Tijdens
de jaarwisseling is er als vanouds weer veel vuurwerk afgestoken. Op het
stadhuis is er discussie gaande over het onderwerp vuurwerk, waarbij het vooral
gaat over de zwaarte van het vuurwerk en de wijze waarop het wordt afgestoken.
Naast deze discussies wil het CDA ook de aandacht vestigen op het
vuurwerkafval. Nu, bijna een maand na Oud en Nieuw, zien we in sommige straten
nog steeds de restanten van dit feest. In het Algemeen Dagblad van 14 januari
jl. is in een artikel te lezen dat veel bewoners zich ergeren aan dit
vuurwerkafval. In zijn column in Metro van 25 januari gaat burgemeester
Aboutaleb ook in op de vraag waarom het zo lang duurt voordat deze rommel is
opgeruimd. Daarbij vraagt hij zich af waarom de mensen die vuurwerk afsteken
niet zelf hun rommel opruimen.
De CDA-fractie deelt de mening van de burgemeester en stoort zich ook aan het vuurwerkafval op straat. Naast het feit dat het een vies straatbeeld oplevert, is dit afval ook gevaarlijk voor kinderen vanwege vuurwerk dat nog niet is afgegaan. De Roteb heeft elk jaar weer een enorme klus aan het opruimen en schoonmaken van vuurwerkafval. Ze zijn weken bezig om alle straten weer schoon te krijgen. In sommige straten worden acties gehouden waarbij buurtbewoners met elkaar de restanten meteen opruimen. Maar helaas gebeurt dat niet vanzelfsprekend en overal in de stad. Het CDA heeft hierover schriftelijke vragen gesteld. Daarin vraagt de fractie naar mogelijkheden te zoeken om bewoners te verplichten hun eigen vuurwerkafval op te ruimen, zoals bijvoorbeeld ook in de gemeente Barendrecht het geval is.