Speerpunten programma 2010
1. SAMENLEVING Het CDA stelt verantwoordelijkheid voor de burger binnen een respectvolle samenleving centraal. Oisterwijk is een levendige Brabantse gemeente met drie zelfbewuste kernen die elk op zijn eigen manier inhoud geven aan de samenleving. Dat willen we koesteren en inzetten; dit betekent :
- plaats voor jong & oud; jongeren ontwikkelen zich in een omgeving die normen en waarden overdraagt; ouderen blijven daarin lang actief; vrijwilligers en mantelzorgers worden bijzonder gewaardeerd; financiële middelen worden met name op jong en oud gericht; voor de actieve generaties wordt het maatschappelijk middenveld gefaciliteerd;
- jongeren worden aangezet tot verantwoordelijkheid door maatschappelijke stages; de gemeente heeft daarbij een belangrijke regierol;
- centra voor jeugd en gezin dragen bij aan een geborgen leefomgeving; de gemeente stimuleert en betrekt het maatschappelijk middenveld bij de belangrijke rol van gezinnen;
- in een gezonde samenleving komen mensen tot hun recht; partnerschappen en acties gericht op gezondheid worden gestimuleerd;
- de WMO wordt maximaal benut voor behoeften van individuen en samenlevingen.
2. ONDERWIJS Investeren in onderwijs is een verantwoordelijkheid van ouders, leerkrachten en maatschappelijke organisaties samen. Er moet nu hard gewerkt worden om in hoog tempo passende gebouwen als ‘brede scholen’ te realiseren, die de samenleving (de buurt) ook buiten het directe onderwijs, ten dienste staan met zorg- en wijkfuncties. De gemeente voert regie, zorgt voor continuïteit in het proces en voor financiën. Dit betekent:
- organisatie van activiteiten, zoals buitenschoolse opvang, die daarop aansluit onder optimale voorwaarden, in goed overleg met het onderwijsveld;
- organisatie van wijk- of buurtactiviteiten door bewoners en op basis van behoefte en betrokkenheid en inbreng van maatschappelijke partners;
- financiële haalbaarheid bezien op basis van de drieslag (a) noodzakelijke voorwaarden, (b) zinnige wensen en (c) aantrekkelijke extra voorzieningen; de gemeente zet in op (a) en (b) en zoekt actief mee naar subsidies, combinaties en partnerschappen voor (c).
3. DUURZAAMHEID is voorwaarde voor een toekomstgerichte samenleving en wordt zichtbaar in de leefbaarheid van kernen en wijken. Dit betekent:
- verkeer beperken waar dat kan en vlot afwikkelen, waar dat moet;
- zichtbare inzet op het milieu, de natuur en het landschap om ons heen, met name door samenwerking met waterschap en natuurbeheerders (o.a. bij herinrichting Reusel);
- betrekken van burgers en maatschappelijk middenveld daarbij en inzet van onderwijs en nieuwe informatiekanalen voor tweerichtingenverkeer hierover tussen burger en gemeente;
- verder ontwikkelen van het instrument duurzaamheidsbalans.
4. WONEN & WERKEN : stoelt op duurzaamheid en moet daarom evenwichtig worden opgezet. Huizen en bedrijven worden op landschappelijk aantrekkelijke manier gegroepeerd; zwakke punten uit het verleden worden geleidelijk weggewerkt. Dit houdt in:
- sociale woningbouw en betaalbare koopwoningen voor starters en senioren, in goede relatie met de woonstichting(en);
- gefaseerde ontwikkeling van het KVL-terrein;
- verantwoorde ontwikkeling van het buitengebied, met name van LOG Molenakkers, met behoud van leefbaarheid van de omgeving.
5. RECREATIE & TOERISME zijn belangrijke aspecten van de gezonde samenleving; daarnaast is het toerisme voor samenleving en gemeente een belangrijke bron van inkomsten.
Vrijwilligers en hun organisaties uit het maatschappelijk middenveld zijn daarbij onmisbaar; zij dragen met de gemeente de verantwoordelijkheid voor opbouw van een sociale, gezonde samenleving en voor goed milieubeheer. Daarom wordt ingezet op:
- behoud en waar financieel mogelijk, uitbreiding van sportfaciliteiten; extra aandacht voor sporten door de jeugd en voor het actief blijven van ouderen (bijv. met fietsen);
- uitstralen van duurzaamheid en respect voor het milieu in het gemeentelijk handelen; de gemeente moet ook zichtbaar ‘parel in het groen’ zijn;
- steun aan partnerschappen met maatschappelijke organisaties in het milieubeheer;
- stimuleren van ondernemerschap in toerisme door vereenvoudiging van regelgeving, samen met duidelijkheid in handhaving (geen gedoogsituaties meer);
- creatief oplossingen zoeken voor landschap en veilig verkeer bij de Heusdensebaan;
- doorgaan met het fietspad Haghorst - Moergestel
6. VEILIGHEID : bij burgers is het bewustzijn van veiligheid onder druk komen te staan; ook op gemeentelijk niveau moet aan verbetering worden gewerkt, met name door:
- verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de politie; bureau in Oisterwijk behouden;
- extra aandacht voor de functie van de wijkagent; goede samenwerking met maatschappelijke initiatieven;
- goede bereikbaarheid en blijvende plaatselijke betrokkenheid bij de brandweer;
- herkenbare inzet op preventie van criminaliteit en goede uitleg, o.a. door moderne communicatie in twee richtingen!
- zorgen over (openbaar) drank- en drugsgebruik, met name onder de jeugd, omzetten in actieve voorlichting en preventieve maatregelen, o.a. via scholen en wijkcentra.
7. OVERHEID & BURGERSCHAP Voor de burger is de gemeente de meest nabije en directe democratie; dit stelt hoge eisen aan de gemeentelijke overheid, als volgt:
- de gemeente moet dienstbaar en gezaghebbend zijn, integer en efficiënt;
- de gemeente maakt zich toegankelijk zijn en is bereid tot dialoog, met name ook door moderne communicatiemiddelen;
- de gemeente zal zich in het bijzonder moeten inspannen om de belanghebbende burger te betrekken bij besluiten die haar of hem aangaan;
- de gemeenteraad moet aan gelijksoortige eisen van toegankelijkheid en bereidheid tot dialoog, voldoen;
- in deze tijden van crisis en minder financiële middelen, wordt lastenverzwaring voor de burger, slechts als laatste maatregel overwogen voor de meest urgente verplichtingen;
- daarom moet worden ingezet op ‘slimme’ financiering, o.a. door veel aandacht voor subsidiemogelijkheden en door het aangaan of stimuleren van partnerschappen, zowel tussen gemeenten (voor efficiënte inzet op bestuurlijke taken) als met semi-overheid, commerciële en maatschappelijke organisaties, voor andere gemeenschappelijke belangen (te denken valt aan natuurbeheer, beheer van gebouwen, verzorgen van sociale taken, enz.);
- goed rentmeesterschap vereist dat financiële lasten niet worden afgewenteld op volgende generaties.