Wethouder Steffe Bak (Wmo) is bang dat de Wet maatschappelijke ondersteuning versobert. Dit zou een gevolg zijn van de overheveling van taken van het rijk naar de gemeente.
Deze zorgen uitte de wethouder donderdag tijdens het vragenuur, naar aanleiding van vragen van Anne de Rooij (PvdA) over de voorgenomen decentralisatie. 'Ik bespeur in de woorden van mevrouw De Rooij vrees. Ik moet zeggen dat ik die vrees deel', aldus Bak. De overheveling van taken is volgens de wethouder geen probleem. 'De gemeente staat dichter bij de inwoners, kan flexibeler opereren en kan daardoor die taken beter uitvoeren.' Bak wijst erop dat er dan niet op het budget moet worden bezuinigd. 'Wat je merkt is dat de rijksoverheid bestaande budgetten niet onverdeeld over wil dragen aan de gemeenten.'
De Rooij verwees bij haar vragen naar een motie die in de gemeenten Etten-Leur en Zoetermeer is aangenomen. Die motie stelt dat de overheveling van ondermeer de Wajong, AWBZ en jeugdzorg niet kunnen worden uitgevoerd, wanneer die decentralisatie samenvalt met bezuinigingen. Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) maakt zich volgens De Rooij hierover zorgen.
Binnen VNG-verband maakt de wethouder zich sterk voor voldoende budget. Bak zegt de poot stijf te houden. 'De gemeentes worden al opgezadeld met bezuinigingen. Als je daarnaast bij de uitvoering van deze complexe zaken ook nog eens minder budget krijgt dan het rijk zelf nodig had voor de uitvoering daarvan, dan is dat gewoon vragen om problemen.'
Wanneer er minder geld binnenkomt voor uitvoering van het Wmo-beleid, betekent het volgens Bak dat het beleid zal verschralen. Hij noemt daarbij het versoberen van verschillende taken, beperking van toekenning en het vragen van hogere eigen bijdrages. 'Ik denk dat dat een horreurscenario is, dat we niet moeten willen.' Bak erkent echter dat de gemeente mee moet werken, wanneer het rijk de gemeente daar toe dwingt.
Arie Noomen (CDA) laat weten dat de Tweede Kamerfractie van zijn partij ook de zorgen deelt en er aandacht aan besteedt.