Nieuws
Persbericht: CDA pleit voor alternatieve locatie gepland windmolenpark N33
zondag 11 december 2011


PERSBERICHT


In het provinciaal omgevingsplan (POP) van de provincie Groningen is al zeer lange tijd een mogelijke locatie voor de vestiging van een windmolenpark aan de N33 opgenomen. Hiermee heeft het College van Gedeputeerde Staten de weg vrijgemaakt om initiatieven voor de realisatie van een dergelijk park uit te lokken. En daarmee heeft dit College het ook mogelijk gemaakt om als er een initiatief is dat de 100 mw overschrijdt om als initiatiefnemers dan een beroep te doen op de Rijkscoördinatieregeling en aan aanwijzing van het Rijk te vragen (de provincie is bevoegd tot 100 mw, daarboven is het Rijk het bevoegde orgaan).

Het CDA heeft ten aanzien van de mogelijke locatie nabij de N33 altijd aangegeven dat deze locatie enkel tot ontwikkeling kan komen als er draagvlak in de regio is. Dat draagvlak is er tot op de dag van vandaag niet. Het is dan ook schrijnend dat het College haar verantwoordelijkheid niet neemt en andere mogelijke locaties in beeld brengt, maar zich verschuilt achter de omstandigheid dat deze locatie in het POP staat en er nu een initiatief is dat qua vermogen onder de Rijksregeling valt. Juist de opname door het College in het POP maakt mogelijk dat dit gebeurd. Hoezo struisvogelgedrag en met de kop in het zand?

 Als CDA in Provinciale Staten wullen wij dat er serieus werk wordt gemaakt van het onderzoeken van de haalbaarheid van de realisatie van een windmolenpark op een alternatieve locatie. De regio zelf heeft daartoe vijf locaties aangedragen en zich bereid getoond haar verantwoordelijkheid te nemen om de opgave ten aanzien van alternatieve energie te realiseren. Maar dan op een manier met minder landschappelijke impact en die de minste overlast voor inwoners veroorzaakt. Die uitgestoken hand moeten wij serieus nemen, dat verdient nader onderzoek.

 Daarom hebben wij afgelopen maandag tijdens een energiedebat in de Tweede kamer via de CDA Tweede Kamerfractie ook het pleidooi laten houden om in de MER-procedure die gaat lopen in het kader van de Rijksregeling de aangedragen alternatieve locaties als volwaardige alternatieven mee te onderzoeken. Hopelijk neemt het College van Gedeputeerde Staten hier in de provincie haar verantwoordelijkheid nu ook, al wijst vooralsnog niets daarop.

Wij zullen deze kwestie dan ook agenderen voor de eerstvolgende commissievergadering zodat het College publiekelijk kleur moet bekennen en een aangehouden motie van ons om alternatieven te onderzoeken alsnog in stemming brengen in de daaropvolgende Statenvergadering.

 

 

 

 

 

Voor meer informatie:

Frans Keurentjes, 0655154886

Patrick Brouns, 06 53112104

 

 

 

 


A A A     voorleeshulp     inloggen     English
1  2  3  4 
Archief
  • 2012
  • 2011
  • 2010