Studenten de dupe van nieuwe wet?
Dat is de kop die gebruikt wordt in het Eindhovens Dagblad van 30 maart. Het is echter de vraag of studenten de dupe worden van de nieuwe wet, of van gemakzucht van huiseigenaren.
Sinds 2007 is een omzetvergunning verplicht voor huiseigenaren die kamers willen verhuren. Deze verplichting geldt sindsdien voor bestaande én nieuwe situaties. Een jaar na invoering was er een overgangsregeling van toepassing waardoor het relatief simpel was om de vergunning aan te vragen. Een huiseigenaar hoefde alleen aan te tonen dat een pand al voor 2007 in gebruik was voor kamerverhuur. Bij het verlenen van de vergunning wordt niet alleen naar het specifieke pand gekeken, er is ook aandacht voor de buurt. Bescherming voor het betreffende pand en de directe omgeving! Pas in 2010 is door de gemeenteraad bepaald dat in bepaalde wijken geen omzettingsvergunning mag worden verleend. Dit was noodzakelijk omdat in een aantal wijken teveel panden in gebruik waren voor kamerverhuur, hetgeen de leefbaarheid van de wijk negatief beïnvloedde.
Zo is het ook gegaan bij het huis uit het krantenartikel. Van 2007 tot 2010 was de huiseigenaar in overtreding omdat hij geen omzettingsvergunning had. Tot 2010 was het voor de huiseigenaar relatief simpel om alsnog een vergunning aan te vragen, die hij ook gekregen zou hebben. Pas in 2010 zou een vergunning geweigerd worden omdat het huis in een wijk ligt waar geen omzettingsvergunning meer verleend wordt.
Het is daarom de vraag of een huisbaas in 2011 vrijgesteld moet worden van de verplichting van een omzettingsvergunning met als argument dat hij ‘vergeten is om een aanvraag in te dienen en geen Groot Eindhoven ontvangt omdat hij in Leende woont?’ Van iemand die de lusten heeft van kamerverhuur mag verwacht worden dat hij ook de lasten draagt, en zijn zaken op een rij heeft.
Daarnaast is het niet zo dat bewoners van panden zonder geldige vergunning zomaar door de gemeente uit hun huis gezet. Als na controle blijkt dat een huiseigenaar geen omzettingsvergunning heeft krijgt hij eerst de gelegenheid om een vergunning aan te vragen. Als na hercontrole blijkt dat er nog steeds geen vergunning is neemt de gemeente juridische stappen en krijgt de huiseigenaar te horen dat hij binnen redelijke termijn de verhuur moet beëindigen. Hierbij wordt altijd rekening gehouden met de specifieke situatie van het betreffende pand en de personen die er wonen. Ook de rechter houdt hier bij het doen van haar uitspraak rekening mee. Al met al is er vanaf de eerste controle tot de daadwerkelijke uitspraak minimaal een half jaar verstreken. Een redelijke termijn om andere woonruimte te vinden, ervan uitgaande dat de studenten op tijd zijn ingelicht door de eigenaar. Deze situaties komt overigens niet alleen voor bij studenten. Ook bijvoorbeeld arbeidsmigranten worden slachtoffer van het niet in orde hebben van papieren door huiseigenaren.
Natuurlijk is het voor de studenten uiterst vervelend dat zij op zoek moeten naar andere woonruimte, maar de gevolgen hiervan mogen niet op het bordje van de gemeente geschoven worden. Hier is de vraag aan de orde of herhuisvesting niet de verantwoordelijkheid van de huiseigenaar is!
Karin Wagt
Raadslid voor het CDA