Het kabinet wil toe naar één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt. Dat betekent een hervorming van de WWB, Wajong en de WSW. Uitgangspunt is dat iedereen meedoet naar vermogen, waarbij de nadruk wordt gelegd op wat mensen met een beperking nog WEL kunnen. Het doel is om zoveel mogelijk mensen met een arbeidshandicap bij reguliere werkgevers aan de slag te krijgen. Het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs moeten zich hierbij meer richten op de overgang van onderwijs naar werk.
Wat zijn de voordelen van één regeling?
- Eén regeling is overzichtelijk en toegankelijk en zorgt voor minder bureaucratie. Daardoor is het voor werkgevers aantrekkelijker om mensen aan te nemen met een handicap.
- Gemeenten kunnen beter maatwerk leveren. Ze zijn verantwoordelijk voor zowel de gehele re-integratieketen als voor de uitvoering van de regeling voor de onderkant. Gemeenten gaan daarvoor samenwerken in de regionale werkbedrijven.
- Er vindt geen concurrentie meer plaats tussen de regelingen. De Wajong/WSW kan niet meer fungeren als een “gouden kooi”.
- Keuring door een onafhankelijk keuringsinstituut (UWV) zorgt ervoor dat de indicatie voor het krijgen van begeleiding op de arbeidsmarkt overal hetzelfde is.
- Begeleidingsbudgetten worden gericht besteed aan mensen met een arbeidshandicap.
Wajong
De Wajong blijft ongewijzigd bestaan voor jongeren die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Dit is circa 30% van de huidige instroom. Voor deze groep blijft de uitkering op 75% van het minimumloon, zonder partner- of vermogenstoets.
Grote instroom
Op dit moment stroomt circa 50% van de leerlingen vanuit het speciaal onderwijs rechtstreeks in de Wajong. Daarom is op 1 januari 2010 de wet Wajong gewijzigd. Daarmee is een eerste poging gedaan om de grote instroom te beperken. Er is een onderscheid gemaakt tussen jongeren met een gedeeltelijk verdienvermogen en volledig/duurzaam arbeidsongeschikten. Dit voorkomt echter niet dat jongeren al op een leeftijd van 18 jaar het stempel ‘Wajong’ (gedeeltelijk arbeidsongeschikt) krijgen, terwijl hun ontwikkelingsmogelijkheden nog niet zijn uitgeput.
Arbeidsgehandicapten die nog wel gedeeltelijk kunnen werken worden zoveel mogelijk aan de slag geholpen bij reguliere werkgevers. Naast loonaanvulling, tot maximaal het minimumloon, is er budget voor begeleiding en aanpassing van de werkplek.
WSW
Mensen met een indicatie voor een beschutte werkplek houden toegang tot de WSW. Huidige WSW-ers worden niet herkeurd en kunnen gewoon op hun WSW-werkplaats blijven.
Ons land kent een bovengemiddeld aantal beschutte arbeidsplaatsen (sociale werkplaatsen) met relatief hoge subsidies. De wachtlijsten voor de WSW zijn lang waardoor mensen ongewild thuis zitten. Er is nauwelijks sprake van doorstroming uit de sociale werkvoorziening. Ook veel jonggehandicapten en mensen met een bijstandsuitkering komen niet aan de slag. Gevolg is dat iemand die best zelfstandig een deel van het minimumloon kan verdienen, thuis zit. Kortom, we schrijven veel mensen met een handicap of ziekte af voor de (reguliere) arbeidsmarkt.
In de afgelopen jaren zijn al een aantal maatregelen genomen in de sociale werkplaatsen, waarbij meer wordt ingezet op begeleid werken. De komende jaren zullen nog verdere stappen worden gezet om meer mensen bij een regulier bedrijf aan de slag te helpen. Door beperking van de WSW instroom (nieuwe gevallen) daalt tot 2015 het aantal Sociale Werkplaatsen met een derde.
Stimuleren ontwikkeling jongeren
Voor alle andere jongeren tot 27 jaar geldt als uitgangspunt dat ze in principe geen uitkering krijgen. Ze moeten een opleiding volgen, stage lopen of werken. Jongeren die bij de gemeente aankloppen voor een uitkering, gaan de deur uit met een werkaanbod of BOL/BBL-traject. Uitgangspunt is dat de meeste jongeren zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen en dat de werkgever ook gewoon het minimum(jeugd-)loon uitbetaalt. De gemeenten kunnen uit de re-integratiemiddelen twijfelende werkgevers over de streep te trekken door bijvoorbeeld een beperkte loonkostensubsidie, een opleidingsvergoeding of door begeleiding op de werkplek.
Niet alle jongeren tot 27 jaar zijn in staat zelfstandig het minimumloon te verdienen, door een ziekte of handicap. Voor deze jongeren komen begeleiding en loondispensatie (aanvulling op het loon) beschikbaar. Een werkgever die iemand met een beperking aanneemt, komt in aanmerking voor ondersteunende voorzieningen (aanpassing op de werkplek, een jobcoach). Hierdoor wordt het mogelijk om een inkomen op het niveau van het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Voor werknemers met een beperkt verdienvermogen (minder dan 70% WML) kan loondispensatie worden aangevraagd. Het loon wordt dan afgestemd op de werkelijke productiviteit en kan lager uitvallen dan het minimum(jeugd)loon. Deze optie blijft beperkt tot de doelgroep van mensen met een structurele beperking om verdringing en oneigenlijk gebruik te voorkomen.
Tot slot: om meer arbeidsgehandicapten aan een baan te helpen heeft CDA Tweede Kamerlid Eddy van Hijum een actieplan gemaakt. Dit plan kunt u hier downloaden.
Mei 2011
Voor de periode van 15 juni 2011 tot 1 juli 2012 gaat het tarief van 6% naar 2%.
OntpolderingDe strafdienstplicht wordt ingevoerd voor jongeren die overlast veroorzaken.
CoffeeshopsOm een einde te maken aan het drugstoerisme worden coffeeshops besloten clubs. De afstand tussen alle scholen en coffeeshops bedraagt minimaal 350 meter.
OndernemerspleinOndernemers kunnen voor al hun overheidszaken terecht bij één loket, het ‘Ondernemersplein'.
ArbeidsmarktDe mogelijkheid van een ‘proefplaatsing’ bij een werkgever met behoud van uitkering is verruimd van drie naar zes maanden.
Dankzij het CDA is de maatschappelijke stage voor middelbaar scholieren verplicht.
Geen alcoholreclame tussen 6 en 21 uur