Tijdens de Provinciale Statenvergadering van 30 januari 2012 stond ook het festivalbeleid (onderdeel Cultuurnota) op de agenda. Woordvoerder Erika Nap onderstreepte het belang van festivals in onze provincie zowel vanuit economisch als uit cultureel oogpunt. In haar bijdrage werd de nota op enkele punten wel kritisch onder het licht gehouden wat leidde tot het indienen van een motie, samen met de coalitiepartijen en enkele oppositiepartijen.
Lees hieronder haar bijdrage.
"Dat festivals en evenementen met een nationale of soms zelfs internationale uitstraling de aantrekkelijkheid van de regio vergroten, bijdragen aan het algemene vestigingsklimaat, veel toeristen trekken en misschien nog wel belangrijker dan de economische voordelen, bijdragen aan de culturele vorming en identiteit van de regio staat voor ons buiten kijf. Het belang van festivals en de ondersteuning hiervan door de provincie is voor het CDA duidelijk.
Ondanks dat wij vinden dat het goed is dat de provincie zowel grote nationale en internationale als kleinschalige festivals steunt zijn er wel een aantal punten in het stuk dat we vandaag bespreken waar wij moeite mee hebben.
Allereerst vinden wij het jammer dat het festivalbeleid losgekoppeld is van de cultuurnota omdat het festivalbeleid in onze ogen een wezenlijk onderdeel uitmaakt van het cultuuraanbod in onze provincie en dus een plaats in de cultuurnota verdient. In verband met convenantsafspraken met rijk en gemeente en subsidieaanvragen die ingediend moeten worden is het geen optie om de festivals pas duidelijkheid te geven over de provinciale bijdrage als de cultuurnota vastgesteld is, aangezien dit nog maanden gaat duren. Gelukkig is het niet zo dat de kaders voor het festivalbeleid geheel ontbreken nu de cultuurnota nog niet vastgesteld is omdat er bij het stuk dat we vandaag bespreken wel een nota festivalbeleid gevoegd is wat naar onze mening een goede uitwerking van het coalitieakkoord is.
Naast deze procedurele kwestie hebben wij ook nog enkele inhoudelijke opmerkingen over het vandaag te bespreken stuk. Als provincie moeten we breder kijken dan alleen de stad Utrecht en hoewel wij begrijpen dat grootschalige culturele festivals, zeker wanneer er sprake is van internationale uitstraling eerder in de stad Utrecht plaats vinden dan in een kleinere gemeente zouden wij toch graag zien dat de regio ook voordeel heeft van deze grootschalige festivals. Wij zouden van de gedeputeerde graag willen horen hoe de regio voordeel heeft van deze festivals, hetzij door programmering buiten Utrecht of spin-offs van de festivals in andere plaatsen.
Een tweede punt waar wij een toelichting van de gedeputeerde op willen is de subsidie voor kleinschalige festivals. Zowel in het stuk als bij de commissiebehandeling is ons niet duidelijk geworden waarom er voor dit bedrag gekozen is. Wij willen voorkomen dat festivals in hun subsidieaanvraag naar het bedrag van € 25.000 toe gaan schrijven terwijl men bijvoorbeeld slechts € 20.000 nodig heeft. Wij zouden dan ook liever zien dat er in plaats van een vastgestelde subsidie van € 25.000 voor de kleinschalige festivals gekozen wordt voor een maximale subsidie van € 25.000. Waarbij het voor ons voor zich spreekt dat het subsidiebedrag niet over tientallen festivals verdeeld moet worden omdat er wel sprake moet zijn van een substantiële bijdrage waar de festivals ook iets mee kunnen.
Om ervoor te zorgen dat festivals ook met een lager bedrag gesteund kunnen worden heeft het CDA samen met VVD, GroenLinks en D66 een motie ingediend waarin gevraagd wordt om 4 tot 5 festivals te steunen met een maximumbedrag van € 25.000. Deze motie is naast de coalitiepartijen ook gesteund door CU, SGP en 50+. Daarnaast is door VVD, CDA, D66 en Groen Links een motie ingediend voor een samenwerkingsplan door de vier grote festivals, welke tevens door CU, SGP, 50+ en de Partij voor de Dieren gesteund werd."