Vragen van het lid Van Haersma Buma (CDA) aan de minister van Justitie over het uit opvang verwijderen van uitgeprocedeerde asielzoekers met kinderen. (Ingezonden 17 maart 2010)
Vraag 1
Wat is de verdere procedure ten aanzien van de uitspraak van het Europees Comité voor Sociale Rechten dat onlangs bepaalde dat Nederland uitgeprocedeerde asielzoekers met kinderen niet meer uit de opvang mag verwijderen?
Vraag 2
Wat is uw standpunt ten aanzien van deze uitspraak?
Antwoord 1 en 2
Zie de beantwoording van de vragen 2 tot en met 6 van het lid Spekman over het oordeel van het ECSR, gesteld aan de Minister van Justitie en ingezonden op 15 maart 2010.
Vraag 3
Heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zich over deze kwestie uitgelaten? Zo ja, in welke zin?
Antwoord 3
Nee.
Vraag 4
Zijn er landen in Europa die, anders dan Nederland, gezinnen die geen perspectief op verblijf hebben altijd in de opvang houden?
Antwoord 4
In de meeste Europese landen is er geen centrale opvang van asielzoekers zoals in Nederland. In die landen is de verantwoordelijkheid voor de opvang belegd op decentraal niveau, bijvoorbeeld op het niveau van gemeenten. Door de decentralisatie is het niet mogelijk op deze vraag ee n eenduidig antwoord te geven.
Vraag 5
Wat betekent de uitspraak voor landen die vanwege capaciteitsgebrek überhaupt maar een klein deel van de gezinnen met kinderen opvangen?
Antwoord 5
Het oordeel van het ECSR is juridisch niet bindend. Ik kan geen uitspraak doen over de vraag hoe andere lidstaten met dit oordeel van het ECSR zullen omgaan.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van het lid Spekman (PvdA), ingezonden 15 maart 2010 (vraagnummer 2010Z04633), het lid Azough (GroenLinks), ingezonden 16 maart 2010 (vraagnummer 2010Z04729) en het lid De Krom (VVD), ingezonden 16 maart 2010 (vraagnummer 2010Z04733)