geeft richting voor de toekomst. Ook is het erg belangrijk voor het toerisme. Archeologisch onderzoek moet ook financieel gefaciliteerd worden.
Kunst en cultuur
Het CDA heeft altijd in het bijzonder ook aandacht voor de niet-professionele kunst. Niet alleen als vrijetijdsbesteding maar in toenemende mate als dagbesteding binnen de zorg. In het kader van het onderwijs of buitenschoolse activiteiten kunnen kinderen en jongeren zich bewust worden van hun talenten voor creatieve zaken. Ook leren ze meer over de eigenheid en de lokale cultuur. Dit moet verder gestimuleerd worden.
Kunst in de openbare ruimte geeft een kwaliteitsimpuls aan de bebouwde omgeving. Het nodigt uit om stil te staan bij wat je ziet of ervaart en kan zo bijdragen aan een moment van verwondering en bezinning. Toegepaste kunst in civiele werken binnen de gemeente kan een kwaliteitsimpuls geven.
Het CDA pleit dan ook voor een vernieuwende manier van samenwerking tussen gemeente, kunstenaars en bedrijfsleven. Het CDA sluit daarbij aan bij de tendens in het kunst- en cultuurbeleid die gericht is op cultureel bewustzijn in de samenleving (zogeheten ‘vermaatschappelijking’ van kunst). Samen met kunstenaars wordt getracht burgers te betrekken bij kunstprojecten, bijvoorbeeld de kunstfietsroute Okkenbroek. Op deze manier blijft er niet alleen iets tastbaars achter, maar brengt het mensen ook samen met een blijvende herinnering.
Gewaakt moet worden voor nivellering van cultuuruitingen. Het CDA daagt kunstenaars uit óók ondernemer te zijn. Te lang is kunst- en cultuurbeleid vooral subsidiebeleid geweest. Samen met het bedrijfsleven moet meerwaarde gezien en gevonden worden, opdat cultuuruitingen kunnen rekenen op draagvlak in de lokale gemeenschap, waarvoor – indien aan de orde – ook een financiële prijs moet worden betaald.
Het CDA wil in de komende periode geen nieuwe cultuurinstellingen subsidiëren. Eerst de voorgenomen investeringen in Hegius, Schouwburg en Leeuwenkuil (inclusief Colmschate) en bibliotheek (in het centrum, in Colmschate en in de Kultuurhusen Bathmen, Schalkhaar en Diepenveen) realiseren.
.
Media
De lokale en regionale media hebben een belangrijke multimediale functie. Niet alleen maatschappelijk maar zeker ook vanuit democratisch oogpunt. Bovendien heeft Radio-Oost een rol bij crises en rampen. Media voorzien in informatie en betrekken mensen daardoor ook bij de politiek. Hierbij dient actiever een stem geboden te worden aan de allochtone bevolking.
14. SPORT
Het CDA hecht aan een bloeiend sportverenigingsleven. Sporten is gezond, zowel voor het lichaam als voor de geest. Het gemeentelijk sportbeleid moet gericht zijn op alle leeftijden. Sport is, zeker voor kinderen en jongeren, belangrijk omdat het de eigenwaarde versterkt. Daarnaast leren sportende kinderen en jongeren met regels om te gaan, samen te lachen en samen en te huilen en respect voor elkaar en tegenstander op te brengen.
Sportclubs krijgen in toenemende mate ook een maatschappelijke rol bij de aanpak van sociale problemen en het bevorderen van gezondheidsbewustzijn. De gemeente moet daarom clubs zowel financieel als organisatorisch ondersteunen. Het subsidiebeleid moet sport betaalbaar en bereikbaar houden voor alle inwoners. Dat burgers daaraan ook zelf financieel bijdragen is vanzelfsprekend. Sportbeoefening van mensen met een laag inkomen is onderdeel van het gemeentelijke armoedebeleid via Rechtop! en Stichting Leergeld. Van verenigingen mag worden gevraagd dat zij zich inspannen om bepaalde doelgroepen te bereiken, zoals jongeren, migranten, mensen met een laag inkomen en gehandicapten.
Een van de grootste problemen van sportverenigingen is het vinden van vrijwilligers en goede bestuursleden.
Het CDA wil de komende periode blijven investeren in de sportaccommodaties, zowel in De Scheg en in andere binnen- en buitensportaccommodaties.