Ondernemersfonds
Leek krijgt een ondernemersfonds. Het interimbestuur van dit fonds heeft op woensdag 21 december het groene licht gekregen van de gemeenteraad. Alle niet-woningen krijgen in 2012 een extra aanslag op de OZB van €30,-- per ton/waarde. Zo gaat het fonds zich vullen en kunnen de ondernemers met dit geld projecten uitvoeren.
Als het aan de CDA-fractie had gelegen was de start van
het fonds opgeschort. Eigen initiatief wordt door de fractie toegejuicht maar
dan wel in veronderstelling dat het eigen
initiatief is.
Een korte toelichting:
Twee jaar geleden zijn de handelsverenigingen op het idee
gekomen om een ondernemersfonds te starten. Voor dit initiatief waren
subsidiegelden beschikbaar dus konden er slagen worden gemaakt.
Een fonds zou ervoor zorgen dat iedereen ging meebetalen
aan gezamenlijke activiteiten. Het eerste jaar ging voorbij zonder
noemenswaardige vorderingen. In het tweede jaar heeft een groep (ex)ondernemers
het voortouw gepakt, een interim-bestuur gevormd en zich ingezet om het fonds
van de grond te krijgen.
Tot zover niets anders dan lof.
Hoe het verder had kunnen gaan:
Het interim-bestuur schrijft alle ondernemers aan in de
gemeente Leek met een infofolder en de vraag of men een voorlichtingsavond wil
bezoeken. Naar gelang het aantal nieuwsgierigen worden een aantal
informatie-avonden belegd. Tijdens deze bijeenkomst legt men doel, nut en
kosten uit.
Er wordt uit de groep pioniers voor ieder segment (groep
met trekkingsrechten) een commissie gevormd die zinvolle en aansprekende
projecten bedenkt. Intussen vergewist het interimbestuur zich van draagvlak
onder de ondernemersverenigingen, grote bedrijven en de politiek.
In een tweede mailronde worden opnieuw
voorlichtingsavonden aangekondigd waarop men ook de gelegenheid heeft zich voor
of tegen uit te spreken. Op deze bijeenkomsten komen ook de pioniers aan het
woord. Zij hebben goede voorbeelden verzameld voor hun segment en tonen een
aantal mogelijke projecten in Leek. Tot slot vindt en peiling plaats over een
definitieve invoering.
Het interim beschrijft het bovenstaande in een rapport en
biedt dit de politiek aan. Met name de CDA-fractie is enthousiast en zegt
volledige steun toe.
Hoe het verder ging:
Het interimbestuur vergadert met de bestaande
ondernemersvereningingen zoals de BVL en de HVL. Deze besturen waren in
principe al positief omdat ze zelf een jaar geleden de subsidie hadden
aangevraagd. Op ledenvergaderingen van de bestaande verenigingen wordt
voorlichting gegeven. Leek telt tussen de 1500 en 2000 ondernemers. Hiervan is (lang)
niet iedereen lid van een plaatselijke of gemeentelijke ondernemersvereniging.
Sommige omdat hun belangen ver buiten de gemeentegrenzen liggen zoals de
agrariers waardoor verenigen op kleine schaal geen toegevoegde waarde heeft.
Andere omdat ze een kleine onderneming hebben en deze alleen runnen. Door de
drukte die dit met zich meebrengt, gunt men zich geen tijd voor het
lidmaatschap van een vereniging. En weer anderen omdat ze geen heil zien in
verenigen.
Tijdens een BVL avond zijn er ongeveer 20 (!) ondernemers
aanwezig. De initiatiefnemers zeggen dat er goede voorbeelden zijn uit andere
plaatsen maar kunnen ze niet noemen. Na de presentatie zijn ongeveer 17 leden positief
over het instellen van het fonds.
Het interimbestuur meldt zich bij de politiek en het
college zegt steun toe als men voldoende draagvlak aantoont.
Zich baserend op de toegezegde steun van enkele grote bedrijven en de overwegend positieve houding van de besturen van de ondernemersverenigen komt het interimbestuur deze feiten op het gemeentehuis brengen. Het argument dat de grote bedrijven het grootste deel van het fondsgeld moeten ophoesten en positief zijn, overtuigd het college dat er een ruim draagvlak is.
En zo wordt de gemeenteraad op de laatste vergadering dat het belastingtechnisch kan, de vraag voorgelegd of het kan instemmen met het fonds.
Wat er ook gebeurde:
Uit vragen van de CDA-fractie aan willekeurige
ondernemers uit de gemeente bleek dat de meesten nog nooit van het fondsidee
hadden gehoord. Ook melde zich een enkeling bij de fractie dat men de plannen had
gehoord maar er niets voor voelde omdat er totaal geen voorlichting was gegeven
en men geen idee had waar de honderden euro’s die men moest gaan betalen voor
bestemd zou worden. Zelf had men geen enkel zicht op gezamenlijke projecten.
De CDA-fractie krijgt hierdoor het beeld dat een groot
deel van de ondernemers onwetend is en toch op zijn minst in de gelegenheid
moet worden gesteld om zich te laten informeren over de plannen voordat het een
feit is.
Ook het argument dat de grote bedrijven voor zijn en daardoor, gelet op de kapitaal inbreng, het grootste deel van de ondernemers positief zou zijn heeft de fractie niet overtuigd. Bij het CDA is iedereen even belangrijk en is iemand met een grote beurs niet belangrijker dan iemand met een platte portemonnee.
Daarom had de fractie het graag gezien dat de gemeenteraad het interim-bestuur de opdracht had gegeven met een vollediger rapport te komen waaruit klip en klaar was te lezen dat gerekend over alle ondernemers de meerderheid positief is. Dan was er sprake van eigen initiatief geweest. Nu heeft een kleine groep voor alle betrokkenen beslist. De gemeenteraad heeft hen groen licht gegeven; zij het met één stem verschil