Coalitieprogramma 2010 - 2014

Kwaliteit met minder geld

Inzetten op eenvoud, samenhang en daadkracht




COALITIEAKKOORD 2010 - 2014

Partij van de Arbeid

CDA

Lokale Partij Middelburg

VVD

Inleiding

Na een zorgvuldig (in)formatieproces is besloten dat Partij van de Arbeid, CDA, Lokale Partij Middelburg en VVD samen met burgemeester Koos Schouwenaar de komende vier jaar verant­woor­delijkheid nemen voor het dagelijks bestuur van Middelburg. Met deze combinatie wordt recht gedaan aan de verkiezingsuitslag en ook vastgehouden aan ervaring en deskundigheid op de verschillende deeltaken.

Samenwerken in een hecht team is nodig, want de komende vier jaar worden niet eenvoudig. We zien ons met een aantal moeilijke opgaven geconfronteerd.

1.     De economische crisis heeft voor veel mensen verstrekkende consequenties en heeft in algemene zin het gevoel van onzekerheid en onveiligheid versterkt. Dat vraagt om maatregelen die bevorderen dat mensen hun talenten kunnen blijven ontwikkelen en om maatregelen die voorkomen dat sommige de aansluiting gaan missen.

2.     Als gevolg van de crisis zullen gemeenten de komende vier jaar fors moeten bezuinigen. De omvang daarvan is nog onzeker. Wij gaan uit van een structurele ombuiging voor Middelburg van ten minste € 5 mln. Dat vraagt om moeilijke keuzes, waarvoor samen met alle betrokkenen begrip en draagvlak gezocht moet worden.

3.     De focus van mensen tendeert naar meer individualisme, consumentisme en eigen belang. Dat leidt tot een dubbele verwachting over de daadkracht van de overheid. Daar waar het goed gaat met mensen, kiezen ze voor eigen verantwoordelijkheid, ervaren zij teveel regels, hebben zij recht op privacy en menen zij dat beslissingen aan hen zelf overgelaten kunnen worden. Daar waar het slechter gaat met mensen of daar waar men overlast ervaart, verwacht men van de overheid juist meer regels, (fors) optreden tegen andere bewoners en oplossingen die direct resultaat hebben. Dan is er veel minder het besef dat je ook zelf verantwoordelijkheid kunt nemen. Deze ontwikkeling vraagt om meer duidelijkheid over wat de overheid wel en niet kan, om duidelijkheid over het aandeel dat maatschappelijke organisaties kunnen leveren, en om duidelijkheid welke verantwoordelijkheid van bewoners zelf wordt verwacht.

4.     Er is in Nederland een stroming die in plaats van eendracht, tweespalt als oplossing voor problemen ziet. Ondanks dat het integratieprobleem nauwelijks een probleem is, krijgt deze stroming ook in Middelburg meer aanhang. Dat vraagt om duidelijkheid waar de overheid voor staat.

5.     De bevolkingssamenstelling van Middelburg zal de komende jaren sterk veranderen, meer oudere en zeer oude bewoners, minder jongere bewoners, veel meer alleenstaanden. Dat vraagt om aanpassing van de woningvoorraad en de voorzieningen.

6.     De noodzaak om in het beleid meer nadruk te leggen op duurzaamheid is inmiddels onomstreden. Dat vraagt om verdere integratie van duurzaamheidprincipes in vrijwel alle beleidsvelden.

Besturen onder deze omstandigheden vraagt om scherpe keuzes. Daarbij willen wij ambitie vasthouden; blijven kiezen voor kwaliteit; kwaliteit met minder geld. Dat kan alleen als we dingen anders doen. Wij kiezen daarvoor de volgende drie principes: Eenvoud, Samenhang en Daadkracht.

We beschrijven in het vervolg eerst een algemene aanpak van de drie principes. In de volgende hoofdstukken wordt dat verder uitgewerkt op vier hoofdthema’s.

Hoofdstuk 1: De uitgangspunten: eenvoud, samenhang en daadkracht

Hoofdstuk 2: Bestuur en bewoners

Hoofdstuk 3: De sociale gemeente

Hoofdstuk 4: De ondernemende gemeente

Hoofdstuk 5: De duurzame gemeente

In het algemeen geldt voor onderwerpen die niet in dit coalitieakkoord zijn opgenomen, dat het bestaande beleid wordt gecontinueerd.


Hoofdstuk 1 De uitgangspunten: eenvoud, samenhang en daadkracht

Als er minder geld is en de gemeente toch kwaliteit wilt blijven leveren, dan is één van de mogelijke oplossingen om eenvoud op allerlei terreinen als uitgangspunt te nemen. Als iedereen meedoet, als de gemeente veel meer samen met anderen oplossingen zoekt, kunnen we ervoor zorgen dat dingen niet langs elkaar lopen. Als er minder geld is en de gemeente wel kwaliteit wil leveren en ambitie wil vasthouden, dan moeten er knopen worden doorgehakt.


De uitgangspunten voor de komende vier jaar zijn eenvoud, samenhang en daadkracht. In het vervolg van dit coalitieakkoord worden deze uitgangspunten verder uitgewerkt in concrete actiepunten. Samenwerken is een randvoorwaarde in de komende periode. We kunnen het niet alleen, we kunnen het alleen samen met anderen. Dat lukt alleen als de neuzen dezelfde kant op staan, namelijk de kant van het behalen van resultaat. We zetten onze regierol in om dit te bereiken.

Eenvoud: duidelijker, minder, makkelijker

duidelijker

Eenvoud begint met duidelijkheid over wat de gemeente wel en niet kan. Wat de gemeente wel en niet doet. Het is noodzakelijk om verwachtingen goed te managen. Er is een nieuw evenwicht nodig in verhoudingen. Daarbij komen vragen aan de orde als: waar zijn bewoners en bedrijven primair zelf verantwoordelijk voor? Wat kunnen ze samen: in verenigingen, stichtingen en organisaties, in hun eigen omgeving, hun eigen wijk of dorp? Hoe kan de gemeente daarin via haar regierol invloed op uitoefenen? Waar moet je zijn? Hoe zijn dingen geregeld? Waar kun je wel en niet invloed op uitoefenen? Hoe worden beslissingen genomen? Wie betaalt wat? Wie heeft profijt? Wie kan het niet (meer) zelf betalen? En als iemand dat niet kan, hoe regelen we dan zo simpel mogelijk korting of kwijtschelding?

minder

Eenvoud is minder regels, minder bureaucratie, minder overhead, minder en simpeler procedures. We gaan per beleidsonderdeel voorstellen doen voor minder en simpeler regels en minder overhead. Ook gaan we mediation meer inzetten. We gaan brieven en mailtjes sneller afhandelen, sneller beslissen en betalen, minder eisen stellen bij vergunningsaanvragen en geld minder rondpompen.

makkelijker

Eenvoud is ook dat bewoner en bedrijven gemakkelijker krijgen wat ze nodig hebben. Meer via één loket, meer (ook) digitaal, meer dichtbij, meer via mensen die je kent en vertrouwt. Dat kan op veel manieren, zoals op het vlak van procedures en formulieren, meer digitaal aanvragen, afhandelen en informatie beschikbaar stellen. Het burgerservicenummer is genoeg. We gaan diensten meer bundelen (ook van andere organisaties) via één ingang en één aanpak. Daardoor wordt het  gemakkelijker om de juiste voorzieningen te vinden. Er komen meer diensten dichtbij in de wijken en dorpen, kleinschalig en goed toegankelijk. Bij de regelingen voor mensen die al bekend zijn gaan we automatische aanvragen beter stroomlijnen: één keer vergunning vragen voor terugkerende zaken. We sluiten aan bij landelijke websites met betrekking tot overheidsdienstverlening (o.a. regelhulp, DigiD, omgevingsloket online en tracking en tracing (stand van zaken met je vergunningsaanvraag).

Samenhang: meedoen, samenwerken, afstemmen

meedoen

Wij kiezen voor een samenleving waarbij het meedoen van mensen het uitgangspunt is. Wij kiezen voor de principes van een inclusieve samenleving, waarin niemand apart wordt gezet, waarin ieder de kans krijgt zijn talenten te ontwikkelen en waarin van iedereen verwacht wordt naar vermogen een bijdrage te leveren. Als er weinig geld is en de samenleving vergrijst, dan is betrokkenheid van bewoners bij hun leefomgeving en ondernemers bij hun werkgebied nog belangrijker dan anders. Kortom: Alle hens aan dek!

samenwerken

Als er weinig geld is, dan moet je dingen zeker niet dubbel doen. Door veel meer samen te werken kan een flinke besparing worden behaald. In ieder geval op uitvoeringsniveau met Veere en Vlissingen, maar ook voor andere maatschappelijke organisaties is meer samenwerken en meer samendoen zinvol.

afstemmen

Samenhang kun je vooral bereiken door op belangrijke terreinen met een heldere visie te komen  welke kant je op wil. Daarvoor is draagvlak nodig. Pas als je draagvlak hebt voor je visie dan kan je bereiken dat niet alle maatschappelijke organisaties hun eigen wedstrijd blijven spelen, hun eigen vlag laten wapperen en hun eigen spelregels centraal blijven stellen. Afstemmen vraagt bij de betrokken organisaties soms een omslag in denken, een cultuuromslag. Toch moeten we daar samen met hen voor gaan. Daarin is veel winst te halen. Financiële winst maar vooral ook maatschappelijke winst.

Daadkracht: uitvoeren, regie voeren, kiezen

uitvoeren

Daadkracht betekent dat gekeken wordt naar de efficiency en effectiviteit van het werk. We zijn doorgaans goed in beleid maken, vervolgens moet dat beleid uitgevoerd worden en moet gekeken worden of we met de uitvoering ook de beoogde effecten hebben behaald. De komende vier jaar geven we prioriteit aan het uitvoeren van reeds ingezet beleid. Er worden geen nieuwe plannen gemaakt. Wel kan het bestaande beleid getoetst worden op de hiervoor genoemde uitgangspunten. We kiezen ervoor om als organisatie zoveel mogelijk zelf te doen en de inhuur van externen terug te dringen. Kiezen voor uitvoeren betekent dat door de vorige raad genomen besluiten niet opnieuw ter discussie worden gesteld, zoals de Kwaliteitsatlas, het Molenwaterpark en de coffeeshop.

regie voeren

De gemeente kiest voor het meer en beter afstemmen tussen organisaties onderling en tussen gemeente en het maatschappelijk veld. De gemeente kan veel bereiken door de regierol naar zich toe te halen. De regierol is niet gebaseerd op het uitoefenen van bevoegdheden, niet op het toepassen van regels of op het sturen met geld. Het gaat om het bij elkaar brengen van partijen, die ieder vanuit hun verantwoordelijkheid een bijdrage leveren aan een gemeenschappelijke doelstelling. De gemeente is de partij die vanuit een visie die partijen bij elkaar brengt en afstemming en initiatief stimuleert door middel van overtuiging en argumenten. We hebben met de woonservicezones een goed voorbeeld van regie voeren, maar dat kan op meer terreinen worden toegepast, waarmee winst kan worden behaald. Zoals bij buurtservice en buurtbedrijvigheid, binnenstadsmanagement, re-integratie, onderwijs, jeugdbeleid en schuldhulpverlening.

kiezen

We moeten fors bezuinigen. Daarvoor moeten keuzes gemaakt worden. Moeilijke keuzes. De formatieperiode is te kort om die keuzes zorgvuldig te maken. Voor dit proces is een stappenplan aan de raad voorgelegd. Zorgvuldige afstemming is nodig met de raad, het management en het personeel en uiteraard ook met andere organisaties.

Hoofdstuk 2 Bestuur en bewoners

Goed bestuur gaat alleen in goed overleg. Deze coalitie wil de komende jaren de volgende accenten leggen.

Algemeen

Bewoners kunnen invloed uitoefenen op wat in hun leefomgeving gebeurt. Het instrumentarium daarvoor is de afgelopen jaren uitgebreid. Er is veel van de grond gekomen: wijktafels, wijk- en dorpsplannen, wijk- en dorpsvisies, wijkbeheergroepen, groenwerkgroepen, verkeerswerkgroepen, initiatiefgroepen voor speelruimte, wijkwerkgroepen, verenigingen, stichtingen die evenementen en activiteiten organiseren, klankbordgroepen, jeugdpanels enz. Toch kan het beter. We definiëren helder wat de kaders zijn waarbinnen de inspraak plaatsvindt.

Wijkaanpak

Voor wijkaanpak zien we de volgende verbeteringen:

·       Wijkaanpak wordt verbreed door Woongoed, de SWM, de wijkscholen, het zorgkruispunt, de (wijk)politie wijkteams te laten vormen die samen werken aan de wijkplannen.

·       Er zijn tijdens de verkiezingscampagnes verschillende punten opgetekend in de wijken die aanleiding kunnen zijn om die op te nemen in de wijkplannen.

·       Op de wijktafels worden onderhoudsplanningen en investeringsplanningen besproken, in het wijkplan worden de voor de betreffende wijk relevante plannen opgenomen. Ook andere organisaties wordt gevraagd hun planningen in te brengen ten behoeve van het wijkplan.

·       Op scholen wordt participatie van leerlingen in de inbreng van ideeën voor het wijkplan gestimuleerd.

·       Er komt op de gemeentelijke website ook de mogelijkheid om digitaal mee te praten over wijkplannen. De wijkbeheergroepen wordt gevraagd om hierin een rol te spelen.

·       In ieder wijk- / dorpsplan wordt de top 3 van de bewoners benoemd. Die top 3 wordt ter besluitvorming aan de raad voorgelegd met een financiële vertaling. Ook aan andere organisaties wordt gevraagd bewonerswensen via het wijkplan te honoreren.

·       De raad beslist over de gemeentelijke onderdelen uit de wijkplannen.

·       Wijktafels kunnen besluiten om naast een tweejaarlijks wijkplan maximaal één keer in de 5 jaar ook een wijkvisie te maken voor de langere termijn. Daarbij kan de methodiek “wijk van de toekomst” worden toegepast. Voor die wijkvisie geldt de Kwaliteitsatlas als kader.

·       De leden van de wijkbeheergroepen worden mede gezocht in de actieve maatschappelijke organisaties uit die wijk (voorbeeld Stromenwijk).

·       Bewoners worden gestimuleerd en ondersteund als zij zaken in eigen beheer willen nemen.

·       Het opbouwwerk ondersteunt zo nodig bewonersinitiatieven. Initiatieven van jongeren worden ondersteunt door de school en/of het jongerenwerk. De bewonersinitiatieven worden ondergebracht in het wijkplan.

·       De cultuuromslag in het gemeentelijk apparaat wordt verder doorgezet. Niet alleen de wijkmanagers zijn van de wijkaanpak, maar alle medewerkers van de gemeente.

·       Onze ambtenaren ondersteunen wijkwerkgroepen, bijvoorbeeld voor verkeer.

Om verdere doorgroei in het functioneren van de wijktafels te realiseren wordt ook naar inspiratie en goede voorbeelden uit andere gemeenten gezocht.

Klankbordgroepen

Er is discussie over het functioneren van klankbordgroepen. Dat komt voor een deel door verschillende verwachtingspatronen. Om aan de discussie het hoofd te bieden  worden enkele verbeteringen doorgevoerd:

·       Meer duidelijkheid over kaders: als de raad een besluit heeft genomen is dat het kader waarbinnen het overleg met de klankbordgroep plaatsvindt.

·       Meer duidelijkheid over doelstelling: niet alleen discussie tussen gemeente en bewoners, maar vooral een discussie om bewoners dichter bij elkaar te brengen.

·       Adviezen van de klankbordgroep worden (al dan niet met vermelding van minderheidsstandpunten) als onderdeel van de volgende raadsvoorstellen voorgelegd aan de raad.

Adviesorganen van bewoners / bedrijven

Er zijn verschillende adviesorganen.

·       De seniorenraad adviseert over alle aspecten van beleid voor ouderen. Het is een gekozen orgaan met leden boven 60 jaar. De seniorenraad organiseert 1 keer in de 2 jaar een seniorendag.

·       De Werkgroep Gehandicapten Walcheren adviseert over het beleid gericht op mensen met een beperking en over de verstrekking van individuele voorzieningen in het kader van de WMO.

·       De WMO adviesraad adviseert het college over de uitvoering van de wet maatschappelijke ondersteuning. De samenstelling en werkwijze van deze adviesraad is aan herijking toe. In de tweede helft van 2010 moet duidelijk zijn hoe de WMO-adviesraad haar taak verder gaat invullen. Het is van belang dat alle beleidsvelden van de WMO zich in de WMO adviesraad vertegenwoordigd weten. Deze collegeperiode wordt onderzocht of de adviesrol van seniorenraad en werkgroep gehandicapten kan worden samengevoegd met die van de WMO-adviesraad.

·       De huurdersvereniging adviseert over het woonbeleid en is onderhandelingspartner bij het vaststellen van prestatieafspraken met de corporaties. De gemeente ondersteunt de acties om tot versterking van deze afspraken te komen.

·       De Woon Advies Commissie (WAC) adviseert vanuit gebruikersperspectief over bouwplannen.

·       Het binnenstadsoverleg wordt gevoerd door gemeente, VOM en horeca. De ondernemers adviseren over kwesties in het winkelcentrum en de horeca van de binnenstad.

·       De Middelburgse Bedrijvenclub adviseert over de economische ontwikkeling van Middelburg.

Voor jongeren is er geen apart adviesorgaan. Wij vinden een formeel adviesorgaan ook niet gewenst. In plaats daarvan willen wij inzetten op:

·       De jeugd vergelijkbaar met klankbordgroepen invloed geven op beleid dat voor hen belangrijk is.

·       Stimuleren dat jongeren met initiatieven komen voor de wijkplannen.

·       Jeugdpanels en/of discussiefora via internet rondom concrete projecten opzetten.

Als nieuw instrument kiezen wij voor het faciliteren van denktanks van bewoners. Met een denktank bedoelen wij:

·       Een team van betrokken bewoners dat op eigen initiatief wordt opgericht voor een (enkelvoudig) specifiek doel en op een innovatieve, creatieve maar vooral ook praktische bijdrage manier een bijdrage wensen te leveren aan de samenleving.

·       Een broedplaats voor vernieuwende ideeën en bij voorkeur multidisciplinair van samenstelling.

·       Een team dat  aanwezige kennis in de samenleving benut. Afhankelijk van de doelstelling is een samenwerkingsverband denkbaar tussen experts afkomstig uit het bedrijfsleven, gemeentelijke overheidsinstellingen en onderwijsinstellingen zoals de RA en de HZ.

·       De uiteindelijke input wordt gepresenteerd als aanbeveling aan ambtelijk apparaat / college / raadscommissie / raad. De gemeente vervult ten behoeve van denktanks een faciliterende rol, al dan niet via de website. Er worden vooraf duidelijke afspraken gemaakt over de looptijd van een denktank.

Bezuinigingen

Er komt zwaar weer aan wat betreft de gemeentefinanciën. Dat vergt ingrijpende keuzes. De jaarrekening 2009 ziet er incidenteel goed uit, maar structureel is er als gevolg van de economische recessie een kostentoename. Het weerstandsvermogen staat eveneens onder druk. De bekende risico’s gaan zwaarder wegen, omdat de kans groter wordt dat deze risico’s daadwerkelijkheid optreden. Dat betekent dat we de komende vier jaar inzetten op bezuinigen én het versterken van het weerstandsvermogen.

De ontwikkelingsgerichte visie voor de lange termijn vasthouden, maar wel met aanpassingen en temporisatie. Vitale projecten niet definitief schrappen, wel uitstellen. Projecten die veel werkgelegenheid opleveren naar voren halen.

Uit de drie uitgangspunten eenvoud, samenhang en daadkracht vloeien de nodige bezuinigingen voort. Het gemeentelijk apparaat krijgt de opdracht om deze uitgangspunten te vertalen in concrete actiepunten met financiële taakstelling. Ook bij de door de gemeente gesubsidieerde maatschappelijke organisaties wordt deze operatie toegepast.

De procedure om te komen tot de noodzakelijke bezuinigingen valt in twee delen uiteen: in de eerste fase - tot juni 2010 - onderzoeken we mogelijkheden op het gebied van verlenging van afschrijvingstermijnen, verhoging van inkomsten en verlaging van uitgaven, onderuitputting van budgetten en de mogelijkheden van een tijdelijke selectieve vacaturestop. In de tweede fase – van juni 2010 tot april 2011 – gaan we onderzoek doen naar de mogelijkheden (en wenselijkheid) om taken te verminderen, te beëindigen of af te stoten. Ook onderzoeken we dan de mogelijke samenwerking met andere organisaties. We gaan een takendiscussie voeren (al dan niet met externe begeleiding). In juli 2010 berichten we de raad de uitkomsten van de eerste fase en leggen we een procedurevoorstel voor de 2e fase voor aan de raad. In september/oktober wordt de raad gevraagd welke taken onbespreekbaar zijn om in een ombuiging mee te nemen. Vanuit de selectie van de raad zal vervolgens een voorstel voor een concrete invulling van de taakstelling van € 5 miljoen volgen. Daarbij worden de consequenties op gebied van financiën, taken en personeel gepresenteerd, vanwege mogelijke gevolgen voor de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De discussie hierover zal in het traject voor de kadernota 2012-2015 (voorjaar 2011) worden gevoerd. Uiteindelijk maakt de raad de definitieve keuze met het vaststellen van die kadernota. Hierbij is van belang dat het tempo van de ombuigingen parallel loopt met de taakstelling die we vanuit het Rijk krijgen. Indien onze bezuiniging langzamer gaat dan die van het Rijk, moeten we te veel eenmalige middelen aanwenden om de tekorten te dekken. Dat gaat ten koste van het weerstandsvermogen.

Verdere uitgangspunten voor het bezuinigingsproces zijn:

·       Beperken inhuur externen, het personeelsbestand doorlichten en terughoudend zijn met vacaturevervulling.

·       (Vervangings)investeringen zo mogelijk doorschuiven (één jaarschijf of meer).

·       Sterkere toepassing van het profijtbeginsel, met bescherming van de mensen met lagere inkomens.

·       Besparingen realiseren op de uitvoeringskosten; die vrijvallende middelen kunnen als (eenmalige) bezuiniging worden ingeboekt.

·       Voordelen bij aanbestedingen of bijvoorbeeld als gevolg van een efficiëntere werkwijze vloeien terug naar de algemene middelen (en worden niet binnen het betreffende project of product herbestemd).

·       Gesubsidieerde instellingen en gemeenschappelijke regelingen gaan mee in de bezuinigingen (samen trap op en samen trap af).

·       Afstoten van onroerend goed en waar mogelijk verzelfstandiging van beheer van gemeentelijke eigendommen en accommodaties.

·       Genoegen nemen met een iets lager onderhoudsniveau.

·       Genoegen nemen met het niveau “voldoende” voor het weerstandsvermogen (was “ruim voldoende”).

·       Minder interne controle, 213a-onderzoek richten op efficiencyverbetering, monitoren door de afdelingen zelf.

·       De grondpositie wordt niet verder uitgebreid, met uitzondering van een aantal lopende ondergeschikte zaken.

·       Onderdeel van de bezuinigingsoperatie zal ook het onderzoek zijn naar een mogelijke verhoging van inkomsten. Wij zijn terughoudend met algemene lastenverhogingen bovenop de inflatiecorrectie. Een stapsgewijze verhoging richting het Zeeuwse gemiddelde is acceptabel.

·       Onderzoeken of er mogelijkheden zijn om op leerlingenvervoer te bezuinigen.

·       Niet bezuinigen op minimabeleid en op ondersteuning van de meest kwetsbare mensen.

Samenwerking op Walcherse schaal

Samenwerking op Walcherse schaal heeft voordelen. Intensivering van de inhoudelijke samenwerking, zoals recent gebeurd is met Vlissingen, biedt kansen om de ontwikkeling van de regio te versterken. Veere zal zich daar mogelijk bij aansluiten zodat er één structuurvisie voor Walcheren kan worden gemaakt. Maar samenwerken kan op meer terreinen. Daarnaast ziet de coalitie mogelijkheden om kostenreductie te realiseren door samenwerking te zoeken op het gebied van de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisaties. Dat kan in principe heel ver gaan door veel meer dingen samen te doen in de uitvoering. Hierbij wordt gedacht aan:

·       Wmo weer samen uitvoeren.

·       Beleidsvoorbereiding samen zoals in de Oosterschelderegio op welzijnsgebied.

·       Uitvoeringsdiensten samen: zoals vergunningverlening en handhaving, reiniging, etc.

·       ICT / digitale dienstverlening.

·       Ondersteunende diensten, zoals personeelszaken, inkoop, communicatie (shared service).

Bij het onderzoeken of ondersteunende diensten meer samen kunnen, of samen kunnen worden gevoegd staat het belang van de dienstverlening aan bewoners centraal. Dat wil zeggen, front-Office dichtbij de burger en maatwerk leveren. Maar in de BackOffice kan gestuurd worden op efficiency en effectiviteit. Dat kan ook gelden voor gezamenlijke beleidsvoorbereiding: bij nieuwe ontwikkelingen vanuit Den Haag hoeven dan niet steeds 3 gemeenten aan tafel, maar kan 1 van de 3 gemeenten opdracht krijgen de beleidsvoorbereiding te doen.

Samenwerking hoeft zich niet tot de gemeenten te beperken dat kan zich ook uitstrekken over door de gemeenten gesubsidieerde organisaties.

Met de formateurs van de colleges in Vlissingen en Veere is contact geweest over deze punten. Het onze intentie om voor de bespreking van de coalitieakkoorden in de gemeenteraden hierover met één gemeenschappelijke tekst te komen.

Hoofdstuk 3 De sociale gemeente

Middelburg is niet alleen sterk voor de stad maar ook voor de mensen. Als er minder geld is dan moeten er keuzes worden gemaakt. De coalitie kiest voor het beschermen van het minimabeleid. Het niveau en de kwaliteit van de voorzieningen voor mensen die ondersteuning nodig hebben blijven op peil. Uiteraard wordt wel kritisch gekeken naar de uitvoeringskosten. In dit hoofdstuk wordt op thema aangegeven welke afspraken hierover tussen de coalitiepartijen zijn gemaakt.


Algemeen

Mensen hebben gelijke rechten, plichten en kansen. Artikel 1 van de grondwet is leidend. Uitgangspunt is de inclusieve samenleving. We kiezen voor gemengde wijken, gemengde scholen, voor samen werken en recreëren. Dat geldt dus ook voor wonen, leren, werken en recreëren van mensen die ondersteuning nodig hebben. Er wordt verder ingezet op het samenbrengen van groepen bewoners. Er wordt ingezet op wederzijds respect van ouderen en jongeren, op wederzijdse ondersteuning door middel van generatiebeleid. We zetten in op verdere integratie van oude en nieuwe Nederlanders. We kiezen veel vaker voor bemiddeling en mediation in geval van problemen en conflicten. Buurtbemiddeling is daar een instrument in, maar mediation kan ook ingezet worden om procedures te voorkomen. We kiezen voor eigen regie, kleinschalige oplossingen dicht bij huis en maatwerk. We gaan verder met de woonservicezones en het versterken van de sociale infrastructuur in wijken en dorpen.

Eigen kracht

Eigen kracht van mensen wordt primair aangevuld met de kracht van hun netwerk, vervolgens met algemene voorzieningen in hun woonomgeving en tot slot met specifieke individuele voorzieningen. Er is meer besef nodig dat ondersteuning gericht moet zijn op wat mensen wel kunnen. En als mensen het niet helemaal zelf kunnen, moet er meer aandacht komen voor het inschakelen van het netwerk om hen heen. Kortom, op eigen kracht. Bovendien moet ondersteunen veel duidelijker gericht zijn op het binnen een bepaalde periode weer (meer) op eigen benen kunnen staan. Uitgangspunt is algemeen wat kan en specifiek wat moet. Uitgangspunt is dat mensen zoveel mogelijk in hun eigen omgeving ondersteund worden en dat mensen met een ondersteuningsvraag zoveel mogelijk participeren samen met mensen zonder ondersteuningsvraag.

Porthos versteken met een frontlinieaanpak

In het sociale domein is het van groot belang dat organisaties afstemmen en samenwerken. We moeten toe naar een cultuur waarin (de ondersteuning bij) de oplossing van problemen centraal staat. Organisaties moeten bereid zijn mensen in plaats van (hun eigen) regels en protocollen centraal te stellen. In Middelburg lukt dat, zij het nog met vallen en opstaan. Met Porthos (Centrum voor jeugd en gezin plus Wmo-loket) is in deze aanpak een flinke slag gemaakt. Inmiddels komt de hele jeugdgezondheidszorg (0-19 jaar) erbij, houdt het CIZ spreekuur en zijn er plannen voor huisvesting van de huurdersvereniging, het steunpunt mantelzorg en de vrijwillige thuiszorg. Er wordt keihard gewerkt om de gezamenlijke ondersteuning van mensen verder te versterken en de drempel naar participatie en ondersteuning te verlagen.

De samenwerking gaat zich ook uitstrekken tot vindplaatsen in de wijken: huisartsen, kinderopvang, scholen, woongoed, schoolmaatschappelijk werk, zorgaanbieders, (wijk)politie. Die wijkgerichte samenwerking moet zich focussen op het eerder opsporen van problemen en ondersteuningsbehoeften van mensen. Een directe aanpak en begeleiding tot mensen weer op eigen benen kunnen staan. Dat kan alleen een succes worden als er intensief wordt samengewerkt. Er zijn allianties nodig van de genoemde organisaties. Teams die problemen integraal aanpakken, dicht bij de mensen. Om dat voor elkaar te krijgen zal regie nodig zijn vanuit de gemeen­te. Inzet zal zijn: niet langs elkaar werken, maar samenwerken. Externe partijen uitdagen te investeren in deze werkwijze. Proberen mensen op te sporen en te ondersteunen die niet zelf in het loket van Porthos komen maar wel eenzaam zijn, opvoedproblemen hebben, te maken hebben met huiselijk geweld, verslavingsproblemen hebben, hun huishouden niet op orde hebben, in schuldenproblematiek verzeild raken, overlast veroorzaken.

In Rotterdam kent men zo’n soort aanpak, de Frontlinieaanpak. Die is erg succesvol. Dat komt mede omdat men kiest voor aanpak direct aan de keukentafel en ook nazorg regelt met persoonlijke coaches, maatjes, buddy’s om gezinnen net zo lang te begeleiden tot ze zelf weer in staat zijn de regie over hun leven te nemen. Als deze aanpak succesvol wordt dan worden daarin ook de activiteiten van het veiligheidshuis, aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling, het Vroeg Erbij Team (VET) en de Jeugd Interventie Teams en Probleem interventieteams (JIT/PIT) betrokken. Dit kan in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen van erger, het vergroten van het veiligheidsgevoel en het reduceren van overlast van jeugd.

Vrijwilligersbeleid

Wij willen de komende jaren het vrijwilligersbeleid verder inhoud geven. De lijnen daarvoor zijn uitgezet in de vrijwilligersnota. Bij de uitvoering wordt het project buurtservice / buurtbedrijvigheid en het CDA initiatief buurtbetrokkenheid meegenomen. We vragen SDW en Bureau Vrijwillige Inzet extra te investeren in het inzetten en begeleiden van uitkeringsgerechtigden bij vrijwillige inzet en mantelzorgondersteuning, maatschappelijke stages voor jongeren in het onderwijs en bundeling van ervaring, expertise en kennis door netwerken, speciaal ook van senioren en uitwisseling van ondersteuning tussen generaties. Speerpunt voor deze raadsperiode wordt echter het versterken van vormen van één op één persoonlijke begeleiding en ondersteuning als aanvulling op professionele inzet. Het Bureau Vrijwillige Inzet sluit daarbij allianties met andere organisaties die in Middelburg al actief zijn op dit terrein. Om op dit speerpunt resultaat te kunnen boeken zullen ook hier de krachten gebundeld moeten worden.

Buurtzorg

Een andere vorm van samenwerking en afstemmen op wijkniveau is het toewerken naar buurtzorg. Buurtzorg vanuit zorgkruispunten, met zelfsturende teams van meerdere zorgaanbieders die de nachtzorg samen doen, zelf indicaties stellen en de buurt en de mensen kennen. Door indicaties door de “wijkverpleegster” te laten stellen verminderen we de bureaucratie en de doorlooptijden. We volstaan met steekproefsgewijze controle achteraf. Voor de Wmo zorg willen we inzetten op deze vorm van buurtzorg, maar nog mooier zou zijn als dat dit in samenwerking met het zorgkantoor ook mogelijk wordt voor AWBZ-zorg.

Voor zover er toch indicatiestelling door het CIZ nodig blijft dan gaat dat uit van aanvulling op de eigen kracht van mensen en hun omgeving en wordt rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden en het eigen sociale netwerk. Er wordt bij de beoordeling uitgegaan van vertrouwen in plaats van wantrouwen; mensen die al jaren dezelfde beperking of progressieve ziekte hebben worden niet steeds opnieuw geïndiceerd. Ingeval er in de indicatiestelling twijfels ontstaan kan er vaker gekozen worden voor huisbezoek of verwijzing naar het spreekuur in Porthos. Ook kan vaker in een vroeg stadium overwogen worden maatwerk te leveren door toepassing van de hardheidsclausule.

Participatie

Het beleid wordt nog meer toegespitst op participatie van mensen. Er wordt gewerkt met een participatieladder waarbij werk bovenaan staat, gevolgd door opleiding, werkervaringsplaats, dagbesteding, vrijwilligerswerk, deelname aan activiteiten. De gemeente zet haar regierol in om te bevorderen dat werkgelegenheid wordt versterkt, stage- en werkervaringsplaatsen beschikbaar komen, projecten worden opgezet gericht op het ontwikkelen van talenten, het opdoen van ervaring en zinvolle dagbesteding. Het rijk geeft meer mogelijkheden om budgetten voor participatie gecombineerd te gebruiken. Er komt een concreet plan om dit budget beter te benutten en om mensen gericht te steunen bij inburgering, scholing en begeleiding naar werk.

De re-integratie wordt anders aangepakt. De SDW gaat meer investeren in werkgeversadviseurs om samen met werkgevers maatwerkpakketten te maken voor het aannemen van werkzoekenden. De werkgeversadviseur gebruikt hiervoor de bestanden van de SDW, UWV-werkbedrijf. Voor de werkgever is er maar 1 aanspreekpunt. Er wordt verder gewerkt aan prikkels om te gaan werken of sociaal actief te zijn. Het werkbudget kan ingezet worden om mensen te belonen als ze duurzaam uitstromen. Maak werk van je uitkering.

De schuldhulpverlening wordt veel effectiever en minder bureaucratisch ingezet: eerder signaleren en melden door organisaties en bedrijven (zoals Woongoed en Delta) als bewoners in financiële problemen dreigen te komen. En dan daadwerkelijk direct ingrijpen om gezinnen niet te laten verzanden in de schulden. Naast het bieden van oplossingen, wordt ook ondersteuning gegeven bij het omgaan met financiën, om te voorkomen dat mensen in de schuldsanering komen. De samenwerking tussen maatschappelijk werk en de kredietbank wordt hiertoe versterkt. Als bewoners toch in de schuldsanering komen vindt er ook ondersteuning plaats over financiën om te voorkomen dat mensen opnieuw in de problemen komen.

Algemeen Participatiefonds / Persoonsvolgende budgetten

De bekendheid en de werking van het participatiefonds woonservicezones en de daarop aansluitende regelingen van Woongoed en Woonzorg Nederland wordt versterkt. In overleg met de corporaties wordt bezien of binnen het bestaande fonds een forfaitaire verhuiskostenvergoedingsregeling kan worden toegevoegd. Dit lijkt nodig om de drempel om te verhuizen voor mensen met een laag inkomen te verlagen.

Het sterker toepassen van het profijtbeginsel, de besluitvorming over het accommodatiebeleid en de invoering van buurtservice maken het nodig om na te denken over maatwerkregelingen voor mensen met een laag inkomen. Voor mensen die een beroep op de Wmo kunnen doen kan gewerkt worden met persoonsvolgende budgetten. Een voorstel hiertoe komt in het tweede of derde kwartaal van 2010. Voor andere categorieën mensen kan daar wellicht op worden aangesloten, maar we onderzoeken ook alternatieven binnen bestaande budgetten van het Participatiefonds. Dit is een ingewikkelde materie. Wij hopen dit jaar de concrete mogelijkheden aan de raad te kunnen voorleggen.

Algemeen Ondersteuning van mensen met de laagste inkomens

Mensen met een laag inkomen en mensen die langdurig afhankelijk blijven van een uitkering kunnen blijven rekenen op de langdurigheidstoeslag na 3 jaar en andere regelingen uit het armoedebeleid. Mensen die daar recht op hebben kunnen voor zover ze bij de gemeente bekend zijn rekenen op het automatisch toekennen van uitkeringen en vrijstellingen. Om het gebruik van voorzieningen te stimuleren wordt regelmatig het in de vorige raadsperiode ingezette communicatieoffensief herhaald. Ook kan gebruik gemaakt worden van combinaties van opsporen (door middel van matchen van gegevens) van onnodig en onjuist gebruik van regelingen en opsporen van niet gebruik van regelingen die gegeven de omstandigheden van mensen wel noodzakelijk zijn.

De steun aan de voedselbank wordt uitgebreid met een aanbod van één op één ondersteuning om  mensen bij te staan om de duur van afhankelijkheid van de voedselbank zoveel mogelijk te bekorten.

Wmo

De Wmo staat er in Middelburg financieel en inhoudelijk goed voor. Voor de zaken die nog niet zijn geregeld is geld gereserveerd. Wij zijn voorstander om op Walcheren opnieuw één uitvoeringsorganisatie tot stand te brengen. Mede daardoor kan mogelijk worden bespaard op de uitvoeringskosten van de Wmo. Ook kan winst geboekt worden door verder te gaan met het project de kanteling. Dat project is geheel in lijn met ons uitgangspunt dat ondersteuning aanvullend moet zijn op eigen kracht en de kracht van het sociale netwerk. Die aanvulling moet zoveel mogelijk algemeen zijn, dat wil zeggen via algemeen toegankelijke voorzieningen en pas in laatste instantie via een individuele verstrekking of de inzet van professionals. Onze inzet met de woonservicezones en de versterking van de sociale infrastructuur maakt dit beleid steeds beter toepasbaar.

De AWBZ wordt versoberd, dat leidt tot een toename van de druk op de Wmo. De AWBZ is een verzekering met voor ieder gelijke rechten. De Wmo is een aanvulling op wat iemand zelf kan. Bij verdergaande bezuinigingen in de AWBZ zullen wij samen met Porthos inzetten op het opsporen van mensen die hierdoor in de knel komen en via de principes van de Wmo maatwerk proberen te leveren.

Woonservicezones

Van de 32 locaties in de woonservicezones is inmiddels meer dan de helft al gerealiseerd, een flink aantal is in ontwikkeling. In het tweede groeiboek is tegemoet gekomen aan de kritiek dat er ook intramurale zorg moet blijven, dat er overgangsbeleid is voor mensen die al in een klassiek verzorgingshuis wonen en dat er ook wat grootschaliger voorzieningen blijven. De exploitatie van de welzijnscomponent wordt vanwege de veranderingen in de AWBZ opnieuw bezien. Door het vorige college zijn daar aanzetten toe gegeven. Die leiden in het tweede of derde kwartaal van 2010 tot besluitvorming, waarna per wijk, samen met alle betrokken doelgroepen, een plan van aanpak zal worden opgesteld voor het overige accommodatiebeleid. Er is inmiddels een oplossing gevonden voor de problematiek van het onthouden van goedkeuring door het College Sanering van in het convenant woonservicezones opgenomen onroerend goed transacties. Die wordt in het tweede kwartaal aan de raad voorgelegd.

Verder kunnen de verschillende pijlers van het woonservicebeleid nog meer rendement opleveren. Hoe dat kan zal in 2010 worden voorgelegd in een derde groeiboek. Een aantal punten worden elders in dit akkoord al genoemd.

Welzijnsaccommodaties

De komende periode moeten moeilijke beslissingen genomen worden over welzijnsaccommodaties. We beginnen met een voorstel voor de exploitatie en de betaalbaarheid van de grand cafés. Daarna volgt een besluitvormingstraject over de overige welzijnsaccommodaties. De bezettingsgraad moet omhoog, ook zal sprake zijn van hogere tarieven. In een aantal situaties kan net als in de sport gekeken worden naar meer eigen beheer. Voordat besluiten worden genomen zal er het liefst per wijk samen met gebruikers gekeken worden naar alternatieven in de sfeer van exploitatie en eigendomsverhoudingen. Binnen door de raad te stellen kaders moet dan draagvlak gezocht worden voor oplossingen. Het is onvermijdelijk dat een aantal accommodaties wordt afgestoten. De verhuur van accommodaties wordt vereenvoudigd, ook huren via internet wordt mogelijk gemaakt.

Jeugd en Onderwijs

Nu het centrum voor jeugd en gezin er is wordt het jeugdbeleid verder afgestemd en aangescherpt. Het jeugdbeleid wordt samen ondergebracht in één portefeuille inclusief het onderwijsbeleid.

Ondersteuning bij de opvoeding moet aangeboden worden maar is vooral vraaggericht. De opvoedingsondersteuning en de jeugdgezondheidszorg kunnen wellicht efficiënter door meer maatwerk te leveren. Het 18 maandshuisbezoek wordt aangewend om de intensiteit van de vervolgondersteuning beter in kaart te brengen en tevens ingezet om deelname aan peutergroepen te stimuleren. Die deelname is in Middelburg relatief laag. Omdat de niet-deelname vooral in de minder draagkrachtige gezinnen zit wordt hier gericht actie op gevoerd. De plannen tot integratie van het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang kunnen daaraan bijdragen en worden doorgezet.

Integratie van buitenschoolse opvang met sport en cultuur wordt gestimuleerd.

Communities that Care

Op basis van het project Communities that Care zullen met bewezen effectieve instrumenten de beschermende factoren in wijken worden versterkt en de bedreigende factoren worden aangepakt. Het uitvoeringsplan wordt in de eerste helft van 2010 aan de raad aangeboden.

Schooluitval beperken

Door de financiële crisis lopen jongeren nog meer de kans om werkloos te worden zónder enige ervaring te hebben opgedaan. Dat moet voorkomen worden door jongeren vooral te stimuleren langer door te leren. Het beroepsonderwijs geeft daartoe de mogelijkheden, ook via leerwerkpraktijken. Jongeren die niet goed mee kunnen in het reguliere onderwijs, worden via andere schoolmethoden opgevangen om vroegtijdige schooluitval te voorkomen. Wij ondersteunen sCOOL van het ROC-Zeeland en Het Traject om deze jongeren binnenboord te houden. Ook directe samenwerking met de leerplichtambtenaren, het schoolmaatschappelijk werk, de politie en het jongerenwerk is noodzakelijk om schooluitvallers op te sporen en te stimuleren naar school te gaan.

Actieplan voor stageplaatsen

Het is van belang dat jongeren die nog geen baan kunnen vinden, de kans krijgen ervaring op

te doen. Wij willen proberen samen met scholen overheden en bedrijfsleven een actieplan op te

stellen voor stageplaatsen. In dat plan kan ook gedacht worden aan één-op-één-coaching van

jongeren door een ervaren medewerker van de deelnemende bedrijven. De gemeente biedt aan jongeren tenminste 20 stageplaatsen per jaar aan.

School als hart van de wijk

De basisschool fungeert als het hart van de wijk. Meedoen, samen en samenhang als belangrijkste waarden moeten van jongs af meegegeven worden. De scholen kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Samenwerking van scholen moet verder gestimuleerd worden. Het brede schoolconcept moet meer rendement opleveren.

De kwaliteit van het onderwijs is de eerste verantwoordelijkheid van de schoolorganisaties. De concurrentie om leerlingen tussen scholen proberen we terug te dringen. De keuzevrijheid van ouders respecteren we, maar we stimuleren wel dat ouders kiezen voor een school in hun eigen wijk. In het basisonderwijs kunnen scholen met behoud van identiteit veel meer samen doen. Waar dat kan wordt het brede school principe geïntroduceerd. Het onderwijs kan meer over de directe leefomgeving gaan. De kinderen zouden tijdens de lessen gestimuleerd kunnen worden om mee te denken over hun eigen leefomgeving en voorstellen te doen aan de wijktafels. De leerlingen kunnen gestimuleerd worden mee te doen aan discussies via jeugdpanels en mee kunnen denken aan concrete plannen in de stad. De leerkrachten zouden meer contact kunnen onderhouden met het wijknetwerk.

Andere aandachtspunten voor het onderwijs:

·       Te voet en per fiets naar school stimuleren door middel van veilige linten.

·       Preventief beleid stimuleren op het gebied van alcohol- en drugsgebruik, racisme, gezondheid, zwerfafval op schoolroutes.

·       Onderzoeken of de school in Sint Laurens een samenwerkingsschool kan worden (VCO-Archipel), zoals in Nieuw- en Sint Joosland. Dit onderzoek wordt gekoppeld aan de voorgenomen nieuwbouw van de school en de instroom van nieuwe inwoners in het dorp.

·       Onderzoek doen naar een vervanging / herschikking van (een deel van) de schoollocaties in Dauwendaele.

·       Stimuleren van verdergaande samenwerking of samengaan van Nehalennia en Scheldemond en samenwerking met de CSW om de kwaliteit van het onderwijs een impuls te geven.

·       Bevorderen van de bovenbouw van het technisch VMBO-onderwijs in Technum. Ook voor het overige beroepsonderwijs kan ingezet worden op gezamenlijk gebruik van gebouwen of vaklokalen binnen gebouwen bevorderen.

·       Roosevelt Academy (RA): doorontwikkeling van de RA is belangrijk. De bijdrage aan het fonds voor de RA is de laatste majeure bijdrage. Onderzoek naar een masteropleiding van de RA leidt nog tot een mogelijke betrokkenheid van de gemeente in huisvesting. Samenwerking tussen RA en HZ bevorderen.

·       Bezuinigen op het leerlingenvervoer: als mensen er voor kiezen hun kind buiten de eigen wijk naar school te laten gaan dan moeten ze de kosten daarvan, zoveel als wettelijk mogelijk is, zelf dragen.

Meer speelruimte in de wijk

Het speelruimtebeleid en de daarin opgenomen norm blijven uitgangspunt van beleid. De realisering van speelruimte, ravotbossen, speeltuinen dient met inspraak van kinderen te gebeuren. Initiatieven van bewoners voor nieuwe speelruimte of vervanging van bestaande worden aangemeld voor de wijkplannen.

Voorzieningen voor de jeugd

Aan de bestaande voorzieningen voor de jeugd wordt in 2010 door de inzet van Arduin een Cruyff-court in Middelburg-Zuid toegevoegd. In 2011 verwachten we de opening van het jeugdhonk in de Stromenwijk. De bestaande voorzieningen worden, wellicht met uitzondering van de Stadsring, op de huidige wijze in stand gehouden. De wens voor een nieuw jeugdhonk in Zuid blijft aanwezig maar kan gelet op de financiële situatie waarschijnlijk niet in de komende raadsperiode worden gerealiseerd.

Sport

De Sportnota is in 2009 vastgesteld en wordt uitgevoerd. Over de actiepunten in deze nota bestaat grote eenstemmigheid. Er is de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in sport en accommodaties. Besluiten met betrekking tot sportpark Vrijburg, de Voorborch en de Veerse Poort zijn in uitvoering dan wel in een vergevorderd stadium van voorbereiding. Een beperkt aantal extra actiepunten wordt toegevoegd:

·       Er wordt ingezet op het project 2010: jaar van de fiets.

·       Het probleem met het wetraveld op sportpark De Kruitmolen wordt opgelost en ook voor het capaciteitsprobleem wordt aan een oplossing gewerkt.

·       De gebruiksmogelijkheden van het sportpark te Arnemuiden worden vergroot door het omvormen van een natuurgrasveld in een kunststofveld.

·       Het jeugdsportfonds wordt uitgebreid met een jeugdcultuurpoot.

Ziekenhuis

De coalitie vindt dat bij de fusie van de ziekenhuizen de volgende uitgangspunten centraal moeten staan:

·       De kwaliteit van de zorg in Zeeland optimaliseren door samenwerking tussen de drie ziekenhuizen.

·       Bij fusie tussen de ziekenhuizen boven de Schelde is de door de Tweede Kamer unaniem aangenomen motie leidend. De strekking van die motie betreft de gegarandeerde bereikbaarheid van ziekenhuiszorg in Zeeland en het streven van het gefuseerde Admiraal de Ruyter Ziekenhuis naar een breed draagvlak in de regionale samenleving.

·       Aan de afspraak dat de uitvoering van het fusietraject begint met het investeren in de locatie Walcheren houden wij vast, zo lang dat niet (financieel en ruimtelijk) is zeker gesteld blijft het ongewenst dat taken en afdelingen worden overgeplaatst naar Goes.

·       Voordat in Goes geïnvesteerd gaat worden, moet opnieuw bezien worden of één centraal ziekenhuis op de Mortiere uiteindelijk toch niet tot een hogere en beter betaalbare kwaliteit van zorg zal leiden.

Hoofdstuk 4 De ondernemende gemeente

Middelburg is een stad met karakter. Dat komt door de monumenten, door het hoge voorzieningenniveau en het openstaan voor nieuwe ontwikkelingen. We zetten in op een goede balans tussen wonen, werken, vrije tijd en cultuur. De centrumfunctie van Middelburg wordt verder versterkt, door een origineel winkelaanbod, goede horeca, goed onderhoud van openbare ruimte en een duurzaam woonklimaat.


De Kwaliteitsatlas

De herijkte Kwaliteitsatlas is door de vorige raad vastgesteld en daarmee het uitgangspunt voor het beleid in de komende periode. De atlas vormt de basis voor de samenwerking tussen de coalitiepartners op ruimtelijk en sociaal beleid.

-        Tot 2020 is de Kwaliteitsatlas leidend.

-        Na 2020 is de atlas het kader, waarvan de verdere uitwerking afhangt van de toekomstige ontwikkelingen en de volgende herijking.

Woonvisie

De Woonvisie is geactualiseerd. Hierbij is rekening gehouden met de ontwikkelingen op de markt, de veranderende samenstelling van de bevolking en de economische ontwikkelingen. Het concept voor de woonvisie is gereed en zal in juni 2010 aan de raad worden aangeboden. Het accent van de woonvisie ligt in de meest optimale inzet van de bestaande woningvoorraad. Het nieuwbouwbeleid is aanvullend en zal vooral inspelen op de sterk veranderende leeftijd en samenstelling van de toekomstige huishoudens. We stemmen in met het streven van de provincie Zeeland om 70% in te breiden als de provincie ermee instemt dat de Mortiere wordt beschouwd als een inbreidingslocatie.

In de uitwerkingsplannen van de woonvisie wordt aan de hand van de meest recente analyses bepaald welke mix van woontypen en woonmilieus per plangebied worden gepland. De effecten van het nieuwbouwbeleid worden tweejaarlijks gemeten in de woonmonitor waarin periodiek ook verhuisketenonderzoek zal worden opgenomen.

Als definitie van het begrip “hoogbouw” wordt gehanteerd gebouwen met 7 of meer bouwlagen. Hoogbouw wordt terughoudend toegepast, afhankelijk van locatie en marktomstandigheden. Bij hoogbouw geldt de standaardeis dat parkeren onder het gebouw moet plaatsvinden en wordt gekeken naar meervoudig grondgebruik.

Woningbouwlocaties

Met betrekking tot de in de Kwaliteitsatlas genoemde woongebieden voor de periode tot 2020 wordt afhankelijk van de marktsituatie en financieringsmogelijkheden gekozen voor de volgende volgorde:

a)     Woonservicezones, Mortiere, Veerse Poort, Arduinterrein en volgende fase Hazenburg.

b)     Essenvelt en Noordweg (plan de Nood).

c)     Sint Laurens, waarbij overwogen wordt om niet in zuidwest te beginnen maar aan de oostzijde in combinatie met een nieuwe school, de woonservicezone en eventuele andere voorzieningen.

d)     Ramsburg.

Mortiere

Mortiere is een prachtige nieuwe wijk. Bij de realisering zijn er echter te veel problemen. Dat komt vooral doordat de aanleg en ook het beheer helemaal in handen zijn gelegd bij het consortium. Inmiddels zijn de economische omstandigheden in Nederland en de rest van de wereld flink veranderd. Dat heeft gevolgen. Het is noodzakelijk de oorspronkelijke plannen aan te passen. Ook raakt de realisatie vertraagd. Wij willen de volgende maatregelen nemen:

·       Bij het consortium aandringen op verdere verbetering van de communicatie en tot het nakomen van afspraken.

·       Er komt een wijktafel met deelname van het consortium.

·       De samenwerking met de wijkbeheergroep willen we versterken.

·       We geven meer aandacht aan de verkeersveiligheid.

·       Spoedige realisatie van het park, opruimen van de werkweg, aanleg van de bruggetjes, plaatsen van bomen en ander groen en het verder aanleggen van speelplekken.

·       Het beheer van openbaar gebied dat gereed is, zo mogelijk eerder overdragen aan de gemeente.

·       Blijven toezien dat de kwaliteitsambitie van de wijk niet aangetast wordt.

·       Zorgen dat de wijk geen eenzijdige opbouw krijgt, door ook woningen voor ouderen (met zorg), huurwoningen en goedkopere koopwoningen te laten bouwen, harmoniërend met de verschijningsvorm van de eerder gerealiseerde woningen.

·       We willen graag dat er voorzieningen komen in de wijk, zoals zorgkruispunt, huisarts, fysiotherapeut en dergelijke.

·       De afspraken over de kavel Bluesroute 128 blijven gehandhaafd: bij het ontwikkelen van bouwplannen blijft de bestaande groene omlijsting zoveel als mogelijk behouden.

Veerse Poort

Nu het sportpark Vrijburg aangelegd gaat worden en op de Voorborch een nieuwe sporthal gebouwd gaat worden kunnen de schetsen voor de afronding van de Veerse Poort weer uit de kast komen en met een klankbordgroep besproken worden om tot een definitief plan te komen. Uitgangspunt is dat er in dit plan een uitbreiding van de waterpartij moet komen, het ravotbosje gehandhaafd moet blijven en een vervanging voor het bestaande verharde veldje meegenomen moet worden.

Essenvelt

Op deze locatie worden voorbereiding getroffen voor het realiseren van een aantal woningen, inclusief de afronding van de wijk Reyershove. De ontsluiting van Essenvelt zal niet plaatsvinden via de Statenlaan of over de huidige Reijersweg, maar krijgt een eigen ontsluiting naar de Torenweg. De inpassing van die ontsluitingsweg sluit aan bij de afspraken die gemaakt zijn over de inrichting van de geledingszone tussen Vlissingen en Middelburg. De plannen worden flexibel uitgewerkt, zodat kan worden ingespeeld op ontwikkelingen op de markt.

Ramsburg

De gefaseerde doorontwikkeling van Ramsburg is een belangrijke prioriteit, waarbij de aanleg van de Oostperkweg de eerste stap is. Externe subsidies en fasering in de uitvoering van volgende fasen kunnen bijdragen aan een verantwoorde, stapsgewijze realisatie. Er wordt extra ingezet om subsidies voor de ontwikkeling van Ramsburg te verkrijgen. De volgende ISV-gelden zullen aan Ramsburg worden toegevoegd. Voor de verdere ontwikkeling van Ramsburg wordt gekozen voor een mix van (bestaande) van bedrijven (in sommige deelgebieden) en woningen. De realisering zal zeer geleidelijk moeten gebeuren, waarbij het tempo zal afhangen van gebieden met verdiencapaciteit, zoals de dijkzone. Bij de invulling van de dijkzone zal er geen bebouwing óp de dijk langs het kanaal zijn, wel achter de dijk (hoogbouw is daar acceptabel).

Om Ramsburg aan te hechten aan de stad en de relatie met Ramsburg (noordzijde kanaal) en Dauwendaele en Mortiere (zuidzijde kanaal) logisch te maken, is een fiets- en voetgangersbrug gepland. Afgesproken wordt om de financiële reservering van de brug geoormerkt in de algemene reserve te storten (ter verbetering van het weerstandsvermogen) en pas uit te nemen op het moment dat er bebouwing op Ramsburg wordt gerealiseerd. Dan heeft de brug een verbindende functie en wordt nut en noodzaak van de brug evident.

Herstructurering / project visievorming Dauwendaele

De herstructureringsplannen voor de Stromenwijk worden verder uitgevoerd. Ten aanzien van Nieuw-Middelburg werkt de gemeente nauw samen met Woongoed en andere maatschappelijke organisaties in het project “schatgraven”. Op korte termijn zijn er geen financiële middelen om een nieuw grootschalig herstructureringsproject op te pakken. De volgende tranche ISV middelen zal vanaf 2014 slechts een bescheiden stap mogelijk maken. Desondanks wil de coalitie een langetermijnvisie opstellen voor de wijk Dauwendaele, waarbij de relatie met de Mortiere wordt meegenomen. Voor deze visieontwikkeling komt een aparte projectstructuur.

Economische ontwikkeling

De coalitie wil de werkgelegenheid, ook in de regio (bv. Vlissingen-Oost) stimuleren. Dat doen we door goede randvoorwaarden en een stimulerend vestigingsbeleid voor bedrijven te bieden. Middelburg blijft als centrumstad van Zeeland dé locatie voor overheidsdiensten, kantoren en regionale vestigingen. De coalitie heeft de volgende actiepunten benoemd:

·       De gemeente investeert in promotie en acquisitie.

·       De gemeente blijft aandeelhouder van NV Economisch Impuls en werkt samen voor stimulering van initiatieven in de gemeente.

·       Blijven inzetten op startersbeleid, inzetten op incubatorproject, planologische mogelijkheden voor een bedrijf aan huis, meer voorlichting over ondernemersplannen en subsidie voor het opstellen daarvan. Goed advies, één loket, starterscoach.

·       Herstructureren van Arnestein.

·       Inzetten op verwerven van Europese en nationale subsidies.

·       Versterken van Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid.

·       Waar mogelijk naar voren halen van investeringen om de gevolgen van de crisis tegen te gaan.

·       In het aanbestedingsbeleid meer ruimte bieden aan (combinaties van) lokale en regionale bedrijven.

·       Inzetten om nog een hotel in de binnenstad te krijgen.

·       Koppeling tot stand brengen van bedrijfsleven, onderwijs en arbeidsmarktbeleid. Dit samen met NV Economische Impuls.

·       Hardheidsclausules in de vergunningverlening en handhaving.

·       Zondagsopenstelling op de Mortiereboulevard gelijkstellen aan de openstelling op ZEP.

Toerisme en recreatie

De coalitie heeft de volgende actiepunten benoemd:

·       Toeristische ontwikkeling van Middelburg stimuleren.

·       Opstellen actieplan havengebied voor een kwaliteitsimpuls watersport en haveninfrastructuur en daar zoveel mogelijk de huidige verenigingen / exploitanten ruimte bieden om een rol te spelen in de vernieuwing / verbetering van het product watersport.

·       Stadspromotie in samenhang brengen met het evenementenbeleid en daarbij uitgaan van het cultureel profiel.

·       Verder versterken van riviercruisevaart met de bijbehorende kadefaciliteiten en gastheerschap.

·       ZEP als toeristisch centrum versterken en verder profileren in de vrijetijdssector, inclusief een Music-hall en een voetbalveld.

·       Camperplaatsen realiseren, onderzoek doen naar geschikte locaties.

·       Doorstart stadscamping procedureel ondersteunen. 

Binnenstad

De coalitie wil Middelburg de komende periode versterken als regionaal en toeristisch koopcentrum. De visie van de coalitie op de ontwikkeling en kwaliteit van de binnenstad heeft de volgende actiepunten:

·       Onderscheidend en divers winkelaanbod, ook indien nodig beperkte uitbreiding van de aanlooproute naar het kernwinkelgebied. Versterken van de detailhandelstructuur.

·       De gemeente werkt mee aan het gezamenlijke initiatief van de ondernemers om Middelburg in aanmerking te laten komen voor het predicaat “beste binnenstad van Nederland”.

·       Inzetten op citymanagement samen met de ondernemers.

·       Versterken van de centrumfunctie van Middelburg. Mogelijkheden van gebruik van winkelruimte op de eerste verdieping, overigens in combinatie met bevorderen van wonen boven winkels. Dat maakt de binnenstad leefbaar, aantrekkelijk en veilig.

·       Versterken van kwaliteit en uitstraling van de binnenstad door de pleinenvisie verder uit te voeren. Op Plein 1940 wordt maximaal een gedeeltelijke bebouwing gerealiseerd, indien dat exploitabel is zonder risico voor de gemeente. De visie voor plein 1940 heeft de steun van de binnenstadsondernemers nodig. Aandacht voor de kwaliteit van alle pleinen blijft noodzakelijk. Na voltooiing van de eerste stap wordt de pleinenvisie nog verder uitgewerkt.

·       De stad wordt duurzaam en kwalitatief mooi verlicht. De kwaliteit van de binnenstad wordt mede verbeterd door uitvoering van het lichtplan. We gaan daarvoor een betere uitstraling, een logische structuur en aanlichting van bijzondere gebouwen in led-verlichting doorvoeren.

·       De binnenstad krijgt een betere en meer uniforme toeristische bewegwijzering.

·       Het horecabeleid wordt bijgesteld in relatie tot de herziening van het bestemmingsplan binnenstad.

·       Duidelijke afspraken over schoonhouden na evenementen.

Mobiliteit

·       Meer toepassen van het principe van “shared space” [1] in het verkeersbeleid.

·       Voorstellen tot het (samen met bewoners) opsporen en weghalen van overbodige verkeersborden en efficiënter maken van fiets- en looproutes, ook voor mensen met een handicap.

·       Verbeteren van het fietsparkeren in de binnenstad in relatie met het pleinenplan; de handhaving op fietsparkeren intensiveren.

De coalitie kiest voor het geleidelijk autoluwer maken van de binnenstad. Het parkeerbeleid vormt daarin een belangrijk instrument. Wij kiezen daarvoor de volgende maatregelen:

·       Het maaiveldparkeren in de binnenstad is primair bestemd voor bewoners en bedrijven van de binnenstad en voor kortdurend bezoek door andere bezoekers van de stad. Tarieven als een van de sturingsinstrumenten inzetten.

·       Bezoekers opvangen aan de randen van de binnenstad door voldoende en goede parkeerfaciliteiten, eventueel met vervolgtransport.

·       Het zoekverkeer en sluipverkeer beperken in binnenstad en/of wijken door het invoeren van een parkeerverwijssysteem, afgestemd op de nieuwe N57.

·       Parkeersituatie in de Magistraatwijk rondom het winkelcentrum en het Palet verbeteren.

·       Goede voorzieningen voor werkers van buiten de stad. Daarvoor wijzen wij onder andere ook de toekomstig parkeervoorziening onder het theater aan. Daarmee wordt het zoekgedrag gedurende de dag beperkt.

·       Invoeren van betaald parkeren tot 21.00 uur.

·       Onderzoeken van avond-, nacht-, weekend- en zondagstarieven voor de parkeergarages en van de effecten daarvan.

·       Handhaven van het blauwezonebeleid en verbeterpunten bezien.

·       Na opening van het aquaduct is de stationsbrug bestemd voor fietsers, voetgangers en lijnbussen.

·       Bij de provincie aandringen op een definitieve busverbinding met ZEP, ROC, Woonboulevard en het toekomstige ziekenhuis.

·       Bij de provincie aandringen op integratie van openbaar en Wmo-vervoer.

·       Betere verkeersafwikkeling Edelstenenbuurt en NS Station.

·       Openbaar toegankelijk houden van NS-tunnel.

·       Verbeteren verkeersveiligheid Sportlaan en Nassaulaan.

Uit onderzoek en mede omdat de parkeerinkomsten teruglopen wordt de conclusie getrokken dat er in principe voldoende parkeerplaatsen zijn. Door de komst van de N57 zal de parkeerbehoefte verschuiven naar de oostkant van de stad. Financieel is het niet verantwoord om dure gebouwde parkeervoorzieningen te maken aan de oostkant van de stad. Daarom kiezen we voor parkeervoorzieningen op maaiveld aan de Rotterdamsekaai en/of op Ramsburg. Daaraan koppelen we de volgende verkeersmaatregelen:

·       de Kaaienroute omvormen tot 30 km route met een verbod voor vrachtverkeer en veiliger fiets- en wandelroutes, ook bij de Beatrixbrug.

·       Omdraaien van het eenrichtingsverkeer in de Molstraat en Koepoortstraat en de gevolgen daarvan voor de verkeerscirculatie voor de omgeving nader bezien.

·       Het plan voor “Veilige linten” stapsgewijs uitvoeren in overleg met de verkeerswerkgroepen en overige belangengroepen.

·       Parkeeroverlast van vrachtwagens op bedrijfsterreinen verder terugdringen door de parkeerhandhaving op de openbare weg te intensiveren.

Stationsgebied

Stationsgebied-oost is afgerond. Het financiële risico ten aanzien van de damwand is bekend.

Op Stationsgebied-west wordt nu een tijdelijke parkeerplaats aangelegd. Het oorspronkelijke plan voor wonen en kantoren is van tafel. Onderzocht wordt of daar nieuwe woongebouwen, kantoren of andere levendige functies gerealiseerd kunnen worden. Als het nog lang duurt voor het gebied kan worden ontwikkeld is het wellicht nodig om het tekort op voorhand af te boeken. Daardoor ontstaat de ruimte om nieuwe ontwikkelingen op die locatie mogelijk te maken. De relatie met BAM (recht op ontwikkelen) moet nader bestudeerd worden.

Coffeeshops

De vorige raad heeft een besluit genomen over het uitgeven van een nieuwe vergunning voor een coffeeshop. De coalitiepartijen zijn over dit onderwerp verdeeld: het CDA blijft voor de nuloptie. Afgesproken wordt om de verdere besluitvorming als vrije kwestie aan te merken. De locatiekeuze wordt als niet-ideaal gezien. PvdA, LPM en VVD zullen voor 1 juli 2010 bezien of er een andere locatie aan de raad kan worden voorgesteld. Hierbij wordt vastgehouden aan de voorkeur van de raad voor een niet-commerciële exploitatie met een strenge toegangscontrole, uitsluitend toegankelijk voor lokale gebruikers met frequente politiecontrole en sociale controle. De coalitie zet extra in op preventiebeleid van alcohol en drugs en een stevig handhavingsbeleid op illegaal dealen en harddrugs.

Molenwaterpark

Het raadsbesluit van 1 juli 2008 wordt uitgevoerd. Er komt een Molenwaterpark waarin de bestaande schouwburg wordt vervangen door een nieuw theater. Bij die uitvoering zijn de uitgangspunten zoals aangegeven in de memo die aan de raadscommissie Ruimte in december 2009 is aangeboden leidend. De parkeerplaatsen komen zoveel mogelijk onder het gebouw. Financieel wordt op de exploitatielasten gestuurd. Dat wil zeggen dat wordt gestuurd op de kapitaallasten, op het beperken van energielasten, beperken van exploitatierisico’s, afstemming met de nog tot ontwikkeling te brengen Music-hall in ZEP, met verzelfstandiging van de horeca, met ticketverkoop op Zeeuwse niveau en met verdere samenwerking in de programmering van podia in Zeeland. Na contractvorming met het geselecteerde architectenduo (waarbij aangedrongen zal worden om ook Zeeuwse vormgevers te betrekken), zal het proces als volgt worden ingezet:

a)     Op basis van het vastgestelde programma van eisen bepalen van het oppervlak van de footprint van het theater;

b)     Gegeven die oppervlakte zoeken naar de meest optimale locatie voor het theater;

c)     Na keuze van die locatie start het ontwerpen van het Molenwaterpark en het voorlopig ontwerp voor het theater;

d)     Planologische procedure voor de aanleg van het parkdeel dat niet nodig is als bouwplaats voor het theater en aansluitend aanleg van het parkdeel;

e)     Planologische procedure voor de bouw van het theater;

f)      Afweging maken wanneer het krediet voor de realisering van het theater wordt gevraagd en de aanbesteding van het theater en de afbouw van het park wordt gestart.

Bij die laatste afweging spelen de volgende factoren een rol:

·       Bezuinigingsmogelijkheden door middel van uitstel.

·       Voordelen te behalen bij een snelle aanbesteding als gevolg van werkhonger in de bouw.

·       Extra kosten aan het in stand houden van het bestaande theater.

·       Werkgelegenheidseffecten van het naar voren halen van de bouw, waarvoor in de aanbesteding dan de voorwaarde moet worden opgenomen van inschakeling van regionale onderaannemers en toeleveranciers.

Bouwput Zuidsingel

Dit probleem moet zo snel mogelijk worden opgelost. De afgelopen jaren is veel gebeurd ten aanzien van de bouwput, zoals de keuze van een ontwikkelaar, het stabiliseren van de bouwput door het storten van twee lagen beton, het ontwikkelen van woningbouwplannen en het starten van een bestemmingsplanprocedure die op dit moment nog loopt. Omdat er zienswijzen zijn ingediend en verwacht wordt dat er ook verder zal worden geprocedeerd kunnen de geplande woningen nog niet in de verkoop worden gebracht. Als na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan blijkt dat verkoop van de geplande appartementen moeizaam verloopt zal gekeken worden naar alternatieve woningtypen. Lopende de procedure worden verschillende alternatieve woningtypen onderzocht die binnen het in procedure gebrachte bestemmingsplan passen.

Ook is er veel inzet gepleegd om de financiële gevolgen van de bouwputproblemen te verhalen op de adviseurs en de aannemer. De afloop van deze procedures is nog ongewis. Indien nodig kan een deel van de schade-uitkering aangewend worden om te schakelen naar goedkopere woningtypen.

Er volgt een onderzoek naar de oorzaak van de bouwputproblematiek, na afhandeling van de schadeclaims.

Cultuur

Middelburg is een levendige monumentenstad, die de uitstraling van het historische en het hedendaagse verbindt. Naast de historische gebouwen, musea en expositieruimtes biedt Middelburg ook podia voor theater, muziek en film. Van oudsher zijn er de schouwburg en de concert- en gehoorzaal. Het podium De Spot is specifiek voor de jongeren.

·       Intensieve samenwerking en herschikking van kunst- en culturele instellingen, instituten voor de kunsteducatie, Zeeuwse bibliotheek en het unieke particulier circuit op het gebied van de beeldende Kunst. BackOffice van deze organisaties samenvoegen.

·       Voor de huisvesting van het filmhuis in de Schuttershof is een bedrag van € 50.000 beschikbaar.

·       Kloveniersdoelen wordt gebruikt voor een culturele invulling.

·       Toegepaste kunst verdient een plaats bij aanbesteding van nieuwe publieke bouwwerken. Hierbij dienen we de lokale en regionale kunstenaars te betrekken en kansen te bieden.

·       Kunst in de openbare ruimte verdient een vaste plek in de wijk. Betrokkenheid van bewoners dienen we hierin te vergroten om dit goed te realiseren.

·       Kunsteducatie blijvend ondersteunen. Dit om kennis en belangstelling voor kunst en cultuur te stimuleren. In samenwerking met onderwijs- en kunstinstellingen.

·       Het cultureel ondernemerschap versterken en initiëren. Hierbij kijken we ook heel duidelijk naar de ontwikkeling van de kunst en cultuurroute.

·       De gemeente faciliteert initiatieven om tot een culturele denktank te komen.

Hoofdstuk 5 De duurzame gemeente

Middelburg is onderscheidend op gebied van wonen, werken en recreëren, en wil deze functies harmonieus combineren. Dat betekent ook dat we behoedzaam omgaan met onze omgeving en invulling geven aan het begrip duurzaamheid, vanuit verschillende gezichtspunten. Leidend daarbij is de Middelburgse Visie Milieu die is vastgesteld door de raad voor de periode 2008-2012. In de komende periode wordt een hernieuwde versie aan de raad voorgelegd.


Duurzame overheid

·       De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door het voeren van een energiezuinige huishouding (bouwen, groene stroom, schoon wagenpark).

·       Zorgvuldig ruimtegebruik, maar ook maatregelen in energieopwekking, besparing van energieverlies en zoveel mogelijk gebruik van duurzame energiebronnen.

·       In de prestatieafspraken met Woongoed worden nadere afspraken gemaakt over het investeringsbedrag van € 30 miljoen in energiebesparende maatregelen in de huursector. De eerste projecten betreffen Nieuw-Middelburg en de bomenbuurt.

·       Aandacht voor verlichting, waar kunnen we toe met minder straatverlichting, gefaseerde vervanging straatverlichting door LED.

Duurzaam bouwen

We willen de beschikbare ruimte in Middelburg behouden en versterken door efficiënt en zorgvuldig ruimtegebruik, zowel binnen de bebouwde kom als daarbuiten, mede ook door daarover afspraken te maken met omliggende gemeenten.

·       Verduurzamen van de bestaande woningvoorraad in samenwerking met Woongoed.

·       Bij nieuwbouw wordt duurzaamheid en energieprestatie als uitgangspunt genomen.

·       Bij inbreiding bestaand groen zoveel mogelijk behouden.

·       Verduurzamen monumenten (zonnepanelen, isolerende beglazing en dak- en binnengevelisolatie).

Duurzame mobiliteit

Autoverkeer zorgt in toenemende mate voor overlast, met name in de binnenstad, verslechtering van de luchtkwaliteit op de drukke straten, geluidsoverlast en onveiligheid voor spelende kinderen en kwetsbare verkeersgebruikers. De korte afstanden binnen onze stad en de wijken kunnen vaak per fiets sneller en schoner worden afgelegd.

·       Bevorderen van fietsverkeer door snelle en veilige fietsroutes tussen wijken en binnenstad.

·       Goede infrastructuur voor fietsers, fietsstallingen in de binnenstad op logische plaatsen.

·       Geef bij de bouw van nieuwe sportinrichtingen en dergelijke voorrang aan goede bereikbaarheid voor fietsers.

·       Intensief autoverkeer vermijden in woongebieden.

·       De gemeente bevordert het gebruik van schone en veilige voertuigen door bedrijven en bewoners en geeft daarbij zelf het goede voorbeeld.

Duurzaam waterbeheer

Alom wordt aandacht gevraagd voor goed waterbeheer, om de gevolgen van klimaatverandering, bodemdaling en stijging van de zeespiegel op te vangen. 

·       We ontwikkelen plannen voor gescheiden wateropvangsystemen waardoor de vuilwaterafvoer niet verder wordt overbelast, en kwaliteit van oppervlaktewater niet verder wordt aangetast.

·       Beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

·       Water als ordenend principe bij ruimtelijke ordening en bouwplannen nieuwe wijken.

Duurzaam groen

Middelburg wordt rondom begrensd door het nationaal landschap. Daarom willen we extra aandacht besteden aan de overgang van de stad naar het landschap en aan de groene geledingen tussen de stad en de dorpen. Die kwaliteit van groenstructuren is belangrijk voor een goede beleving van het landschap, voor een prettig woonklimaat. Het biedt kansen om het woonklimaat van Middelburg te verrijken. De coalitie wil de beleving van het landschap op de volgende wijze bevorderen.

·       Groene longen blijven in principe groen.

·       De landschappelijke kwaliteiten in de stad blijven belangrijk: de bolwerken vormen de sterkste structuur. Daar kan een beeldenroute worden gerealiseerd – als tentoonstelling of met een meer permanent karakter – waardoor de combinatie natuur en cultuur extra kwaliteit aan dat gebied geeft.

·       Groene geledingen tussen woonwijken blijven uitgangspunt.

·       Realiseren van groen voor alle generaties.

·       Er komt meer groen in Middelburg. Dit gebeurt door een gericht aanplantbeleid. Het rooien van bomen wordt zoveel mogelijk beperkt. De herplantnorm wordt waar mogelijk verhoogd.

·       Met name in de binnenstad worden meer bomen aangeplant, aan de hand van het bomenplan.

·       Wandel- en fietspaden in het buitengebied worden aangelegd, als daarvoor externe subsidies worden verkregen.

·       Ontwikkel een aaneengesloten en landschappelijke structuur, bomenrijen, poelen, natte graslanden, bermen en bospercelen, afhankelijk van de aanwezige landschapstypen. De basis hiervoor wordt gevormd door het opstellen, respectievelijk uitvoeren van een gemeentelijke landschapsvisie.

·       Ondersteun lokale initiatieven die onderlinge verbanden tussen landbouw, natuur en bewoners waarderen.

·       Het aanleggen van ommetjes bij dorpen (opgenomen in dorpsplannen).

·       Bloeiende akkerranden nog meer benutten als zones voor meer biodiversiteit.

·       Versterken van het wandelroutenetwerk op Walcheren door routes met elkaar te verbinden.

·       Wijkbeheergroepen stimuleren om met de bewoners extra aandacht te geven aan het planten van struiken, bomen of bloembollen voor de gevels. Informeer burgers hoe ze door de inrichting van de eigen tuin kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.

·       Stimuleer toepassing van groene dakterrassen c.q. groene daken.

·       Belvedère project: inpassing in Sint Laurens en Nieuw en Sint Joosland naar de dorpse schaal; tempo van uitvoering is afhankelijk van externe subsidies.

·       Nieuwe initiatieven ondersteunen: boerencampings, theeschenkerijen, kinderopvang op de boerderij, educatie, verkoop van Zeeuwse producten.



[1] Shared Space door het weghalen van aanwijzingen voor de automobilist wordt het straatbeeld onoverzichtelijker en neemt de subjectieve veiligheid  af. Omdat er geen voorschriften zijn over het gebruik is dat een extra stimulans voor de automobilist om voorzichtiger te gaan rijden en neemt de veiligheid hierdoor juist toe. Uit onderzoek blijkt dat met deze strategie het aantal ongelukken afneemt.


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4