Beleidsnotitie ‘Jongin Menterwolde dat doen we samen’
Het CDA onderschrijft de visie van de werkgroep volledig. Het CDA vindt het van groot belang dat alle kinderen en jongeren (sociaal) veilig kunnen opgroeien. Mede daardoor kunnen zij zich ontplooien tot zelfredzame, verantwoordelijke en initiatief nemende burgers. Het merendeel van de kinderen en jongeren in onze gemeente groeit gelukkig in een (sociaal) veilige omgeving op. Er is veel aandacht voor kinderen en jongeren: op de peuterspeelzaal, de voor- en naschoolse opvang, op scholen, in het jeugd- en jongerenwerk van de kerken en in de jeugdsozen. Er worden ook tal van activiteiten georganiseerd voor kinderen en jongeren. Denk aan het BOS-project, aan de vakantiespelweken, aan de vele activiteiten die georganiseerd worden door sportclubs, kerken, muziek- en andere verenigingen. Het CDA vindt dat deze positieve dingen onderbelicht zijn in de beleidsnotitie en in het uitvoeringsplan. Het mag ook benoemd worden dat heel veel dingen goed gaan en dat dit zijn weerslag heeft op het sociaal welbevinden van veel kinderen en jongeren.
Er ligt in de beleidsnotitie veel nadruk op (het voorkomen van) overlast en het begeleiden van jongeren naar een goede en zinvolle vrijetijdsbesteding.
In onze gemeente zijn op dit moment twee buurtagenten actief, alsmede een buitengewoon opsporingsambtenaar en een preventiemedewerker. Het aanstellen van een jongerenwerker zoals het college beoogt, levert naar onze mening een overlap op in taken van de reeds aanwezige functies. Het vergt bovendien ook een goede aansturing, onderlinge terugkoppeling en coördinatie wat meteen de vraag oproept wie hiervoor verantwoordelijk moet zijn. Wij vinden deze inzet teveel gericht op de aanpak van problemen ‘aan de achterkant’ en te weinig gericht op de aanpak van problemen ‘aan de wortel’. Het CDA vindt dat er in de beleidsnotitie en in het uitvoeringsprogramma teveel de nadruk op het aanpakken van de problemen achteraf, dus als het kwaad al is geschied en jongeren op enigerlei wijze ontsporen of ontspoord zijn. Het CDA zou daarom graag willen dat een groter deel van het beschikbare budget wordt aangewend voor de inzet van gezinscoaches. Vroegtijdige signalering van problemen met kinderen en jongeren in gezinnen en op scholen is van levensgroot belang. Bij vroegtijdige aanpak van problematiek komen ook de ouders/verzorgers nadrukkelijk in beeld. Ouders/verzorgers vervullen een cruciale rol in het (sociaal) veilig opgroeien en het stimuleren dat hun kinderen zelfredzaam worden en dat zij initiatieven ontplooien en verantwoordelijkheid leren dragen. Inzet van gezinscoaches levert daarom naar ons idee meer op dan aanpak door een preventiemedewerker of jongerenwerker achteraf.
Een bepaalde mate van overlast en moeilijke situaties met kinderen en jongeren zullen er echter altijd blijven bestaan. Het CDA verliest dat feit zeker niet uit het oog. Overlastgevende kinderen en jongeren zullen op een bepaalde manier geprikkeld en uitgedaagd moeten worden. Het CDA zou daarom niet willen pleiten voor de inzet van een jongerenwerker, maar voor een andere inzet van de huidige preventiemedewerker. De taken van een preventiemedewerker zouden, meer dan nu het geval is, moeten liggen in het aanbieden of verzorgen van creatieve en uitdagende activiteiten voor deze specifieke doelgroep. Dus de overlast gevende jongeren op een zodanige manier bezighouden dat zij zich minder op straat (kunnen) bevinden en daar minder overlast (kunnen) veroorzaken.
Samenvattend pleit het CDA daarom dus voor een andere verdeling van het beschikbare budget. Het inzetten van gezinscoaches, geen jongerenwerker aanstellen maar op een andere manier gebruik maken van de preventiemedewerker.