De 16 Twentse CDA fracties en de CDA Statenfractie Overijssel hebben de recente problemen en de tijdelijke reparatie van de sluis bij Eefde aangegrepen om de minister van Infrastructuur en Milieu aan te sporen nu door te pakken in de opwaardering van de Twentekanalen. Op initiatief van het CDA Hengelo en de CDA Statenfractie Overijssel is een brief verzonden aan de minister waarin wordt aangegeven dat een tijdelijke oplossing en de aanleg van een tweede kolk niet voldoende is wat betreft transport via de Twentekanalen.
Aandacht voor de Twentekanalen is van groot nationaal economisch belang. Twente is een internationaal kruispunt en verbindt de Randstad en de havens van Rotterdam en Amsterdam met Duitsland en Oost- Europa via weg, water en spoor. Ook is het voor de binnenhavens van Hengelo, Almelo en Enschede noodzakelijk om de Twentekanalen ook voor klasse 5a schepen toegankelijk te maken vanwege de vestigingsplaatsen van onder andere zoutproductie, betoncentrales, bouwstaalbedrijven en de recycling industrie.
“De bereikbaarheid van de Twentse havens moet hoog op de prioriteitenlijst in Den Haag komen. De uitval bij de sluis Eefde toont aan dat de Twentse waterinfrastructuur te kwetsbaar is. Daar moet wat aan gebeuren. Wat het CDA betreft blijft het niet bij een tweede kolk, maar wordt ook de verruiming en verdieping nu aangepakt. Het is een taak van de Rijksoverheid om de Twentse economie te faciliteren. De minister moet nu doorpakken,” bepleit Wibout Dragt, fractievoorzitter CDA Hengelo.
Dit voorjaar buigt de minister zich over de realisatie van de tweede sluiskolk en de verruiming en verdieping van de kanaalgedeelten tussen sluis Delden en de havens van Hengelo en Enschede en het Zijkanaal naar Almelo. Martin Reesink, fractievoorzitter CDA-Statenfractie, licht toe: “We vragen de minister zich tot het uiterste in te spannen om te komen tot een versnelde uitvoering van de geplande capaciteitsuitbreiding van de Twentekanalen, tezamen met investeringen in de sluis bij Eefde. Dit is noodzakelijk om toekomst te bieden aan watertransport en het rendement van watertransport te verhogen. Tevens kan hiermee het spoor ontlast worden.”