Wij willen niet terug naar vroeger, wel zoeken we naar wegen deze behoefte aan
betrokkenheid opnieuw in te kaderen binnen ons samen-leven. De overheid
ondersteunt dat vooral door uitvoering te geven aan de Wet Maatschappelijke
Ondersteuning (Wmo). Daar waar buren, buurtbewoners behoefte eraan hebben, daar mag de gemeente meer
investeren in leefbaarheid. Leefbaarheid heeft een prominente plaats in het
eerste prestatieveld van de Wmo: “het bevorderen van de sociale samenhang in en
leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten”. Wij willen de verbondenheid in wijken, dorpen, in de stad versterken. Dit door
in wijken vanuit de wijkplannen plannen voor Buurtbetrokkenheid te ontwikkelen
met als doel : een optimalisatie van de sociale activering in en met wijk, door
en voor wijkbewoners. Buurtbetrokkenheid is voor ons de volgende ontwikkelstap van de wijkplannen en
dient dus vanuit de wijken/dorpen gestalte te krijgen. In ons voorstel gaan wijkbewoners (nog meer dan nu) met elkaar bespreken op
welke manier de sociale samenhang in de wijk/dorp verbeterd kan worden. Deze
besprekingen kunnen leiden tot concrete voorstellen vanuit de wijk/dorp zoals
bijvoorbeeld: culturele wijkinitiatieven, initiatieven die het veiligheidsgevoel
verbeteren, schoon houden van de buurt, samen werken aan goede speelplekken,
wellicht het opstellen van straatregels, een straatfeest, aanbieden van hand-
en spandiensten op buurtniveau of een straatspeeldag samen met de school, die
immers het hart van de wijk is. Initiatieven vanuit bewoners gaan we sterk ondersteunen, niet door deze van
overheidswege over te nemen, niet door welzijnswerkers alles te laten regelen,
niet door het bouwen van een wijk-welzijns-instituut, maar door verantwoording
dichtbij de inwoners te leggen, door ze ruimte te geven om de sluimerende
onderlinge betrokkenheid meer te laten zien aan elkaar, door de burgers daartoe
te faciliteren. De Wmo biedt
hiertoe een belangrijk wettelijk- en financieel kader.Dingen voor elkaar doen en onderlinge betrokkenheid, dat was
vroeger vanzelfsprekender dan tegenwoordig. We zijn meer op onszelf gericht
geworden en hebben het druk. Meer en meer proeven we als CDA-fractie in ons
contacten met Middelburgers een behoefte aan een grotere betrokkenheid onder
elkaar. Wij willen het klimaat van onderlinge betrokkenheid in wijken en dorpen
versterken.