Vragen van de leden Van Haersma Buma (CDA) en Kuiken (PvdA) aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat Amsterdam de wet Bibob wil aanpassen. (Ingezonden 15 mei 2009)
1
Hebt u kennisgenomen van het rapport “Vijf jaar Bibob in Amsterdam. Goede zaken, slechte zaken”? 1)
Ja.
2
Komen uit het rapport feiten en conclusies naar voren die nieuw zijn ten opzichte van datgene wat u reeds aan de Kamer hebt bericht?
3
Bent u bereid dit rapport van commentaar te voorzien en naar de Kamer te sturen?
4
Welke elementen uit dit rapport vormen volgens u aanleiding om het beleid aan te passen?
Wij vinden het van belang goed zicht te houden op de wijze waarop de Wet BIBOB in de praktijk wordt toegepast. Met het oog hierop is er, mede georganiseerd door het Bureau BIBOB, contact met BIBOB-coördinatoren in het land. Daarnaast ontvangen wij gevraagd en ongevraagd van gemeenten suggesties voor uitbreidingen en verbeteringen van de wet. Deze suggesties beoordelen wij op zowel uitvoerbaarheid als juridische haalbaarheid. Zo ook de feiten en conclusies uit het rapport “Vijf jaar BIBOB in Amsterdam. Goede zaken, slechte zaken.” van de gemeente Amsterdam.
Voor een belangrijk deel sluiten de feiten en conclusies uit het rapport aan bij hetgeen wij u reeds eerder hebben bericht bij brief van 26 november 2008 . Zo zullen wij het voor externe bezwarencommissies mogelijk maken om onder nader te stellen voorwaarden kennis te nemen van het BIBOB-advies en om aan de direct belanghebbende een afschrift van het advies te verstrekken. Daarnaast zal het Besluit justitiële gegevens worden aangepast zodat in alle gevallen waarin de Wet BIBOB van toepassing is, ook de mogelijkheid bestaat tot het verstrekken van justitiële gegevens aan de burgemeester voor het nemen van bestuursrechtelijke besluiten.
Ook benoemt het rapport punten die nader zullen worden onderzocht op uitvoerbaarheid en juridische haalbaarheid. Zoals het afgeven van een BIBOB-advies ‘geen gevaar’ als er toch bestuurlijk risico is. Dit omdat informatie uit een lopend strafrechtelijk onderzoek niet te allen tijde betrokken wordt bij de totstandkoming van een advies. Het niet betrekken van deze informatie is in sommige situaties noodzakelijk om te voorkomen dat het strafrechtelijk onderzoek wordt geschaad. Wellicht is het creëren van een in het rapport gesuggereerde vierde adviesmogelijkheid ‘niet tot oordelen in staat’ hiervoor een oplossing.
De gemeente Amsterdam pleit ook voor uitbreiding van de reikwijdte van de Wet BIBOB naar vergunningplichtige woningbemiddelaars. Wij bezien of, zoals aangegeven in de brief van 26 november 2008, het geven van een bevoegdheid aan het gemeentebestuur om op te treden tegen niet onder de Wet BIBOB vallende sectoren waarin evident sprake is van een verbinding tussen boven- en onderwereld juridisch haalbaar is. Wellicht is dit een oplossing voor deze branche aangezien die niet in elke gemeente of regio criminogeen hoeft te zijn.
Bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet BIBOB zullen wij nader toelichten op welke wijze met de suggesties rekening is gehouden. Naar verwachting zal dit wetsvoorstel eind 2009 of begin 2010 naar de Tweede Kamer worden gestuurd.
1) Gemeente Amsterdam, Bestuursdienst, 12 mei 2009: “Vijf jaar Bibob in Amsterdam. Goede zaken, slechte zaken” http://www.amsterdam.nl/gemeente/college/burgemeester_cohen/persberichten/vijf_jaar_bibob_in