Nieuws
Wil van der Kruijs (Goirle) nieuwe voorzitter CDA Brabant
zondag 20 november 2011
Toespraak door Wil van der Kruijs bij de aanvaarding van het voorzitterschap van het CDA Brabant  op 19 november 2011.
 
Beste  CDAers.
 

De tijd, dat ik nog in wonderen geloofde, ligt achter mij. Maar Godsgeschenken ervaar ik met enige regelmaat. Het feit, dat ik hier mag staan is er zo een. Het geeft aan, dat de selectiecommissie, DB en AB en tenslotte U - als algemene ledenvergadering- de moed hebben getoond om niet alleen te zoeken onder de bekende Brabantse gezichten, maar om een relatieve buitenstaander te benoemen tot uw voorzitter. En  ik kan u verzekeren, dat ik geen voorzitter ben, die “nog zit te azen op interessante politieke functies “ en dus ben ik onafhankelijk  en kan en durf  ik vuile handen te maken. Daarmee heeft u zonder het te weten al een van de adviezen van de commissie Bergsma overgenomen. Dank daarvoor.
 
Dat  de adviezen van de commissie Bergsma verschijnen op de dag van mijn verkiezing is ook zo’n Godsgeschenk. De commissie heeft met velen van ons gesproken en een helder rapport uitgebracht waarvoor ik de commissie bij deze nogmaals van harte wil bedanken. Rense Bergsma was zo goed mij deze week al te informeren over zijn adviezen, waardoor ik in deze toespraak zijn ideëen al heb kunnen  verwerken. Ik hoef dus niet meer te doen, wat ik zonder die commissie wel had moeten doen : terugkijken hoe het allemaal zo gekomen is. Dat ben ik dan ook niet van plan. Ik zal ook geen commissies instelllen, die onderzoeken of Bergsma alles wel goed onderzocht heeft. Ik wil de adviezen van de commissie oppakken en op hoofdlijnen uitvoeren. Samen met u allen. Daar sta ik voor. Ik maak daar vandaag een eerste begin mee.
 
Maar voor dat ik dat doe, wil ik mijn voorganger Hans Janssen van harte danken, voor het aanbrengen van de fundamenten, waarop ik verder kan bouwen. Hans : Het is een eer om jou op te mogen volgen. Veel dank.

Toespraak Wil van der Kruijs:
http://www.cdabrabant.nl/qsites/files/000000263/2011/toespraak_door_wil_van_der_kruijs.pdf
 
Beste CDAers.
 

Gespreide verantwoordelijkheid, gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap: dat zijn de kernwaarden van ons CDA.  Het partijbestuur is tot de conclusie  gekomen, dat die waarden nog steeds gelden. Maar als je ze zo blijft noemen schijnen de mensen niet te begrijpen waar je het over hebt.  Daarom moeten we “herbronnen, herijken en hertalen”. Dat kunnen we klaarblijkelijk zelf niet zo goed  en daarom heeft onze partijvoorzitter een bevriend collegadominee  ingehuurd om ons daarbij te helpen. Afgaande op mededelingen op het partijcongres schijnt daar iets moois uit te komen. We wachten dat  af.
Maar zou de oorzaak van ons enorme verlies daar nou gezocht moeten worden?  Ik denk van niet.
 
In onze samenleving viert het individualisme hoogtij. Je moet goed voor jezelf zorgen in een wereld,die gedreven wordt door marktdenken. Ook de overheid ziet zichzelf steeds meer als een marktpartij. Het hele maatschappelijke middenveld denkt als een markt. De burger is klant geworden. Een klant, die aan de overheid en aan de maatschappelijke organisaties eisen kan stellen, waaraan die instituties dan moeten voldoen. En als dat niet lukt, kan die klant naar een andere leverancier. Dat is interessant als er voor hem inderdaad alternatieven zijn, maar vaak is dat niet het geval en wordt hij teleurgesteld in de beloften, die niet kunnen worden waargemaakt. De medeverantwoordelijke burger is niet alleen klant geworden,maar ook nog handelswaar in het marktspel. Waar dat toe leidt, vind ik treffend verwoord in een artikel in het Brabants Dagblad, waar enkele Brabantse gemeentebestuurders, die een zorgopdracht gunden aan een nieuwe marktpartij, omdat die het goedkoopst was, aan het woord zijn. Zij zeggen: ”Alles is goed geregeld. Het enige dat verandert,  is dat de werknemers een nieuwe werkgever krijgen!” Dat zijn diezelfde overheden, die van hun medewerkers en van hun burgers betrokkenheid vragen.
 
Terug naar de bron.
 

Ons begrippenkader  -  beste CDA ers  - is niet sleets, maar de politieke werkelijkheid strookt niet met die begrippen. 
Ik heb gezocht naar de kern van de christendemocratie, van waar uit we die werkelijkheid zouden moeten benaderen. Zoekend naar die waarde   kwam ik uit bij de brief van Paulus aan de Romeinen. Maar omdat de gemiddelde Brabantse katholiek niet zo bijbelvast is, heb ik  verder gezocht en hetzelfde gevonden in een mooi lied van Huub Oosterhuis. Weliswaar zijn veel van zijn liederen door onze geestelijk leiders uit de kerk verbannen, maar dit lied gelukkig niet. Het heet “Niemand leeft voor zichzelf.”
 

Ook hierin staat  de individuele mens centraal, maar het is geen individualistische mens, maar iemand voor wie de orientatie op de ander wezenlijk is voor eigen groei en ontwikkeling. Dus niet eerst ik en daarna de ander, maar voor mijn eigen menszijn is de ander essentieel. De zorg voor de ander is daarmee een van de kernopdrachten van elk mens. En zorgen voor…. betekent niet alleen dat je zelf iets weggeeft of verliest, maar het verrijkt jezelf. Het is een relationeel mensbeeld: We zijn voor elkaar verantwoordelijk. Dat is geen gegeven, maar een opdracht, die steeds weer opnieuw moet worden waargemaakt .
In deze opdracht ligt de kern van christendemocratische politiek. Verantwoordelijk zijn voor elkaar.
 
Eenzaamheid als maatschappelijk vraagstuk.
De ontplooiing van het individu, waar alle traditionele grote politieke partijen – ook het CDA - de afgelopen jaren sterk op hebben  ingezet, heeft geleid tot een wereld, waarin de zorg voor elkaar het heeft afgelegd tegen het eigenbelang en waarin de verantwoordelijkheid voor elkaar onvoldoende zichtbaar werd. 
Uit onderzoek blijkt dat 3 op de 10 Nederlanders te kampen hebben met gevoelens van eenzaamheid en 1 op de 10 zegt zelfs in ernstige mate last te hebben van eenzaamheid. Die gevoelens worden sterker bij het ouder worden en bij mensen met een handicap. Een onderzoek in de gemeente Breda wijst uit, dat 80% van de ouderen, die een huisarts bezoekt, klachten heeft die gerelateerd zijn aan eenzaamheid. Een ander onderzoek toont aan, dat als ouderen huisbezoek krijgen het beroep op betaalde zorg afneemt.  Maar bezoek krijgen ouderen niet meer:  het SCP heeft uitgezocht, dat Nederlanders nu 20% minder tijd besteden aan bezoekjes aan hun medemens dan in 1975. Alhoewel de jongste Sociale Staat van Nederland aangeeft dat 90% van de Nederlanders iedere week wel vrienden, familie of collega’s opzoekt om sociale redenen, lijkt de eenzaamheid alleen maar groter te worden.
 
 Het christen democratische – zo u wilt Bijbelse – mensbeeld heeft het onderspit gedolven. Het jongste SCP rapport maakt het helder: We zijn heel tevreden met onze eigen situatie, maar helaas gaat het om ons heen niet zo goed. En daar zou de overheid toch eigenlijk iets aan moeten doen!
Wij zijn een politieke partij, die zegt dat de Bijbel onze inspiratiebron en ons referentiekader is. De konsekwentie is  dat we ons zojuist geschetste mensbeeld weer centraal moeten stellen in ons politieke handelen. Daar wil ik graag een krachtig pleidooi voor houden. Daar past wel een waarschuwing bij.  Een partij, die dat mensbeeld centraal stelt en er vervolgens niet naar handelt, zal veel zwaarder worden afgestraft dan partijen, die geen uitgesproken mensvisie hebben. Dat zou ook met ons CDA wel eens het geval kunnen zijn. Ik zou de stelling aandurven dat de kern van het probleem er in ligt dat mensen in de dagelijkse politieke realiteit niet meer herkennen wat ze op grond van ons mensbeeld zouden mogen verwachten. 
Ik zou het fantastisch vinden als we vanuit Brabant initiatieven zouden kunnen ontwikkelen, waarin dat relationele mensbeeld centraal staat. En ik wil daar vandaag graag een concreet voorstel voor doen.

Een voorstel.

Er is een grote maatschappelijke sector, waarbinnen het oude Brabantse CDA altijd sterk vertegenwoordigd was : het vrijwilligerswerk
Alleen in Brabant al zijn – volgens het Brabants Dagblad van afgelopen zaterdag –  90.000 jongeren, die fungeren als mantelzorger. Een vereniging als de Zonnebloem heeft alleen in Brabant al 7000 vrijwilligers. Ik weet niet hoeveel vrijwilligers er nu werken bij de voedselbanken, in ziekenhuizen en verpleeghuizen en in sportverenigingen. Ik weet wel, dat wanneer morgen alle 250 vrijwilligers bij Willem II in staking zouden gaan, er vijf full-time beroepskrachten zouden moeten worden aangetrokken. 
In totaal kent Nederland volgens de site van de Rijksoverheid ruim 5,5 miljoen vrijwilligers.Volgens de jongste SCP publicatie zou zelfs de helft van Nederland vrijwilligerswerk doen! Wie zelf vrijwilligerswerk doet of met vrijwilligers praat, weet dat dat werk niet vrijblijvend is. En die weet en hoort ook, dat hulp bieden aan anderen ook je eigen leven verrijkt en  het begrip voor problemen van anderen verhoogt. Ik ben ervan overtuigd, dat veel Haags beleid – maar ook beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau – anders zou zijn als we beter luisterden naar de ervaringen van vrijwilligers en hun organisaties. 
Nou praat ik nog niet over de economische waarde van het vrijwilligerswerk.  De Rotterdamse – CDA - hoogleraar Lucas Meijs heeft dat op drie manieren berekend; de vervangingswaarde (= wat zou de organisatie moeten betalen als vrijwilligers beroepskrachten zouden zijn); de investeringswaarde (=-wat de vrijwilliger had kunnen verdienen als hij zijn eigen betaald werk had verricht) en de marktwaarde (= hoeveel een klant bereid zou zijn om daarvoor te betalen). Grofweg gezegd zou de waarde van vrijwilligerswerk dan variëren van 5,5 tot 22 miljard euro per jaar. En daarmee behoort het vrijwilligerswerk tot een van de sterkste economische sectoren van Nederland.
 
De conclusie is helder: Vrijwilligerswerk is  niet alleen een belangrijke maatschappelijke factor, maar ook een economische. Het is het cement, het bindmiddel in onze samenleving.
 
De visie van de overheid.
 
Toch ontbreekt het bij de overheid aan een integrale visie op het vrijwilligerswerk. Jazeker, de wet maatschappelijke ondersteuning is gebouwd op vrijwilligerswerk, maar velen ervaren dat eerder als een trouvaille om bezuinigingen mogelijk te maken cq te legitimeren, dan dat het is gebaseerd op een heldere mensvisie. Gelukkig heeft onze eigen Madeleine van Toorenburg  de verklaring  omtrent het gedrag voor vrijwiligers gratis weten te maken.
Ook wij als CDA weten niet goed raad met vrijwilligerswerk ten opzichte van betaald werk. We hebben er veel mooie woorden voor over. Ik citeer onze site “Een vrijwillige en onbaatzuchtige inzet voor anderen en zorg voor elkaar zijn volgens het CDA onmisbaar voor onze samenleving. En  “Het is belangrijk om in een maatschappij waarin economische overwegingen steeds meer de toon zetten, de waarde te benadrukken van belangeloze inzet voor de naaste en de omgeving.” Maar we zeggen ook, dat “Betaald werk nog steeds de beste manier is om volwaardig aan de maatschappij deel te kunnen nemen.” En voor vrijwilligers gaat de vrijstelling van sollicitatieplicht vervallen, omdat volgens onderzoek vrijwilligerswerk niet of nauwelijks bijdraagt aan de arbeidsintegratie! 
En hoe zit dat op gemeentelijk niveau? Zien we dat colleges met een CDA inbreng anders bezuinigen op de ondersteuning van het vrijwilligerswerk?  Worden de buurthuizen niet of via een ander proces gesloten als CDA wethouders aan het bewind zijn?  En verlopen bezuinigingen op de WMO anders? Ik twijfel daar aan.
Ik geloof werkelijk, dat het CDA op dit punt een beter beleid moet ontwikkelen. Een beleid gebaseerd op onze mensvisie. Een onderscheidend beleid . 
2011: “Het jaar van de vrijwilliger” is bijna voorbij, en 2012 -het Europees jaar voor “actief ouder worden en solidariteit tussen generaties “-  staat voor de deur. Dat betekent, dat er in Brussel geld te halen is voor projecten. Daar zullen we het met onze eigen Lambert van Nistelrooy snel over moeten hebben.
 Mijn voorstel is, dat we een project starten, waarin het CDA in Brabant en alle plaatselijke afdelingen de thema’s van vrijwilligers en solidariteit met ouderen en kwetsbaren adopteren  en dat we de straat op gaan en praten met vrijwilligers en hun organisaties. We moeten hen vragen naar hun werk, hun mogelijkheden en onmogelijkheden en hen vragen om kritisch te zijn op ons beleid. Dan verhoogt onze herkenbaarheid. Iedereen kan hieraan zijn steentje bijdragen!. Daar hoef je niet voor doorgeleerd te hebben. Laten we er voor zorgen, dat we in 2012 weer echt zichtbaar zijn in de Brabantse samenleving en dat het onderwerp van actie en gesprek wordt in alle afdelingen, bij onze jongeren in het CDJA en in “Brabant bloeit”, bij het CDAV. We kunnen dan in 2014 de raadsverkiezingen ingaan met een visie van CDA Brabant op het vrijwilligerswerk als essentieel onderdeel van een samenleving, waarin mensen verantwoordelijkheid nemen en krijgen. Deze visie kunnen we inbrengen in het landelijke partijprogramma voor de verkiezingen van mei 2015. Het duurt nog lang, maar als we invloed willen hebben moeten we nu met deze strategie beginnen.
We zouden de eerste ALV van 2012 kunnen gebruiken voor een goed georganiseerde aftrap van zo’n project. Met veel publiciteit en aandacht zetten we het CDA weer op de maatschappelijke kaart.
Met dit voorstel, geven we invulling aan de oproep van de commissie Bergsma dat we af moeten van structuurdiscussies en procedurediscussies, en weer moeten spetteren. We willen een partij zijn, waar passie zichtbaar en voelbaar is en waar het politieke debat weer kansen krijgt. Dit lijkt me daarvoor een uiterst passend thema. Vanouds is het CDA – zeker in Brabant – vergroeid met het maatschappelijke middenveld. Mijn aandacht voor vrijwilligerswerk komt niet voort uit nostalgie naar die oude tijden, maar het is volgens mij het antwoord op veel problemen in de huidige samenleving. Ik zie dat het voor veel jongeren weer aantrekkelijk is om als vrijwilliger mee te doen. Niet zoals het altijd ging, maar met korte trajecten, waaruit weer inspiratie wordt gehaald. Ik vond het  wederom een Godsgeschenk, toen ik een mail kreeg van het B5 beraad, -de CDA afdelingen in de grote Brabantse steden- waarin zij aangaven voor het volgend jaar als centraal verbindend thema te kiezen voor “De individuele mens in zijn relatie tot zijn omgeving.” “Deze micro samenleving verdient onze volle aandacht” zo mailde de secretaris, onwetend van de inhoud van mijn voorstel. De grote steden zien dus het belang van het thema ook.
 
CONCLUDEREND: We hebben met het vrijwilligerswerk een verbindend thema dat verwijst naar onze fundamentele mensvisie die centraal staat in alle afdelingen, regio’s en in de provincie en die wij allemaal actief uitdragen met als resultaat dat we zichtbaar zijn.
 

Dit vrijwilligersproject  gaan we uitwerken en we geven een startschot tijdens de volgende ALV.
   

En we gaan het evalueren en als het goed blijkt te werken, kiezen we voor 2013 weer een centraal Brabants thema, waar we allemaal aan mee kunnen doen.
 

Bent u het met deze gedachte eens?  Dan kunnen we met de uitwerking aan de slag.
 
 
Beste CDAers,
 
In de laatste ALV, waar het rapport van de commissie Bergsma centraal stond, waren er veel leden die zeiden: “Het gaat niet om de inhoud. Niemand leest het partijprogramma. Het gaat om de mensen die het doen en om leiderschap”.   
Ja, daar gaat het ook om, maar ik heb in het voorgaande betoogd, hoe belangrijk een mensvisie is. Zorgen voor elkaar, solidair zijn met elkaar, de mogelijkheid hebben om je eigen leven in te richten, zodat je zo lang mogelijk zelfstandig kunt zijn: dat zijn de essenties van de christendemocratische mensvisie. Daarvoor hoef je niet het hele partijprogramma gelezen te hebben. Ik pleit er daarom voor dat wij op zoek gaan naar nieuwe ijkpunten. Dat we er weer staan als deze wezenlijke uitgangspunten in het geding zijn.  Dan denk ik bv. aan de huidige PGB discussie. Het CDA mag niet accepteren, dat de uitwerking daarvan zo uitpakt, dat mensen die zorg echt nodig hebben die niet meer krijgen. Of ik denk aan de bezuinigingen op het speciaal onderwijs en de sociale werkvoorziening.  Als we ons principiële  NEE of JA zouden reserveren voor een paar van die essentiële punten, dan worden we weer een herkenbare christendemocratische volkspartij. En alle andere kwesties zijn zaken van praktische en oplosbare politiek, waarvoor verstandige leiders nodig zijn. Laten we niet teveel praktische politieke zaken min of meer geforceerd herleiden tot  principes. Dat leidt maar tot gewetensnood.  Maar als het  echt  gaat om de inrichting van onze samenleving en om de betrokkenheid van mensen bij die inrichting, dan zijn visie en missie onontbeerlijk.
 
En dan nu iets over leiderschap in de partij.
 
Recent werd Spekman, kandidaat voorzitter van de PvdA, geinterviewd door Witteman. Daarin stelde Witteman niet zozeer een vraag, maar gaf hij zijn mening over een partijvoorzitter: “U bent een mensenmens en daardoor ongeschikt voor het partijvoorzitterschap.” Dat heeft mij wel aan het denken gezet, want ik vind me ook wel een mensenmens. Kunnen mensenmensen inderdaad maar beter geen partijvoorzitter worden?
Landen en organisaties in problemen vragen altijd om een sterke leider, die in zijn eentje in staat is de organisatie of het land er weer boven op te helpen. Maar we hebben al zo vaak gezien dat sterke leiders  in crisissituaties denken dat ze hun leiderschapsstijl kunnen doorzetten in normale tijden. Zij zijn niet gewend om hun eigen tegenkrachten te organiseren. Met die leiders loopt het altijd verkeerd af. Ook in het CDA zijn er velen, die vinden dat discussies over inhoud en visie  “niemand ene bal interesseert” en dat een sterke leider de oplossing is. In de vorige ALV waren er diverse mensen, die hiervoor pleitten.
Sterk leiderschap, dat los staat van inhoud en ideologie is levensgevaarlijk. Jan Terlouw gaf afgelopen zaterdag in de NRC nog een mooie voorzet: “Ongelofelijk, dat  er (in het CDA) niemand opstaat met gezag en zegt: Laten we het hebben over de dingen, die wij belangrijk vinden en terugkeren naar de beginselen van de partij. Als zo iemand opstaat, dan zul je zien, dat de partij weer razendsnel omhoog schiet” . Einde citaat.
 
Goed leiderschap moet dus altijd verbonden zijn met de inhoud. De leider is niet de procesmanager, die zorgt dat alle besluitvormingsprocessen goed verlopen, maar het is iemand die op inhoud weet te inspireren en te binden. Hij prikkelt en jaagt het debat aan. Hij zorgt er wel voor, dat hij een team om zich heen formeert dat ook de processen goed kan managen.
 
De partij is slechts een onderdeel van een veel bredere christen democratische beweging. Op dit moment kent onze partij nog 65000 leden, waarvan ruim 8000 in Brabant. Slechts een zeer klein gedeelte daarvan is ook nog actief in partijpolitiek verband in AB’s en DB’s, in commissies of in het bezoeken van de ledenvergaderingen. Maar er zijn veel meer mensen, die op de partij stemmen en waarschijnlijk nog veel meer die zich herkennen in de beginselen en uitgangspunten, maar vinden dat die zijn verwaterd. Om die reden zijn zij geen lid meer of stemmen niet op onze partij. Er is ook een categorie die negens lid van wil zijn maar wel hun mening heeft en die ook uit via tweets of SMS’jes of via ingezonden stukken in de krant. Ik vind, dat een partijvoorzitter moet staan voor de beweging en niet alleen voor de partij. Hij moet een bewegingsvoorzitter zijn, die de partij ziet als een belangrijke, maar niet unieke vorm om de beweging op de kaart te zetten. De partijvorm is wel heel belangrijk want bij het ontbreken daarvan is er geen of onvoldoende  invloed op de besluitvormingsmechanismen.  
Ik wil graag partij- en bewegingsvoorzitter zijn. Ik zal samen met het bestuur zoeken naar mogelijkheden om dat ook daadwerkelijk handen en voeten te geven.   En om te antwoorden op Witteman: Een klassieke partijvoorzitter moet wellicht een regelende en organiserende bureaucraat zijn; een bewegingsvoorzitter behoort een mensenmens te zijn!
Een heldere visie en  inspirerend leiderschap: dat wil ik in elk geval proberen waar te maken. Het zijn belangrijke condities voor een vitale christen democratische partij .
 
De organisatie van de partij.
 
Ik wil thans  nog een enkele opmerking maken over de partijorganisatie en de effectiviteit van onze bestuurlijke organisatie. Want daarover kraakt de commissie Bergsma harde noten.
Laten we vooraan beginnen: 
 
1.    De tot standkoming van het landelijk beleid en de beinvloeding van landelijk beleid. De commissie signaleert, dat Brabant als een van de belangrijkste CDA provincies zich onvoldoende laat horen in den Haag en dat er te weinig Brabanders op belangrijke posten zitten. Ik weet, dat mijn voorganger hieraan veel tijd en energie heeft besteed. Klaarblijkelijk moet er nog een schepje bovenop en daar gaan we ons best voor doen. 

2. Provinciale voorzitters hebben zitting ik het partijbestuur. Een landelijke commissie zoekt thans uit of dat een goede formule is. Ik ken de uitkomst daarvan niet, maar er gaan geluiden, dat men die structuur wil veranderen en de op die wijze vormgegeven invloed van de regios wil verkleinen. Ik wil de uitkomsten van die discussie afwachten, maar als het aan deze Brabantse voorzitter ligt zal het niet bestaan dat de invloed van de provincies op beleid wordt verkleind. Een partij die zich loszingt van zijn basis en wortels vervreemdt van de samenleving. Misschien moet de wijze waarop wel veranderen – daar heb ik nog geen oordeel over – maar als men in den Haag denkt beleid te kunnen maken zonder de provincies dan vinden ze mij en Brabant op hun weg.

3.  Onze eigen provinciale Brabantse afdeling wordt ervaren als te bureaucratisch. De ledenvergadering gaat niet over beleid en politiek, maar over regelzaken. Dat moet veranderen zegt de commissie Bergsma. Ik heb in het voorgaande gepleit voor de keuze van jaarthema’s met vrijwilligerswerk als eerste. Als we dat goed aanpakken verwacht ik meer en betere inhoudelijke discussies. Dat moeten we in elk geval proberen.

4.  ”De bestuurlijke organisatie van onze provinciale partij is te complex,” zegt Bergsma en hij pleit voor een compacter en slagvaardiger bestuur waarbij de positie van de regio’s als verbinding tussen afdeling en provincie zou moeten worden afgeschaft. Wellicht zou de regio functioneel kunnen zijn in het coördineren van het politieke debat. Die boodschap is helder en ik ga ervoor om de komende maanden in overleg te treden met de huidige bestuursorganen en met hen te zoeken naar een eenvoudiger en effectiever bestuursmodel. In elk geval is duidelijk, dat in welk bestuursmodel dan ook, de positie van de steden sterker zal moeten zijn verankerd.

5.  Een van de bevindingen van Bergsma is, dat het erg moeilijk is om mensen te vinden voor de tijdrovende bestuursfuncties. Uit ervaring weet ik hoe waar dat is. Maar veel mensen – vooral jongeren – die zich niet willen binden aan jarenlange functies, zijn vaak wel erg geinteresseerd in kortere projecten. Van die wetenschap wil ik in elk geval gebruik maken, door te onderzoeken hoe we aan het bestuur meer tijdelijke werkgroepen of commissies kunnen koppelen die staan voor een bepaald of beperkt probleem.  Steeds meer wordt duidelijk dat vergaderen niet de enige en wellicht zelfs niet de beste manier is om met elkaar om te gaan in de 3.0 generatie. In de Algemene Ledenvergadering van maart 2012 zal ik over dit onderwerp concrete voorstellen doen.
 
6.  In het provinciehuis wordt een kamer ingericht, waar alle CDA ondersteuners van de Tweede Kamer, het Europarlement, de statenfractie en de provinciale organisatie samen zullen huizen onder de uitnodigende naam “CDA Brabant Huis.” De samenwerking tussen al deze organen vind ik van groot belang en ik zal dat waar mogelijk stimuleren. Als partijorganisatie zijn wij er verantwoordelijk voor,dat er een goed beleid en programma wordt gemaakt voor de Statenverkiezingen en dat daar de goede mensen bij gevonden worden. Dat betekent dat we onze vertegenwoordigers kritisch moeten volgen, hen moeten laten weten wat we van hun functioneren vinden en dat we voor voldoende nieuwe aanwas zorgen. We hebben mensen nodig die onze boodschap niet alleen technisch kunnen verwoorden, maar die dat ook kunnen met hart, ziel en passie en verstaanbaar voor gewone burgers. Aan die ondersteuning zullen we veel aandacht besteden.

7.  Bij het uitzetten van de Brabantse politieke agenda en het op de kaart zetten daarvan kent de commissie Bergsma de nieuwe voorzitter een belangrijke taak toe. Die neem ik op me. Ik wil nog eens goed nadenken over de suggestie om dat te doen in een politiek beraad met CDA mensen op sleutelposities in Brabant. Die mensen zijn inderdaad van groot belang, maar met de keuze van een relatief onbekende voorzitter heeft diezelfde voorzitter ook de taak om nieuwe, jonge en onverwachte mensen bij dat toekomstberaad te betrekken. Dat mag u van hem dan ook verwachten.
 
Beste vrienden van het CDA,
 

Ik ben geboren en getogen in Brabant en na veel omzwervingen ben ik er vijf jaar geleden teruggekeerd. Het “terug naar de roots” gevoel  was heftig.
Bij binnenkomst van onze woning in Goirle wordt de bezoeker verwelkomd met een groot geprojecteerd  “Sonnet voor Brabant” van Harriet Laurey. Dat sonnet eindigt met de woorden “En nergens ligt een glimlach zo gereed, als waar de wereld land van Brabant heet.”
In veel zaken is Brabant niet uniek en we moeten voorzichtig zijn met chauvinisme en het cultiveren van het eigene. En dat eigene is niet Carnaval – dat hebben Limburgers ook -  en ook niet dat we altijd te laat beginnen – dat doen hele volksstammen – maar het is die glimlach. De glimlach die hoort bij hartelijkheid en gastvrijheid en ook bij ons vermogen, om in de spiegel te durven kijken en dan te bedenken “Wie lacht niet, die de mens beziet”. De glimlach van de Contente Mens. Als we dat blijven doen, komt het goed met het CDA in Brabant

A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4 
Archief
  • 2012
  • 2011