Vrijheid en verantwoordelijkheid
Concept Regeerakkoord
VVD-CDA
30 september 2010
Inhoudsopgave
Inleiding 3
Bijlage: financieel kader
Inleiding
Vrijheid en verantwoordelijkheid
Het kabinet combineert realisme over de grote problemen van vandaag met optimisme over de toekomst. Nederland kan vanuit kracht crises bestrijden. We gaan letterlijk en figuurlijk werk maken van het oplossen van problemen.
Het huishoudboekje van de staat – van ons allemaal dus – moet in balans komen. Niet als doel op zich, maar om de samenleving nu en straks houdbaar te laten zijn. We willen onze kinderen niet met onze schulden opzadelen.
Dit kabinet gelooft in een overheid die alleen dat doet wat zij moet doen, liefst zo dicht mogelijk bij mensen. Dan kan de overheid weer een bondgenoot worden van burgers. Daarom snijden we in taken en subsidies en vermindert de bestuurlijke drukte door een heldere toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Hierdoor kan het aantal politici en ambtenaren fors dalen.
Werk en welvaart hangen meer dan ooit af van de concurrentiekracht van Nederland in een snel veranderende wereld. Ook daarom willen we ons land sterker maken. Nederland wil een ambitieus, toonaangevend land zijn in Europa en in de wereld. Dat vergt ruimte voor ondernemerschap. En durf om ongebaande paden te betreden. Kwaliteitsverbetering - bijvoorbeeld in onderwijs, zorg en duurzaamheid – zit vaker in slimme vernieuwingen dan in geld en regels.
Het kabinet wil op tal van terreinen orde op zaken stellen en de balans tussen rechten en plichten herstellen. Naast kansen bieden betekent dat grenzen stellen èn handhaven. Lik op stuk en vandalen laten betalen. Investeren in veiligheid met 3000 extra agenten. Maar ook politiekosten doorberekenen waar dat logisch is. Vakmanschap in het onderwijs, bij de politie en in de zorg weer de ruimte en het respect geven die het verdient. Niet de tekentafel maar de mens staat centraal.
Ieder mens heeft recht op zelfbeschikking; verdient de kans het beste uit zichzelf te halen en zich te ontplooien. We schrijven niemand af, maar spreken iedereen aan. Een baan is immers de beste sociale zekerheid. Natuurlijk zorgen we samen voor wie echt niet kan meedoen. De vergrijzing noopt tot een nieuwe kijk op de arbeidsmarkt. Zo is er een rechtstreeks verband tussen voldoende handen aan het bed straks en het besluit de AOW-leeftijd op te trekken nu.
De gelijkwaardigheid van alle mensen staat voor het kabinet centraal. We beoordelen mensen niet op hun afkomst maar op hun toekomst, niet op hun geloof maar op hun gedrag, niet als groep maar als individu. De overheid behandelt alle burgers en ingezetenen van ons land gelijk en discrimineert niet. Vrijheid van onderwijs behoort tot het fundament van onze constitutie. De grondwettelijk verankerde godsdienstvrijheid omvat alle godsdiensten en levensovertuigingen. VVD en CDA zien de islam - anders dan de PVV - als religie en zullen daar naar handelen. De verklaring die ten grondslag ligt aan de politieke samenwerking is hier duidelijk over.
De overheid beschermt de vrijheid van mensen en komt in actie als het algemeen belang dat vraagt. Vrijheid is begrensd door wettelijke regels. Alle scholen dienen de kernwaarden van de rechtsstaat te erkennen en uit te dragen. Een open en levendig maatschappelijk en politiek debat is van vitaal belang voor onze democratie. Dat debat hoort middenin de samenleving plaats te vinden en bij voorkeur niet in de rechtszaal.
Het kabinet respecteert internationale verdragen. Ook verdragen bieden burgers en hun grondrechten bescherming. Daar waar nieuw nationaal beleid op juridische grenzen stuit zal Nederland zich binnen de Europese Unie of in ander verband inzetten voor wijziging van de betreffende verdragen, richtlijnen of afspraken.
Minderheidskabinetten zijn in Nederland niet gebruikelijk. Dit akkoord is tot stand gekomen door besprekingen over een regeerakkoord tussen de coalitiefracties van VVD en CDA.
Daarnaast is een gedoogakkoord overeengekomen tussen de fracties van VVD, PVV en CDA dat betrekking heeft op immigratie, integratie, asiel, veiligheid, ouderenzorg en het overeengekomen bezuinigingspakket. De ingrijpende besluiten die in het gedoogakkoord zijn opgenomen hebben de steun van de fracties van VVD, PVV en CDA. Bij voorstellen uit het regeerakkoord kan de PVV-fractie tegenstemmen. Moties van wantrouwen en afkeuring zullen – voor zover het maatregelen uit het regeerakkoord betreft – door de PVV niet worden gesteund.
Ook over de grens van de politieke samenwerking tussen de fracties van VVD, PVV en CDA heen streeft het kabinet naar draagvlak voor daadkrachtig beleid. In het belang van de toekomst van Nederland.
1. Bestuur
Het bestuur zal worden georganiseerd vanuit de principes “Je gaat erover of niet” en “Je levert tijdig”. Alleen dan kan een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid worden gevormd met minder belastinggeld, minder ambtenaren, minder regels en minder bestuurders.
· Het aantal ministeries daalt.
· Het kabinet komt met een voorstel tot opschaling van het provinciaal bestuur in de Randstad (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland), ook om nieuwe bestuurlijke hulpstructuren te voorkomen.
· Het kabinet komt met voorstellen om bevoegdheden op het gebied van vervoer en infrastructuur van rijk, provincies, regio’s en gemeenten in de Randstad over te dragen aan een te vormen Infrastructuurautoriteit.
· Het kabinet komt met een voorstel dat inhoudt dat gemeenteraden de waterschapsbesturen kiezen.
· Gemeentelijke herindeling komen alleen van onderaf tot stand. De provincie heeft een actieve rol bij de oplossing van bestuurlijke en financiële knelpunten.
· Het kabinet komt met voorstellen tot afschaffing van de WGR+ en deelgemeenten c.q. deelgemeenteraden.
· Taakdifferentiatie op gemeentelijk niveau wordt vaker mogelijk gemaakt.
· Het aantal ambtenaren bij alle bestuurslagen wordt verminderd, onder meer door decentralisatie en taakverschuiving richting provincies en gemeenten waarbij de focus komt te liggen op de kerntaken van de provincies in het ruimtelijk en economisch domein en het natuurbeleid.
· Er wordt door de rijksoverheid verder gewerkt aan de vorming van een rijksinspectie en centralisatie van bedrijfsvoering (o.a. ICT, inkoop, huisvesting, auditdiensten, facilitaire diensten) met een adequate aansturing en doorzettingsmacht voor de verantwoordelijke bewindspersoon.
· De regeldruk, met name voor professionals en burgers, en de interbestuurlijke lasten worden verder verminderd.
· Sanering van het aantal specifieke uitkeringen wordt voortgezet.
· Voor het Gemeentefonds en het Provinciefonds wordt, met inachtneming van reeds gemaakte afspraken, het uitgangspunt “trap op, trap af” weer ingevoerd.
Het kabinet bevordert de emancipatie.
2. Buitenland
Het kabinet ziet het als zijn taak de veiligheid en het welzijn van Nederland en de Nederlanders te bevorderen en de Nederlandse belangen veilig te stellen. Ons externe beleid, waarbij Nederland internationaal een krachtige en zelfbewuste rol speelt, draagt daaraan bij. De huidige internationale uitdagingen en conflicten en de Nederlandse financieel-economische situatie maken het noodzakelijk scherpere keuzes te maken in het externe beleid en om geïntegreerd beleid te voeren. De internationale aspecten van andere delen van het kabinetsbeleid worden meer gecoördineerd.
Het externe beleid, waarvoor de minister van Buitenlandse Zaken als coördinerend bewindspersoon eerstverantwoordelijk is, zal zich daarom in het bijzonder richten op bevordering van internationale stabiliteit en veiligheid, energie- en grondstoffenzekerheid, bevordering van de internationale rechtsorde, alsmede bevordering van handels- en economische belangen van Nederland en Nederlandse bedrijven.
De Nederlandse rechtsstatelijke verworvenheden, de internationale solidariteit die in ontwikkelingssamenwerking tot uitdrukking komt en de blijvende betrokkenheid bij Europese samenwerking en integratie zijn traditioneel kenmerkend voor het Nederlands buitenlands beleid. Nederland neemt zijn internationale verantwoordelijkheden in Europees en bondgenootschappelijk verband (NAVO) serieus, komt op voor nationale (economische) belangen en de bescherming van mensenrechten wereldwijd en steunt actief de internationale strijd tegen terrorisme.
Nederland maakt deel uit van Europa: geografisch, historisch, cultureel en economisch. Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Blijvende betrokkenheid bij het Europese proces is daarom in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven. Binnen een Unie van 27 leden is besluitvorming ook een kwestie van het sluiten van compromissen. Bij positiebepaling houdt Nederland onze structurele belangen voor ogen.
De Europese Unie kan echter niet onbeperkt uitbreiden. Ook mogen Europese uitgaven, beleidsontwikkeling en overdracht van nationale competenties naar het Europese niveau niet ongehinderd toenemen. De EU dient zich te beperken tot de kerntaken die gericht zijn op welvaart, vrijheid en veiligheid. Subsidiariteit is een cruciaal uitgangspunt: dat wat beter op het niveau van de lidstaten kan worden geregeld, moet niet in Brussel worden besloten. Deregulering moet ook in de EU een doelstelling zijn. Regels die daarentegen wel zinvol zijn, moeten worden gehandhaafd en voor ieder uniform gelden. Het kabinet streeft tevens naar één vergaderplaats van het Europees Parlement.
Hervorming van de Europese begroting is noodzakelijk, waarbij de afdrachten van de lidstaten aan de EU evenwichtiger en transparanter moet worden. Het kabinet zal zich inzetten voor een substantiële vermindering van de afdrachten door Nederland aan de EU in de onderhandelingen over de komende financiële perspectieven.
Toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU vindt plaats wanneer zij voldoen aan de strikte criteria daarvoor, met name de Kopenhagen-criteria, waaronder het absorptievermogen van de EU, en de uitbreidingsstrategie van 2006.
Met het verdrag van Lissabon is voor de komende periode de grens bereikt van overdracht van nationale bevoegdheden aan de EU. Binnen de bestaande context moet de EU optimaal en ten dienste van de burger functioneren. De aandacht moet primair uitgaan naar financiële soberheid, het bevorderen van economische groei, verbetering van de juridische en veiligheidssamenwerking en het effectiever en samenhangender maken van het externe beleid.
Nederland wil verder investeren in de band met de staat Israël. Nederland blijft daarbij voorstander van een alomvattend vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen. Een twee-staten-oplossing, met als uitgangspunt de grenzen van 1967, vormt hierbij het uitgangspunt. Nederland blijft in de bevordering hiervan bilateraal en multilateraal een actieve rol spelen.
Een groot deel van ons nationaal inkomen en werkgelegenheid verdient Nederland door internationale investeringen, handel en export. Om de Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen te kunnen laten concurreren op de Europese en internationale markten, moet de overheid haar internationale (economische) relaties actiever invullen. De minister van Economische Zaken coördineert internationaal ondernemen, in nauwe afstemming met de minister van Buitenlandse Zaken. Economische diplomatie wordt een zwaardere component in het werk van ambassades en consulaten. Het postennetwerk wordt herzien opdat er een kleiner en goedkoper maar flexibeler netwerk ontstaat, gebruik makend van verdere samenwerking met andere (EU-)landen en digitale mogelijkheden.
Het kabinet zet zich in voor een steeds belangrijker wordende rol voor de EDEO (diplomatieke dienst van de EU) op het punt van consulaire zaken en visa.
Den Haag wordt bevorderd als vestigingsplaats voor internationale instellingen, mede gelet op het economisch belang. Het kabinet streeft ernaar het NAVO Joint Forces Command in Brunssum te behouden.
Het ontwikkelingsbeleid wordt fundamenteel herzien en gemoderniseerd, waarbij het rapport “Minder pretentie, meer ambitie” van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid als leidraad dient. Uitgangspunt hierbij is te gaan van hulp naar investeren, met als doel zelfredzaamheid in ontwikkelingslanden. Het kabinet zet daartoe in op coherentie van beleid, economische groei en handelsbevordering. De inzet wordt gericht op minder partnerlanden en minder sectoren om de effectiviteit te bevorderen. Begrotingssteun wordt niet gegeven als sprake is van corruptie, schending van mensenrechten en onvoldoende good governance.
Binnen het budget voor Ontwikkelingssamenwerking zal een sterke uitbreiding plaatsvinden van mogelijkheden voor het bedrijfsleven. Ontwikkeling van de private sector zal één van de speerpunten worden, evenals het bijdragen aan het behalen van de Millennium Development Goals. In de ontwikkelingssamenwerking zal gezocht worden naar meer samenhang met het brede buitenlands beleid. Daarnaast wordt gefocust op thema’s waar Nederland goed in is (onder meer watermanagement, landbouw en maatschappelijk middenveld). Het 3D-beleid wordt voortgezet en interdepartementaal beleid wordt bevorderd op onder meer de gebieden van veiligheid, klimaat, gezondheidszorg, energie, water en landbouwproductie. De in Nederland aanwezige expertise wordt daarbij ingezet.
Het kabinet kiest voor een veelzijdig inzetbare krijgsmacht met het daarbij behorende ambitieniveau zoals uitgewerkt in het eindrapport Verkenningen “Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst” (2010). De krijgsmacht is ook een volwaardige veiligheidspartner in de strijd tegen drugs, terrorisme, illegale immigratie en piraterij.
De F-16’s zijn aan vervanging toe. De regering schaft in 2011 een tweede JSF (Joint Strike Fighter)-testtoestel aan voor deelname aan de internationale operationele test- en evaluatiefase. Het kabinet komt in nauw overleg met de Tweede Kamer tot een Veteranenwet. Het kabinet zal de begroting van Defensie langs de lijnen van het primaire proces van defensie inrichten. Hierbij worden de personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid binnen de begroting geoormerkt.
3. Economie
In een open wereldeconomie is versterking van het concurrentievermogen van de Nederlandse economie essentieel. De ontwikkeling en groei van de economie vormt de basis van onze werkgelegenheid, welvaart en voorzieningen. Nederland beschikt over een goede uitgangspositie door bedrijven en sectoren die wereldwijd opereren en exporteren, een gunstige ligging en vestigingsklimaat en een goed opgeleide beroepsbevolking. De ambitie is deze positie voor de toekomst te verzekeren, uit te breiden en te versterken. De overheid geeft richting aan deze ambitie door een faciliterend en stimulerend beleid op het gebied van infrastructuur, onderwijs, arbeidsmarkt, belastingen en regeldruk. De Europese Unie en de World Trade Organisation (WTO) zijn belangrijke kaders waarbinnen een gelijk speelveld voor ondernemers en consumenten wordt gerealiseerd. Om de concurrentiekracht van het bedrijfsleven te versterken voert de overheid ook een gericht beleid ter bevordering van innovatie en ondernemerschap, onder meer door stimulering van samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid. Innovatie is voor alle sectoren van het bedrijfsleven van vitaal belang bij de productontwikkeling en export
Combinatie en bundeling van het algemene en specifieke economisch beleid, het beleid ten aanzien van de agrofoodsector en het beleid inzake innovatie in één ministerie biedt de basis voor een meer integrale en effectieve beleidsinzet ter versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie binnen de EU en in de wereld. De landbouw is een belangrijke sector die zwaar moet meewegen in het economisch beleid.
Het ministerie van Economische Zaken wordt daarom uitgebreid met deze taken en gaat functioneren als een ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie. Dit heeft tot taak een concurrerend, algemeen ondernemingsklimaat te bevorderen en zal - in aanvulling daarop - een stimulerend beleid ontwikkelen voor de huidige en toekomstige economische topgebieden van Nederland, zoals water, voedsel, tuinbouw, high tech, life sciences, chemie, energie, logistiek en creatieve industrie. Dit beleid richt zich integraal op alle relevante vestigings- en ondernemingscondities voor de topgebieden, waaronder regeldruk, aanbestedingsbeleid, duurzaamheid, fiscaliteit, hoofdkantoren, onderzoek en innovatie, exportbevordering en financiering. Het groene onderwijs blijft aan de sector gekoppeld en draagt wezenlijk bij aan de kwaliteit en toekomst van de agrofoodsector. In 2011 zal het kabinet dit nieuwe bedrijfslevenbeleid vastleggen in een nota
De middelen die beschikbaar zijn voor de versterking van de positie van bedrijven en ondernemers worden herijkt en op een meer eenvoudige wijze toegankelijk gemaakt.
Versterking van de innovatiekracht van het bedrijfsleven is cruciaal voor de economische ontwikkeling in de toekomst. Nieuwe producten, technologieën en werkwijzen zorgen voor vergroting van de export en werkgelegenheid. Een goede samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid is hierbij van groot belang. De samenhang tussen kennis, wetenschap, toegepast onderzoek en innovatiebeleid wordt versterkt.
Het is voor de economische ontwikkeling en innovatie belangrijk dat bedrijven geclusterd kunnen opereren, zoals Greenports, waaronder de Greenports Venlo, Westland en de Bollenstreek Brainport Zuid-Oost Nederland, de Food Valley in Wageningen, de Maintenance Valley in Midden- en West Brabant, de Energy Valley in Groningen, de nanotechnologie in Twente en Delft, de Zuidas in Amsterdam, Schiphol en de haven van Rotterdam. Deze clusters worden maximaal gefaciliteerd. Ook de regionaal geclusterde bedrijven krijgen de ruimte.
De Nederlandse agrofoodsector bekleedt een internationale koppositie en is onderdeel van de oplossing voor de (inter)nationale uitdagingen rond voedselzekerheid, armoedebestrijding, energie, water, klimaat, vrede en stabiliteit. De land- en tuinbouw verdienen versterking, nationaal, Europees en mondiaal. Gerichte investering in innovatie en verduurzaming in de agrofood-, tuinbouw- en visserijsector is nodig om de koppositie te behouden. Hierbij blijft een goede wisselwerking tussen kennis, praktijk en beleid een sleutelfactor voor succes in innovatie. Alle agrofoodsectoren (incl. tuinbouw en visserij) verdienen ontwikkelingsperspectief, richting innovatie en verduurzaming. Het beleid versterkt de economische kracht van ondernemers
Het Europees Landbouw- en Visserijbeleid (GLB/GVB) is belangrijk voor voedselzekerheid en voedselveiligheid, voor natuur- en landschap en de economie. Een gelijk speelveld op EU- en WTO-niveau is voor Nederlandse ondernemers essentieel. Om te kunnen blijven investeren blijft het Europees budget van belang. Het kabinet gaat bij de voorbereiding van de financiële perspectieven in de EU voor de periode vanaf 2013 ten aanzien van het gemeenschappelijk landbouwbeleid uit van een gelijk speelveld en de belangen van de Nederlandse agrofoodsector. Nederlandse ondernemers worden gestimuleerd om de marktoriëntatie, concurrentiekracht, innovatievermogen en duurzaamheid van de agrarische sector en het platteland te versterken.
Voor het leveren van diensten aan de gemeenschap (landschap en natuur) en voor bovenwettelijke maatschappelijke prestaties (o.a. diergezondheid, dierenwelzijn, milieu- en waterbeheer) worden agrarische ondernemers beloond.
Ondernemers en bedrijven, met name het MKB, worden meer ondersteund bij hun contacten met de overheid.
De druk van administratieve lasten en regels voor bedrijven en burgers gaat omlaag.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is belangrijk. Ondernemingen tonen aandacht voor mensen, milieu en maatschappij. Het gaat hierbij onder meer om de belangen van alle betrokkenen, met inbegrip van de aandeelhouders, om continuïteit en duurzaamheid, zowel ten aanzien van de omgeving, de klant en het product.
De huidige situatie op het gebied van de koopzondagen blijft gehandhaafd.
Energie
Nederland moet voor de voorziening van energie minder afhankelijk worden van andere landen, hoge prijzen en vervuilende brandstoffen. De energiezekerheid moet worden vergroot en er komt meer aandacht voor het verdienpotentieel op energiegebied. De Europese doelen voor een duurzame energievoorziening zijn leidend. Dit betekent 20% CO2-reductie en 14% duurzame energie in 2020.
Naast deze algemene maatregelen ter ondersteuning van de energietransitie, zijn ook meer gerichte, specifieke maatregelen nodig om de economie toekomstbestendiger en sterker te maken.
De energietransitie wordt ook in internationaal verband bevorderd.
Natuur
Een goed natuurbeheer en het op peil houden van de biodiversiteit zijn belangrijk, ook voor recreatief gebruik. De provincies krijgen meer zeggenschap over het natuurbeheer. De ecologische hoofdstructuur (EHS) wordt in 2018 herijkt gerealiseerd, onder meer door grensverlegging, strategische inzet van ruilgronden en ontstapeling van gebiedscategorieën, met maximale inzet op beheer en minimaal op verwerving. Dat kan dus betekenen dat er minder wordt aangekocht. Vooruitlopend op de herijking worden onder andere de robuuste verbindingen geschrapt. Beheer vindt bij voorkeur langjarig plaats door agrariërs, andere particulieren en terreinbeherende organisaties die samenwerken om meer effectiviteit te bereiken. De programmatische aanpak stikstof (PAS) blijft nodig voor een goed samengaan van economie en ecologie. Bij de uitvoering van de opgaven voor de EHS en Natura2000 worden ruimte en toekomstperspectieven voor ondernemers zoveel mogelijk meegewogen. De rek en ruimte binnen de toepasselijke Europese richtlijnen worden optimaal benut. Uitgangspunten voor de EU-richtlijnen zijn dat economie en ecologie in evenwicht zijn en dat maatregelen haalbaar en betaalbaar moeten zijn. Nationale koppen op de Europese regelgeving worden opgespoord en verwijderd.
Dierenwelzijn
Het dierenwelzijn wordt bevorderd. Het kabinet zet in op hogere eisen aan dierenwelzijn in de EU ten behoeve van een gelijk speelveld.
4. Financiën
Het kabinet wil de overheidsfinanciën weer gezond maken. Door de vergrijzing, de kredietcrisis en de Europese schuldencrisis is het saneren van de overheidsfinanciën een harde noodzaak. Doen we dat niet, dan schuiven we bezuinigingen en de gevolgen daarvan voor de maatschappij en de economie simpelweg door naar de toekomst ten laste van onze kinderen.
Het kabinet hecht er aan de begroting snel en blijvend op orde te brengen. De wereldwijde financiële en economische crisis trof Nederland hard en heeft de overheidsfinanciën verder verslechterd. Het overheidstekort bedraagt in 2011 bijna 4% van het bruto binnenlands product (BBP). De overheidsschuld loopt op tot meer dan 66% BBP. De economie trekt inmiddels weer aan. Maar het herstel is broos en onvoldoende om de teruggang in de jaren van de crisis te compenseren.
Nederland heeft solide overheidsfinanciën nodig. Dankzij een relatief goede uitgangspositie is het vertrouwen van de financiële markten in de Nederlandse overheidsfinanciën groot. Dat kan zo blijven, als Nederland het sterk opgelopen tekort snel aanpakt door de overheidsuitgaven terug te dringen.
Het kabinet streeft ernaar in 2015 uitzicht op begrotingsevenwicht te hebben. Nederland voldoet daarmee ook ruimschoots aan de vereisten van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Het kabinet kiest voor budgettaire sanering en economisch herstel. Het totaal van de maatregelen verbetert de lange termijn houdbaarheid van de overheidsfinanciën.
|
Totaaloverzicht (in € mld, +/+ is saldoverbeterend) |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
2015 |
struc |
|
Terugdraaien eigen betalingen zorg (MLT) |
0,00 |
-0,31 |
-0,64 |
-0,95 |
-1,26 |
-1,26 |
|
Ombuigingen |
1,54 |
5,60 |
9,38 |
13,36 |
18,26 |
25,42 |
|
Intensiveringen |
-0,48 |
-1,91 |
-2,60 |
-2,94 |
-3,51 |
-4,73 |
|
Lasten |
0,38 |
0,77 |
1,47 |
2,22 |
1,34 |
2,21 |
|
Subtotaal |
1,44 |
4,16 |
7,61 |
11,69 |
14,83 |
21,64 |
|
Aansluiting MN / MLT 2011-2015 (stand september 2010) |
1,43 |
2,36 |
2,79 |
2,97 |
3,14 |
3,14 |
|
Totaal |
2,9 |
6,5 |
10,4 |
14,7 |
18,0 |
24,8 |
De ombuigingen van het vorige kabinet zoals voorgesteld in de begroting 2011 worden overgenomen.
Het kabinet stelt een ambitieus pakket van maatregelen voor dat de lange termijn houdbaarheid van de overheidsfinanciën fors verbetert en de economie versterkt. Door de voorgestelde maatregelen stijgt de werkgelegenheid op lange termijn met één procent. Tot 2015 ligt de groei van de economie en de consumptie lager dan wat we gewend waren voor de crisis. Dat neemt niet weg dat we nog altijd mogen rekenen op een gemiddelde economische groei van 1¼ procent. Het totaal van de maatregelen drukt volgens het CPB de mediane koopkracht met ½%-punt per jaar. Inclusief het basispad resulteert een koopkrachtdaling van ¼% per jaar. De totale koopkrachtdaling voor werknemers is volgens het CPB afgerond 0 per jaar.
Begrotingsbeleid
Het kabinet houdt vast aan het trendmatige begrotingsbeleid. De uitgaven en de ontvangsten worden gescheiden. Alle conjunctuurgevoelige uitgaven worden weer onder de kaders gebracht. Meevallende rente-uitgaven leiden niet tot extra ruimte. Daarmee kunnen de risico’s voor de overheidsfinanciën beter worden beheerst. Het geeft ook meer zekerheid worden voor het realiseren van de budgettaire doelstelling. Aan de inkomstenkant wordt via een inkomstenkader automatische stabilisatie mogelijk gemaakt.
Indien Nederland voldoet aan de medium term objective-doelstelling van het SGP en het feitelijk EMU (Europese Monetaire Unie)-saldo bij de besluitvorming over de lastenkant in augustus meerjarig een overschot laat zien dan wordt 50% van het overschot bestemd voor aflossing van de staatsschuld en zal een lastenverlichting van 50% van het overschot boven de 0% BBP worden gegeven. Het feitelijk EMU-saldo wordt berekend inclusief de tariefverlaging, rekeninghoudend met toepassing van het vorenstaande en een behoedzame raming voor het saldo van de medeoverheden.
Ook dragen de begrotingsregels (een nieuwe set zal gepubliceerd worden) bij aan de beheersing van de begroting. Met het oog op het beperken van risico’s worden de begrotingsregels over het verstrekken van garanties aangescherpt. Belastinguitgaven in enge zin worden beter gemonitord. Additioneel ingrijpen is vereist wanneer het EMU-saldo zich niet ontwikkelt in lijn met de afspraken uit het SGP of met budgettaire doelstellingen. Hiervan is sprake indien het geraamde EMU-saldo 1 procentpunt negatiever is dan het saldopad na doorrekening van het regeerakkoord.
De belegde ruimte in het Fonds Economische Structuurversterking (FES) van middelen op het gebied van Verkeer en Vervoer, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Duurzaamheid en Kennis en Innovatie wordt overgeheveld naar het Infrastructuurfonds respectievelijke de departementale begrotingen. Er vindt deze periode geen additionele voeding plaats van het FES. De onbelegde ruimte komt ten goede aan de algemene middelen.
Bij de budgettaire verwerking van dit akkoord zijn de bedragen in de financiële bijlage leidend. Ombuigingen worden geboekt op het betreffende begrotingshoofdstuk; intensiveringen worden aangehouden in enveloppen op de aanvullende post.
5. Gezondheid
Gezondheid
Een kwalitatief hoogstaande, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg is cruciaal voor een samenleving. Mensen hebben recht op de beste zorg die er is. In Nederland is de zorg over het algemeen goed toegankelijk. Maar de kwaliteit van de zorg kan nog beter, en de kosten – die onevenredig oplopen – moeten beter worden beheerst. Daarnaast dreigen er in de toekomst forse personeeltekorten in de zorg.
Het kabinet zet in op betere basiszorg dichter bij huis.
· Kwalitatief goede basiszorg moet zo dicht mogelijk bij de patiënt worden georganiseerd: huisartsenzorg, wijkverpleegkundigen, thuiszorg, apothekers, fysiotherapeuten, regionale ziekenhuizen die basiszorg leveren en anderen werken samen in een netwerk van zorg in de wijken en dorpen. Het kabinet zet in op versterking van betere zorg dichtbij huis. Alle zorgverleners kunnen zelfstandig de taken uitvoeren waar zij het beste in zijn (taakherschikking).
· Zorg die nu in ziekenhuizen wordt verleend, maar beter door de huisarts kan worden gegeven, gaat terug naar de huisarts. Het kabinet stimuleert zorgverlening die in samenhang wordt gegeven (ketenzorg).
· De bereikbaarheid van huisartsen dient te verbeteren. Daartoe worden initiatieven gesteund die de bereikbaarheid verbeteren.
Zorginnovatie gaat in Nederland te traag, nieuwe behandelmethoden vinden moeizaam hun weg naar het verzekerd pakket. Het kabinet wil de toelatingsprocedures versnellen, bijvoorbeeld door het instellen van een experimenteer-DBC (Diagnosebehandelingcombinatie).
· Fusieverbod zorgaanbieder en zorgverzekeraar
De zorgverzekeraar koopt zorg in voor de bij hem verzekerde mensen. Kwaliteit, dienstverlening en een scherpe prijs moeten in deze inkoop doorslaggevend zijn. Dat kan alleen als de zorgverzekeraar niet ook zelf (concurrerend) zorgaanbod in bezit heeft. De afwegingen over zorginkoop worden daarvan onzuiver. Nieuw initiatief moet een eerlijke kans krijgen. Dat is van groot belang voor verbetering van kwaliteit, dienstverlening en verlaging van de prijs.
· Topzorg
Hoe zeldzamer, ingewikkelder, innovatiever een behandeling is, hoe groter de noodzaak deze behandeling te concentreren in een paar (top)ziekenhuizen. Ervaring die artsen hierdoor kunnen opdoen met de behandeling van zeldzame ziekten, aanschaf van dure nieuwe apparatuur en snelle terugkoppeling van resultaten zijn hiervoor belangrijke argumenten. Dit zal resulteren in kwalitatief betere topzorg.
Het preferentiebeleid dient te worden voortgezet om de geneesmiddelenprijzen onder controle te houden. Daarom dient er ook een nieuw vergoedingensysteem te komen voor apothekers waarbij er per geleverde dienst een tarief wordt vastgesteld en de bonussen verdwijnen.
Het huidige berekeningsmodel voor geneesmiddelenprijzen functioneert onvoldoende. Een goed functionerend geneesmiddelenvergoedingssysteem vereist dat ieder jaar een herberekening plaatsvindt van de vergoedingslimieten. Dit is echter sinds 1998 niet meer gebeurd. Daarom wordt een heldere keuze gemaakt: of er wordt weer jaarlijks herberekend, of er komt een nieuw systeem waarmee geneesmiddelenprijzen worden berekend.
Het verzekerd pakket wordt stringenter beheerd, waarbij toelating van innovaties tot het verzekerde pakket eenduidiger, samenhangend en consequenter worden beoordeeld; verouderde behandelingsmethoden worden uit het pakket verwijderd en behandelingen die afwijken van richtlijnen vergen toestemming vooraf van de zorginkoper.
Er wordt een aantal pakketmaatregelen genomen.
Collectieve vergoeding van IVF (in-vitrofertilisatie)-behandelingen wordt beperkt tot de eerste behandeling.
Het kabinet verhoogt het aantal zelf te betalen dan wel aanvullend te verzekeren behandelingen fysiotherapie tot 15. Het betreft alleen volwassenen.
Aandoeningen met een lage ziektelast, die eerder als ongemak dan als ziekte worden gekenschetst, worden uit het pakket gehaald en naar aanvullende verzekeringen overgeheveld.
Buiten de EU zal geen werelddekking voor zorg meer gelden uit het basispakket. Hierbij is verondersteld dat bilaterale verdragen met Turkije, Marokko, Tunesië, Kaapverdië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië worden aangepast dan wel opgezegd. Voor aanpassing is instemming van de verdragspartner vereist. Stemt deze niet toe in wijziging dan zal het gewenste beleid gerealiseerd worden door het opzeggen van het verdrag.
In 2006 is gekozen voor een zorgstelsel dat uitgaat van beloning naar prestatie. Dat proces is nog niet afgerond en daarom bevinden we ons op dit moment in een ongunstige situatie (het slechtste van twee werelden). Om een grote kwaliteitsslag te kunnen maken, is geld nodig. Dit geld hoeft niet alleen van de overheid te komen. Als er extra geld uit de private markt de zorgsector kan worden ingetrokken zal dit tot grote verbeteringen kunnen leiden. Om dit geld aan te kunnen trekken, is het nodig dat ook rendement kan worden gemaakt. Daarom wordt een gereguleerde winstuitkering in de zorg ingevoerd. Dat moet er toe leiden dat extern (privaat) kapitaal voor de zorg beschikbaar komt. Met dit externe kapitaal kunnen zorginnovaties, kwaliteitsverbeteringen, een betere patiëntenlogistiek en betere dienstverlening worden ontwikkeld. Overige maatregelen die in dit kader nodig zijn:
Verbeteren governance
De positie van de Raad van Bestuur van het ziekenhuis wordt ten opzichte van de medisch specialisten versterkt.
Stimuleren zelfmanagement cliënt
Het gebruik van e-mental health wordt bevorderd om de zelfredzaamheid van cliënten te vergroten.
BTW-Compensatiefonds
Er wordt een BTW-compensatiefonds voor de zorg ingevoerd. Hierdoor kan meer werk worden uitbesteed en kunnen de efficiency en kwaliteit toenemen.
Overheveling revalidatiezorg naar de zorgverzekeringswet
Revalidatiezorg heeft een kortdurend karakter en past daardoor goed binnen de zorgverzekeringswet. Daarom wordt de revalidatiezorg overgeheveld van de AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten) naar de zorgverzekeringswet.
Beperken gouden handdrukken zorg
Gouden handdrukken in de zorg worden tot een minimum beperkt. Wettelijk wordt geregeld dat maximaal 75.000 euro als ontslagvergoeding mag worden verstrekt aan zorgbestuurders.
Numerus fixus
Om aan de vraag van een kwart meer artsen in 2025 tegemoet te komen wordt de numerus fixus in lijn met het rapport van de Raad voor de Volksgezondheid in 5 jaar afgeschaft. Het afschaffen van de numerus fixus is ook een randvoorwaarde voor goede marktwerking in de zorg.
Geestelijke gezondheidszorg (ggz)
Jeugdzorg
Er bestaat grote zorg over het functioneren van de jeugdzorg. De huidige manier waarop de jeugdzorg is georganiseerd en opereert zal een wezenlijke verandering moeten ondergaan. De effectiviteit van de jeugdzorg moet worden verbeterd door een stelselherziening. Het kabinet zal hiertoe de volgende maatregelen nemen:
Rookverbod
Het huidige rookverbod wordt versoepeld. Het rookverbod werkt in de meeste horecagelegenheden goed. De horeca is voor het overgrote deel rookvrij geworden. Maar in veel kleine cafés, waar geen personeel in dienst is, is geen behoefte aan een rookverbod. Het kabinet is voornemens om horeca met minder dan 70 m2 bedrijfsruimte naar Duits voorbeeld vrij te stellen van het rookverbod.
Sport
Sport heeft een belangrijke functie in de maatschappij en de economie. Kinderen en jongeren kunnen zich dankzij sport gezonder en socialer ontwikkelen. Volwassenen en ouderen die sporten blijven fitter en gezonder. Het zijn vooral scholen, sportverenigingen en sportclubs, het liefst zo dicht mogelijk bij mensen in de buurt, die deze positieve impuls mogelijk maken. Sport in alle wijken is goed voor de gezondheid, maar ook voor de veiligheid.
Samenwerking tussen de overheid, de sportsector en het bedrijfsleven is nodig om topsport en breedtesport in Nederland te bevorderen. Private studiebeurzen voor topsporters zijn een voorbeeld van een initiatief dat zo tot stand zou kunnen komen.
Topsportevenementen in Nederland dragen bij aan een topsportklimaat. Nederland werkt op die manier toe naar het bereiken van een Olympisch niveau. Het kabinet steunt de kandidatuur van Nederland en België voor de organisatie van het WK-voetbal in 2018/2022 en wil de Olympische Spelen 2028 en de Paralympische Spelen in Nederland. Daarbij moet natuurlijk wel helder zijn dat de Nederlandse overheid de baas blijft tijdens deze evenementen en niet het IOC of de FIFA.
Het kabinet zal bevorderen dat een groter aandeel van de loterij opbrengsten aan sport kan worden besteed.
6. Immigratie
Algemeen
Het asiel- en migratiebeleid is streng maar rechtvaardig. Ombuiging, beheersing en vermindering van de immigratie zijn geboden en urgent gelet op de maatschappelijke problematiek. Verwezenlijking hiervan behoort tot de primaire doelstellingen van het te voeren kabinetsbeleid. Rechtvaardig omdat mensen rechten hebben en het kabinet dit als uitgangspunt neemt. Nederland zal vluchtelingen blijven beschermen en opvangen waar het, overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag, gaat om slachtoffers van vervolging voor wie Nederland de eerste veilige plek is. Dit kan niet gelden voor asielzoekers die economische migranten blijken te zijn. Daarom wordt zo snel mogelijk vastgesteld tot welke categorie de asielzoeker behoort en of deze hier kan blijven of Nederland moet verlaten. Het migratiebeleid, met name het beleid inzake de gezinsmigratie, is gericht op beperking en terugdringing van de komst van migranten met weinig perspectief. Dit om de integratieproblematiek beter aan te pakken, mede gelet op de participatie van degenen die worden toegelaten. Het kabinet zal hiertoe de mogelijkheden voor een restrictief en selectief migratiebeleid binnen de bestaande juridische kaders, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), zoveel mogelijk benutten, zowel door voorstellen tot wet- en regelgeving als door intensivering van controle, handhaving en uitvoering van bestaande voorschriften, met inbegrip van nieuwe informatiesystemen, uitwisseling van gegevens en technieken voor identiteitsvaststelling. Hierbij werkt het kabinet waar mogelijk samen met andere landen, met name aangrenzende EU-lidstaten en landen buiten de EU waaruit migranten afkomstig zijn. Het terugkeer- en uitzetbeleid wordt aangescherpt. Illegaal verblijf wordt strafbaar.
Uitzetting van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen vindt eerder en vaker plaats. Tegen mensensmokkel wordt hard opgetreden. Effectieve integratie van nieuwkomers en bevolkingsgroepen is een veelomvattend en veeleisend proces dat voor de gehele samenleving van groot belang is. Hiervoor geldt bij uitstek dat participatie in de samenleving vraagt om een toereikende kwalificatie in taal en opleiding. Inburgering van toegelaten asielzoekers en migranten op een adequaat niveau is voor henzelf en hun kinderen de sleutel tot een volwaardige deelname aan de samenleving in werk en onderwijs. Dit mag worden verwacht van nieuwkomers. Zij zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. Het uitblijven van deze inspanningen kan in het kader van de sociale zekerheid en in het belang van de arbeidsparticipatie, niet zonder gevolgen blijven. De tijdelijke verblijfsvergunning zal bij niet slagen voor het inburgeringsexamen worden ingetrokken behoudens uitzonderingen.
Bij de uitvoering van het voorgenomen beleid neemt het kabinet tevens initiatieven tot aanpassing van EU-richtlijnen en, indien er voor belangrijke maatregelen geen andere alternatieven blijken te zijn, eventueel, in overleg met andere lidstaten, tot wijziging van verdragen. Realisering van het gehele pakket van maatregelen op het gebied van asiel en migratie zal feitelijk leiden tot een zeer substantiële daling van de instroom.
Asiel
De opvang van asielzoekers vindt bij voorkeur plaats in het land of de regio van herkomst.
Het kabinet streeft naar een doeltreffende uitvoering van het Dublin-verdrag, de Dublin-verordening en de bijbehorende regelgeving waarbij het asielverzoek wordt behandeld door de lidstaat die daarvoor verantwoordelijk is. Nederland draagt actief bij aan de opvang elders en de behandeling van asielverzoeken door de verantwoordelijke lidstaat door samenwerking met de betrokken landen en met internationale organisaties zoals de UNHCR.
Het categoriaal beleid vervalt, met inbegrip van de wettelijke grondslag.
De behandeling van aanvragen voor asiel vindt zo effectief, efficiënt en zorgvuldig mogelijk plaats
Nareizende gezinsleden van asielzoekers zullen niet meer automatisch een asielstatus krijgen maar onder het reguliere beleid voor gezinsmigratie worden gebracht waarbij geen vereisten worden gesteld aan het inkomen of inburgering in het buitenland.
Bij de komst van alleenstaande, minderjarige vreemdelingen richt de inzet zich maximaal op zo spoedig mogelijke terugkeer onder de voorwaarde van lokale opvang. Daarvoor is het nodig dat uit het budget voor Ontwikkelingssamenwerking investeringen plaatsvinden in extra lokale opvang zoals weeshuizen. Verder wordt ingezet op aanpassing van de EU-terugkeerrichtlijn (2008/115) terzake.
Gezinsmigratie
Bij gezinsmigratie gaat het om de komst van gezinsleden van personen die legaal in Nederland verblijven. Zo kan een migratieketen ontstaan waarbij in elke generatie opnieuw partners, vaak verwanten, en kinderen uit het land van herkomst naar Nederland komen met de nadelige gevolgen vandien voor het integratieproces dat zo bij herhaling op achterstand raakt. De negatieve spiraal van deze keten wordt doorbroken door hogere eisen te stellen aan deze wijze van gezinsvorming en gezinshereniging waaronder zodanige opleidingseisen dat een kansrijke integratie bij voorbaat verzekerd is. Het kabinet zet hierbij tevens in op wijziging van de Europese richtlijn. Gelet op het voorgaande zal het kabinet met verschillende voorstellen en verschillende maatregelen komen.
Belangrijke nieuwe eisen aan gezinsmigratie kunnen bijvoorbeeld worden gerealiseerd bij aanpassing van de EU-richtlijn inzake gezinshereniging (2003/86).
Daarbij zal het kabinet onder meer inzetten op:
Nederland is op deze manier in staat mensen die hier rechtmatig zijn gekomen volwaardig te laten deelnemen aan de samenleving.
Arbeidsmigratie
Verlening van een vergunning aan arbeidsmigranten die niet afkomstig zijn uit de EU en geen kennismigrant zijn, kan pas plaatsvinden indien de werkgever aantoont dat hij geen werknemers uit Nederland of landen van de EU en de Europese Economische Ruimte (EER) heeft kunnen vinden. Voor de tewerkstellingsvergunning geldt het vereiste dat de werkgever tenminste het wettelijk minimumloon betaalt. Voor arbeidsmigranten zal het minimumvereiste van het wettelijk minimumloon gaan gelden. Voor Roemenen en Bulgaren blijft voorts het vereiste van een tewerkstellingsvergunning gelden tot 1 januari 2014 indien de huidige omstandigheden ongewijzigd blijven. Het kabinet zal onderzoeken of en in hoeverre aanscherping van het arbeidsmigratiebeleid mogelijk en wenselijk is.
Het kabinet zal ervoor zorg dragen dat de bevordering van de kenniseconomie door alle genomen maatregelen niet wordt belemmerd. De kennismigrantenregeling is van groot belang maar het kabinet zal onderzoeken of misbruik plaatsvindt. Eventueel kan op basis hiervan een nadere opleidingseis worden gesteld.
Immigratie algemeen
Om in bredere zin de migratie van kansarme migranten te beperken, de integratie te bevorderen en fraude en misbruik te bestrijden, worden onder meer vergunningseisen aangescherpt, het terugkeerbeleid geïntensiveerd en illegaliteit aangepakt. Wat het eerste betreft, gaat het om de aanvraag voor een reguliere vergunning in het buitenland, de vereisten voor verlening van een permanente vergunning, de toepassing van de discretionaire bevoegdheid en de intrekking van een vergunning bij verblijf in het buitenland.
Hoofdregel bij de aanvraag voor een reguliere vergunning is dat deze in het buitenland wordt gedaan. Dit vereiste vormt tevens een drempel voor de aanvraag van een reguliere vergunning door degenen die een nieuwe procedure starten nadat hun aanvraag voor asiel in Nederland is afgewezen. In de loop der jaren zijn verschillende uitzonderingen gemaakt op de regel dat de aanvraag in het buitenland plaatsvindt. Het kabinet zal een voorstel doen dat inhoudt dat aanvragen voor een reguliere vergunning in het buitenland worden ingediend.
Aan de verlening van een permanente verblijfsvergunning asiel wordt het vereiste van een behaalde startkwalificatie verbonden, behoudens bijzondere omstandigheden. Het kabinet zal inzetten op een wijziging van de EU-richtlijn langdurig ingezetenen (2003/109) voor invoering van het vereiste van een startkwalificatie voor reguliere aanvragen.
Bij vergunningverlening op grond van toepassing van de discretionaire bevoegdheid zal terughoudendheid het uitgangspunt zijn.
Intrekking van tijdelijke en permanente verblijfsvergunningen kan plaatsvinden tijdens of na een periode van verblijf buiten Nederland. Het kabinet zal de geldende richttermijnen bekorten en de uitzondering voor detentie schrappen waarna intrekking zal plaatsvinden.
Verder is intrekking van tijdelijke verblijfsvergunningen en het niet verlenen van permanente verblijfsvergunningen aan de orde indien blijkt dat de vergunninghouder niet of niet langer voldoet aan het inkomensvereiste behoudens bijzondere omstandigheden. In dit kader gaan de IND en de gemeenten nauwer samenwerken.
Het terugkeer- en uitzetbeleid wordt geïntensiveerd.
Illegaliteit in de zin van een onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland, vormt een belangrijk probleem. Deze illegaliteit gaat vaak gepaard met diverse vormen van overlast en criminaliteit, waaronder mensensmokkel, en met een verblijf in mensonterende omstandigheden. Dit tast ook het draagvlak voor het asiel- en migratiebeleid aan en heeft een negatief effect op het integratieproces.
De mogelijkheden om radicale geestelijke bedienaren niet tot Nederland toe te laten of Nederland uit te zetten worden maximaal benut indien toetsing aan de openbare orde of de nationale veiligheid hiertoe aanleiding geeft.
Het kabinet komt met een voorstel voor een Rijkswet personenverkeer die berust op het uitgangspunt van wederkerigheid en tevens de mogelijkheid omvat wederzijds eisen te stellen aan de toelating en het verblijf tot en de terugkeer naar landen van het Koninkrijk (Curacao, Aruba, St. Maarten en Nederland).
In Europees verband zet het kabinet erop in dat bij de Schengen-evaluatie van Roemenië en Bulgarije de tweejaarlijkse voortgangsrapportages over corruptie en juridische hervormingen in deze landen worden betrokken. Indien uit deze rapportages blijkt dat zij niet voldoen aan de strikte criteria, geeft Nederland geen steun aan volledige toetreding van Roemenië en Bulgarije tot Schengen en opheffing van de interne grenscontroles in de EU en zullen
Bulgarije en Roemenie niet worden toegelaten tot Schengen.
Het kabinet zet in de EU in op een regeling die inhoudt dat lidstaten niet kunnen besluiten tot een generaal pardon.
Het kabinet wil af van de “Europa-route” (route waarbij gezinsmigranten uit derde landen nationale toelatingsvereisten van EU-lidstaten omzeilen c.q. waarbij voor gezinsmigranten voor EU-onderdanen niet de gangbare eisen worden gesteld) die dan ook zal moeten worden gesloten.
Integratie
Van ieder die naar Nederland komt om zich hier te vestigen, mag worden verwacht dat hij of zij zich houdt aan de regels die hier gelden en actief deelneemt aan de samenleving door beheersing van de Nederlandse taal, het volgen van onderwijs en werk. Kwalificatie is de sleutel tot succesvolle participatie en integratie. Naarmate kwalificatie eerder plaatsvindt, stijgen de kansen op integratie. Daarom is het belangrijk (hogere) taal- en opleidingseisen te verbinden aan toelating tot en verblijf in ons land.
Het kabinet beëindigt het diversiteits/voorkeursbeleid op basis van geslacht en etnische herkomst. Selectie moet plaatsvinden op basis van kwaliteit. Er komt een meldcode voor cultureel bepaald huiselijk geweld en kindermishandeling. Het kabinet komt met een voorstel voor een algemeen verbod op gelaatsbedekkende kleding zoals boerka’s. In voorschriften wordt opgenomen dat de politie en leden van de rechterlijke macht geen hoofddoek dragen.
Er wordt bezuinigd op de subsidies van de rijksoverheid op het gebied van integratie met uitzondering van de subsidie aan Vluchtelingenwerk. Het kabinet zal geen subsidie geven aan organisaties die activiteiten ondernemen die zich tegen de integratie richten.
Verkrijging van het Nederlanderschap vormt de bekroning van kwalificatie, participatie en integratie.
· Het kabinet komt met een voorstel dat de minimumtermijn voor naturalisatie in meer gevallen op vijf jaar stelt en dat de vereisten voor naturalisatie aanvult met een kwalificatievereiste, een middelenvereiste en een aanscherping van het openbare orde vereiste waaronder het vereiste van het ontbreken van een strafrechtelijke veroordeling met uitzonderingen voor een veroordeling op grond van het jeugdstrafrecht, een veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een veroordeling tot boetes ter hoogte van negentig dageenheden. Voor optanten komt er een taaleis.
· Het voorstel van het kabinet houdt tevens in dat het Nederlanderschap pas definitief wordt verkregen indien afstand is gedaan van een of meer andere nationaliteiten waarvan afstand gedaan kan worden.
Het zwaarwegende belang van arbeidsparticipatie en integratie in Nederland heeft ook gevolgen voor de inrichting van het stelsel van sociale zekerheid.
Het kabinet streeft naar beperking van de export van sociale voorzieningen, onder meer door
7. Infrastructuur
Nederland heeft een goede infrastructuur van wegen en openbaar vervoer nodig die optimale bereikbaarheid biedt aan mensen en bedrijven. Goede doorstroming op het wegennet is belangrijk voor de bloedsomloop van de economie. Mensen hebben de vrije keuze zich te verplaatsen. De files worden aangepakt en de mobiliteit wordt verbeterd ter versterking van de economische groei en een schoner milieu.
· Er komt geen kilometerheffing.
· Verschuiving van vaste lasten naar variabele lasten is mogelijk door verhoging van accijnzen op brandstoffen onder gelijktijdige en evenredige verlaging van vaste lasten. Het kabinet zet hiervoor in op overleg met de buurlanden en binnen de EU.
· Er wordt 500 miljoen extra geïnvesteerd in wegen en spoor
· De overheid werkt met het bedrijfsleven aan aanvullende maatregelen ter bestrijding van files zoals parkeer- en reisvoorzieningen, transferia, carpooling, goede fietsvoorzieningen, incidentenmanagement en de intensivering van telewerken.
· Het kabinet investeert in de binnenvaart om wegen en milieu te ontlasten.
Er komt een uitbreiding van het dynamische systeem van maximumsnelheden.
De maximumsnelheid op autosnelwegen gaat omhoog naar 130 km/u. Ook op andere wegen wordt de maximumsnelheid herbeoordeeld. Indien nodig voor de luchtkwaliteit, geluidsbelasting of verkeersveiligheid geldt een lagere maximumsnelheid.
Zodra de speekseltests naar drugs betrouwbaar zijn, worden deze ingezet om het gebruik van drugs in het verkeer terug te brengen.
Het openbaar vervoer moet toegankelijker, betrouwbaarder en efficiënter worden.
· De grensregio’s worden beter bereikbaar voor treinverkeer.
· Er komt een grensoverschrijdende ontwikkeling van het treinverkeer in grensregio’s waaronder aansluiting op buitenlandse hogesnelheidstreinen.
· Het programma Hoogfrequent Spoor dat is gericht op spoorboekloos reizen, wordt uitgevoerd, rekening houdend met de woon- en leefomgeving.
· Er komen sneller aanpassingen van stations en treinen om de toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor mensen met een beperking te verbeteren.
· De veiligheid in het openbaar vervoer wordt verbeterd. Werkgevers in het openbaar vervoer nemen de aangifte over van werknemers die het slachtoffer van geweld zijn geworden.
Schiphol is van groot belang voor de Nederlandse economie en krijgt, overeenkomstig de afspraken die zijn gemaakt aan de “Alders-tafels” (overlegtafels over de toekomst van de luchthavens Lelystad, Eindhoven, Schiphol en hun omgeving), de ruimte verder uit te groeien tot een duurzame en concurrerende luchthaven. Kwalitatieve groei van het wereldwijde verbindingennetwerk is essentieel.
Ook bij regionale luchthavens dient de luchtvaart de economische ontwikkeling.
Goederenvervoer is van oudsher een belangrijke pijler van de Nederlandse economie. De haven van Rotterdam speelt daarin essentiële rol. Het kabinet ondersteunt met kracht de verdere ontwikkeling van het haven- en industriegebied door de aanleg van een nieuw havengebied (Tweede Maasvlakte) met de bijbehorende natuurcompensatie. Zo kan de Rotterdamse haven zijn internationaal concurrerende positie voor de overslag van goederen behouden en verder uitbreiden.
Bij de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur van wegen en openbaar vervoer worden meer voordelen bereikt door het aangaan van nauwere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven.
De wijze van besluitvorming door de overheid over de aanleg van infrastructuurprojecten wordt versneld en vereenvoudigd.
Vergroting van de waterveiligheid van onze door rivieren doorsneden delta blijft een kerntaak van de overheid en is nodig om te kunnen blijven voldoen aan geldende normen.
Ruimtelijke ordening en Milieu
Ruimtelijke ordening
In de ruimtelijke ordening vindt een integrale afweging plaats van verschillende belangen waarbij de besluitvorming zo transparant mogelijk gaat plaatsvinden en zo dicht mogelijk bij degenen die het direct aangaat.
Milieu
Het behoud en de verbetering van een gezonde leefomgeving voor nu en later vraagt duurzame antwoorden op de omgang met fossiele brandstoffen en de druk van milieuvervuiling op lucht, water en bodem. Bij nieuwe regelgeving is een gelijk speelveld in de EU en de wereld belangrijk. De aanpak van de druk op leefomgeving en milieu is niet alleen een zaak van de overheid maar biedt ook kansen aan economische groei en ontwikkeling. Bedrijven dragen bij aan een beter milieu en maken winst door op dit gebied nieuwe producten te ontwikkelen en hun export te vergroten. Het innovatiebeleid bevordert dit.
8. Onderwijs
Nederland heeft de ambitie om te behoren tot de top vijf van kenniseconomieën.
Dit vraagt om versterking van de kwaliteit van het onderwijs en bevordering van hogere prestaties.
In alle opleidingen komt de kerntaak van het geven van goed onderwijs in voldoende contacturen centraal te staan. Management en staf zijn hieraan dienstbaar. Vakmensen moeten hun vak kunnen uitoefenen. De overhead wordt beperkt, er komt meer ruimte voor vakmanschap in het onderwijs. Om te komen tot meer excellent onderwijs is meer structuur en focus op kennis nodig. Er wordt toegewerkt naar een absolute kwaliteitsnorm waarbij de toegevoegde waarde zwaarder meeweegt. Ieder talent telt, of het nu jongeren betreft met een beperking, de gouden handen in het beroepsonderwijs of de knappe koppen op de universiteit. Presteren is geen vies woord maar een noodzakelijke voorwaarde. Iedereen in het onderwijs wordt hierop aangesproken: ouders, leraren, leerlingen en schoolbestuurders: de basis op orde, de lat omhoog. De aansluiting tussen de verschillende vormen van onderwijs wordt verbeterd.
De gebouwen, infrastructuur en faciliteiten in het onderwijs worden in weekeinden en vakanties meer gebruikt voor opleidings- en scholingsactiviteiten zoals zomerscholen en leven lang leren-activiteiten. Op adviesraden en instituten vindt een efficiencykorting plaats via de bijdrage aan deze instellingen die niet raakt aan het primaire onderwijsproces maar de bestuurlijke drukte en overbodige stapeling van instituties in het onderwijs terugdringt.
De prioriteiten binnen de onderwijsbegroting worden herschikt ten gunste van de kwaliteit van het onderwijs.
De basis voor de kenniseconomie wordt in elk deel van het onderwijs op orde gebracht. De kerntaak van basisscholen ligt bij taal en rekenen.
De prestaties in het onderwijs gaan omhoog. Jongeren worden op alle niveaus voorbereid op een meer internationale arbeidsmarkt. Er komen meer goede en professionele leerkrachten.
Het hoger en wetenschappelijk onderwijs heeft een kwaliteitsimpuls nodig. Het is van groot belang dat Nederlandse studenten veel beter onderwijs krijgen zodat zij beter zijn voorbereid op de arbeidsmarkt. Nederland moet excellente docenten en studenten kunnen aantrekken en Nederlandse toppers kunnen vasthouden. Belangrijk wetenschappelijk onderzoek moet in Nederland kunnen worden gedaan. Ook het omzetten van de resultaten van dit onderzoek naar de markt moet worden verbeterd.
Er zijn betere vakmensen nodig voor de 21e eeuw. Waar mogelijk wordt de oriëntatie in het onderwijs op ondernemerschap en arbeidsmarkt versterkt door samenwerking met het bedrijfsleven.
Aan de vrijheid van onderwijs zoals gewaarborgd door art. 23 Grondwet, wordt niet getornd. Dit neemt niet weg dat (zeer) zwakke scholen sneller, binnen een jaar, het onderwijsproces op orde moeten hebben. Zo niet, dan wordt tot sluiting overgegaan. Uit onderzoek is gebleken dat het islamitisch onderwijs zwakke kanten kent qua bestuurskracht, onderwijskwaliteit, burgerschapsvorming (rechtsstaat) en rechtmatigheid van de besteding van middelen. Uit onderzoek is verder gebleken dat ook scholen met een radicaal vernieuwend onderwijsconcept deze problemen kennen. Deze scholen zullen dus sneller met sluiting geconfronteerd worden. Bij de beoordeling weegt eveneens zwaar hoe scholen aandacht geven aan integratie. Scholen worden gestimuleerd contracten te sluiten met ouders over bijvoorbeeld het meedoen aan oudergesprekken, tegengaan van verzuim en spijbelen, fatsoenlijk gedrag en het spreken van Nederlands op school.
Cultuur
De overheid schept condities op het gebied van kunst en cultuur die de kwaliteit verhogen en de toegankelijkheid waarborgen. Uitgangspunt is dat in alle regio’s een hoogwaardig cultureel aanbod blijft bestaan. Het kabinet wil meer ruimte geven aan de samenleving en het particulier initiatief en de overheidsbemoeienis beperken. Kunst en cultuur zijn tenslotte ook van en voor de samenleving. Bij verstrekking van subsidies wordt voortaan eerst gekeken naar de mogelijkheden eigen inkomsten te verwerven. Er komt meer aandacht voor de verdiencapaciteit van cultuur.
Behoud en onderhoud van monumenten blijven taken van de overheid. Hierbij verdient herbestemming de aandacht, evenals behoud van het religieus erfgoed. Actieve cultuurparticipatie blijft ook van belang, met name bij de beoefening van amateurkunst en volkscultuur en bij bibliotheekbezoek. De uitgaven aan behoud en beheer van cultureel erfgoed, bibliotheken en het Nationaal Archief worden zoveel mogelijk ontzien.
Internet
Het kabinet bevordert een vrij en open internet.
Media
De publieke omroep heeft als opdracht dat er een kwalitatief hoogwaardig programma-aanbod is voor een breed publiek. Omroepverenigingen en hun leden waarborgen de pluriformiteit van het bestel.
Dit bestel wordt doelmatig, open en bestuurbaar gehouden.
Het kabinet komt met voorstellen voor de volgende concessieperiode die ingaat in 2015 ten aanzien van het aantal netten, de vorm van lidmaatschap van de omroepverenigingen en de bovengrens van 400.000 leden.
9. Ouderenzorg
Steeds meer mensen worden ouder en blijven langer gezond en dat is mooi. Echter door de vergrijzing worden steeds meer ouderen vroeg of laat afhankelijk van zorg. Zij vallen terug op hun sociale netwerken en op collectief georganiseerde zorg. De zorg staat onder druk. De kosten lopen op en forse personeelstekorten dienen zich aan. We zijn het echter aan de ouderen die ons land hebben opgebouwd verplicht om zorg te dragen voor een goede oude dag, voor kwalitatief goede en toegankelijke zorg. Voor een sterke vermindering van uitdroging, doorligwonden en ondervoeding en voor een einde aan 24-uursluiers. Hiervoor is een compact kwalitatief programma voor de ouderenzorg samengesteld. We willen (veel) meer zorgmedewerkers, meer (bij)scholing, meer rechten, meer en betere kwaliteitsnormen, een sterkere Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), minder overhead, minder regeldruk, meer buurtzorg, kleinere zorginstellingen en meer maatregelen tegen ouderenmishandeling.
Binnen de gezondheidszorg verdienen ouderen, langdurig zieken en gehandicapten bijzondere aandacht. Het gaat om mensen die thuis afhankelijk zijn van zorg of mensen die in instellingen moeten wonen. De wensen en (on)mogelijkheden van deze mensen en hun omgeving zijn leidend. Mensen hebben behoefte aan zorg op buurt- en wijkniveau. De huisarts en de wijkverpleging staan daarin centraal. De schaal van de instellingen moet terugkeren naar de menselijke maat. De instellingen voor ouderenzorg krijgen meer financiële ruimte en kunnen weer investeren in kwaliteit van zorg en zorgpersoneel. Instellingen worden zo gestimuleerd om aan hoge kwaliteitsstandaarden te voldoen. Instellingen die onder de maat presteren zal de Inspectie hard aanpakken. De rechten van de patiënten in de instellingen worden uitgebreid.
Het kabinet streeft naar verbetering van de kwaliteit van de ouderenzorg. Hiervoor is bijna 1 miljard euro vrijgemaakt. De zogenaamde zorgzwaartepakketten, inclusief de opleidingen, worden kostendekkend gemaakt. Zo krijgen zorginstellingen meer financiële armslag. Hierdoor kunnen 12.000 extra medewerkers aan het werk voor de dagelijkse verzorging van onze ouderen en gehandicapten. Daarnaast zal geïnvesteerd worden in de kwaliteit van zorg en personeel.
Om de kwaliteit van de instellingen te verbeteren zal het veld ondersteund worden bij het opstellen van normen en het uitwisselen van best practices. Intercollegiale toetsing zal worden bevorderd. Er wordt daartoe een kwaliteitsinstituut opgericht ter ondersteuning van de instellingen in de ouderenzorg. Normen uit kwaliteitsprogramma’s die zich inmiddels bewezen hebben, zoals onder andere programma tegen doorliggen en ondervoeding, worden sectorbreed ingevoerd door ze op te nemen in de kwaliteitsnormen van de IGZ. Normen uit toekomstige nieuwe kwaliteitsprogramma’s moeten, zodra zij zich bewezen hebben, ook onderdeel worden van de kwaliteitsnormen van de IGZ.
De rechten van patiënten worden versterkt. Hierbij is het uitgangspunt dat de rechten individueel afdwingbaar dienen te zijn, maar dat tevens geborgd moet worden dat er sprake is van redelijkheid en billijkheid bij de uitvoering van deze rechten. Dit wordt geregeld via een Wet Cliëntenrechten Zorg. Daarnaast komt er voor bewoners van instellingen een specifieke Zorginstellingen Beginselenwet die concrete rechten voor bewoners van zorginstellingen regelt zoals het recht om elke dag te douchen en dagelijks desgewenst enige tijd in de buitenlucht door te brengen.
Het toezicht op de instellingen voor ouderenzorg wordt anders vormgegeven. Raden van Bestuur worden expliciet verantwoordelijk en aanspreekbaar op het functioneren van hun instellingen. De Inspectie voor de Volksgezondheid zal minder papieren verantwoording vragen en meer inspectie op de werkvloer uitvoeren. (Zware) Sancties volgen bij geconstateerde onregelmatigheden. De inspectie krijgt naast de reeds bestaande bevoegdheid van het uitdelen van boetes, ook de bevoegdheid een bevel te geven bij een structurele situatie van onverantwoorde zorg.
Bij goed presterende instellingen kan worden volstaan met toezicht door de IGZ op het systeem dat instellingen zelf hanteren voor het bewaken van kwaliteit. Interne systemen van goed presterende instellingen zorgen voor permanente feed back over de kwaliteit van de instelling. Klachten kunnen door de instelling zelf worden afgehandeld, bijvoorbeeld door gebruikmaking van een externe klachtencommissie.
Bij minder goed of slecht presterende instellingen zal de inspectie streng moeten toezien op de instelling zelf. De inspectie zal inspecteren op de werkvloer, ook via onaangekondigde bezoeken waarbij bijvoorbeeld mystery guests ingezet kunnen worden.
Naast het reguliere klachtenrecht komt er een mogelijkheid om bij ernstige klachten over persoonlijke verzorging en persoonlijke bejegening direct bij de IGZ te kunnen klagen. De inspectie komt bij zeer ernstige klachten onmiddellijk in actie (niet pas bij een structureel patroon van klachten). Men heeft altijd de mogelijkheid om bij de individueel geschonden rechten naar de rechter te stappen.
De thuiszorg heeft flinke problemen zoals kwaliteitsverlies, vergrijzing, stijgende kosten en gebrek aan personeel. Buurtzorg richt zich niet op productie of het aantal uren zorg maar op duurzame zorguitkomsten: gezondheidswinst, oplossingen voor de cliënt, kwaliteit van leven en zorgonafhankelijkheid. Een belangrijk deel van de activiteiten van buurtzorg is de inschakeling van en afstemming met andere zorgprofessionals. De huisarts en de wijkverpleegkundige zijn hierin de belangrijkste schakels. Hij of zij weet wat er speelt en houdt alles scherp in de gaten. Buurtzorg is effectiever, het aantal uren per cliënt per jaar is lager, de doorlooptijd is korter en de hoeveelheid ongeplande zorg is lager. Naast ‘beter’ is buurtzorg ook ‘goedkoper’.
Het kabinet zal bevorderen dat er kleinere zorginstellingen komen. Een optimale schaalgrootte van zorginstellingen zorgt voor meer efficiëntie, lagere kosten, meer integraliteit, hogere klanttevredenheid en betere zorg. Het kabinet zal zorgen dat de schaalgrootte van zorginstellingen optimaliseert. Het ontstaan van zorggiganten wordt teruggedrongen.
Maatregelen die de kleinschaligheid kunnen bevorderen zijn ondermeer:
Het kabinet streeft ernaar de overhead in de gezondheidszorg substantieel terug te dringen. Daartoe zal een normering per sector worden vastgesteld. In de gezondheidszorg hoort niet het management maar de uitvoering -en dus de werkvloer- centraal staan te staan. Het moet mogelijk zijn carrière te maken op de werkvloer. De verpleging en verzorging moeten hun vak terug krijgen zonder overbodige administratieve belasting. Het kabinet is bovendien voornemens een experiment met regelarme zorginstellingen te starten. Daartoe zal een inventarisatie worden gemaakt van regels in de zorg die afgeschaft kunnen worden en waarvan twijfel is over de noodzaak. De opbrengsten van het terugdringen van de overhead gaat terug naar de zorginstelling.
Het kabinet zal extra maatregelen nemen om ouderenmishandeling tegen te gaan, zoals een verplichte verklaring omtrent gedrag voor betaald zorgpersoneel.
Er komt een richtlijn ouderenmishandeling.
Het project stop ouderenmishandeling wordt voortgezet.
Er komt een meldplicht voor ouderenmishandeling.
Systeemkeuzes in de AWBZ
De huidige wijze van financiering per handeling in de AWBZ wordt veranderd in financiering op resultaat. Zo komt de behoefte van de patiënt centraal te staan. Dit leidt tot meer innovatie, minder bureaucratie op de werkvloer (zoals minutenregistraties), betere kwaliteit en meer doelmatigheid.
Het persoonsgebonden budget (PGB) biedt cliënten een grote keuzevrijheid om de zorg in te richten zoals zij dat willen. Om dit recht onverkort te handhaven wordt de PGB-subsidieregeling opgeheven en worden PGB’s wettelijk verankerd, met in achtneming van bestaande financiële kaders.
In de AWBZ wordt overgegaan tot het scheiden van wonen en zorg. Hierdoor krijgen bewoners meer keuzevrijheid. Zorginstellingen zullen zich beter gaan richten op de woonwensen van cliënten. Ter compensatie van de extra woonlasten, wordt de huidige intramurale eigen bijdrage verlaagd. Bewoners die de woonlasten financieel niet kunnen dragen, komen in aanmerking voor de huurtoeslag. Voorwaarde voor de invoering is dat de achterblijvende partner op woonlasten niet financieel achteruit gaat ten opzichte van het huidige systeem en er voldoende eenpersoonskamers beschikbaar zijn.
De functies dagbesteding en begeleiding kunnen het best dichtbij de cliënt geregeld worden. Zij passen daarom beter binnen de systematiek van de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dan bij de AWBZ. De gemeente kent deze mensen en hun situatie beter dan de logge zorgkantoren. Daarom worden de functies dagbesteding en begeleiding overgeheveld van de AWBZ naar de Wmo.
Binnen de AWBZ vindt een aantal hervormingen plaats. Verzorging, verpleging, intramurale geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg blijven onderdeel van de AWBZ. Momenteel wordt gewerkt met zorgkantoren per regio. Hun taken en de risico’s zullen door de zorgverzekeraars worden overgenomen. Dit zorgt er voor dat patiënten qua medische zorg nog maar met één loket te maken hebben. Het zorgt voor doelmatigheidsprikkels doordat zorgverzekeraars de instellingen zullen controleren op efficiency en kwaliteitsverbetering.
10. Veiligheid
Veiligheid is een kerntaak van de overheid. Randvoorwaarde voor vrijheid en vertrouwen is een omgeving die niet onveilig is en waar geen gevoelens van onveiligheid heersen. Het moet veiliger worden op straten, in wijken en de openbare ruimte. Het daadkrachtig aanpakken van straatterreur, overlast, intimidatie, agressie, geweld en criminaliteit vraagt om een zichtbaar, gezaghebbend en doortastend optreden van politie en justitie.
Overlast, agressie, geweld en criminaliteit worden directer en effectiever aangepakt.
Grensoverschrijdend gedrag van risicojongeren, individueel en in bendes, wordt teruggedrongen, ook door consequent lik op stuk te geven, zoals door oppakken, berechten en direct straf ten uitvoer brengen. Waar mogelijk wordt snelrecht toegepast (o.a. night courts)
Het kabinet komt met voorstellen om in het volwassenenstrafrecht minimumstraffen in te voeren voor de gevallen waarin een persoon binnen tien jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf waarop wettelijk een maximumstraf van twaalf jaar of meer is gesteld. De rechter kan in individuele, zeer specifieke omstandigheden van het geval gemotiveerd afwijken van de minimumstraf. In een wetsvoorstel zullen deze specifieke omstandigheden worden uitgewerkt, evenals de hoogte van de minimumstraf per delict. Bij recidive wordt als minimumstraf tenminste de helft van het maximum van de gevangenisstraf opgelegd die naar de wettelijke omschrijving op het betreffende delict als maximumstraf is gesteld.
Daders moeten in hun eigen omgeving worden aangepakt. Veiligheidshuizen spelen hierbij een belangrijke rol. De veiligheidshuizen, samenwerkingsverbanden van verschillende organisaties, gaan dadergericht te werk bij het terugdringen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. De voordelen van deze wijze van preventief werken hebben tot goede resultaten geleid. De veiligheidshuizen zullen worden voortgezet en verder ontwikkeld.
Sluiting van instellingen waarin strafbare feiten zijn gepleegd door oproepen en aanzetten tot geweld is nodig en zal zoveel mogelijk worden bevorderd door inzet van de beschikbare middelen.
Het kraakverbod wordt actief en prioritair gehandhaafd.
De veiligheid in het openbaar vervoer wordt verbeterd. Werkgevers in het openbaar vervoer nemen de aangifte over van werknemers die het slachtoffer van geweld zijn geworden. Dit geldt ook voor andere publieke sectoren zoals scholen, ziekenhuizen, brandweer en ambulance.
Dierenmishandeling wordt harder aangepakt, onder meer door 500 animal cops (dierenpolitie).
Er komt een apart alarmnummer voor dieren in nood en dierenmishandeling waaraan ook de dierenambulance zal worden gekoppeld (bijvoorbeeld 1-1-4 “red een dier”).
Overlast en criminaliteit die verband houden met prostitutie en de handel in verdovende middelen worden teruggedrongen.
· Coffeeshops worden besloten clubs die alleen voor meerderjarige inwoners van Nederland toegankelijk zijn op vertoon van een clubpas.
· Er komt een afstand van tenminste 350 meter tussen scholen en coffeeshops.
· De minister verscherpt het landelijk beleid en ziet erop toe dat gemeenten het afstandscriterium en de overige relevante delen van het landelijk beleid in hun vergunningen handhaven.
· Het kabinet komt met voorstellen zwaardere straffen te stellen op de (voorbereiding van) in- en uitvoer, teelt en (georganiseerde) handel van drugs en tot aanpassing van het onderscheid tussen harddrugs en softdrugs.
· Vanwege de vrouwenhandel en vrouwenuitbuiting (loverboys-problematiek) gaat de minimumleeftijd voor prostituees omhoog naar 21 jaar. Vrouwenhandel wordt intensiever opgespoord en harder aangepakt. De bestuurlijke aanpak wordt onder meer via de BIBOB-wetgeving geïntensiveerd.
Zware delicten als gewelds- en zedendelicten zijn niet alleen zeer ingrijpend en traumatisch voor de slachtoffers en hun naaste omgeving, met name als het toegebrachte leed onherstelbaar is, maar zij raken ook in brede zin het vertrouwen in de rechtsorde en de veiligheidsbeleving van burgers. De bescherming van de samenleving tegen de daders maakt toereikende (gevangenis)straffen en maatregelen daarom noodzakelijk.
Daders worden harder aangepakt, slachtoffers krijgen een sterkere positie.
Er komt een intensivering van de snelheidscontroles als de verkeersveiligheid in het geding is. Bij substantiële snelheidsovertredingen volgen zwaardere boetes.
De politie gaat effectiever functioneren ten behoeve van de veiligheid van burgers en dieren.
.
Er komt een nationale politie onder verantwoordelijkheid van de minister die belast is met de zorg voor veiligheid. De minister wordt eindverantwoordelijk voor het beheer. Er komen tien politieregio’s waarbij de grenzen van de tien arrondissementen van de gerechtelijke kaart leidend zijn. De burgemeester blijft verantwoordelijk voor de openbare orde, capaciteitsinzet voor lokale taken en het vergunningenbeleid. Bij geschillen in een regio over de inzet van de politie wordt de beslissing genomen door de regioburgemeester bij wie het gezag berust, gehoord de regionale hoofdofficier van justitie en de regionale politiechef. De regioburgemeester (de burgemeester van de grootste gemeente in de regio) stemt daartoe af met de burgemeesters in de regio. Bij geschillen over de inzet van de politie die de regio overstijgen, beslist de minister of degene die hij daartoe gemandateerd heeft. In de regio’s beslist de driehoek over de inzet waarbij de burgemeester een beslissende stem heeft. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Politiewet (30880) wordt aangepast aan het voorgaande.
De organisatie van de politie wordt efficiënter en effectiever.
Het kabinet komt met een voorstel inzake doorberekening van veiligheidskosten voor vergunningplichtige commerciële evenementen van incidentele aard.
Er komt een uitbreiding van het dynamische systeem van maximumsnelheden.
De maximumsnelheid op autosnelwegen gaat omhoog naar 130 km/u. Ook op andere wegen wordt de maximumsnelheid herbeoordeeld. Indien nodig voor de luchtkwaliteit, geluidsbelasting of verkeersveiligheid geldt een lagere maximumsnelheid.
Zodra de speekseltests naar drugs betrouwbaar zijn, worden deze ingezet om het gebruik van drugs in het verkeer terug te brengen.
Voertuigherkenning draagt bij aan preventie en vereenvoudiging van opsporing en vervolging van strafbare feiten en aan de handhaving van fiscale verplichtingen. Hiertoe komt er een bredere inzet van systemen van automatische nummerplaatherkenning
Het kabinet zal privatisering voorbereiden van voor het gevangeniswezen relevante taken met het oog op versobering en kosteneffectiviteit. Hierbij betrekt het kabinet de resultaten van de onderzoeken die in 2005 en 2009 zijn verricht naar de privatisering van het gevangeniswezen in het Verenigd Koninkrijk.
De informatieveiligheid en bescherming van persoonsgegevens worden verbeterd.
11. Werk en sociale zekerheid
De economische crisis en oplopende begrotingstekorten maken hervormingen en bezuinigingen noodzakelijk. Het kabinet kiest voor maatregelen die eraan bijdragen dat iedereen zo veel mogelijk naar vermogen participeert in de samenleving. Doel is om mensen perspectief te geven op werk en inkomen, het draagvlak te versterken onder onze sociale voorzieningen en het bestrijden van dreigende personeelstekorten. Anderzijds moet aan mensen die niet kunnen werken bestaanszekerheid worden geboden. Het beleid van het kabinet draagt bij aan herstel van werkgelegenheid en behoud van solidariteit van werkenden met uitkerings- en pensioengerechtigden.
De krapte op de arbeidsmarkt die in de toekomst dreigt, in combinatie met de toegenomen economische dynamiek, vraagt om mobiliteit en weerbaarheid van mensen op de arbeidsmarkt. Een grotere flexibiliteit is ook nodig om de groeiende tegenstelling tussen mensen met vaste contracten en flexwerkers (uitzendkrachten, tijdelijke contracten, zelfstandigen zonder personeel) tegen te gaan. Zelfstandigen zonder personeel leveren een belangrijke bijdrage aan ondernemerschap en dynamiek op de arbeidsmarkt.
De krimp van de beroepsbevolking en de toename van het aantal 65-plussers maken langer doorwerken noodzakelijk. Alleen zo kan het draagvlak onder de AOW voor de toekomst worden veiliggesteld. Alleen zo voorkomen we dat grote personeelstekorten ontstaan in sectoren zoals het onderwijs, de zorg alsmede in de private sector.
· De AOW-leeftijd wordt verhoogd naar 66 jaar.
· Bovendien zal het kabinet een voorstel doen om in lijn met de afspraak die sociale partners onderling hebben gemaakt de AOW-leeftijd op den duur te koppelen aan de levensverwachting waarbij minimaal met worden voldaan aan de 0,7% houdbaarheidsopbrengst.
· De fiscale bijdrage aan de pensioenopbouw via het Witteveenkader wordt in 2013 beperkt in verband met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.
· Alleen CAO’s die aandacht besteden aan leeftijdsbewust personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid (scholing) worden algemeen verbindend verklaard.
· Premiekorting voor werkgevers die oudere werklozen in dienst nemen en ouderen in dienst houden, wordt gehandhaafd.
· Voor een robuust en toekomstbestendig pensioenstelsel is meer deskundigheid, versterking van intern toezicht, transparantie in beleggingen en pensioenopbouw noodzakelijk.
· Vrijwillig langer doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd blijft aantrekkelijk.
Het kabinet wil mensen in staat stellen een goede balans te vinden tussen betaald werk, zorgtaken, vrijwilligerswerk, scholing en vrije tijd. Een werkelijke verhoging van de arbeidsparticipatie kan alleen worden bereikt als er genoeg mogelijkheden zijn om werk op flexibele wijze te combineren met andere activiteiten.
· Vitaliteitsregeling. De levensloopregeling en het spaarloon worden geïntegreerd tot een regeling die ondersteunt in zorgtaken, in het volgen van scholing, het opzetten van eigen bedrijf, demotie of deeltijdpensioen. De regeling kan niet worden gebruikt voor vervroegd uitreden.
· Tegengaan belemmeringen voor thuis- en telewerken. Stringente Arbo-regels met betrekking tot thuiswerkplekken worden opgeheven. Dit helpt ouders om werk met zorgtaken te combineren en is goed tegen de files.
· Beperken vrijstelling van sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders met kinderen tot 5 jaar. De uitzonderingsgrond in de WWB voor alleenstaande ouders wordt hersteld en de vrijlating voor het werken in deeltijd voor deze ouders wordt verruimd naar 120 euro.
Kindregelingen
Het kabinet blijft via de kinderbijslag ouders in de kosten van kinderen ondersteunen. De kindregelingen (kinderopvang en kindgebonden budget) staan in het teken van bevordering van de eigen verantwoordelijkheid van ouders. Het kabinet hecht aan goede en betaalbare kinderopvang. Na onstuimige groei van het deel dat de overheid bijdraagt aan kinderopvang, is een correctie nodig, zodat ouders proportioneel bijdragen. Ouders houden de keuze tussen georganiseerde opvang en gastouderopvang.
Werk boven uitkering
Mensen mogen niet afhankelijk worden gemaakt van een uitkering. Voorkomen moet worden dat mensen te snel worden afgeschreven en permanent langs de kant staan. In de bijstand zal een wettelijke plicht tot tegenprestatie naar vermogen komen.
In de WWB wordt de bijstand voor inwonenden afgeschaft en wordt de toets op het partnerinkomen vervangen door een toets op het huishoudinkomen. Voor jongeren tot 27 jaar geldt dat zij werken, leren of stage lopen. De voorwaarden en sancties voor jongeren tot 27 jaar die een beroep doen op de bijstand (Wet investeren Jongeren) worden aangescherpt. Zolang men zich kan scholen, dient een beroep op studiefinanciering te worden gedaan; dat gaat boven bijstand.
· De dubbele heffingskorting in referentieminimumloon wordt geleidelijk afgebouwd (vanaf 2012 in 20 jaar). Hierdoor wordt voorkomen dat het steeds minder aantrekkelijker wordt om vanuit de bijstand een baan te aanvaarden.
· De inkomensgrens van gemeentelijk minimabeleid wordt genormeerd. Het is niet acceptabel dat mensen die gaan werken vanuit een uitkering er in inkomen op achteruit gaan doordat ze allerlei gemeentelijke toeslagen en voordeeltjes mislopen.
· Bij investeren en aanbestedingen van diensten moet de Rijksoverheid net als veel gemeenten aandacht besteden aan stage- en leerwerkplekken voor kwetsbare groepen.
· Hardere aanpak fraude uitkeringen. Fraude met uitkeringen ondermijnt de solidariteit. Onterecht verstrekte uitkeringen zullen daadwerkelijk worden teruggevorderd, ongeacht de hoogte van de fraude. Bijstandgerechtigden worden bij fraude bestraft met het inhouden van de uitkering gedurende drie maanden.
· Het kabinet wil de regeldruk en de bureaucratie in de sociale zekerheid terugdringen door minder en gerichter toezicht door de Arbeidsinspectie.
12. Wonen
In het beleid en de regelgeving op het gebied van volkshuisvesting komt meer ruimte voor het bedrijfsleven in de bouw en voor verschillen tussen regio’s.
Een vrije woningmarkt is van belang maar met steun voor degenen die het nodig hebben.
De woningcorporaties vervullen hierin een rol voor degenen die geen toegang hebben tot de koopmarkt en door investeringen van maatschappelijk belang. De sociale huursector wordt meer toegespitst op degenen die geen alternatieven hebben.
[1] Bron: SEO Economisch Onderzoek, Winst in de eigendomsstructuur; Eigendom, winstbestemming en zeggenschap binnen ziekenhuizen, Amsterdam, februari 2010.