
Jan de Quay (1885-1961) leidde als premier het eerste naoorlogse kabinet zonder sociaal-democraten. Hij was een goede teamleider die zeer populair was bij de bevolking. Als voorzitter van het Centrum voor Staatkundige Vorming gaf hij eind december de aanzet tot de oprichting van de Katholieke Volkspartij (KVP).
De Quay kreeg nationale bekendheid toen hij in het begin van de Duitse bezetting samen met Linhort Homan en Einthoven de Nederlandse Unie oprichtte. Deze werd echter in 1941 door de Duitsers verboden waarna hij geïnterneerd werd in een gijzelaarskamp. Aan het eind van de oorlog werd hij minister van Oorlog waarna hij tot 1959 Commissaris van de Koningin in de provincie Brabant werd. In dat jaar trad hij aan als premier. Onder zijn leiding werd een vrijer loonbeleid ingevoerd en werd Nieuw Guinea overgedragen aan Indonesië.
In 1965 werd De Quay vicepremier in het interim-kabinet-Zijlstra. Daarna was nog korte tijd lid van de Eerste Kamer.