Fysiek en sociaal isolement van mensen als gevolg van ontoereikende en moeilijk bereikbare voorzieningen is niet aanvaardbaar. Het CDA zet zich daarom in voor een voorzieningenniveau dat zo dicht mogelijk bij mensen ligt en zoveel mogelijk aansluit bij de lokale gemeenschappen. Dat wil zeggen dat winkels, scholen, een dependance van het postkantoor, een verzorgingshuis en werkgelegenheid binnen redelijk bereik zijn (concept van het ‘complete dorp’). Ook aanvaardbare aanrijdtijden van bijvoorbeeld brandweer en ambulance alsook goede bereikbaarheid via het openbaar vervoer horen daarbij. Bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen hoeft overigens niet te betekenen dat altijd afstanden in fysieke zin overbrugd moeten worden. In toenemende mate maken elektronische en digitale hulpmiddelen het organiseren en aanbieden van voorzieningen ‘op afstand’ mogelijk. Ook via e-commerce, boodschappenservice, tafeltje-dek-je, bibliobus, collectief vraagafhankelijk vervoer (bel-en buurtbussen en taxi’s) kan tot op zekere hoogte worden voorzien in behoeften van mensen die minder mobiel zijn.
Het CDA zet zich in voor het in stand houden van dependances van scholen voor basis- en voortgezet onderwijs in dorpen van enige omvang, waar dat kan. Samenwerking is hierbij van groot belang en daarbij wordt een appel gedaan op de besturen van regionaal gefuseerde scholen die over voldoende leerlingen beschikken.
7.1 Wonen
Het CDA heeft altijd het standpunt ingenomen dat dorpen niet bij voorbaat op slot mogen voor woningbouw. Dat standpunt geldt nog steeds, maar nuancering is wel op haar plaats tegen de achtergrond van de demografische ontwikkelingen die (gaan) spelen in landelijke regio’s die worden geconfronteerd met bevolkingsdaling. De keuze van individuele gemeenten die worden geconfronteerd met vergrijzing en bevolkingsdaling in een eveneens krimpende regio, kan niet vanzelfsprekend het op eigen initiatief ontwikkelen van nieuwe woninglocaties zijn. In een krimpende regio worden immers ook omliggende gemeenten geconfronteerd met daling van het aantal inwoners. Zonder goede afspraken in de regio zouden alle gemeenten voor dezelfde ‘oplossing’ van autonome groei kunnen kiezen. In dat geval ontstaat ongezonde concurrentie die per saldo slecht kan uitpakken voor de regio. Voor zover woningbouw aan de orde is, zal het niet om ongebreidelde uitbreiding maar om beperkte nieuwbouw gaan. Dit in overeenstemming met het karakter van de gemeente en passend binnen regionale afspraken. Woningbouw voor de natuurlijke aanwas, vooral de starters op de woningmarkt, is daarbij het uitgangspunt. Daar waar woningbouw geen soelaas biedt om de gevolgen van bevolkingsdaling het hoofd te bieden, zal de gemeente voorwaarden moeten scheppen om de noodzakelijke voorzieningen in dorpen te realiseren dan wel te behouden. Bij de ruimtelijke inrichting van dorpskernen dient rekening te worden gehouden met het karakteristieke van iedere kern (organische groei van dorpen). Dat kan betekenen dat er verschillen bestaan tussen uitbreidingsmogelijkheden per kern. Dit zal dan vooraf vastgelegd moeten worden in ruimtelijke dorpenplannen. Afhankelijk van de ruimte die de provinciale streekplannen bieden, zet het CDA in op het optimaal gebruik maken van woningsplitsing. Het CDA geeft hierbij voorrang aan de groep starters, omdat het voor deze groep haast onmogelijk is om in de vrije sector een eigen woning te verkrijgen.
7.2 Landbouw en vitaal landelijk gebied
Landbouw, natuur en recreatie vormen de ruimtelijke hoofdfuncties in het buitengebied. Er moet een nieuw evenwicht ontstaan waarbij een duurzame, concurrerende agrarische sector, natuur, recreatie en nieuwe, passende economische bedrijvigheid in onderlinge samenwerking ten volle tot hun recht komen. Het CDA wil de agrariër daadwerkelijk de kans geven om het buitengebied te beheren. Dit hoeft niet direct te leiden tot netto toename van het ruimtegebruik, door bijvoorbeeld hergebruik van de bestaande agrarische ruimte. Initiatieven zoals een zorgboerderij, kinderopvang op de boerderij, een boerencamping, of een educatiebedrijf bieden nieuwe perspectieven voor agrariërs en plattelandsondernemers. In het kader van de herstructurering van landelijke gebieden is het CDA voorstander van verruiming van de bestemmingsmogelijkheden voor vrijkomende agrarische gebouwen, mits de bestemming en de activiteiten duurzaam zijn en passen bij het karakter van de omgeving, zodat de agrariër niet in de uitoefening van zijn werkzaamheden wordt belemmerd.
7.3 Verenigingen voor Plaatselijk Belang
In veel dorpskernen bestaat al een inspraak- en/ of adviesorgaan in de vorm van een vereniging voor dorpsbelangen. De gemeente betrekt de verenigingen van Plaatselijk Belang bij belangrijke beleidsbeslissingen die de kern in kwestie raken; zij kunnen gevraagd en ongevraagd het gemeentebestuur adviseren.