Interpellatie van de fracties van D66 en CDA
Voorzitter,
Zoals bekend heeft de fractie van D66 enkele weken geleden artikel 37 vragen aan het college gesteld over de aankoop van de voormalige Vion terrein.
Het door D66 aangekaarte onderwerp kreeg vervolgens veel media
aandacht, hetgeen ook wel voor te stellen is gezien de aard van de
transactie.
Op 1 november werden de vragen van D66 door het college
beantwoord. In plaats van de beoogde helderheid zorgde de
beantwoording door het college eerder voor nog meer vragen. Niet
alleen mijn eigen fractie maar ook de CDA fractie wilde over de
eigenlijke gang van zaken meer duidelijkheid. Beide fracties zijn in
de achterliggende weken vaak aangesproken op de gang van zaken rond
de aankoop en dat gebeurt nog steeds.
De fracties van D66 en CDA hechten veel waarde aan transparantie
en het behoud van het vertrouwen van inwoners in de gemeentelijke
overheid. De beeldvorming die rond deze transactie is ontstaan kan,
bij onvoldoende opheldering, dat vertrouwen in de gemeente schaden.
Het is beide fracties veel waard om deze schade te voorkomen. Daarom
hebben wij de volgende vragen aan het college gesteld:
Uit het juridisch advies dat er ligt over de aankoop van het
Vion terrein blijkt niet dat de notaris gedragregels heeft
overtreden. Toch verbaast het de beide fracties dat het college niet
de waardesprong heeft aangegrepen om een stevig gesprek met deze
notaris te voeren. Temeer omdat het de huisnotaris van de gemeente
betreft en zekere zorgplicht verwacht mag worden. Heeft het college
overwogen om de relatie met dit kantoor te beëindigen en zo nee,
waarom niet?
Uit de stukken blijkt dat het college de marktconformiteit
afmeet aan de WOZ taxatie terwijl in de markt een transactie
van €900.000,- gerealiseerd is. Blijft het college bij het
standpunt dat de WOZ waarde gehanteerd kan blijven bij dit soort
transacties. Zou het college bij deze transactie, met de kennis van
nu, anders gehandeld hebben? Gaat het college de procedures voor de
aankoop van onroerende zaken in zijn algemeenheid ook herzien?
Het college laat weten dat een dag na het passeren van de
akte de waardesprong bekend werd. Het college heeft er toen voor
gekozen om de raad niet te informeren. Zelfs bij de beantwoording
van de art. 37 vragen kon de raad details uit de media halen die in
de beantwoording niet naar voren kwamen. De beide fracties vragen
zich af waarom het college niet heeft gekozen voor het actief
infomeren van de raad over deze opmerkelijke transactie. Wat is de
reden geweest om informatie over dit nieuwe feit, de waardesprong,
aan de raad te onthouden?
Bij de beide fracties is tijdens de gesprekken voorafgaand
aan de art. 37 vragen de indruk ontstaan dat niet alle collegeleden
op de hoogte waren van de waardesprong. De fracties zouden graag
willen weten bij welke leden van het college de waardesprong bekend
was en wanneer ze hierover zijn geïnformeerd?
Uit de beantwoording van de vragen maken onze fracties op dat
er niet is gesproken over asbest. Kan het college uitleggen waarom
onze fracties in art. 6 lid 4 van de leveringsakte lezen dat de
gemeente wel op de hoogte was van asbest?
Uit het dossier blijkt dat het college in 2008 kansen ziet
voor de voormalige Vion locatie, toch lijkt het college op geen
enkele manier aan tafel te kunnen komen om over de locatie te
spreken. De indruk ontstaat dat er alleen via de ambtelijke lijn is
gecommuniceerd. Kan het college dit verklaren?
Onze beide fracties zijn verbaasd over het gegeven dat het college heeft onderhandeld met een partij die op het moment van overeenstemming, 7 oktober 2010, nog geen eigenaar was van de percelen? Zeker gezien het feit dat op 23 augustus 2010 nog contact is gezocht met Vion en op 24 augustus 2010 de onderhandeling plotsklaps met de uiteindelijk verkopende partij werd gevoerd. Beide fracties zouden hier graag meer opheldering wensen.