Schriftelijke vragen van de leden Ormel en Ferrier (beiden CDA) aan de minister van Buitenlandse Zaken over mogelijk uitstel van het te houden referendum in Zuid-Soedan
1. Kent u het bericht ‘Grote zorgen om vertraging referendum Zuid-Soedan (Trouw, 27 september 2010)?
2. Deelt u met ons de opvatting dat het van groot belang is dat het referendum op de geplande datum plaatsvindt, waartoe ook president Obama heeft opgeroepen?
3.Wat is er tijdens het spoedberaad in New York gewisseld, ingebracht door Nederland en wat is er afgesproken? Op welke wijze kan de internationale gemeenschap, de EU en Nederland in het bijzonder nader bijstaan in de voorbereidingen?
4.Wat is de stand van zaken van de plannen in EU-verband voor de verschillende scenario’s van na 2011 als het CPA afloopt, zoals ook door u is verwoord in uw brief van 25 mei jl. (TK 29 237, nr. 120)?
5.Op welke wijze wordt er druk uitgeoefend op de Soedanese autoriteiten om marteling en het oppakken van journalisten en mensenrechtenverdedigers in aanloop van het referendum tegen te gaan? Welke (aanvullende) activiteiten ondernemen de EU-ambassades ter plaatse ter uitvoering van de EU-guidelines inzake mensenrechtenverdedigers (Volkskrant, 24 september 2010)
6.Is de geplande EU-waarnemingsmissie ten behoeve van het referendum al in Soedan aanwezig om de voorbereiding te observeren? Zo nee, vanaf wanneer zal deze missie haar taak oppakken? Welke afspraken zijn er gemaakt voor de uitvoering van de taken van deze missie? Hoe staat het met de veiligheid van deze waarnemers?