De roep om minder ambtenaren is in een tijd van bezuinigen een populair thema. Het sluit aan bij het gevoelde onbehagen en het beeld dat ambtenaren veelal niet zo hard werken, de overheid te groot en te log is en de politiek daar nodig wat aan moet doen. Uit een kort historisch overzicht in het kwartaaltijdschrift Christen Democratische Verkenningen (CDV) blijkt dan ook dat allerlei commissies zich in de afgelopen veertig jaar over dat vraagstuk hebben gebogen. Hoewel er verschillende factoren zijn die de omvang van de overheid bepalen, is een kernvraag wel wat de rol van overheid dan zou moeten zijn. Daarbij doet zich een lastige tegenstelling voor.
De afgelopen decennia zijn mensen mondiger en meer zelfredzaam geworden. De rol van organisaties in het maatschappelijke middenveld en de mogelijkheden voor de burger tot zelforganisatie zijn toegenomen. Er is een trend ontstaan waarin de overheid ruimte biedt aan initiatieven van burgers en organisaties in het maatschappelijke veld. Taken die voorheen door de overheid zelf uitgevoerd werden, worden nu vaker overgelaten aan derden onder regie van de overheid, waarbij gebruik gemaakt wordt van de kennis en ervaring van derden. Die ontwikkelingen moeten haast vanzelfsprekend leiden tot een kleinere en slagvaardige overheid.
Tegelijkertijd is er een nieuwe werkelijkheid ontstaan waarin mensen alles van de overheid verwachten. Waar de oorspronkelijke verzorgingsstaat uit de jaren vijftig nog voorzag in elementaire behoeften, eist men vandaag de dag vooral optimale maatschappelijke voorzieningen en maximale bescherming van de overheid. De politiek antwoordt met meer overheid die de samenleving moet aansturen, de overheid creert op haar beurt meer regels omdat zij niet meer durft los te laten. Waar het loslaten van uitvoering van beleid zou moeten leiden tot minder regels, treedt het omgekeerde effect op uit hang naar controle.
In een vorig jaar gepubliceerde notitie over de regiegemeente wees het lokale CDA in Katwijk al op de veranderende rol van de overheid. Daarbij werd onder meer geput uit het rijksprogramma de “Andere Overheid”, waarin betere dienstverlening, minder bureaucratie, meer slagvaardige overheid en het centraal stellen van de burger voorop staan. Er zal echter eerst en vooral moeten worden gekozen wat de overheid wel en wat de overheid niet doet. Daarbij gaat het er niet meer alleen om te bepalen hoe welke taken moeten worden uitbesteed, maar juist ook om te bepalen welke taken niet meer door de overheid moeten worden gedaan. Bijvoorbeeld taken ten aanzien van het voorzieningenniveau, zoals vorige week in de commissie naar voren kwam: moet de wethouder zelf, of een ambtenaar, een café starten als ondernemers dat niet kunnen of willen om zo meer uitgaangsmogelijkheden te creeren? Ten behoeve van een gelukkige burger?
In de visie van het CDA komt de samenleving het beste tot bloei als mensen en hun onderlinge verbanden zelf verantwoordelijkheid nemen. Verantwoordelijkheid overlaten aan mensen, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven is dan ook geen vorm van afschuiven. Integendeel, het laat mensen tot hun recht komen. Dat is een motiverende steun in de rug nu ook de gemeente Katwijk voor lastige keuzes staat met betrekking tot de omvang en de taken van de lokale overheid. Een overheid die stilaan decennia lang is gegroeid. De vraag is echter of politiek en samenleving het aandurven om dergelijke ingrijpende keuzes te maken. Of schieten beide in die aloude reflex? Het CDA Katwijk bereidt zich in elk geval voor op deze fundamentele discussie. Wie doet mee?
Jeroen W. Ravensbergen