Tijdens de Provinciale Statenvergadering van maandag 12 december jl. stond ook het Natuurakkoord op de agenda. Lees hier de bijdrage van CDA woordvoerder Gijs de Kruif.
De geschiedenis achter dit Natuurakkoord is kort maar hevig. Toen het huidige kabinet aantrad en zich voor een grote bezuinigingsronde wist gesteld, was direct duidelijk dat ook het dossier natuur niet aan een korting zou ontkomen. Een logische keuze waar wij ons als CDA volledig in konden vinden. Over de mate van bezuinigen waren wij aanmerkelijk minder enthousiast. De onderhandelingen van het IPO met het Rijk hebben uiteindelijk tot het voorliggende akkoord geleid. Een akkoord waarin duidelijkheid wordt geboden over enerzijds de volledige decentralisatie van de taken op gebied van natuur en landelijk gebied naar de provincies, een verschuiving waar wij bijzonder gelukkig mee zijn. Anderzijds geeft het een inzicht in de middelen die de provincies gezamenlijk vanuit Den Haag mee krijgen. Onze zorgen hierover worden verwoord in de motie van de CU die zo dadelijk zal worden ingediend.
Dat ook de natuurontwikkeling in Utrecht soberder wordt dan oorspronkelijk gepland is evident. Belangrijke voorwaarde bij het Natuurakkoord is de mate waarin invulling kan worden gegeven aan het Akkoord van Utrecht. Dit breed gedragen akkoord dient naar onze mening het uitgangspunt voor natuurontwikkeling en -beheer voor de komende periode in onze provincie te zijn. Wij pleiten ervoor om dit evenwichtige akkoord niet uit balans te brengen door aanvullend zaken toe te voegen of weg te laten. Iedere wijziging zal negatief ervaren worden door één of meer van de ondertekenende partijen.
Gedeputeerde Krol heeft eerder aangegeven er vertrouwen in te hebben dat, wanneer naast dit Natuurakkoord ook het kaderdocument Agenda Vitaal Platteland wordt aangenomen, het Akkoord van Utrecht kan worden uitgevoerd binnen de gestelde termijn tot 2021. Voor ons voldoende reden in te stemmen met het voorstel.
Toch nog de vraag of er überhaupt een alternatief is. Staatssecretaris Bleker heeft al eerder aangegeven terug te zullen vallen op een noodwet in geval de provincies niet met het akkoord instemmen. Wij hebben geen enkele reden aan te nemen dat er in dat geval meer geld beschikbaar komt voor natuurontwikkeling, vooral niet nu afgelopen week duidelijk is geworden dat hoogstwaarschijnlijk een extra bezuinigingsronde aanstaande is. Daarom zijn wij ervan overtuigd dat de natuur het meest gediend is wanneer het voorliggende akkoord zo breed mogelijk wordt aangenomen.
In uitvoerende zin hebben wij wel grote zorg over de beschikbare middelen voor beheer in de komende periode. Het kan niet zo zijn dat aan de ene kant nieuwe natuur wordt ontwikkeld terwijl aan de andere kant achterstand gaat ontstaan in beheer van bestaande natuur. Ook bestaat het risico van afhakende agrariërs en bij het agrarisch natuurbeheer. Wij roepen het college dan ook op met name op het punt van beheer de vinger aan de pols te houden. En indien nodig t.z.t. met een voorstel te komen om dit te ondervangen.