De verhouding tussen de raad en het college lijkt op de verhouding tussen de Tweede Kamer en het kabinet. De gemeenteraad werkt dan als de Tweede Kamer, het college van burgemeester en wethouders als het kabinet. De raad stelt vast welke doelstellingen gehaald moeten worden en controleert vervolgens of het college deze doelstellingen ook daadwerkelijk haalt. Daarbij zal de raad zijn eigen raadsagenda opstellen.
Kortom: het college regeert en vormt het dagelijks bestuur van de gemeente, de raad bepaalt de richting en controleert; rekening houdend met de verzamelde signalen en informatie uit de samenleving.
De raad kan voor deze taken gebruik maken van allerlei wettelijke mogelijkheden. Hij heeft
het recht om beleidsvoorstellen van het college te wijzigen (recht van amendement),
het recht om met eigen voorstellen te komen (het recht van initiatief),
het recht om over een niet geagendeerd onderwerp te debatteren (recht van interpellatie),
het recht om zelf onderzoeken te doen of te laten doen,
het recht om schriftelijk en mondeling vragen te stellen.
Deze rechten zijn voor veel raadsleden niet onbekend, maar nu zijn ze nadrukkelijk als wettelijke rechten opgenomen vergelijkbaar met de rechten van de leden van de Tweede Kamer in Den Haag.
Elk raadslid heeft bovendien het recht op ambtelijke ondersteuning en de raad als geheel heeft een griffier die met medewerkers van de griffie de gemeenteraad ondersteunt.
Voor een extra mogelijkheid om door middel van onafhankelijke onderzoeken de uitvoering van het beleid te controleren moet iedere gemeente een rekenkamer of een rekenkamerfunctie inrichten. Deze gaat na of de gemeente haar doelen heeft bereikt en hoeveel geld dat heeft gekost. Dit moet leiden tot een betere gemeentelijke dienstverlening en een betere besteding van overheidsgeld.
De gemeenteraad vergadert een maal per maand. De vergaderingen zijn openbaar.
Wat doet het college?
Het college van burgemeester en wethouders vormt het dagelijks bestuur van de gemeente. De burgemeester is voorzitter. Hij wordt daarbij ondersteund door de gemeentesecretaris. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van alle besluiten van de gemeenteraad. Het college heeft echter ook eigen verantwoordelijkheden.
Een aantal bevoegdheden waarover vroeger de raad de eindbeslissing nam, zijn door de nieuwe wet aan het college toegewezen. Zo is het college nu de baas over de ambtelijke organisatie. Verder gaat dan om
het voeren van rechtzaken namens de gemeente
het voorbereiden van de civiele verdediging
het sluiten van alle privaatrechtelijke overeenkomsten (zoals de aanschaf van een gebouw of het sluiten van overeenkomsten met particulieren)
het organiseren van de jaarmarkten en de gewone (week)markten.
Het college vergadert eenmaal per week op dinsdag. Deze vergaderingen zijn niet openbaar.
Wie heeft het voor het zeggen in de gemeente?
De gemeenteraad wordt direct gekozen door de burgers en is daarom de 'baas' in de gemeente. De raad benoemt de wethouders, die samen met de burgemeester het college vormen. Het college is er voor het dagelijks bestuur van de gemeente. Het college is hierover verantwoording schuldig aan de raad.
De ambtenaren helpen het college het beleid uit te voeren. Het college is verantwoordelijk voor het handelen van de ambtenaren. Als het college het beleid heeft uitgevoerd, controleert de raad de uitvoering. Als de raad ontevreden is over de uitvoering, kan hij de verantwoordelijke wethouder(s) ontslaan. Om de raad te helpen bij zijn vertegenwoordigende functie, het vaststellen van te behalen doelstellingen en de controle van het college is een griffier aangesteld.