Het bestuur van de gemeente Oldebroek verandert, stap voor stap. In de raadsvergadering van de gemeente Oldebroek is daarvoor deze week een belangrijke stap gezet. De inwoners worden intensiever bij nieuwe plannen betrokken, de gemeenteraad gaat anders werken en de verhouding tussen raad en college verschuift. En de afstand tussen gemeente en inwoners moet kleiner worden: de gemeente moet meer het gemeentehuis uit!
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen jaar maakten de kiezers duidelijk, dat er wat moest gebeuren aan de wijze waarop de gemeente werd bestuurd. Bij de vorming van het nieuwe college heeft het CDA daar ook sterk op ingezet en in het coalitieakkoord is dit een hoofdpunt geworden. De motor achter de bestuurlijke vernieuwing zijn de snelle veranderingen in de maatschappij: mensen worden mondiger en willen weten wat er gebeurt met onderwerpen waar ze direct bij betrokken zijn. Ook de positie van de gemeente is sterk veranderd: de gemeente bepaalt niet meer alleen welke ontwikkelingen goed zijn. Daarvoor zijn communicatie, overleg, openheid en inspraak essentieel geworden. Om het in één zin te zeggen: mensen willen serieus genomen worden en de gemeente wordt meer de regisseur van de ontwikkelingen!
Aan de veranderingen wordt op twee fronten gewerkt: zowel de raad als het college kijken naar de mogelijkheden om tot verbeteringen te komen. Deze week is de notitie, die vanuit het college onder verantwoordelijkheid van wethouder Nicolet Hoorn is opgesteld, behandeld, met een brede waardering vanuit de raad voor de inhoud. Maar het belangrijkste is natuurlijk, wat er daadwerkelijk gaat gebeuren. Onderstaand enkele opvallende veranderingen:
1. De raad is gestart met een proef om anders te gaan werken. Er komt meer ruimte om de standpunten tussen de partijen (in de commissies en de raad) uit te wisselen in de vorm van een debat. Het college is daarbij wel aanwezig, maar staat niet meer in het middelpunt. Daarmee wordt het duidelijker hoe in de politiek tot standpunten wordt gekomen, wat de redenen en achtergronden zijn voor besluiten.
2. Raad en college gaan meer naar buiten, het gemeentehuis uit. Verenigingen, organisaties, bedrijven zullen vaker worden bezocht of worden uitgenodigd om informatie uit te wisselen.
3. Inwoners van de gemeente worden veel intensiever bij het opstellen van plannen betrokken. Een goed voorbeeld daarvan is het opstellen van de Toekomstvisie van de gemeente, waar in de afgelopen maanden allerlei dorpsgesprekken voor gehouden zijn. Met veel belangstelling! Maar er zullen de komende tijd ook dorpsvisies samen met de inwoners worden opgesteld, waarin de wensen en ideeën vanuit de inwoners natuurlijk een grote rol zullen gaan spelen.
4. De raad gaat bij belangrijke plannen vooraf duidelijker de randvoorwaarden (de kaders) voor nieuwe plannen of nieuwe ontwikkelingen formuleren. In het verleden lag de nadruk bij de raad op de controle achteraf, maar dan is bijsturen vaak lastig. Het is natuurlijk veel logischer om vooraf aan te geven in welke richting het college de oplossingen moet zoeken. Raad en college kunnen daardoor meer aanvullend aan elkaar zijn, met allebei een eigen verantwoordelijkheid.
5. De gemeente gaat de communicatie verder verbeteren. Bijvoorbeeld door klare taal te gebruiken (dus minder ambtelijke taal), maar ook door snel en gericht informatie over onderwerpen naar buiten te brengen.
6. Ook op het gebied van de dienstverlening wordt gewerkt aan veranderingen. Daarbij gaat het vooral om een cultuurverandering, waarbij mensen en onderwerpen op een andere wijze worden benaderd. In het kort kan dit worden weergegeven met de term: van “Nee tenzij” naar “Ja mits”.
Bestuurlijke vernieuwing is een lastig en taai onderwerp. Waarom? Omdat een jarenlange werkwijze, een cultuur en houdingen van mensen niet zomaar veranderen. Niemand mag daarom verwachten dat dit op korte termijn allemaal geregeld is. Dit vraagt enkele jaren tijd, dus het onderwerp zal vaker op de agenda verschijnen. Maar de eerste stappen zijn met succes gezet!!