Ouders zijn eerstverantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Niet de staat, niet de straat. Maar als ouders deze verantwoordelijkheid niet willen of niet kunnen waarmaken, past het de overheid om pal te staan voor de toekomst van kinderen. Door ouders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, door hen te ondersteunen als het niet op eigen kracht lukt. En door in te grijpen als het mis gaat. Het CDA wil op deze koers doorgaan.
Alle Rotterdamse kinderen hebben recht op een zinvolle toekomst. De basis daarvoor ligt bij een goede opvoeding. In de meeste gezinnen gaat het goed, maar het lukt niet alle ouders op eigen kracht. Voor hen zijn er tal van voorzieningen en in de afgelopen periode zijn daar tal van initiatieven en maatregelen aan toegevoegd. Van opvoedcursussen tot opvoeddebatten, van Centra voor Jeugd en Gezin tot (school)maatschappelijk werk. Het CDA wil daarop verder bouwen door blijvend in deze voorzieningen (en dus in ouders en kinderen) te investeren.
Te vaak wordt naar de school gekeken, als oplossing voor problemen die ontstaan als ouders hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding niet waarmaken. Dat is niet terecht. Van ouders mag worden verwacht dat zij er alles aan doen wat ze kunnen om te voorkomen dat hun kind op school op achterstand komt te staan. Door zonder ontbijt op school te komen bijvoorbeeld, door onvoldoende slaap, door onvoldoende zorg, tijd en aandacht. Maar ook kinderen die naar de basisschool gaan zonder goed Nederlands te spreken zijn écht iets tekort gekomen.
Ouderconsulenten en schoolmaatschappelijk werkers op scholen zijn belangrijk voor de betrokkenheid van ouders bij de school en bij hun kinderen. Het CDA wil daar blijvend in investeren. Zij zijn belangrijke wegwijzers naar hulpverleningsinstanties. Het CDA wil verder dat het gemeentebestuur scholen stimuleert in het sluiten van opvoedcontracten. Scholen hebben daarmee een middel in handen om met ouders voor wie dat nodig blijkt, afspraken te maken over de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen.