Mijn vrouw gaat geregeld naar de kerk. Veel meer dan ik. Ik ben een selectieve kerkganger. Ik ga sowieso niet tijdens de hoogtijdagen, dat vind ik hypocriet, ik ga niet naar elke voorganger en niet naar elke kerk. Mijn vrouw gaat naar de st. Stevenskerk, naar de oecumenische diensten. Als kleindochter van een Nijmeegse dominee (Luijendijk) gaat ze veel trouwer dan ik. Ik ben van huis uit katholiek.
In het maandblad van het Oecumenisch City Pastoraat, OCP (maart 2010) lees ik een mooi artikel van Ton Nuij. Hij beschrijft daarin dat het ‘vasten’ niet een kwestie is van geheelonthouding op allerlei gebied. Een pak van mijn hart denk ik… wat heb ik deze veertig dagen weer gezondigd.
Pater Ton Nuij schrijft heel mooi over het hoe en waarom van de vastentijd. Het is een tijd van bezinning, nadenken over wie je bent, wat je doet, waarom je het doet. Kortom, inkeer is het kernbegrip tijdens de vastentijd. Daarvoor ‘moet’ de katholiek wel rust en stilte hebben. De protestant denkt daar anders over, zo is de boodschap van Nuij, daar is veel meer tijd voor het woord en wordt er volop gepraat vóór de dienst.
Het respect dat de woorden van Ton Nuij bij me oproept, is er een van het hoogste niveau. Nuij gaat in het artikel op zoek naar de ontmoeting, naar de overeenkomst. Hij brengt mensen bij elkaar en hoopt dat er een verbinding ontstaat door elkaar te begrijpen.
Ik begrijp het linkse college in Nijmegen niet, misschien de politiek wel niet. Hoe kun je het toestaan dat er een kermis is tijdens het paasweekend? Veel christenen zijn net bekomen van de Goede Vrijdag, de vrijdag waar Jezus aan het kruis stierf. Hij is nog maar net naar het graf gedragen en de kermis barst lost. De gemeente toont hiermee een enorm respect voor de christelijke gemeenschap. Ik stel voor dat we tijdens de ramadan alle kinderen op school een snoepje of een uitgebreid ontbijt geven na zonsopgang. Laten we volgend jaar tijdens de ramadan een project starten over gezond ontbijten op school! Ik ben benieuwd hoe we dan als “Havanna aan de Waal” in het nieuws komen.
Schijnbaar is het normaal om steeds meer afstand te nemen van het christendom. Sterker nog, je hoeft er geen respect meer voor te hebben. Natuurlijk is dat, zeker gezien de recente publicaties uit de katholieke kerk, ook begrijpelijk. Een pastoor die een homoseksuele prins carnaval weigert uit te nodigen aan de tafel. Katholieke broeders die kinderen jaren misbruiken en een paus die nou niet bepaald berouw toont van hetgeen er gebeurd is en, sterker nog, de homo’s nog steeds weigert uit MIJN kerk.
Kan dat dan nog wel MIJN kerk zijn? Dat is het dilemma. NEE is nu het antwoord. Daarom ga ik zo af en toe met mijn vrouw mee naar een oecumenische dienst. Daarom vind ik het prima dat mijn kinderen in die kerk af en toe een stukje van hun opvoeding krijgen. Die kerk heeft het over ontmoeting, daar wordt met en over mensen gesproken en niet over een instituut. De mensen aldaar hebben een eigen manier gevonden om hun C in te vullen. Een van de belangrijkste regels bij die invulling is dat er geen kaders bestaan, dat je dat op je ‘eigenwijze’ kunt doen. Dat vraagt om vertrouwen, dat is pas respect. Veel meer dan die kermis op de Waalkade in het paasweekend. Veel meer dan die broodmaaltijd tijdens de ramadan na zonsopgang.
Onze maatschappij staat voor een enorme uitdaging de komende jaren. Hoe creëren we een samenleving waar oprecht respect is voor elkaar en niet een opgelegd “Hollands sociaal wenselijk begrip”? Wanneer gaan we elkaar net zo als Ton Nuij schrijft écht ontmoeten?