Vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie)en ormel (CDA) aan de minister van Buitenlandse Zaken
1.Heeft de minister kennis genomen van het artikel ‘Opnieuw bloedbad onder Egyptische kopten’ van 4 februari op http://www.refdag.nl?
2. Kan de minister bevestigen dat de daders van de 11 vermoorde Koptische christenen bekend zijn bij de lokale autoriteiten maar dat er desondanks geen actie is ondernomen om de daders te arresteren dan wel te berechten? Deelt de minister onze analyse dat dit tekenend is voor de behandeling van de Koptische christenen in Egypte?
3.Deelt de minister de zorgen van de Koptische christenen en mijn fractie over de invloedrijke positie van het moslimbroederschap in de huidige volksopstand en in een eventuele toekomstige regering? Deelt de minister de analyse dat onder de invloed van het moslimbroederschap het geweld en discriminatie jegens Koptische christenen alleen maar zal toenemen?
4.Is de minister bereid om bij de Egyptische ambassadeur zijn afschuw over deze brute moord uit te spreken en tevens aan te dringen op een spoedige berechting van de koelbloedige moordenaars?
5.Is de minister tevens bereid om in EU-verband steun te verwerven voor het standpunt dat de rol van het moslimbroederschap in de Egyptische volksopstand zorgelijk is vanuit het perspectief van universele mensenrechten voor de mens en godsdienstvrijheid in het bijzonder en dat door de EU aangedrongen dient te worden bij de nog in te stellen overgangsregering, op het stellen van voorwaarden voor partijen die deel willen nemen aan de verkiezingen, zodat de mensenrechten, godsdienstvrijheid en de rechten van minderheden ook na de verkiezingen gegarandeerd worden?