Vragen van de leden Heijnen (PvdA) en Van Haersma Buma (CDA) aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over identiteitsfraude en de gevolgen ervan. (Ingezonden 6 maart 2009)
1
Herinnert u zich de schriftelijke vragen over het rapport van de ombudsman inzake een slachtoffer van identiteitsfraude, de heer K, van 27 oktober 2008? 1)
2
Heeft u kennisgenomen van de uitslag van het kort geding van de heer K. tegen de Staat van 2 maart 2009 en van de uitzending van het tv-programma EénVandaag van maandag 2 maart 2009? 2)
3
Hoe wordt gevolg gegeven aan deze uitspraak, mede in het licht van de verdediging van de staat door de landsadvocaat tegen de achtergrond van het rapport van de Ombudsman d.d. 21 oktober 2009 waarin de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van de identiteitsfraude nadrukkelijk bij de Staat worden gelegd?
4
Bent u daadwerkelijk van mening dat burgers met klachten over identiteitsfraude en de
gevolgen daarvan zich bij afzonderlijke politie- en justitiediensten moeten melden en de staat daarin geen verantwoordelijkheid heeft?
5
Wat zijn de conclusies die u heeft verbonden aan het onderzoek naar de incidenten,
zoals aangekondigd in uw antwoorden op de schriftelijke vragen van 27 oktober 2008?
6
Bent u bereid op de kortst mogelijke termijn zich te verdiepen in de zaak van de heer
K. en er zorg voor te dragen dat de verantwoordelijke overheidsinstanties uitvoering geven aan de aanbevelingen van de Ombudsman?
1) Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2008-2009, nr. 988
2) EénVandaag, 2 maart 2009