
Jan Schouten (1883-1963) was 23 jaar, van 1933 tot 1956, politiek leider, fractie-en partijvoorzitter van de ARP.
Schouten werd in 1918 lid van de Tweede Kamer. Dat bleef hij 38 jaar lang, tot 1956. In 1933 volgde hij Colijn op als fractievoorzitter van de ARP. Dat bleef hij tot 1956.
Schouten was een echte 'mannenbroeder'. Tijdens de Duitse bezetting was hij moedig en onverzettelijk. Hij overleefd concentratiekamp Mauthausen. Schouten was fel tegen de Indiëpolitiek van de eerste naoorlogse kabinetten. Dit leidde er mede toe dat de ARP tot 1952 buiten het kabinet bleef. Na zijn vertrek uit de actieve politiek werd hij lid van de Raad van State.
Zijn politieke loopbaan begon in 1916 in Rotterdam waar hij voor de ARP gemeenteraadslid werd. Van 1925 tot 1927 was hij wethouder Financiën en Bedrijven in de havenstad.