Vragen van de leden Van Haersma Buma, Van Toorenburg en Çörüz (allen CDA) aan ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over opnemen van aangiftes en de opsporing van strafbare feiten. (Ingezonden 29 mei 2009)
1
Hebt u kennisgenomen van het bericht dat veroordeelde oplichters ondernemers zouden duperen en de politie geen actie zou ondernemen, ondanks de bekendheid van de daders? 1)
Antwoord
Ja.
2
Kloppen de feiten in dit bericht? Zo ja, bent u van mening dat hier correct is opgetreden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
In de uitzending worden twee situaties geschetst, namelijk bij het korps Utrecht en bij het korps Gelderland-Midden.
In de situatie bij het politiekorps te Utrecht is uit ambtsbericht van de korpsbeheerder gebleken dat de aangever belangrijke informatie heeft verzwegen. Het feit dat bekend was waar de motor zich bevond en dat de motor was voorzien van een track en trace systeem is niet aan de politie meegedeeld, waardoor een kans op aanhouding op heterdaad voorbij is gegaan. Indien de aangever alle beschikbare informatie had verstrekt, zou dat geleid hebben tot een verhoogde urgentie van politieoptreden. Tengevolge van die onvolledige informatieverstrekking is de aangifte in het normale behandelingsproces van aangiftes met opsporingindicatie opgenomen.
De korpsbeheerder is desalniettemin van mening dat de politie klantgerichter had kunnen handelen door de aangever meer en duidelijkere informatie te geven. Tevens stelt hij dat de politie adequater had kunnen handelen door de persoon direct na te trekken. Ik deel dat oordeel.
In de situatie van het politiekorps Gelderland-Midden is de berichtgeving niet helemaal correct. Ten eerste is in de uitzending de suggestie gewekt dat de politie weinig heeft ondernomen na de aangifte. Gebleken is dat het politiekorps drie dagen na aangifte de zaak heeft opgepakt en op basis daarvan zorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Ten tweede is in de uitzending te zien dat het korps Midden- en West-Brabant de verdachten aanhoudt in Tilburg. Hierna wordt gesuggereerd dat dat korps adequater zou hebben gehandeld dan Gelderland-Midden. In de uitzending wordt echter niet verteld dat desbetreffende verdachten zijn aangehouden omdat ze kort daarvoor veroordeeld waren voor een ander feit en als veroordeelden in de politiesystemen voorkwamen.
3
Hoe beoordeelt u het functioneren van de politie, waar het gaat over het verrichten van primaire taken zoals het opnemen van aangiftes en de opsporing van strafbare feiten, mede gelet op de door u toegezegde verbetering van aangifteopnames door de politie in het wetgevingsoverleg op 10 november 2008? 2)
4
Ziet u aanleiding in dit bericht om de werkwijze van de politie, in het bijzonder betreffende het opnemen van aangiftes en de opsporing van strafbare feiten, aan een nader onderzoek te onderwerpen en/of te herzien?
Antwoord op de vragen 3 en 4
De politie verbetert doorlopend haar professioneel handelen, in het bijzonder ook het aangifteproces. Zo heeft de politie een nieuwe aangifteprocedure ontwikkeld voor verduisterde voertuigen. De komende jaren zal naar verwachting tevens een verdere verbetering van het terugmelden van de politie aan aangevers worden doorgevoerd. Overigens heeft mijn ambtgenote van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdens het wetgevingsoverleg van 10 november 2008 geen toezeggingen gedaan over de aangifteopname.
Soms verloopt het echter nog niet als gewenst. Dat is in de uitzending van Peter R. de Vries van 24 mei 2009 aan de kaak gesteld. Ik heb evenwel geen aanleiding om te veronderstellen dat er sprake is van structurele problemen die nader onderzoek naar de werkwijze van de politie in dergelijke zaken noodzakelijk maakt. Het kan worden gezien als een aanmoediging door te gaan met het doorlopend verbeteren van het professioneel handelen.
1) tv-uitzending Peter R. de Vries, 24 mei 2009
2) Kamerstuk 31 700-VII, nr. 49