Concept vragen “ereplaats voor het Lampenmaakstertje?”
Geacht College,
Recent is de renovatie van de Lichttoren succesvol afgerond – terecht is er positieve landelijke aandacht geweest voor het resultaat dat Trudo hier heeft neergezet. Eén van de onderdelen van de renovatie was de herinrichting van het buitengebied. We willen hier de aandacht vestigen op een van minder geslaagd onderdeel van deze herinrichting en wel de nieuwe plaatst die het kunstwerk “het lampenmaakstertje’ heeft gekregen. Dit beeld is ooit door de gepensioneerden van Philips aan het bedrijf geschonken ter gelegenheid van een jubileum. Vervolgens heeft het op gemeentelijke grond een plek gekregen voor het gebouw waar zoveel lampenmaakstertjes jaren hun vlugge vingertjes hebben ingezet bij de productie van de bekende gloeilamp waar Eindhoven zijn reputatie als lichtstad mede aan te danken heeft. Jaren heeft het hier prominent gestaan (op een korte onderbreking na….) en is in haar uitstraling ondersteund door een crèmekleurige en gebogen muur als achtergrond: met recht een in het ooglopende ereplaats!! Vanwege de nieuwe entree recht onder de lichttoren en het terras kon het lampenmaakstertje zo niet blijven schitteren. Trudo kreeg de mogelijkheid en de verplichting om naar een nieuwe ‘setting’ te zoeken. Deze is gevonden op een nieuwe sokkel vlak bij een ‘doos’ van de technische installatie. In de ogen van velen heeft het lampenmaakstertje met deze nieuwe opstelling een stapje terug moeten doen en heeft ze haar “ereplaats” verloren.
Het CDA heeft hierover advies gevraagd aan de Van Abbe stichting en zij onderschrijven onze observatie. Daarnaast opperen zij een andere plek die historisch goed past bij dit kunstwerk en die de omgeving biedt voor een nieuwe ereplaats: het oude Philipsfabriekje. Ten slotte constateren zij dat het kunstwerk last heeft van achterstallig onderhoud.
Dit brengt het CDA tot de volgende vragen:
- Deelt het college de mening dat het lampenmaakstertje haar “ereplaats” heeft verloren in verhouding tot de voorgaande situatie?
- Deelt het college da observatie dat de ‘technische doos’ nu prominenter aanwezig is dan het kunstwerk en dat dit eigenlijk een diskwalificatie is van het geschenk van de Philips-gepensioneerden?
- Is het college bereid om met de betrokken partijen te kijken naar een plek die meer recht doet aan de intentie van de gevers van het lampenmaakstertje en daarbij ook nadrukkelijk het oude Philipsfabriekje te betrekken?
- Heeft het college de mogelijkheid om analoog aan de manier waarop huiseigenaren op achterstallig onderhoud kunnen worden aangesproken ook de eigenaar van een kunstwerk in de publieke ruimte aan te spreken op het achterstallig onderhoud?
- Zo ja, is het college bereid om dit te doen?
In afwachting op uw antwoord,
Met vr. gr.
Christo Weijs
Lid van de raad voor het CDA