Veel mensen voelen zich betrokken bij de bebouwde omgeving. Daarbij gaat het niet alleen om de kwaliteit van de bebouwing zelf, maar ook om de inrichting, de inbedding in het groen en de vormgeving van het stratenpatroon. Er is steeds meer kritiek op het welstandsbeleid van gemeenten en de rol van de welstandscommissie. De maatschappelijke tendens is dat bewoners meer keuzevrijheid en inspraak willen ten aanzien van hun directe leefomgeving. Dat vraagt in ieder geval om de vaststelling van de welstandsnota en beeldkwaliteitplannen in samenspraak met bewoners.
Tegen deze achtergrond gaan steeds meer gemeenten over tot het verminderen van welstands-criteria, het aanwijzen van welstandslichte of zelfs -vrije locaties. De rol van de welstandscommissie wordt daarmee teruggedrongen of zelfs overbodig. Ook op nationaal niveau wordt deze tendens gestimuleerd in aanstaande wet- en regelgeving.
Voor het CDA-Hellendoorn staat voorop dat het welstandsbeleid gebaat is bij helderheid over de welstandscriteria. Voor de burger moet het daarbij helder zijn welke regels en voorschriften hij in acht moet nemen bij het bouwen van de woning. Bepaalde eisen van welstand blijven noodzakelijk om een bepaalde eenduidige beeldkwaliteit te realiseren. Dat neemt niet weg dat de gemeente ook moet durven loslaten.
Voor burgers die prijs stellen op volledige keuze- en handelingsvrijheid bij het bouwen van hun woning, kan de gemeente welstandsvrije locaties aanwijzen. Burgers weten dan op voorhand dat sprake zal zijn van een verschillende beeldkwaliteit, maar daar kiezen zij dan ook voor. De gemeente kan echter voorwaarden stellen die een bepaalde kwaliteit garanderen door het inschakelen van gecertificeerde ontwerpers verplicht te stellen.