Eenvoudige pensioenen!
Elk nieuw pensioencontract moet zo eenvoudig zijn dat mensen het ook kunnen begrijpen. Het tegenovergestelde dreigt en dat kan en moet anders, betoogt CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt.
[Volkskrant, opiniepagina, november 2010]
Sociale partners zijn druk bezig met het nieuwe pensioencontract, dat een
antwoord moet bieden op de actuele problemen en risico’s. In die opzet
zitten waarschijnlijk ‘zachte en harde rechten’. Rechten voor de deelnemer die
daardoor verschillende indexatievoorwaarden kennen. In dit nieuwe contract
wordt ook een nieuw toezicht geregeld. Er bestaan nu echter al twee
verschillende toezichtkaders, één voor verzekeraars en één voor
pensioenfondsen. Genoeg reden dunkt me om er één af te schaffen. Maar dat voorstel
wordt niet gedaan. Het wordt alles behalve eenvoudiger en helderder, terwijl
dat toch de bedoeling was.
De huidige pensioenwet, die nog geen vier jaar oud is, kent al een groot aantal
pensioenvormen, zoals middelloon, eindloon en beschikbare premie. Voor elk van
deze vormen moet in het contract staan hoe hard de rechten zijn.
En zelfs deze eis geeft vaak geen helderheid. Dat laat de recente casus van
Smit Internationale/Boskalis zien: partijen betwisten of de werkgever moet
bijstorten wanneer er tekort in het fonds is om zo kortingen op de
pensioenen te voorkomen. De vraag of je moet bijstorten zou toch één van de
helderste regels in ieder contract moeten zijn? Bij iedere geïnformeerde
deelnemer moet zoiets bekend zijn. Over hoeveel je precies moet bijstorten, zou
je vervolgens zo nodig nog wel discussie kunnen voeren.
Zie hier wat er gebeurt als er meer nieuwe pensioenvormen bijkomen, zonder te
standaardiseren en de oude contractvorm om te zetten in de nieuwe. Dan ziet echt
niemand meer de bomen door het pensioenbos. Laten we dan onmiddellijk ophouden
mensen te vertellen dat ze hun pensioen moeten begrijpen. Dat kan niet wanneer
je uit drie arbeidsbetrekkingen drie totaal verschillende pensioencontracten
overhoudt! We zien nu al een neiging naar steeds meer persoonlijk advies over
pensioenen, nota bene ook van de stichting Pensioenkijker. Deze is door de
wetgever juist ingesteld om de pensioenaanspraken inzichtelijk te maken en
roept dit nu al voordat de eerste belangstellende er heeft kunnen zien hoeveel
hij heeft opgebouwd.
Helaas is één ding op dit terrein helder: het regelmatige persoonlijk
advies over veel financiële producten heeft de afgelopen jaren regelmatig veel
ellende opgeleverd en nauwelijks inzicht. Helder is ook dat adviseurs en
actuariële bureaus gouden tijden gaan beleven bij een ingewikkeld stelsel. Bij
elke waarde-overdracht door verandering van baan, bij elke bijstelling in de
regeling, steeds zal een ingewikkeld, en vaak duur, persoonlijk advies
nodig zijn. En die worden natuurlijk uiteindelijk betaald door de deelnemer of
de gepensioneerde. Die daarmee dus een lager pensioen krijgt dan nodig. Elk
extra procentje kosten per jaar, dat nodig blijkt voor al dat complexe advies,
levert uiteindelijk een tientallen procenten lager pensioenresultaat op.
Dus mijn gratis advies is: houd het simpel. Wees helder voor het begrip van
werknemers en gepensioneerden en voor een beter pensioenresultaat. Kijk naar de
eenvoud van de AOW en zie hoe groot het draagvlak daarvoor is. Je kunt de AOW
vrij gemakkelijk uitleggen en begrijpen en de uitvoeringskosten zijn heel laag.
De premies worden gebruikt voor uitkeringen en niet voor administratie. Als het
pensioenstelsel nog ingewikkelder wordt dan nu, dan zal de Tweede Kamer een
discussie voeren over de wenselijkheid daarvan en over de gevolgen voor
begrijpelijkheid en kosten van het stelsel. Ik hoop dat de sociale partners een
zo eenvoudig voorstel weten te maken, dat we met zijn allen zo’n discussie
vermijden.
Pieter Omtzigt is lid van de Tweede Kamer
voor het CDA